Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 april 2015,
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 110a en 110b van de Wet geluidhinder overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen over het verlenen van hogere waarden met betrekking tot geluidhinder;
b e s l u i t :
vast te stellen de: Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015
Artikel 1 Wettelijk kader
In artikel 110a en 110b van de Wet geluidhinder zijn de bevoegdheden van het college van Burgemeester en wethouders vastgelegd. De voorkeursgrenswaarden en de maximale te verlenen waarden verschillen per geluidsbron en zijn ook afhankelijk van de ligging van de geluidgevoelige bestemming. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voorkeursgrenswaarden en maximaal hogere waarde.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 110a lid 5 en lid 6 van de Wet geluidhinder alleen hogere waarden vaststellen als is gebleken dat:
•de geluidsbelasting niet kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde;
•de geluidsbelasting kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde, maar dat dit leidt tot
•overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige,
•landschappelijke of financiële aard;
•de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting.
Artikel 2 Uitbreidingslocaties
Bij uitbreidingslocaties wordt gestreefd naar een optimalisatie van het bouwplan. Op uitbreidingslocaties worden hogere grenswaarden verleend tot maximaal 58 dB wegverkeer, 63 dB railverkeer en 53 dB(A) industrielawaai. Hierbij moet worden aangetoond dat is gekozen voor de akoestisch optimale invulling van de uitbreidingslocatie. Indien vanuit stedenbouw zwaarwegende argumenten zijn voor een andere invulling van de locatie dan kan worden afgeweken van de akoestisch optimale invulling van het terrein. Dit zal worden gemotiveerd in het hogere waarden besluit van de desbetreffende locatie.
Artikel 3 Inbreidingslocaties
In de gemeente is er vaak sprake van inbreidingslocaties zoals vrijkomende bedrijfslocaties langs de spoorlijn. Voor deze locaties kunnen de maximale hogere waarden worden verleend. Om deze hogere waarden te kunnen verlenen is het wel van belang dat de nieuwe woning/geluidsgevoelige bestemming bestaande bebouwing vervangt, of zorgt voor een afscherming van bestaande geluidgevoelige bestemmingen, of dat de nieuwe woning/geluidsgevoelige bestemming een open plaats opvult tussen de bestaande bebouwing. Bij het verlenen van de hogere waarden zal ook bekeken worden of er één buitenruimte van de woning aan de geluidsluwe zijde ligt.
Artikel 4 Dove gevel
Een dove gevel (een gevel zonder te openen delen) wordt in de Wet geluidhinder niet aangemerkt als een gevel en is dus vrij van toetsing aan de waarden uit de Wet geluidhinder. Een dove gevel wordt dus soms toegepast om op hoge geluidsbelaste locaties toch een geluidsgevoelige bestemming mogelijk te maken. Hierbij kan gedacht wordt aan bebouwing op hele korte afstand van het spoor of het bebouwing in de zone van de snelweg. Indien vanuit stedenbouwkundige redenen het gewenst is om een geluidsgevoelige bestemming te realiseren en het is niet mogelijk om te kunnen voldoen aan de voorwaarden uit Artikel 1 en 2 dan kan overwogen worden om een dove gevel toe te passen. In het hogere waarden besluit wordt dit gemotiveerd. Het toepassen van een dove gevel wordt via een voorwaardelijke verplichting aan het ruimtelijke besluit zoals een bestemmingsplan geborgd.
Artikel 5 Cumulatie van geluid
In de Wet geluidhinder is opgenomen dat de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij de cumulatie van geluid kunnen eisen worden gesteld aan de situering van de geluidsgevoelige ruimten in een woning. Bij gecumuleerde geluidsbelastingen tot 63 dB moet minimaal één geluidluwe gevel aanwezig zijn. Bij gecumuleerde geluidsbelastingen vanaf 63 dB moet minimaal één geluidsgevoelige binnenruimte (bijvoorbeeld een slaapvertrek) gelegen zijn aan de minst belaste zijde. In het hogere waarden besluit wordt dit opgenomen. Dit wordt via een voorwaardelijke verplichting aan het ruimtelijke besluit zoals een bestemmingsplan geborgd.
Artikel 6 Financiële aard
Bij de bouw van geluidsgevoelige bestemmingen in de gemeente Rheden is er in de meeste gevallen sprake van een klein aantal woningen. De kosten van het toepassen van bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen is in de meeste gevallen niet rendabel. Om te bepalen of er sprake is van "overwegende bezwaren van financiële aard" wordt bij ingrijpende projecten aansluiting gezocht bij het doelmatigheidscriterium in de "Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen".
Artikel 7 Slot
Daar waar de Nota Hogere waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 niet in voorziet zal in het hogere waarden besluit een gemotiveerde afweging worden gemaakt.
Artikel 8 Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximaal hogere waarde
Hieronder staan de voorkeursgrenswaarde en de maximaal hogere waarde per bron (weg, spoor of industrie) en per bestemming (woning of andere geluidgevoelige bestemming). Het beschermingsniveau is geregeld in de Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder.
Beschermingsniveau realiseren woningen in de zone van een weg:
Nieuwe woning
Aanwezige weg
Aanwezigheid auto(snel)weg
Woning
In stedelijk gebied 63 dB
In buitenstedelijk gebied 53 dB
In buitenstedelijk1 gebied 53 dB
Agrarische woning2
In buitenstedelijkgebied 58 dB
In buitenstedelijk1 gebied 58 dB
Vervangde nieuwbouw3
In stedelijk gebied 68 dB
Buiten de bebouwde kom 58 dB
Binnen de bebouwde kom 63 dB
Buiten de bebouwde kom 58 dB
1Voor woningen in een zone van een autosnelweg geldt altijd het beschermingsniveau voor buitenstedelijk gebied. Ook als de woningen binnen de bebouwde kom liggen. Dit volgt uit de definitie van stedelijk- en buitenstedelijk gebied in de Wet geluidhinder.
2Ter plaatse noodzakelijk vanwege de uitoefening van een agrarisch bedrijf.
3Vervangende nieuwbouw (nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd en dienen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen). Voor vervangende nieuwbouw gelden de aanvullende eisen dat vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur óf een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
Beschermingsniveau realiseren nieuwe andere geluidsgevoelige gebouwen/terreinen in de zone van een weg:
Nieuwe andere geluidsgevoelige gebouwen
Bij een weg
Gebouwen in buitenstedelijk gebied
53dB
Gebouwen in stedelijk gebied
63dB
Geluidsgevoelige terreinen
53dB
Beschermingsniveau realiseren geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een spoorweg
Bestemming
Voorkeursgrenswaarde
Hoogst toelaatbare geluidsbelasting
Woning
55dB
68dB
Andere geluidsgevoelige gebouwen
53dB
68dB
Geluidsgevoelige terreinen
55dB
63dB
Beschermingsniveau realiseren geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een gezoneerd industrieterrein
Bestemming
Voorkeursgrenswaarde
Hoogst toelaatbare geluidsbelasting
Woning
50dB(A)
55dB(A)
Andere geluidsgevoelige gebouwen
50dB(A)
55- 60 dB(A)
Geluidsgevoelige terreinen
50dB(A)
55dB(A)
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregels treden in werking op 27 april 2015.
2Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015’.