Gemeentelijke regelgeving

Nota Industrielawaai

Gemeente Reusel-De Mierden · geldt sinds 9 februari 2008

Aanhef

De raad van de gemeente Reusel-De Mierden;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2007, nummer 07-516;

besluit vast te stellen de:

Nota Industrielawaai

Inleiding

Artikel

Doel van de nota industrielawaai

Sinds 1998 is de “Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening” van kracht. Deze handreiking geeft gemeenten de vrijheid om een eigen beleid vast te stellen op het gebied van industrielawaai. De gemeentelijke nota industrielawaai geeft het beleidskader voor milieuvergunningverlening. De nota heeft betrekking op inrichtingen met individuele vergunningen maar ook op inrichtingen die vallen onder een “Algemene maatregel van Bestuur”, ex artikel 8.40 van de Wet milieubeheer in verband met nadere regels.

De gemeentelijke nota industrielawaai geeft uitsluitsel over het stellen van voorschriften en de richt- of grenswaarden voor het industrielawaai per deelgebied van de gemeente. Met het gebiedsgerichte geluidbeleid wordt een geluidnorm vastgelegd die het best past bij het specifieke karakter en de functie van een (deel-) gebied binnen de gemeente. De richtwaarde moet gebaseerd zijn op de geluidskwaliteit die de gemeente op langere termijn voor het betreffende gebied nastreeft. Dit geeft de gemeente de ruimte om in te spelen op knelpunten op het gebied van industrielawaai.

Het vaststellen van een gemeentelijke nota industrielawaai heeft de volgende voordelen:

de richtwaarde is gebaseerd op de gemeentelijke visie op de geluidkwaliteit in dat gebied;

het geluidbeleid geeft duidelijkheid; binnen een bepaald gebied geldt voor inrichtingen één richtwaarde;

voor ieder geval is de te stellen richtwaarde bekend en vastgelegd;

bedrijven hebben geen “onbeperkte” geluidruimte (meer);

het uitvoeren van referentieniveau metingen ter bepaling van de toetsingswaarde is niet langer nodig.

In de situatie zonder geluidbeleid is van bovenstaande voordelen geen of niet altijd sprake. De huidige richtwaarde bedraagt bij agrarische vergunningverlening in de meeste gevallen 40 dB(A) (etmaalwaarde). De geluidruimte is zeer beperkt in geval van (agrarische) woningen in de directe omgeving van het bedrijf. Ook in het centrum van een dorpskern is slechts beperkte ruimte voor bedrijvigheid wanneer moet worden uitgegaan van de richtwaarden uit tabel 1.1.

Wanneer geen woningen in de omgeving van een bedrijf liggen is de geluidruimte voor een bedrijf juist erg groot, omdat de richtwaarde geldt ter plaatse van woningen. Dit laatste kan problemen geven bij toekomstige ontwikkelingen zoals woningbouwplannen in de buurt van een bedrijf. Zowel een bestemmingsplan als een nota industrielawaai dienen gebaseerd te zijn op de functie en ontwikkeling van een gebied, die op langere termijn wordt nagestreefd. Van rechtstreekse “toetsing” aan elkaar is geen sprake. Wel zal de geldende richtwaarde voor bedrijven, op grond van de nota industrielawaai, indirect doorwerken op nieuwe plannen met geluidgevoelige bestemmingen; de te hanteren geluidruimte is immers vastgelegd in de milieuvergunning gebaseerd op de nota industrielawaai.

Tabel 1.1 Richtwaarde voor woonomgevingen (zonder geluidbeleid)

Gebiedstypering

Richtwaarde voor het LAr,LT

Zonder geluidbeleid

(etmaalwaarde) [dB(A)]

Landelijke omgeving

40

Rustige woonwijk, weinig verkeer

45

Woonwijk in de stad

50

Zonder geluidbeleid gelden voor vergunningsplichtige bedrijven de richtwaarden zoals weergegeven in tabel 1.1. In veel gevallen is het echter niet duidelijk aan welke richtwaarde getoetst moet worden omdat de gebiedstypering niet voldoende aansluit bij de categorieën in deze tabel. Tabel 1.1 geeft bijvoorbeeld geen duidelijkheid over de te hanteren richtwaarde op industrie- of bedrijventerreinen. Er kan dan worden getoetst aan het referentieniveau ter plaatse van gevels van woningen op of rond het industrieterrein. Hiervoor is het uitvoeren van metingen meestal noodzakelijk.

Een meting is echter slechts een momentopname (afhankelijk van de tijd van het jaar, het moment binnen een etmaal, de windrichting enzovoort). Daarbij is het per situatie vaststellen van de referentieniveaus een tijdrovende en kostbare zaak. Wanneer het gemeten referentieniveau ter plaatse van gevels van woningen laag is geeft dit een beperking voor bedrijvigheid (ook op industrieterreinen).

Voor meldingsplichtige bedrijven geldt zonder beleid in principe een grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde, ongeacht de ligging van het bedrijf. Deze waarden gelden in de meeste gevallen ter plaatse van woningen van derden. Ook wanneer deze woningen ver weg liggen.

Werkwijze

Bij het vaststellen van de richtwaarde voor een gebied speelt het heersende geluidsniveau in eerste instantie een belangrijke rol. De inventarisatie van de heersende geluidsniveaus in de gemeente wordt met een referentieniveaukaart zichtbaar gemaakt. Ook ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen als gevolg van ander beleid, zoals de aanleg van een weg, de sluiting van een bedrijf, realisatie van een woonwijk, worden geïnventariseerd. Afhankelijk van de gewenste functie of ontwikkeling, kan een lagere of hogere richtwaarde dan het heersende geluidsniveau, worden nagestreefd en vastgelegd in de nota industrielawaai.

De overwegingen die ten grondslag liggen aan het vaststellen van de richtwaarde per deelgebied worden zo goed mogelijk vastgelegd en uitgedragen, zodat betrokkenen duidelijk wordt waarop het beleid is gestoeld. Het is van belang dat, gelet op artikel 8.8 Wm, een vaststelling van een richtwaarde hoger dan het heersende geluidsniveau in de gemeentelijke nota industrielawaai goed wordt gemotiveerd. Daarmee zal deze beleidskeuze voor een milieuhygiënisch minder optimale situatie de eventuele toets bij een rechter kunnen doorstaan.

De gemeentelijke nota industrielawaai bevat een kaart en een tabel met richtwaarden voor de onderscheiden gebieden bevatten. Afwijken van deze richtwaarden en het beleid, zal slechts in bijzondere gevallen mogelijk zijn.

Perceptie van geluid

Bij het vaststellen van de richtwaarden speelt naast de bestaande situatie en de (gewenste) ontwikkelingen, de afweging van te verwachten hinder een belangrijke rol. Onderstaande tabellen geven enig inzicht in de perceptie van geluid en te verwachten hinder bij bepaalde geluidniveaus. (Bron: Handreiking industrielawaai en vergunningverlening).

Tabel 1.2 Perceptie van omgevingsgeluid

Perceptie

Langtijdgemiddelde (equivalent) geluidsniveau (LAr,LT ) in dB(A)

Dag (07-19 uur)

Avond (19-23 uur)

Nacht (23-07 uur)

Zeer stil

< 40

< 35

< 30

Stil

41-45

36-40

31-35

Rustig

46-50

41-45

36-40

Hoorbaar

51-55

46-50

41-45

Rumoerig, druk

56-60

51-55

46-50

Lawaaiig

61-65

56-60

51-55

Zeer lawaaiig

> 66

> 61

> 56

Tabel 1.3 Percentages ernstig gehinderden door industrielawaai

(Bron: 'Response functions for noise in residential areas', VROM, 1993)

Letmaal in dB(A)

ernstig gehinderden in %

45-50

0-10

50-55

10-20

55-60

20-25

60-65

25-40

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.