Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Rhenen – nadere uitwerking van lokaal eigenaarschap

Gemeente Rhenen · geldt sinds 3 maart 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Rhenen,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022,

gelezen het bijgevoegde en aangenomen amendement van de PCR, PvdA en D66,

gehoord hebbende de beraadslagingen over de doelstelling van het amendement en de reactie van de portefeuillehouder,

Besluit:

1De uitwerking van lokaal eigenaarschap bij grootschalige energieprojecten vast te stellen, waarbij onder 51% Iokaal eigenaarschap alleen eigenaarschap met zeggenschap verstaan wordt;

2Hierbij een minimaal percentage van 51% lokaal eigenaarschap (met zeggenschap) te eisen en dit in heroverweging te nemen, per project, als deze 51% niet behaald kan worden;

3Het gehanteerde percentage lokaal eigenaarschap in het beleidskader voor zonnepanelen op land bij de evaluatie te verhogen naar 51% lokaal eigenaarschap met zeggenschap;

2. Lokaal eigenaarschap in Rhenen

2.1 Wat verstaan we onder ‘lokaal’?

Het Klimaatakkoord geeft geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Het bevoegd gezag bepaalt wie de direct betrokkenen van een project zijn en wat de uiterste grens van het begrip ‘lokaal’ is. In de meeste gevallen is het bevoegd gezag de gemeente. Bij de invulling van het begrip ‘lokaal’ maken we gebruik van een aantal cirkels. Initiatiefnemers zullen eerst bewoners en ondernemers uit de eerste cirkel een aanbod moeten doen om (meestal via lidmaatschap van een energie coöperatie) mede-eigenaar te worden van een project. Wanneer blijkt dat er in de eerste cirkel onvoldoende animo is of onvoldoende mogelijkheden zijn, wordt het gebied uitgebreid naar de tweede cirkel. Daarna achtereenvolgens naar de derde en de vierde cirkel.

1Eerste cirkel: de directe omgeving

a.Bij zonneprojecten geldt: de eerste cirkel zijn die omwonenden en/of ondernemers die met hun grondeigendom direct raken aan de grond waar een zonneveld zal komen, of vanuit hun huis of bedrijfspand direct zicht hebben op het te ontwikkelen project.

b.Bij windprojecten geldt: de omwonenden en/of ondernemers in een straal van 2 kilometer rondom de molen (indien het gaat om een windmolen met een ashoogte groter dan 20 meter).

2Tweede cirkel: de nabije omgeving

a.Bij zonneprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer van het zonneveld

b.Bij windprojecten geldt: (coöperaties van) bewoners en ondernemers binnen een straal van 10 kilometer rondom de windmolen (indien het gaat om een windmolen met een ashoogte groter dan 20 meter).

3Derde cirkel: de gemeentelijke omgeving

a.Alle overige inwoners en ondernemers uit de gemeente Rhenen.

4Vierde cirkel: de regionale omgeving

a.Inwoners en ondernemers uit aangrenzende/omliggende gemeenten en Regio Foodvalley gemeenten.

Mocht het niet lukken om voldoende financiering te vinden binnen deze cirkels dan kan worden gekeken naar mogelijkheden voor het instellen van een duurzaamheidsfonds, een gebiedsfonds of een combinatie van beide.

Wanneer de invloed van het project gemeentegrens overstijgend is, werken we samen met de aangrenzende gemeente.

2.2 Wat verstaan we onder ‘eigenaarschap’?

Om antwoord te geven op deze vraag, is het goed om eerst stil te staan bij de rol van verschillende partijen die betrokken zijn bij een energieproject.

•Gemeente Rhenen

In de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen voor het ontwikkelen van zonne-en windparken. Daarnaast zijn we het eerste aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Ook kunnen we zelf initiatiefnemer zijn, bij projecten op gemeentelijke grond.

In dit laatste geval kan óf de gemeente óf de ontwikkelaar verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van participatie.

•Provincie Utrecht

Wanneer een plan niet past binnen het bestemmingsplan, speelt de provincie een rol bij de bestemmingsplan¬procedure of omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld als het plan binnen Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied ligt.

•Projectontwikkelaars

Projectontwikkelaars kunnen commercieel of coöperatief zijn. Projectontwikkelaars zijn zelf verantwoor¬delijk voor het organiseren van participatie in het proces en de invulling van financiële participatie. Coöperatieve ontwikkelaars zorgen ervoor dat bewoners zeggenschap krijgen over waar en hoe duurzame energie wordt geproduceerd. Projectontwikkelaars nemen de ontwikkeling van een project op zich en dragen het risico.

•Energiecoöperaties

Energiecoöperaties realiseren lokaal duurzame energieprojecten die ten goede komen aan de inwoners van het gebied. Inwoners kunnen deelnemen aan een energie coöperatie door lid te worden. Ze sluiten dan een energiecontract af bij de coöperatie en krijgen zo een stem in de coöperatie. In Rhenen is recent de Energie Coöperatie Rhenen opgericht. Verder is er in onze gemeente een zogenaamd postcoderoosproject gerealiseerd door energie coöperatie Vallei Energie.

•De omwonenden

De omwonenden bevinden zich in de cirkels die hierboven zijn uitgewerkt.

Omwonenden kunnen meedoen via verschillende vormen van participatie. Zie hiervoor ook de participatiewaaier in figuur 1.

De initiatiefnemers van een grootschalig energieproject zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldig en transparant participatieproces.

Mede-eigenaarschap in Rhenen

Wij verstaan onder ‘eigenaarschap’ altijd mede-eigenaarschap met zeggenschap: inwoners en/of ondernemers (die positief hebben gereageerd vanuit in eerste instantie de eerste cirkel in de definitie lokaal) gaan zelf mee investeren in en krijgen zeggenschap over het project. Wij zien mede-eigenaarschap als een collectief eigendom, waarbij inwoners, ondernemers, overheden en/of maatschappelijke organisaties lid worden van een coöperatie of vereniging. Alle leden krijgen via verschillende rondes de kans om aandelen te kopen in een project. Door de aandelen via verschillende rondes aan te bieden, voorkomen we dat een investeerder alsnog in een keer alle aandelen in handen krijgt. Bovendien krijgen zo ook inwoners en ondernemers met minder financiële speelruimte de kans om te investeren en zeggenschap te krijgen over het project. Omdat elk lid één stem heeft in de algemene ledenvergadering, is de mate van zeggenschap per lid niet gerelateerd aan het aantal aandelen.

Lokaal eigendom sluit andere vormen van financiële participatie niet uit. Aanvullend op 51% mede-eigenaarschap met zeggenschap kan er per project gekozen worden voor een andere vorm van financiële participatie:

•Financiële deelneming: coöperaties kunnen naast aandelen ook certificaten uitgeven. Certificaten geven wel winstrecht, maar geen stemrecht (dus geen zeggenschap over het project).

•Duurzaamheidsfonds: dat gevuld wordt met een percentage van de winsten van het zonneveld of de windturbine. Dit fonds wordt lokaal gebruikt om bijvoorbeeld de omgeving te verbeteren of voor een sociaal project dat ten goede komt aan de buurt.

•Omwonendenregeling, ook wel burenregeling genoemd. Deze regeling heeft als doel om aan alle bewoners binnen een bepaalde afstand tot het project een financieel voordeel te geven. Denk hierbij aan een bijdrage in het verduurzamen van de woning of korting op groene stroom.

Maatwerk

Het begrip lokaal eigenaarschap vereist maatwerk per project. De nadere invulling laat de gemeente Rhenen over aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: de initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energie coöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen hoe het eigenaarschap geregeld wordt, zolang er minimaal 51% lokaal eigenaarschap met zeggenschap wordt gerealiseerd voor de duur van het project. Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst waar alle betrokken partijen hun handtekening onder zetten. Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de financiële participatie optimaal wordt ingericht.

3. Hoe borgen we lokaal eigenaarschap in beleid?

3.1 Welke rol nemen wij in?

Als overheid kunnen we verschillende rollen innemen. Dit kan passief of actief zijn.

In het werkblad Samenwerking markt & overheid bij de realisatie van hernieuwbare energieprojecten (zie Handreiking RES 2.0 en werkbladen - Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl)), worden drie verschillende overheidsrollen onderscheiden:

Een faciliterende rol, waarbij de overheid voorwaarden creëert voor het van de grond komen van initiatieven. Bijvoorbeeld via een beleidskader en ondersteuning in het participatieproces.

Een stimulerende rol, waarbij de overheid bijvoorbeeld subsidie verleent en voorbereidende onderzoeken verricht, of een sturende rol, waarbij de overheid projecteigenaar is, zelf ontwikkelt en SDE+ subsidie aanvraagt of een tender uitschrijft.

De faciliterende rol is de rol die het beste past bij de omvang van de gemeente Rhenen. Wij zullen dus voornamelijk deze rol innemen, waarbij we via beleid en samenwerking sturen op een goed participatieproces, een optimale landschappelijke inpassing en het realiseren van minimaal 51% lokaal eigendom.

3.2 Wegen om lokaal eigenaarschap te borgen

Wanneer blijkt dat het opleggen van een inspanningsverplichting leidt tot onvoldoende resultaat, zijn er een aantal wegen om lokaal eigenaarschap meer af te dwingen. In deze paragraaf noemen we een aantal voorbeelden.

•De weg van het bestemmingsplan

Er is een mogelijkheid om de exploitatie van een zonne- of windpark door particulieren af te dwingen (bijvoorbeeld in een coöperatieve vorm). Dit kan door aan een (tijdelijke) bestemming zoals “zonneveld” of “windmolen” een voorschrift te hangen waarin een bepaald percentage (bijvoorbeeld minimaal 51%) alleen particulier mag worden geëxploiteerd. Dit staat of valt wel met het als gemeente aan kunnen tonen dat er behoefte is aan deze vorm van planuitvoering. In de praktijk komt het er op neer dat we bij iedere wijziging van een bestemmingsplan naar een functie met duurzame energieopwekking, dit voorschrift standaard moeten opnemen. Het voordeel van deze route is dat hij écht afdwingbaar is. Je kan zelfs overgaan tot onteigening indien er geen gevolg wordt gegeven aan de voorwaarde. Een nadeel van deze route is dat je hiermee wel heel hard vastlegt dat minimaal 51% lokaal eigenaarschap een harde eis is, een eis die mogelijk enkele initiatieven die redelijk in de buurt komen kan laten sneuvelen. Kiezen voor deze route kan dus ten koste gaan van lokaal maatwerk, dat hoogstwaarschijnlijk wel belangrijk zal zijn bij dit soort projecten.

•De weg van de stimuleringsmaatregelen

Het realiseren van een duurzaam energieopwekkingsproject dat in de basis ten minste 51% lokaal eigenaarschap heeft, is complex. Het gaat om een hele grote investering en een veel belanghebbenden. Dit soort projecten vragen om een professionele energiecoöperatie en om lokaal voldoende financiële middelen om de benodigde infrastructuur aan te kopen. Het is denkbaar dat een gemeente besluit om financieel bij te dragen. In dat geval kan de gemeente heel eenvoudig eisen dat in ruil voor financiële participatie de voorwaarde van minimaal 51% lokaal eigenaarschap gesteld wordt.

•De weg van het maatschappelijk tenderen van vergunningen voor zonne- en windenergieprojecten.

Via het instrument ‘Maatschappelijk Tenderen’ kan de voorwaarde van ten minste 51% lokaal eigenaarschap geborgd worden in gemeentelijke vergunningverlening (en dus in initiatieven die buiten gemeentelijk bezit om ontstaan). Het gaat dan over het ‘tenderen’ van vergunningen voor zonneprojecten of windprojecten, waarbij de voorwaarde meegegeven wordt dat het moet gaan om een mede-eigendom van een collectief samenwerkingsverband. Als gemeente zullen we hier zelf actief de regie moeten nemen in het proces door partijen uit te nodigen en te selecteren. Deze selectie kan dan plaatsvinden op basis van criteria die zich niet beperken tot de wet Ruimtelijke Ordening. Dat wil zeggen dat de gemeente Rhenen als bevoegd gezag ook kan selecteren op zaken als financiële participatie, een omgevingsfonds en/of gesocialiseerd grondbeleid. Een voorwaarde voor een kans van slagen is wel dat er meerdere partijen geïnteresseerd zijn en er dus een schaarste in de uit te geven vergunningen ontstaat.

•De weg van Right to Challenge

‘Right to Challenge’ betekent: het recht om uit te dagen. Hierbij gaat het vaak om bewoners die vinden dat ze een bepaalde activiteit slimmer, sneller of goedkoper uit kunnen voeren dan hun lokale overheid. Zij dagen de overheid dan uit om de verantwoordelijkheid (en bijhorende financiële middelen) aan hen over te dragen. Het uitdaagrecht gaat waarschijnlijk in 2021 nog opgenomen worden in de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapswet. Op deze manier geef je als lokale overheid dus jouw verantwoordelijkheden in een bepaald gebied uit handen, de inwoners gaan zélf om de tekentafel zitten en de plannen maken. Daarmee scoort het uitdaagrecht heel hoog op de participatieladder. De initiatiefnemers gaan immers co-creëren met de overheid en nemen zelf hun besluiten. Via de Right to Challenge kunnen bewoners(verenigingen), energiecoöperaties en andere maatschappelijke organisaties zelf uitwerking geven aan lokale ambities.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.