Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel tijdelijke compensatie voor werkgeverslasten aan pgb-houders Wmo en Jeugdwet gemeente Ridderkerk 2026 en 2027

Gemeente Ridderkerk · geldt sinds 23 september 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk,

Overwegende dat:

-de voorgenomen wijziging van de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 kan voor een deel van de budgethouders met een persoonsgebonden budget (pgb) leiden tot bijkomende kosten doordat de budgethouder die op basis van een arbeidsovereenkomst een zorgverlener in dienst heeft die op drie of minder dagen per week voor de budgethouder werkzaam is, verplicht werkgeverslasten moet afdragen;

-bij de vaststelling van persoonsgebonden budgetten op basis van beschikkingen die vóór 1 januari 2026 zijn afgegeven, met deze bijkomende kosten geen rekening is gehouden;

-hierdoor een deel van deze budgethouders mogelijk niet langer binnen het toegekende persoonsgebonden budget de geïndiceerde ondersteuning kan blijven inkopen;

-wij het daarom wenselijk achten regels vast te stellen voor een tijdelijke compensatie van deze onvoorziene bijkomende kosten met oog op Regeling van De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 26 mei 2026, 4388110-1099026-WJZ, houdende wijziging van de Regeling langdurige zorg in verband met de Regeling dienstverlening aan huis

Gelet op:

-artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

-artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

-artikel 8.1.1 van de Jeugdwet;

Besluit:

vast te stellen de Beleidsregel tijdelijke compensatie voor werkgeverslasten aan pgb-houders Wmo en Jeugdwet gemeente Ridderkerk 2026 en 2027

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

-college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;

-pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Jeugdwet;

-budgethouder: degene aan wie een pgb is verleend;

-beschikking: de beschikking waarbij een pgb is toegekend;

-Rdah: de Regeling dienstverlening aan huis en de wijziging daarvan per 1 januari 2026;

-werkgeverslasten: de kosten die als rechtstreeks gevolg van de wijziging van de Rdah ten laste van het pgb komen.

Artikel 2 Doel

Deze beleidsregel heeft tot doel te waarborgen dat budgethouders met een vóór 1 januari 2026 toegekend persoonsgebonden budget de geïndiceerde ondersteuning kunnen blijven inkopen. Dit geldt voor zover de wijziging van de Rdah leidt tot extra kosten door bijkomende werkgeverslasten die bij de vaststelling van het pgb niet waren voorzien.

Artikel 3 Reikwijdte

1Deze beleidsregel is van toepassing op budgethouders aan wie vóór 1 januari 2026 een pgb is toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Jeugdwet.

2De compensatie heeft uitsluitend betrekking op ondersteuning die wordt geleverd op basis van een beschikking die vóór 1 januari 2026 is afgegeven en na die datum doorlopen.

3De beleidsregel is niet van toepassing op een pgb dat voor het eerst is toegekend op of na 1 januari 2026.

Artikel 4 Recht op compensatie

1Het college stelt voor de jaren 2026 en 2027 een compensatie beschikbaar indien:

a.de pgb-beschikking vóór 1 januari 2026 is afgegeven en na die datum wordt voortgezet en

b.als gevolg van de wijziging van de Rdah extra werkgeverslasten ontstaan.

2Compensatie wordt alleen verstrekt voor zover de bijkomende werkgeverslasten niet binnen het toegekende persoonsgebonden budget kunnen worden opgevangen.

Artikel 5 Vaststelling van de compensatie

De hoogte van de compensatie wordt berekend met het landelijk geldende percentage van de hoge WW-premie. Hiervoor wordt gekeken naar de loonkosten die uit het persoonsgebonden budget worden betaald.

Artikel 6 Toekenning van compensatie

1Het college beoordeelt op basis van de bij de gemeente en de Sociale Verzekeringsbank beschikbare gegevens welke budgethouders aan de voorwaarden van deze beleidsregel voldoen. Budgethouders die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen de compensatie automatisch.

2De compensatie wordt toegekend met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Artikel 7 Inwerkingtreding en intrekking

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking en wordt ingetrokken per 1 januari 2028.

Toelichting

De Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) wordt gewijzigd. Indien deze wijziging definitief wordt vastgesteld en in werking treedt, kan dit voor een deel van de pgb-budgethouders leiden tot bijkomende werkgeverslasten.

De wijziging heeft gevolgen voor budgethouders die een zorgverlener in dienst hebben op basis van een arbeidsovereenkomst die onder de Rdah valt. Het gaat om situaties waarin de zorgverlener maximaal drie dagen per week werkt en de arbeidsovereenkomst vóór 1 januari 2026 is gestart. Door de wijziging ontstaan voor deze budgethouders extra kosten.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert de gewijzigde regels al uit in de uitvoering van het persoonsgebonden budget. Hierdoor worden de werkgeverslasten reeds bij budgethouders in rekening gebracht. Bij pgb-beschikkingen die vóór 1 januari 2026 zijn afgegeven, is met deze extra kosten geen rekening gehouden.

Deze beleidsregel voorziet daarom in een tijdelijke compensatie voor budgethouders die hierdoor extra werkgeverslasten krijgen en deze niet binnen het bestaande pgb kunnen opvangen.

De compensatie geldt voor pgb-beschikkingen die vóór 1 januari 2026 zijn afgegeven en na die datum worden voortgezet. De hoogte van de compensatie wordt gebaseerd op de extra kosten die ontstaan door de hoge WW-premie als gevolg van de wijziging van de Rdah.

De regeling geldt voor de jaren 2026 en 2027. Hiermee krijgen budgethouders de tijd om zich aan te passen aan de gewijzigde situatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.