Aanhef
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2022;
gelet op artikel 16.15 van de Omgevingswet;
besluit vast te stellen:
‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’
A. Stedelijk gebied
Op gronden in de bebouwde kom, niet behorend tot een bedrijventerrein, met een bestemming gericht op intensieve bebouwing, zoals woondoeleinden, detailhandelsdoeleinden, kantoordoeleinden, zakelijke dienstverleningsdoeleinden, maatschappelijk doeleinden, zorgdoeleinden, bedrijfsdoeleinden, recreatieve doeleinden, sportdoeleinden, verkeersdoeleinden of groenvoorziening, mogen in afwijking van het omgevingsplan de volgende projecten worden gerealiseerd, mits deze naar aard en omvang passen binnen de ruimtelijke (stedenbouwkundige en functionele) uitgangspunten van het omgevingsplan en de aard, schaal en functie van de kern:
1Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een hoogte van maximaal 15 meter. Voor lichtmasten is een maximale hoogte van 20 meter toegestaan;
2Het realiseren van één of meerdere woningen, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, op een inbreidingslocatie. Als een inbreidingslocatie wordt aangemerkt: een locatie binnen bestaand stedelijk gebied zoals vastgelegd op de themakaart Stedelijk gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, waarbij het plan voorziet in maximaal vijf woningen.
3Het realiseren of uitbreiden van een gebouw bij een bestaande detailhandel-, kantoor of zakelijke dienstverleningfunctie, of wijziging van en naar genoemde functies, zonder onevenredige verkeersaantrekkende werking;
4Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een gebouw ten behoeve van een op die locatie bestaande maatschappelijke voorziening;
5Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een gebouw ten behoeve van een op die locatie bestaande zorgvoorziening;
6Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van een op die locatie bestaand bedrijf, behorend bij milieucategorie 1 of 2, zonder negatief effect op de woningvoorraad en zonder onevenredige verkeersaantrekkende werking;
7Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een gebouw ten behoeve van een op die locatie bestaande recreatieve- en/of sportvoorziening, niet zijnde (ondergeschikte) horeca;
8Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer en het wegverkeer;
9De aanleg of aanpassing van een enkele parkeer-, weg-, water- en/of groenvoorzieningen, zonder een toename van verharding;
10Het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen.
B. Bedrijventerreinen
Op gronden gelegen binnen een bedrijventerrein met een bestemming gericht op bedrijfsdoeleinden, verkeersdoeleinden of groenvoorziening mogen in afwijking van het omgevingsplan de volgende projecten worden gerealiseerd, mits deze naar aard en omvang passen binnen de ruimtelijke (stedenbouwkundige en functionele) uitgangspunten van het omgevingsplan en de aard, schaal en functie van de (directe) omgeving:
1Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een hoogte van maximaal 15 meter. Voor lichtmasten is een maximale hoogte van 20 meter toegestaan;
2Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van een bedrijf behorend tot milieucategorie 2 of hoger, waarbij de toegestane milieucategorie niet toeneemt;
3Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer en het wegverkeer;
4De aanleg of aanpassing van een enkele parkeer-, weg-, water- en/of groenvoorzieningen, zonder een toename van verharding;
5Het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen.
C. Buitengebied
Op gronden in buitengebied met een bestemming gericht op intensieve bebouwing, zoals woondoeleinden, (agrarische) bedrijfsdoeleinden, detailhandelsdoeleinden, kantoordoeleinden, zakelijke dienstverleningsdoeleinden, maatschappelijk doeleinden, zorgdoeleinden, recreatieve doeleinden, sportdoeleinden, verkeersdoeleinden of groenvoorziening, mogen in afwijking van het bestemmingsplan de volgende projecten worden gerealiseerd, mits deze naar aard en omvang passen binnen de ruimtelijke (stedenbouwkundige en functionele) uitgangspunten van het omgevingsplan en de aard, schaal en functie van het buitengebied:
1Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een hoogte van maximaal 15 meter. Voor lichtmasten is een maximale hoogte van 20 meter toegestaan;
2Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van een op die locatie bestaand bedrijf, behorend bij milieucategorie 1 of 2, zonder negatief effect op de woningvoorraad;
3Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een gebouw ten behoeve van een op die locatie bestaande recreatieve- en/of sportvoorziening, niet zijnde (ondergeschikte) horeca;
4Het realiseren, uitbreiden of wijzigen van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer en het wegverkeer;
5De aanleg of aanpassing van een enkele parkeer-, weg-, water- en/of groenvoorzieningen, zonder een toename van verharding;
6Het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen.
7Het realiseren van één woning volgens de regeling Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken.
8Het splitsen van woningen in karakteristieke bebouwing volgesn de regeling Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
9De uitzondering van het bindend adviesrecht zoals genoemd in lid 7 en lid 8 van dit artikel geldt uitsluitend voor zover de ontwikkeling betrekking heeft op het realiseren van maximaal één woning of het splitsen van een woning in karakteristieke bebouwing die is gelegen binnen een kernrandzone in Reusel, Hooge Mierde, Lage Mierde of Hulsel.
D. Heel grondgebied
Op gronden gelegen binnen het hele grondgebied mogen in afwijking van het omgevingsplan de volgende projecten worden gerealiseerd, die voorheen mogelijk waren op grond van de zogenaamde kruimelgevallenregeling van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (vervallen):
1een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
2een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening voor zover het betreft een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 5 m, en
b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
3een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 10 m, en
b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
4een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
5een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
6een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
7een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
8het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
9het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
10(niet opgenomen)
11ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
E. Overig
1Het college kan de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaren op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit kan als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De uitgebreide voorbereidingsprocedure kan ook van toepassing worden verklaard als de aanvrager daarom heeft verzocht of mee heeft ingestemd. In dat geval geldt de volgende werkwijze voor die aanvragen waarbij het adviesrecht geldt: de raad wordt om advies gevraagd nadat een ontwerpbesluit voor zienswijzen ter inzage heeft gelegen en het college een definitief besluit kan nemen op een aanvraag om een omgevingsvewrgunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
2Een advies is niet nodig als een activiteit mede betrekking heeft op (een) andere activiteit(en), en op voorhand duidelijk is dat de aanvraag om een omgevingsvergunning op andere gronden dan strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan geweigerd moet worden.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’.