Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026

Gemeente Reusel-De Mierden · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Reusel-De Mierden;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025,

nummer BW25.0366;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026.

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1container: een vanwege de gemeente uitgezette container met een bepaald volume

2gft afval: groente, fruit- en tuinafval

3restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.1994, 80).

2De afvalstoffenheffing, bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel, wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

1De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a.degene die, naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b.ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in hoofdstuk 1.1, 1.2 en 1.3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingtijdvak

1Het belastingtijdvak is een aaneengesloten periode van zes kalendermaanden.

2Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2026.

3Het tweede belastingtijdvak gaat in op 1 juli 2026.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden van het voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van het voor dat tijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt.

5Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk 4 weken na dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand volgend op de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.

4Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze wordt opgelegd met de aanslag.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

2De Verordening afvalstoffenheffing 2025 en de bijbehorende tarieventabel, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024, nummer RA24.082 wordt ingetrokken met ingang van

1januari 2026. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2026 met bijbehorende tarieventabel’.

Tarieventabel, behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026

PRIVATE AlgemeenTC \l 1 "Algemeen"

De bedragen in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd zijn.

HOOFDSTUK 1.1. MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

1.1.1.

De belasting bedraagt per perceel per maand van het belastingtijdvak € 12,52

HOOFDSTUK 1.2 MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

1.2.1. Bedrag per lediging

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting per lediging van:

een container van 140 liter voor gft-afval

€ 3,72

Een container van 240 liter voor gft-afval

€ 6,39

Een container van 25 liter voor gft-afval

€ 0,66

Een container van 40 liter voor gft-afval

€ 1,07

Aanschaf van een 30 liter gemeentelijke tariefzak

€ 4,40

Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter

€ 8,80

Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 30 liter

€ 4,40

HOOFDSTUK 1.3

1.3.1.

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het aanbieden van afval aan de milieustraat:

Categorie-indeling

Tarief

Categorie 0:

Wit- en bruingoed (tv, koelkast e.d.), kadavers van kleine huisdieren, asbest (max. 35 m²), afgewerkte olie (max. 5 liter), klein chemisch afval, retour glas, papier/karton, bruikbare textiel, kleding, schoeisel en kringloopgoederen, schoon EPS (piepschuim/tempex), Matrassen (1- of 2-persoons / schoon en droog).

Gratis

Categorie I:

Voetganger of fietser

€ 6,00

Categorie II:

-Blad, gras, snoeihout en grond (niet chemisch verontreinigd of vermengd met andere materialen) tot 1

m³

-Blad, gras, snoeihout en grond (niet chemisch verontreinigd) voor elke m³, of een gedeelte daarvan,

meer dan 1 m³

€ 3,00

€ 6,00

Categorie III:

-Grof restafval, bouw- en sloopafval tot 0,5 m³

-Grof restafval, bouw- en sloopafval tot 1 m³

-Grof restafval, bouw- en sloopafval voor elke m³, of een gedeelte daarvan, meer dan 1 m³

€ 9,00

€ 17,50

€ 28,00

Aparte regeling voor vuilniszakken per zak van maximaal 60 liter

€ 17,50

Een nieuwe milieupas bij verlies of diefstal

€ 7,00

Behoort bij het raadsbesluit van 16 december 2025.

De griffier van de gemeente Reusel-De Mierden,

Mw. I.A.C. de Groot

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.