Aanhef
De raad van de gemeente Rhenen,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025
gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;
besluit:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16 onder a, c, d en f van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting bedraagt per perceel € 425,00.
2In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor degene die op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, alleenwonend is, € 319,00 per perceel.
3De belasting als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra container van;
i.140 liter voor restafval (grijs) € 363,00 per jaar;
ii.140 liter voor GFTafval (groen) € 180,00 per jaar.
4Onder een extra container wordt verstaan een container boven het aantal dat volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt.
5De belasting voor een extra container als bedoeld in artikel 3 wordt niet geheven indien door middel van een medische verklaring van een arts kan worden aangetoond dat de extra container het gevolg is van een medische noodzaak.
6Belastingplichtigen kunnen maximaal acht keer per belastingjaar gratis afvalstoffen aanleveren bij het afvalbrengstation, met uitzondering van groen afval (onbeperkt) en asbest (altijd tegen betaling).
7Belastingplichtigen kunnen na het bereiken van de in lid 6 genoemde limiet bepaalde afvalstromen tegen betaling aanbieden bij het afvalbrengstation.
8Maatstaven en de tarieven zoals bedoeld in lid 7 zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.
9De eenheden zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel worden in voorkomende gevallen afgerond volgens de methode;
a.Afronding naar hele aantallen
b.Decimalen worden afgerond naar het dichtstbijzijnde hele aantal
c.Half wordt naar boven afgerond
d.De minimale eenheid is 1.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
5Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid, geldt ingeval een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing en/of andere heffingen meer is dan € 50,--, doch minder dan € 4.540,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
3In afwijking in zoverre van het eerste lid, geldt ingeval een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing en/of andere heffingen minder is dan of gelijk is aan € 50,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
5In afwijking van het gestelde in lid 1 tot en met 4 moeten de diensten zoals genoemd in de bijgevoegde tarieventabel betaald te worden bij het leveren van de dienst.
Artikel 10 Overgangsrecht
De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2025’ van 11 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2026’.
de raadsgriffier,
de voorzitter,
drs. K. Koopman
mr.drs. G.A. Kaai
TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2026
Nr.
Product of dienst
Eenheid
Tarief
Producten en diensten van het afvalbrengstation waarvoor altijd betaald moet worden;
1.
Afvalpas (zie voorwaarden website)
Per stuk
€
25,00
2.
Grof vuil ophalen
2m3
€
26,50
3.
Brengen van asbest (in dubbel plastic verpakt)
1m2 1 m2 (maximaal 20 platen = 35 m2)
€
5,10
Nr.
Afvalstroom
Eenheid
Tarief
Afvalstromen waar vanaf het negende bezoek bij het afvalbrengstation voor betaald moet worden;
1.
Matrassen
Matras
€
11,50
2.
B Hout
1m3
€
10,50
3.
B Hout
2m3
€
21,00
4.
KCA
Kilogram
€
0,80
5.
Schoon puin
1m3
€
8,50
Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2025
de raadsgriffier,
de voorzitter,
drs. K. Koopman
mr.drs. G.A. Kaai