Aanhef
Nr. 409
De raad van de gemeente Renswoude;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 150 Gemeentewet ;
besluit vast te stellen de volgende
Inspraakverordening Renswoude 1994
§ 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
De verordening verstaat onder:
a.inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover van gedachten wisselen;
b.inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven.
§ 2. Object van inspraak
Artikel 2
1Inspraak is in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk bestuur.
2In elk geval wordt inspraak verleend op beleidsvoornemens betreffende:
a.De voorbereiding of de herziening van ruimtelijke plannen;
b.De stads- of dorpsvernieuwing;
c.De welzijnsvoorzieningen.
3Geen inspraak wordt verleend:
a.Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
b.Indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten;
c.Indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is.
§ 3. Subject van inspraak
Artikel 3
Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en natuurlijke- en rechtspersonen die in de gemeente een belang hebben.
§ 4. Inspraakprocedure
Artikel 4
Op de in deze verordening bedoelde inspraakprocedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassingen.
Artikel 5
1Burgemeester en wethouders stellen voor elk beleidsvoornemen, waarop inspraak wordt verleend, een inspraakprocedure vast.
2De inspraakprocedure omvat:
a.De wijze waarop inspraak wordt verleend;
b.Een termijnstelling;
c.Een omschrijving van de mate waarin en de voorwaarden waaronder de in artikel 3 genoemden invloed op het beleidsvoornemen kunnen uitoefenen.
Artikel 6
Burgemeester en wethouders kunnen de inspraakprocedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen dat vereist. Zij geven hiervan kennis overeenkomstig het gestelde in artikel 3.42 van de Algemene wet bestuursrecht.
§ 5. Eindverslag
Artikel 7
1Ter afronding van de inspraak maken burgemeester en wethouders een eindverslag op.
2Het eindverslag bevat in ieder geval:
a.Een overzicht van de gevolgde procedure;
b.Een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
c.Een reactie op deze zienswijzen waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen zou kunnen worden overgegaan.
3Burgemeester en wethouders brengen het eindverslag onmiddellijk ter kennis van de gemeenteraad.
§ 6. Beklagrecht
Artikel 8
1Degenen aan wie op grond van artikel 3 het recht van inspraak is verleend kunnen over de wijze van uitvoering van deze verordening en de inspraakprocedure bij burgemeester en wethouders een schriftelijke klacht indienen.
2Een klacht, als bedoeld in het eerste lid, dient uiterlijk vier weken na afloop van de inspraakprocedure te worden ingediend.
3Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift omtrent de ingediende klacht. Zij kunnen deze termijn met ten hoogste vier weken verdagen.
4Burgemeester en wethouders brengen de beslissing over het klaagschrift onmiddellijk ter kennis van de klager en de gemeenteraad.
§ 7. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 9
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Inspraakverordening Renswoude 1994’.
Artikel 10
1De verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking.
2Met ingang van de dag van inwerktreding van deze verordening vervalt de ‘Inspraakverordening gemeente Renswoude’ zoals vastgesteld door de raad op 10 september 1985.