Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Rhenen - Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds

Gemeente Rhenen · geldt sinds 15 oktober 2024

1. INLEIDING

Wijzigingsbesluit d.d. 17 september 2024

Besluit tot wijziging beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds.

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rhenen,

1gelet op artikel 2.4 Omgevingswet

2gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

Besluit:

overwegende dat:

1Kleine zelfstandige wooneenheden (bruto vloeroppervlak <50m2) een belangrijke nieuwe woningcategorie met een eigen parkeerbehoefte vormen;

2In de vigerende beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds een passende parkeernorm voor kleine zelfstandige wooneenheden ontbreekt;

3Het ontbreken van een passende norm momenteel leidt tot onduidelijkheid en discussie tussen initiatiefnemers en gemeente en daarmee vertragend werkt;

4Er zodoende urgent behoefte is aan een passende parkeernorm;

5Een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning voor kleine zelfstandige woningen passend wordt geacht;

6Het uit oogpunt van rechtszekerheid en afdwingbaarheid nodig is deze parkeernorm formeel vast te leggen;

De beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds als volgt te wijzigen:

Oorspronkelijk besluit:

Artikel Aanleiding

Eén van de acties uit het vastgestelde Parkeerbeleidsplan gemeente Rhenen is het opstellen van uitgangspunten/randvoorwaarden voor het onttrekken of toevoegen van parkeerplaatsen aan de openbare weg.

Het parkeren bij bouwplannen (functieverandering, nieuwbouw, inbreiding) is geregeld in de gemeentelijke bouwverordening. In de bouwverordening (artikel 2.5.30 lid 1) staat vermeld dat: “ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht, in op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort”. Wanneer de initiatiefnemer niet de mogelijkheid heeft om de parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren, zal in eerste instantie geen bouwvergunning moeten worden verleend. Het college heeft de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen ten aanzien van het bepaalde in lid 1 (artikel 2.5.30 lid 4). Van deze ontheffing is in het verleden dan ook geregeld gebruik gemaakt. Met als gevolg dat de aanleg van extra parkeerplaatsen voor eigen rekening van de gemeente zijn.

Het centrumgebied van Rhenen heeft te kampen met een hoge parkeerdruk. Met enige regelmaat ontvangt de gemeente aanvragen voor bouwplannen in deze gebieden (functieverandering, nieuwbouw, inbreiding). Vaak leiden deze plannen tot een toename van het verkeer en de vraag naar (extra) parkeerplaatsen. Omdat deze extra parkeerplaatsen in het centrumgebied niet voorhanden zijn, is het parkeren een toetsingscriterium van het bouwplan. Hierdoor heeft het parkeren een prominente rol bij de beoordeling van de bouwplannen. Dit vraagt om een uniforme regeling hoe om te gaan met de afweging bij het beoordelen van de parkeerbehoefte. De regeling heeft alleen betrekking op het centrumgebied van Rhenen. Voor de gebiedsafbakening zie bijlage 1.

Gevolgen Wet ruimtelijke ordening (Wro)

De nieuwe Wet ruimtelijke ordening is in 2008 ingegaan, waarbij tegelijkertijd de Woningwet, waarop de bouwverordening is gebaseerd, is gewijzigd. Dat heeft drie grote gevolgen voor het parkeren [KpVV, maart 2010]:

1vanwege het onderscheid tussen beleid en normen mogen beleidsplannen geen normen bevatten;

2op grond van de nieuwe Woningwet mogen bouwverordeningen geen stedenbouwkundige voorschriften meer bevatten, dus ook niet over parkeren;

3in 2013 moet voor het hele grondgebied van een gemeente een nieuw of herzien bestemmingsplan gelden, dus ook binnen de bebouwde kom, waar dat nu nog niet hoeft.

Het vervallen van de mogelijkheid om het parkeren te regelen in een bouwverordening heeft in de praktijk tot problemen geleidt. Een wijziging van normen of een ontheffing in een bestemmingsplan betekent een wijziging van het bestemmingsplan, met als gevolg lange procedures. De wijziging van de Woningwet is op dit punt nog niet ingegaan. Het parkeren kan vooralsnog in de komende jaren het beste worden geregeld in de bouwverordening, met een verwijzing naar een gemeentelijke nota parkeernormen. In bestemmingsplannen kan tevens naar deze nota worden verwezen of uitzonderingen aangeven.

Voor de instelling van het parkeerfonds heeft de gemeenteraad het parkeerartikel van de bouwverordening aangepast. Voor de praktische uitvoering van het parkeerartikel is de nu voorliggende beleidsnota opgesteld.

Leeswijzer

In deze nota is allereerst aangegeven op welke wijze de gemeentelijke parkeereis wordt vastgesteld en onder welke voorwaarde ontheffing van de deze gemeentelijke parkeereis kan worden verleend. Tot slot is nader ingegaan op de afkoopregeling, met de hoogte van de parkeerbijdrage en de aanwending van de middelen uit het parkeerfonds.

2. VASTSTELLEN GEMEENTELIJKE PARKEEREIS

Het verder faciliteren van openbare parkeerplaatsen is geen optie omdat beschikbare ruimte voor parkeren schaars is en leidt tot extra gemeentelijke uitgaven. Ook al zijn er in de nabije omgeving voldoende parkeerplaatsen aanwezig, is het wenselijk dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt voldaan aan de parkeernormen. Deze parkeerplaatsen zijn namelijk voor het algemeen of specifieke doel aangelegd. Daarom hanteren we als gemeente de volgende voorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een bouwvergunning is vereist:

•voldoen aan de parkeernormen;

•realiseren van parkeervoorzieningen op eigen terrein om te voorkomen dat het parkeren op de directe omgeving wordt afgewenteld.

Wanneer er geen of onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, dient het bouwplan te worden aangepast of er kan geen bouwvergunning worden verleend.

BIJLAGE 1: AANDUIDING CENTRUMGEBIED

Zie afbeelding 1

BIJLAGE 4: PARKEEROVEREENKOMST AFKOOPREGELING

1Gericht op het scheppen van voorwaarden, waaronder de gemeente Rhenen

ontheffing kan verlenen van de parkeereis als bedoeld in artikel 2.5.30 van de

Bouwverordening, zulks in verband met de verbouwing/ uitbreiding van het

_______________;

-hierna te noemen: ________________-

2De gemeente Rhenen, ten deze in gevolge van artikel 171 van de Gemeentewet

vertegenwoordigd door de burgemeester, J.H.A. van Oostrum

-hierna te noemen: de gemeente

overwegende,

-Dat ___aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor het verbouwen en uitbreiden

van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I , nr .___heeft

ingediend;

-Dat op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening in voldoende

mate aan de te verwachten behoefte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op

meer dan twee wielen - indien de omvang of de bestemming van een gebouw daar toe

aanleiding geeft - moet zijn voorzien in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het

daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein;

-Dat toepassing van de gehanteerde parkeernorm op het door ___ ingediende bouwplan

leidt tot de eis van een te scheppen parkeergelegenheid ter grootte van __

parkeerplaatsen;

-Dat door het ontbreken aan mogelijkheden ___niet aan die eis kan voldoen;

-Dat de gemeente op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30

van de Bouwverordening echter van die eis ontheffing kan verlenen;

-Dat de gemeente bereid is die ontheffing te verlenen mits er omstandigheden worden

geschapen waaronder die ontheffing zonder schade aan de door de gemeente te

behartigen belangen kan worden verleend;

-Dat immers het verlenen van ontheffing zonder voorwaarden - waarvan het gevolg zal zijn

dat door ___ geen of ontoereikende voorzieningen getroffen zullen worden, op of onder

het eigen gebouw dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein

en ___niet bijdraagt in voorzieningen van andere aard - niet in aanmerking komt, omdat

een toename van de behoefte aan parkeergelegenheid niet aanvaardbaar is voor de

gemeente, tenzij de mogelijkheid wordt geopend de parkeerproblemen te ondervangen

die het te verwachten gevolg zijn van de uitbreiding van de bebouwing volgens het

ingediende bouwplan, dat niet voldoet aan de parkeereis gesteld in artikel 2.5.30 van de

Bouwverordening;

komen overeen als volgt:

Artikel 1

__verplicht zich de gemeente in staat te stellen in de door de verbouwing/uitbreiding van ___,

plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I , nr . ___ te verwachten parkeerbehoefte

te voorzien door betaling van een bedrag ter grootte van € … inclusief BTW, zijnde het verschuldigde

bedrag voor het aanleggen van ….openbare parkeerplaatsen of aanvullende parkeer(regulerende) maatregelen.

Artikel 2

De gemeente aanvaardt de in artikel 1 genoemde geldsom en verplicht zich om binnen tien jaar na

dagtekening van deze overeenkomst in het centrumgebied, met genoemd perceel

als middelpunt, het in artikel 1 genoemde aantal openbare parkeerplaatsen aan te leggen of aanvullende parkeer(regulerende) maatregelen te realiseren. De gemeente is niet verplicht gelden terug te storten indien zij geen openbare parkeerplaatsen, binnen tien jaar na dagtekening van deze overeenkomst, in het uiterste geval,niet heeft kunnen realiseren.

Artikel 3

Door de betaling van de in artikel 1 vermelde geldsom door ___ en aanvaarding van dat bedrag door

de gemeente met het oogmerk deze geldsom te besteden op de wijze als in artikel 2 omschreven, zijn

de omstandigheden geschapen waaronder het daartoe bevoegde orgaan van de gemeente ontheffing

kan verlenen als bedoeld in artikel 2.5.30 lid 4 van de Bouwverordening met betrekking tot het plan

voor het verbouwen en uitbreiden van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend kern ___, sectie

___I, nr . ___.

Artikel 4

___doet voor nu en voor de toekomst afstand van iedere aanspraak op het uitsluitend gebruik van de

door de gemeente uit hoofde van deze overeenkomst aangelegde of aan te leggen parkeerplaatsen

dan wel reeds aanwezige (openbare) parkeerplaatsen.

Artikel 5

De in artikel 1 genoemde geldsom moet door ___binnen ___ dagen na de datum van ondertekening

van deze overeenkomst worden gestort op bankrekeningnummer *** ten name van de gemeente

Rhenen.

Artikel 6

Deze overeenkomst wordt als ontbonden beschouwd indien de in artikel 3 bedoelde vergunning om

wat voor reden dan ook door de gemeente niet wordt verleend. In dat geval zal het reeds ontvangen

bedrag, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, aan ___worden gerestitueerd.

Artikel 7

Partijen doen over een weer afstand van het recht om zich op de in het Burgerlijk Wetboek

opgenomen gronden ontbinding van de koop en levering te beroepen.

Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Rhenen op _________

Gemeente Rhenen naam/organisatie

J.H.A. van Oostrum dhr/mevr ……………….

Burgemeester functie …………………..

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.