Aanhef
De heffingsambtenaar van Rhenen; Gelet op het bepaalde in:
artikel 2, 3 en 4 van de verordening rioolrechten
Besluit:
vast te stellen de volgende:
Beleidsregels voor het bepalen van de heffingsmaatstaf van de rioolrechten
Algemeen
Bepaling van de heffingsmaatstaf
A. Bij het bepalen van de heffingsmaatstaf wordt met de niet op de gemeentelijk riolering afgevoerde kubieke meters water geen rekening gehouden tenzij:
1belanghebbende een correctienota van het waterleiding overlegd, waaruit blijkt dat vanwege lekkage toegevoerde kubieke meters water niet op de gemeentelijke riolering zijn afgevoerd;
2belanghebbende door middel van een tussenmeter kan aantonen dat toegevoerde kubieke
3meters water niet op de gemeentelijke riolering zijn afgevoerd;
4bescheiden, onderbouwd met feiten, worden overgelegd waaruit afgeleid kan worden welke hoeveelheid toegevoerde kubieke meters water vanwege bedrijfsuitoefening niet op de gemeentelijke riolering is afgevoerd. Of en in hoeverre de overlegde gegevens aannemelijk zijn wordt door de heffingsambtenaar beoordeeld.
B. Bij het bepalen van de heffingsmaatstaf wordt
1Indien meerdere eigendommen één gezamenlijke watermeter hebben het aantal toegevoerde kubieke meters water naar evenredigheid van het aantal gebruikers van de eigendommen berekend;
2Indien geen gegevens bekend zijn over het aantal toegevoerde kubieke meters water wordt deze vastgesteld aan de hand van een gemiddeld jaarverbruik per gebruiker van 50 kubieke meter water.
De heffingsambtenaar van Rhenen,
H.J.A. Klifman
29juni 2000