Aanhef
De raad van de gemeente Rheden;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 mei 2006;
gelet op artikel 96 lid 1 Gemeentewet;
b e s l u i t :
1in te trekken de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden, protocolnummer 001.03, laatstelijk gewijzigd 27 maart 2001;
2vast te stellen de Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006
hoofdstuk
Artikel 1 Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.leden van de commissie: de leden van een commissie, als bedoeld in artikel 82 e.v. van de Gemeentewet;
b.voorzitter: de voorzitter van een in deze verordening genoemde, commissie, welke niet tevens lid is van de raad;
c.vergoeding: de vergoeding als bedoeld in artikel 96 lid 1 van de Gemeentewet;
d.normbedrag: het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Staatsblad 244).
Artikel 2
1De leden van onderstaande commissies die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 2½ x het normbedrag:
-de Commissie bezwaarschriften;
-de Rekenkamercommissie;
-de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
2De voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, alsmede in voorkomende gevallen diens plaatsvervanger, ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 3 x het normbedrag.
3De leden en voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, ontvangen voor het bijwonen van de commissievergadering een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
Artikel 3
1De leden van onderstaande commissies die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van ½ x het normbedrag:
-de Ombudscommissie;
-de Marktcommissie.
2De voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, alsmede in voorkomende gevallen diens plaatsvervanger, ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 2 x het normbedrag.
3De leden en voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, ontvangen voor het bijwonen van de commissievergadering een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
Artikel 4 Subcommissies en werkgroepen
Leden en voorzitter van subcommissies of werkgroepen, ontstaan uit de commissies genoemd in deze verordening, komen slechts voor een vergoeding als bedoeld in de artikelen 2 of 3 in aanmerking indien daartoe een separaat besluit is genomen door het bestuursorgaan dat de commissie heeft ingesteld.
Artikel 5 Uitbetaling
De in de artikel 2 en 3 onder lid 1 en 2 bedoelde vergoedingen worden na afloop van elk halfjaar aan de rechthebbende uitbetaald. De in deze artikelen onder lid 3 bedoelde reis- en verblijfkostenvergoeding wordt op declaratiebasis betaalbaar gesteld.
Slotbepalingen
Artikel 6 Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan dat de commissie heeft ingesteld kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 7 Inwerkingtreding en intrekking verordening
1Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking.
2Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden, protocolnummer 001.03, laatstelijk gewijzigd 27 maart 2001.
Artikel 8 Toezending aan Gedeputeerde Staten
Conform artikel 98 Gemeentewet wordt deze verordening na vaststelling toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 september 2006, nr. 3.