Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving

Gemeente Renswoude · geldt sinds 5 augustus 2022

Bijlage 1 Toetsmatrix activiteit bouwen

Hoofdaspect

deelaspect

Woningbouw qua omvang gelijk aan vergunningsvrij

berging/ stal GK1

Vergroten woning

Verbouwing tot woning

Nieuwe woning en woongebouw GK1

Woongebouw >GK1

Publiek < €100.000,-

Publiek > €100.000,-

Bedrijf

Veiligheid

Constructie

0

3

3

3

3

3

3

3

3

Brandveiligheid

0

2

1

3

3

3

3

3

3

Afscheiding vloer, trap hellingbaan

0

1

1

2

2

3

2

3

2

Hoogteverschil (trap of hellingbaan vereist?)

0

1

1

2

2

3

3

3

2

trap

0

1

1

2

2

3

3

3

3

hellingbaan

0

1

1

1

1

3

3

3

3

beweegbare constructies (over openbaargebied)

0

2

2

2

2

2

2

2

2

inbraakwering

0

0

0

0

1

1

0

0

0

Gezondheid

geluid

0

nvt

1

2

2

3

2

2

2

installatiegeluid

0

nvt

1

2

2

3

3

3

3

galm

0

nvt

nvt

nvt

nvt

2

nvt

nvt

nvt

geluid in ruimten

binnen hetzelfde perceel

0

nvt

1

2

2

3

1

1

1

tussen percelen

0

nvt

2

2

3

3

3

2

vochtwering

wering vocht van buiten

0

nvt

1

2

3

2

2

2

2

temperatuurfactor

0

nvt

1

2

3

3

2

2

1

wateropname wand

0

nvt

0

1

1

1

1

1

1

ventilatie

0

2

1

2

3

3

3

3

2

spui

0

nvt

1

2

3

3

3

3

nvt

rookgas

0

0

1

2

2

2

3

3

3

schadelijke stoffen

0

1

1

1

1

1

1

1

1

ongedierte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

daglicht

0

nvt

1

2

3

3

3

3

2

Bruikbaarheid

basis VR/VG en GO

0

1

1

2

2

3

3

3

2

toilet

0

nvt

1

2

3

3

3

3

2

badruimte

0

nvt

1

2

3

3

3

3

nvt

bereikbaarheid

vrije doorgang

0

nvt

1

1

2

2

2

2

2

toegankelijkheidsector

0

nvt

nvt

nvt

nvt

3

3

3

3

invalide toilet -en badruimten

0

nvt

nvt

nvt

nvt

3

3

3

2

bergruimte

0

3

0

1

1

3

nvt

nvt

nvt

buitenruimte

0

nvt

0

1

1

3

nvt

nvt

nvt

opstelplaatsen,

aanrecht

0

nvt

0

1

1

1

nvt

nvt

nvt

kooktoestel

0

nvt

0

1

1

1

nvt

nvt

nvt

verwarmings -/warmwatertoestel

0

nvt

0

0

2

3

2

2

2

Energiezuinigheid

EPC

0

nvt

nvt

nvt

2

3

2

2

2

isolatie gevel/wand

0

nvt

1

2

3

3

3

3

2

milieuprestatie

0

nvt

nvt

nvt

3

3

nvt

nvt

2

Installatie

verlichting

0

nvt

0

0

0

0

0

0

0

energievoorziening

0

nvt

0

0

0

0

0

0

0

water

0

nvt

0

0

0

0

0

0

0

afvoer huish/ hemelwater

afvoer vuilwater

0

nvt

0

0

0

0

0

0

0

HWA plat dak

0

nvt

1

2

3

3

3

3

3

HWA schuin dak

0

nvt

0

0

1

1

1

1

1

bereikbaarheid hulpdiensten

0

nvt

0

0

1

brandweer

brandweer

brandweer

brandweer

tunnelveiligheid

0

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

bereikbaarheid van gebouwen met toegankelijkheidsector

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

2

2

2

2

tegengaan criminaliteit

0

nvt

0

0

0

1

0

0

0

veiligheid onderhouden gebouwen

0

nvt

nvt

nvt

0

2

2

2

2

Bijlage 2 Analyse aanvragen 2016-2019

Waarde

2016

2017

2018

2019

Aanvragen

94

99

100

63

Onvolledig

12

13

19

22

Volledig

82

86

81

41

Bouwactiviteit

40

49

53

43

Onvolledig bouw

10

9

11

16

Volledig bouw

30

40

42

27

Afwijkingen

8

10

13

5

Afwijking gecombineerd

4

1

5

2

Bijlage 3 Toetsingskaders Milieu

Hieronder wordt beschreven welke toetsingskaders bij het beoordelen van meldingen en bij de vergunningverlening voor het deel milieu worden betrokken. Per aspect wordt alleen onderscheid aangebracht in de taakvelden Industrie en Agrarisch als dat nodig is.

Binnen de vergunningverlening op het gebied van milieu staat veel wet- en regelgeving vast, maar er is soms ook ruimte om maatwerk te leveren door de regels aan te passen aan de plaatselijke situatie.

1Richting Industriële Emissies (hierna RIE)

De Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU) geeft milieueisen voor de grote milieuvervuilende bedrijven. Deze richtlijn geldt voor alle lidstaten van de Europese Unie. De richtlijn vereenvoudigt zeven richtlijnen tot één richtlijn. De belangrijkste daarvan is de IPPC-richtlijn. Bijlage I van de RIE geeft aan wanneer het een IPPC-installatie betreft.

De RIE eist dat bedrijven de installatie pas in bedrijf nemen als ze een omgevingsvergunning milieu hebben. Deze integrale vergunning moet voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT). Voor IPPC-installaties staan de beste beschikbare technieken in BBT-conclusies.

De vergunningverlening en handhaving van inrichtingen die vallen in categorie 4.5 van bijlage I van de RIE is uitbesteed aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied om te zorgen dat deze taak robuust wordt uitgevoerd.

1.1Coördinatie

De Waterwet en de Wabo kennen een coördinatieregeling bij gelijktijdige verlening of wijziging van de Watervergunning en de omgevingsvergunning bij IPPC-inrichingen. Er is alleen coördinatie als de aanvragen voor de vergunningen gelijktijdig wordt ingediend. Als binnen zes weken na indiening van de aanvraag voor één van de vergunningen geen aanvraag is ingediend voor de andere vergunning, dan wordt de aanvraag voor beide vergunningen buiten behandeling gelaten.

1.2Extra actualisatieplicht

Naast de reguliere actualisatieplicht op grond van art. 2.30 Wabo, geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 5.10, lid 1 Bor). De plicht houdt in dat binnen een termijn van vier jaar, na publicatie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie, door de vergunningverlener moet worden beoordeeld of de IPPC-installatie kan voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT) die in de (nieuwe) BBT-conclusie(s) staan. Indien de installatie niet voldoet moet binnen de termijn van vier jaar de vergunning(voorschriften) worden geactualiseerd én moet de IPPC-installatie binnen de termijn van vier jaar aan die voorschriften voldoen.

1.3Publicatie

In artikel 19 lid 1b Wet milieubeheer is een verplichting opgenomen voor het publiceren van de vigerende vergunning van een IPPC-bedrijf op internet.

1.4IPPC-database

Ten behoeve van de rapportageverplichting van Nederland over IPPC-bedrijven aan Europa is het van belang de IPPC-database actueel te houden. Namens de gemeenten actualiseert de omgevingsdienst de IPPC-database jaarlijks. In artikel 21.2a van de Wet milieubeheer is de verplichting hiertoe opgenomen.

2Best beschikbare technieken (BBT)

Het bevoegd bepaalt bij vergunningverlening de beste beschikbare technieken. Daarbij houdt het bevoegd gezag rekening met de Nederlandse informatiedocumenten over BBT. Deze documenten staan in de bijlage van de Ministeriele regeling Omgevingsrecht (Mor). Voor IPPC-installaties moet het bevoegd gezag daarnaast rekening houden met BBT-conclusies

3Toetsingskader geluid

Voor de toetsing van meldingen Activiteitenbesluit zijn de toetsingseisen benoemd in het Activiteitenbesluit. Voor de toetsing bij de vergunningverlening zijn de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening van 1998 en de Circulaire Industrielawaai van 1979 beschikbaar.

3.1Gemeentelijk beleid

De gemeente Renswoude kent geen specifiek beluid ten aanzien van het toetsingskader Geluid.

3.2Provinciaal beleid

Stiltegebieden

In de Provinciale milieuverordening heeft de provincie Utrecht 13 stiltegebieden opgenomen. Er gelden regels voor geluid in en nabij stiltegebieden. Bij het toetsen van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt hier rekening mee gehouden. Het dichtstbijzijnde stiltegebied is de Amerongse Berg. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het houden van evenementen. De gemeentegrens van Renswoude is in beginsel ver genoeg van het stiltegebied gelegen.

4Toetsingskader luchtkwaliteit

Nederland moet jaarlijks rapporteren aan de EU hoe het gesteld is met onze luchtkwaliteit. Jaarlijks moet elke gemeente over een bepaalde periode gegevens aanleveren over verkeer en veehouderijen.

Binnen het werkgebied van de omgevingsdienst is voor wat betreft bedrijven, voor één pluimveehouderij een overschrijding geconstateerd. Uitbreiden is voor een dergelijke veehouderij slechts mogelijk indien er aan strengere eisen kan worden voldaan.

De toetsing aan de luchtkwaliteitseisen bij vergunningverlening is wettelijk vastgelegd. In hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer zijn milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. De luchtkwaliteit wordt getoetst op de aanwezigheid van schadelijke stoffen in de lucht, zoals koolmonoxide, stikstofoxide en zwevende deeltjes/fijn stof. Er zijn zeer veel variabelen die van invloed zijn op de uitkomst. Hoe sommige van deze variabelen bepaald moeten worden, is soms ook vastgelegd in gemeentelijke verordeningen / handreikingen.

In het Activiteitenbesluit staan ook activiteiten die mogelijk bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor veel van deze activiteiten is de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voorgeschreven. Hierbij moet vooraf getoetst worden aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden.

5Toetsingskader geur

De geur van bedrijven verspreidt zich via de lucht en veroorzaakt een geurbelasting op de woon- en leefomgeving. Onder geurbelasting verstaan we de hoeveelheid geur, uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht, die op een geurgevoelig object zoals een woning 'terecht' komt. Deze hoeveelheid kan worden gemeten of berekend.

Voor de industrie geldt dat er getoetst moet worden of er sprake is van een aanvaardbaar hinderniveau. Hiervoor is een Handleiding Geur Industrie (Infomil) beschikbaar. Lokale overheden kunnen ook een eigen geurbeleid opstellen. Meerdere provincies en gemeenten hebben dat gedaan.

Voor het beoordelen van het aspect geur afkomstig van agrarische bedrijven, is voor vergunningplichtige bedrijven de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader. Voor meldingsplichtige agrarische bedrijven zijn de voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. Deze zijn gebaseerd op de Wgv en grotendeels hetzelfde. Voor veehouderijen zijn in de wet / het Activiteitenbesluit normen benoemd. De wet / het Activiteitenbesluit biedt gemeenten ook de ruimte om binnen bepaalde bandbreedtes af te wijken van de normen. Afwijking moet vastgelegd worden in een verordening en onderbouwd worden in een gebiedsvisie. Verder moet er gerekend worden met een in de wet vastgelegd rekenprogramma (V-Stacks vergunning).

5.1Lokaal geurbeleid

De gemeente Renswoude heeft op lokaal gebied geen specifiek geurbeleid ten aanzien van Industrie vastgesteld, maar wel voor Agrarische bedrijven.

6Toetsingskader ammoniak

Voor het beoordelen van het aspect ammoniak afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen, is de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) het toetsingskader. Onderdeel van de Wav is de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) waarin de ammoniakuitstoot per diersoort en stalsysteem staat aangegeven. De Wav maakt onderscheid in de ligging binnen of buiten een zone van 250 meter van een zeer kwetsbaar gebied. Op grond van de Wav wijzen de Provinciale Staten de gebieden aan die als zeer kwetsbaar gebied worden aangemerkt.

Sinds 1 augustus 2015 is het nieuwe Besluit emissiearme huisvesting in werking getreden. In dit Besluit emissiearme huisvesting zijn maximale emissiewaarden voor huisvestingsystemen opgenomen. Huisvestingssystemen die voldoen aan deze maximale emissiewaarden, worden als BBT beoordeeld. De datum van oprichting van het dierenverblijf bepaalt welke maximale emissiewaarde geldt.

7Toetsingskader externe veiligheid (EV)

Landelijk toetsingskader

Binnen dit toetsingsaspect zijn diverse regelingen van toepassing:

•Activiteitenbesluit

•Besluit externe veiligheid inrichtingen en de regeling (Bevi/Revi)

•Besluit risico zware ongevallen (Brzo)

•Vuurwerkbesluit

•Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik

•PGS richtlijnen

•Registratiebesluit externe veiligheid (Risicoregister)

•Regeling provinciale risicokaart (Risicoregister)

7.1Bevi / Revi

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu voor een dergelijk bedrijf moet rekening worden gehouden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).

In de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn bepaling en toepassing van de veiligheidsnormen verder uitgewerkt.

7.2Brzo

De vergunningverlening en handhaving van inrichtingen die vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) is uitbesteed aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied om te zorgen dat deze taak robuust is belegd bij een expert.

7.3Vuurwerkbesluit

De vuurwerkramp in Enschede in 2000 is aanleiding geweest voor het aanscherpen van wet- en regelgeving rondom het in- en uitvoeren, opslaan, bewerken, afleveren, het voorhanden hebben en het afsteken van vuurwerk. Het Vuurwerkbesluit is rechtstreeks werkend en geldt dus naast het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning.

7.4Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik

In deze Circulaire is aangegeven hoe de aan te houden veiligheidsafstanden tussen opgeslagen ontplofbare stoffen (voor civiel gebruik) en kwetsbare objecten moet worden bepaald. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gebruik van ontplofbare stoffen voor de schietsport, opslag bij wapenhandelaren, het slopen van gebouwen, etc.

7.5PGS richtlijnen.

Ten behoeve van de op- en overslag van gevaarlijke stoffen zijn richtlijnen opgesteld in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Bij een omgevingsvergunning milieu moet rekening worden gehouden met deze PGS richtlijnen. De PGS richtlijnen zijn vermeld als Nederlandse informatiedocumenten over BBT in de bijlage van de Mor.

7.6Registratiebesluit externe veiligheid / Regeling provinciale risicokaart (Risicoregister)

Op grond van het Registratiebesluit externe veiligheid en de Regeling provinciale risicokaart moeten bepaalde inrichtingen (bijvoorbeeld Bevi-inrichtingen, Brzo–inrichtingen, etc.) worden opgenomen in het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS). Gemeenten, provincies en rijk zijn vanaf 2007 verplicht de risico’s van gevaarlijke stoffen in te voeren in het risicoregister. Deze gegevens vormen de basis voor risicokaarten die burgers kunnen raadplegen op www.risicokaart.nl.

Er is een directe samenhang tussen de verlening van vergunningen voor bedrijven die gevaarlijke stoffen hebben en de risico's en ruimtelijke mogelijkheden in de omgeving van dergelijke bedrijven. Afstemming op dit gebied tussen de Omgevingsdienst en de afdeling Fysiek en Sociaal Domein is dan ook van groot belang.

8Toetsingskader water

Onder dit aspect vallen meerdere zaken :

•Lozingen

•Bodemenergiesystemen

•Grondwater

8.1Lozingen

Het lozen van afvalwater vanuit inrichtingen op riolering, oppervlaktewater of op of in de bodem is geregeld in het Activiteitenbesluit, door voorschriften in een omgevingsvergunning of in de watervergunning.

De beoordeling van lozingen afkomstig van inrichtingen, in het kader van de omgevingsvergunning milieu, heeft uitsluitend betrekking op lozingen op de riolering.

De gemeenten en de waterschappen in haar werkgebied hebben in het kader van de Wabo een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld. Onder andere is overeengekomen dat voor aanvragen omgevingsvergunning en meldingen Activiteitenbesluit van inrichtingen die in bijlage 3 van de SOK zijn opgenomen, advies wordt gevraagd aan het betreffende waterschap.

Gemeenten zijn geen waterbeheerder in de zin van de Waterwet, maar beschrijven hun watertaken wel in plannen. Hierbij gaat het met name om het gemeentelijk rioleringsplan waarin naast riool- en afvalwatertaken op grond van de Wet milieubeheer, de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor hemelwater en grondwater wordt beschreven.

8.2Bodemenergiesystemen

Bodemenergie is te onderscheiden in aardwarmte (uit de diepe ondergrond) en gebruik van open dan wel gesloten bodemenergiesystemen (in de ondiepe ondergrond).

Bij open bodemenergiesystemen wordt grondwater onttrokken en vervolgens na gebruik voor verwarming en verkoeling weer terug in de bodem gebracht (geïnjecteerd/geretourneerd).

Warmte- koudeopslag is een soort bodemenergiesysteem dat gebruik maakt van de warmte of koude die van nature aanwezig is in de bodem en het grondwater. Voor deze open bodemenergiesystemen is vrijwel altijd een watervergunning van Gedeputeerde Staten vereist voor het onttrekken van grondwater.

Bij gesloten bodemenergiesystemen wordt geen grondwater verplaatst. De systemen wisselen warmte en koude uit via een gesloten buizenstelsel in de ondergrond. Een veel gebruikte naam voor deze systemen is 'bodemwarmtewisselaar'. De gemeente is bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen. Gesloten bodemenergiesystemen zijn meldingsplichtig en in sommige gevallen is er ook een OBM nodig. Een gemeente is verplicht de meldingen te registreren. De omgevingsdienst registreert de meldingen in het landelijke systeem: landelijk grondwater register (LGR).

8.3Grondwater

Grondwater dient vele functies, waaronder de drinkwaterwinning, landbouw, industrie, natuur en energie. Er moet voldoende zijn, van een goede kwaliteit. Daarnaast dient het grondwaterbeheer, in het bijzonder het grondwaterpeilbeheer, te zijn afgestemd op de verschillende boven- en ondergrondse functies. Een op de verschillende bestemmingen afgestemd grondwaterpeil dient veel belangen.

Binnen het werkgebied van de omgevingsdienst zijn meerdere waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en/of boringvrije zones aanwezig. De gebiedsaanwijzing is opgenomen in bestemmingsplannen. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen dient rekening te worden gehouden met deze gebieden en de activiteiten die daarin worden toegestaan. Op het grondgebied van de gemeente Renswoude is geen sprake van dergelijke gebieden, noch in de nabijheid van het grondgebied.

9Toetsingskader bodem

9.1Bodem inrichtingen

Het (nationale) preventieve bodembeschermingbeleid is vastgelegd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (hierna: NRB). Dit beleid is gericht op het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voor de reguliere bedrijfsvoering, voor zover sprake is van een bodembedreigende situatie. De NRB is opgenomen als Nederlandse informatiedocument over BBT in de bijlage van de Mor. Voor de beoordeling van het aspect bodem bij de vergunningverlening wordt de NRB dan ook als toetsingskader gebruikt.

Als een inrichting bodembedreigende activiteiten verricht moet er veelal een nulsituatie bodemonderzoek worden verzocht. Om het eisen van nulsituatie bodemonderzoeken meer te uniformeren werkt de omgevingsdienst momenteel aan een ´beleidsnotitie nulsituatie bodemonderzoeken´.

9.2Besluit Bodemkwaliteit

Uitgangspunten van het landelijk beleid is dat er niet gebouwd wordt op een bodem die dusdanig is verontreinigd dat risico's voor de gezondheid kunnen ontstaan. Er is een regionale bodemkwaliteitskaart door de gemeenten vastgesteld waarin gebiedsspecifieke regels zijn opgenomen met betrekking tot het omgaan met grondstromen. Het Bodem Informatie Systeem en de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst geeft inzicht in de bodemkwaliteit.

10Toetsingskader energie

10.1Energie

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu wordt de circulaire ‘Energie in de milieuvergunning´ als richtlijn gehanteerd om te bepalen of een energieonderzoek noodzakelijk is en of energiebesparende maatregelen nodig zijn. Conform de Circulaire is het aspect energie relevant wanneer het bedrijf jaarlijks méér dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas verbruikt.

Ook bij meldingsplichtige bedrijven is het aspect energie relevant als het jaarlijks verbruik groter is dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas. Op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit moet een ondernemer dan alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder nemen (zie ook hieronder onder ´erkende maatregelen´).

Energie-efficiency bij bedrijven, instellingen en particulieren is een milieuaspect waarmee in de vergunningverlening rekening moet worden gehouden. Dit is een wettelijke verplichting.

Bij vergunningverlening voor de activiteit milieu wordt getoetst aan toepassing van BBT voor energie-efficiency, binnen de bedrijfsactiviteiten. Dat geldt voor het efficiënt gebruiken van energie bij processen, door installaties en van gebouwen. Bij de behandeling van omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu, wordt energie-efficiency meegenomen door toetsing aan BBT op basis van het aanwezige energiebesparingspotentieel en uitvoerbare energiebesparingsmaatregelen (eventueel op basis van een uitgevoerd energieonderzoek).

10.2Erkende maatregelen

In de bijlage 10 van de Activiteitenregeling zijn voor een aantal bedrijfstakken erkende maatregellijsten opgenomen. Door de maatregelen op de lijst uit te voeren kan de ondernemer voldoen aan de verplichting uit art. 2.15 van het Activiteitenbesluit. De maatregelen zijn alleen erkend als de terugverdientijd 5 jaar of minder is. Per maatregel zijn randvoorwaarden benoemd. Hiermee wordt aangegeven in welke gevallen de maatregel toegepast kan worden.

10.3De Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED)

De EED draagt bij aan onder andere minder uitstoot en luchtverontreiniging in Europa, met als doel 20% lager energieverbruik in Europa in 2020. De EED-richtlijn verplicht bepaalde grote ondernemingen (met meer dan 250 FTE of een jaaromzet groter dan 50 miljoen euro) een energie-audit uit te voeren, met als doel het terugdringen van het energieverbruik van grote ondernemingen. Voor veel grote ondernemingen geldt de auditplicht niet omdat zij al standaard een audit uitvoeren. Zoals voor bedrijven die deelnemen aan de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001-2020 (MJA3) of de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (MEE). Maar ook bedrijven met een internationaal erkend energie- of milieubeheerssysteem hoeven deze energie-audit niet uit te voeren.

11Toetsingskader afval

In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) is het beleid verwoord voor het beheer van alle afvalstoffen waarop de Wet milieubeheer van toepassing is. Het LAP is het toetsingskader bij alle vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer waar afvalaspecten aan de orde zijn. Dat geldt voor provincies, gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders. Dit geldt voor vergunningen voor afvalbeheerinrichtingen, maar ook voor vergunningen voor bedrijven waar afval vrijkomt.

12Wet natuurbescherming

De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet én Boswet. Met de nieuwe Wet natuurbescherming wordt aanhaken verplicht (indien relevant). In voorkomende gevallen wordt een Omgevingsvergunning niet eerder afgegeven dan dat een verklaring van geen bezwaar (VVGB) is ontvangen van het bevoegde gezag in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Aanhaken wordt niet per definitie verplicht. Onder de nieuwe Wet natuurbescherming – in werking per 1 januari 2017 - kan nog steeds een afzonderlijke vergunning bij de provincie worden aangevraagd en door de provincie verleend worden. De verwachting is dat dit vaak zal voorkomen, omdat initiatiefnemers eerst duidelijkheid willen verkrijgen over de haalbaarheid van een Natuurvergunning. Als een natuurvergunning aangevraagd is bij de provincie is, dan kan een later aangevraagde omgevingsvergunning bij de gemeente over het zelfde project een reguliere procedure van 8 weken doorlopen. Als een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt aangevraagd en er blijkt een natuur-aspect bij dit project aan de orde, dan pas is er een verplichte aanhaking en moet de uitgebreide procedure van 26 weken worden doorlopen met een Verklaring van geen bedenkingen van de provincie.

Bijlage 4 Prioriteitenmatrix

Kleurspoor paars (OOV en ruimte)

Uitslag matrix prioriteit

Vergunningen

Reclame-uitingen/sandwichborden

Laag

Opslagvergunning

Laag

Terrasvergunning

Laag

Uithuiszettingen

Laag

Evenementenvergunning

Middelhoog

Evenementenvergunning brandveiligheid

Middelhoog

Collectevergunning

Laag

Standplaatsvergunning

Laag

Standplaatsvergunning weekmarkt

Laag

Omgevingsvergunning; onderdeel gemeentelijke kapverordening

Hoog

Ontheffingen

Stookontheffing

Middelhoog

Geluidshinder

Laag

Meldingen

Maken/veranderen van een uitweg

Laag

Evenement

Laag

Overig

Parkeercontroles en gebruiksregime

Middelhoog

Parkeren vrachtwagens

Middelhoog

Controle naleving Drank- en Horecawet

Middelhoog

Kansspelautomatenvergunning

Middelhoog

Zichthoeken/overhangend groen trottoir/rijbaan

Middelhoog

Honden

Middelhoog

Kleine ergernissen

Laag

Incidentele vergunningen

Laag

Uitstallen van waren

Laag

Onrechtmatig in gebruik genomen gemeentegrond

Hoog

Handhavingsverzoeken

Hoog

Melding- /klachtenbehandeling

Hoog

Kleurspoor Rood (bouwen en ro)

Uitslag matrix prioriteit

Bouwen zonder vergunning

Bijbehorend bouwwerk, groter dan 10 m2 (niet vergunningvrij)

Middelhoog

Aan-of uitbouw (niet vergunningvrij)

Middelhoog

Gevelwijziging (gevelopeningen/gevelisolatie)

Laag

Erfafscheiding

Laag

Dakkapel/dakopbouw

Laag

Grondgebonden zonnepanelen

Middelhoog

Overig bouwwerk, geen gebouw zijnde niet vergunningvrij

Laag

Wijzigingen aan een monument (rijks- en gemeentelijk)

Hoog

Plaatsen van reclameborden

Middelhoog

Bouwen voor de voorgevel (incl. erfafscheidingen >2 mtr)

Hoog

Bouwen buiten het (agrarisch) bouwvlak

Hoog

Bouwen van tijdelijke woning /woonunit

Hoog

Bouwen in afwijking van vergunning

Afwijking situering volgens vergunning

Laag

Afwijking ondergeschikte bouwdelen/gewijzigde indeling

Laag

Groter bouwen dan vergund

Middelhoog

Afwijkende gebruiksfunctie van bouwwerken

Hoog

In stand houden tijdelijk bouwwerk na afloop van instandhoudingstermijn

Hoog

Uitvoeren van werkzaamheden zonder of in afwijking van vergunning

Dempen en/of graven van sloten in natuurgebied en/of aardkundig waardevol gebied

Hoog

Dempen en/of graven van sloten elders

Laag

Uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm en/of aanbrengen van verhardingen

Laag

Aanbrengen van opgaande beplanting in het landelijk gebied

Laag

Aanleggen boomgaard

Hoog

Aanleggen paardenbak

Hoog

Archeologieverstoring

Hoog

Aanleggen overig

Laag

Kappen zonder vergunning

Kappen van bomen/houtopstanden in het landelijk gebied

Laag

Kappen van bomen/houtopstanden in de kernen

Laag

Bouwen in afwijking van Bouwbesluit

Constructieve veiligheid

Hoog

Brandveiligheid

Hoog

Bruikbaarheid

Laag

Gezondheid

Hoog

Energiezuinigheid

Laag

Slopen zonder vergunning

Slopen met asbest

Hoog

Slopen zonder asbest

Laag

Slopen bij monument

Hoog

Gebruik in strijd met bestemmingsplan

Bewoning van bijbehorende bouwwerken/strijdig gebruik mantelzorgwoning

Hoog

Bedrijfsactiviteiten (al dan niet in combinatie met bouwen) in voormalige agrarische bebouwing

Hoog

Bedrijfsactiviteiten (anders dan beroep aan huis) op woonbestemmingen

Hoog

Illegale splitsing van woningen

Hoog

Onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven

Hoog

Bewoning van (voormalige) agrarische bedrijfswoningen

Laag

Bewoning van overige bedrijfswoningen door personen die geen relatie hebben tot het bedrijf

Laag

Buitenopslag op percelen in het buitengebied

Hoog

Gebruik van agrarische grond als tuingrond

Laag

Handhavingsverzoeken

Hoog

Melding- /klachtenbehandeling

Hoog

Gedoogbesluiten

Laag

Kleurspoor Groen

Uitslag matrix prioriteit

Toezicht en handhaving Natuurterreinen Gem. Renswoude

Hoog

Controle ontheffingen/vergunningen evenementen in de natuurterreinen

Middelhoog

Omgevingsvergunning; aanhaken natuur

Middelhoog

Handhavingsverzoeken

Hoog

Melding- /klachtenbehandeling

Hoog

Kleurspoor Grijs (milieu)

Uitslag matrix prioriteit

Toezicht en handhaving milieu

Uitvoering door ODRU

Vergunningen en meldingen

Toezicht en handhaving bodem

Planning en uitvoering door ODRU

Overig

Geluid

Handhavingsverzoeken

Klachten/meldingen

Bijlage 5 Tabel Handhavingsacties en begunstigingstermijnen

Compartiment

Vergunning / overtreding

Modaliteit

Hoogte dwangsom

Begunstigings-termijn

Algemeen

Geen medewerking verlenen aan toezichthouder

per overtreding

10.000

Direct

Ontbrekende onderzoek zoals preventieonderzoek, bodemonderzoek, energiebesparingsonderzoek, akoestisch onderzoek etc.

ineens

5.000

8weken

Overleggen ontbrekende gegevens, zoals logboek, administratie, energienota, lekdichtheid, registratie, rapportage etc.

ineens

1.000

4weken

Afval

Opslag niet conform voorschriften

per week

5.000

4weken

Afval niet correct afvoeren

per overtreding

5.000

4weken

Scheiding afval niet conform voorschriften

per overtreding

5.000

4weken

Bodem

Afvalstoffen op/in de bodem brengen

per overtreding

5.000

4weken

Keuring onder- of bovengrondse tank niet uitgevoerd

per week

4.000

8weken

Kathodische bescherming of peilbuis niet gecontroleerd

per week

2.000

4weken

Vloer niet vloeistofdicht

per week

400/m2

8weken

Vloeistofdichte (lek)bak ontbreekt

per week/bak

2.000/bak

4weken

Geen financiële zekerheid

per week

2.000

4weken

Opslag vaste mest zonder voorzieningen

per overtreding

4.000

4weken

Ontbreken (KIWA-)certificaat mestopslag

per week

3.000

4weken

Foliebassin niet gekeurd

per week

3.000

4weken

Mestbassin niet conform de bouwtechnische richtlijnen

per week

3.000

4weken

Geen melding Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval

ineens

20.000

1week

Afgifte van grond/bouwstoffen aan een onbevoegde be-/ verwerker

per overtreding

10.000

4weken

Toepassen van grond/bouwstoffen op locatie zonder juiste keuringen en kwaliteitsverklaringen

per overtreding

12.000

4weken

Geen melding Besluit bodemkwaliteit

ineens

4.000

1week

Toepassing niet conform de voorschriften en/of voorgeschreven voorzieningen niet aangebracht.

per week

5.000

4weken

(Externe) veiligheid

Brandscheiding niet op orde

per week

1.000

8weken

Opslag gevaarlijke stoffen niet volgens voorschriften

per overtreding

10.000

1week

Opslag kluis/ kast ontbreekt

per overtreding

4.000

6weken

Gasflessen niet tegen omvallen beschermd

per overtreding

1.000/fles

1week

Keuring gastank verlopen

per week

2.000/tank

8weken

Keuring gasfles verlopen

per week

1.000/fles

4weken

Hekwerk bij gastank ontbreekt/niet tegen aanrijden beschermd

per overtreding

2.000

4weken

Geluid

Geluidnorm overschreden

per overtreding

10.000

direct

Geluidbegrenzer niet conform verzegeling

per overtreding

5.000

direct

Gedragsvoorschiften niet naleven

per overtreding

2.000

direct

In werking buiten vergunde uren

per overtreding

10.000

direct

Lucht

Overschrijding emissie-eisen

per overtreding

10.000

4weken

Metingen niet (juist) uitgevoerd

per overtreding

1.000

4weken

Afvoerpijp niet op hoogte

per week

5.000

8weken

Niet juist gebruiken of ontbreken emissiebeperkende apparatuur (zoals (stof)filters, ontgeuringsinstallatie)

per overtreding

5.000

8weken

Geen keuring of onderhoud stook- of koelinstallatie

per week

2.500

8weken

Niet naleven voorschriften stook- of koelinstallatie

per week

2.000/

installatie

4weken

Niet afgedekte mestsilo

per overtreding

2.000

2weken

Emissiearm stalsysteem niet geplaatst, en/of niet onderhouden en/of werking niet correct

per week

5.000

4weken

Vuurwerk

Opslag van vuurwerk niet conform de voorschriften en er kan direct aan de voorschriften worden voldaan

per overtreding

10.000

direct

Water

Illegale lozing

ineens

5.000

1week

Afscheider, controleput of zuiveringstechnische voorziening ontbreekt of niet conform voorschriften

per week

3.000

6weken

Overig (milieu)

In werking zonder vergunning (milieu)

ineens

10.000

6weken

Geen melding (milieu)

ineens

3.000

4weken

Ongewoon voorval niet gemeld (milieu)

ineens

5.000

1week

Compartiment

Vergunning / overtreding

Kwalificatie

Hoogte dwangsom

Begunstigings-termijn

Ruimtelijke inrichting, bouw en gebruik

Illegale steiger aangebracht (geen overlast/gevaar)

Beperkt

€500 per meter steiger ineens

1maand

Illegale bebouwing kwalificatie licht

Vrijwel nihil

€10.000 ineens

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalificatie matig

Van belang

€15.000 ineens

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalificatie ernstig

Aanzienlijk

€20.000 ineens

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie licht

Beperkt

€10.000 ineens

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig

Beperkt

€15.000 ineens

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig

Van Belang

€20.000 ineens

Min. 6 weken

Illegaal terras

Beperkt

€150 p.w. per m² overtreding

max. 10 x

1week

Illegale standplaats

Beperkt

€150 p.w. per m²

overtreding

max. 10 x

1week

Reclamebord (klein)

< 1m2

Vrijwel nihil

€2.500 per m² bord ineens

1week

Reclamebord (groot) >2m2 ontsierend

Beperkt

€5.000 per m² bord ineens

1week

Uitstalling bij winkel (gering)

Vrijwel nihil

€1.000 per m² ineens

1week

Uitstalling bij winkel (flink-veel)

Beperkt

€2.000 per m² ineens

1week

Gebruik gemeentegrond

Vrijwel nihil

€250 per m² per maand max. 6 x

1maand

Onrechtmatige bewoning (bij)gebouwen

Van belang

€7.500 per maand, max 6 keer

Min. 6 weken

Overig illegaal gebruik

Beperkt

€5.000 per maand

max. 6 x

Min. 6 weken

Algemeen

Parkeervoorschriften niet naleven

Vrijwel nihil

€250 p.o.

max 10 x

1dag

Inrichting niet schoon

Beperkt

€500 p.w.

max 10 x

1week tot max. 1 maand

Losplaats onvoldoende gemarkeerd

Beperkt

€250 p.k.

max. 10x

1maand

Geen doeltreffende maatregelen tegen ongedierte

Beperkt

€250 p.o.

max. 10 x

1week

Afleveren vuurwerk aan personen jonger dan 16 jr.

Van belang

€500 p.o.

max.10 x

1dag

Groene wetgeving

Na illegaal kappen niet herplanten

Beperkt

€3.000 p.m.

max. 6x

2weken

Na illegaal kappen niet herplanten (veel bomen)

Van belang

€6.000 p.m.

Max 10 x

2weken

Afkortingen

Betekenissen

p.d

per dag (niet per werkdag)

p.o.

per overschrijding / per overtreding

p.w.

per week

p.m.

per maand

Bijlage 6 Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen ODRU

1Inleiding

In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de (begunstigings)termijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn aan en biedt enig houvast bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn. De tabel is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet in deze tabel zijn opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden.

2Dwangsom en modaliteit

De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.

Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen (modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten. In beginsel worden in de gemeente Renswoude de dwangsommen in eens of in twee keer verbeurd.

3Hoogte van de dwangsom

Hoe de hoogte van een dwangsom zich precies laat berekenen, kan niet voor iedere situatie concreet worden vastgelegd. Duidelijk is dat de hoogte van een dwangsom afhankelijk is van:

1de (geschatte) kosten die de overtreder moet maken om de overtreding op te heffen of met andere woorden, de dwangsom moet hoger zijn dan het (geschatte) financiële voordeel; het wegnemen van ongerechtvaardigd voordeel dat de overtreder heeft genoten;

2de dwangsom moet voldoende dwang tot gevolg hebben om de overtreding op te heffen c.q. te beëindigen;

3voorkoming van herhaling, beperking van schade en herstel in de oorspronkelijke toestand;

4de bevestiging van normen gesteld in het bestuurlijk belang.

De onderstaande bedragen en termijnen betreffen veel voorkomende overtredingen en zijn indicatief. Dat betekent de termijnen en bedragen richtlijnen zijn waarvan in specifieke gevallen kan worden afgeweken. In spoedeisende situaties zal gekozen kunnen worden tussen het opleggen van een last onder bestuursdwang of wordt een korte(re) begunstigingstermijn gehanteerd.

4Begunstigingstermijn

Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn mag niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. In beginsel worden in de gemeente Renswoude de dwangsommen in eens of in twee keer verbeurd.

5Richtlijnen voor het verlengen van de begunstigingstermijn

In een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat de dwangsom verbeurt. De begunstigingstermijn is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dit houdt in dat de termijn voldoende lang is om de opgelegde last te kunnen uitvoeren en in de omstandigheden van het geval redelijk is. Uitgangspunt is dan ook dat de begunstigingstermijn niet verlengd zal worden. In enkele gevallen kan overgaan worden tot verlenging:

1Indien de overtreder om een verlenging van de begunstigingstermijn verzoekt en aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk kan maken dat hij de opgelegde last niet binnen de daartoe gestelde termijn kan uitvoeren. Hierbij moet de overtreder tevens een concrete termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last wel kan uitvoeren. Indien een overtreder zelf te laat is begonnen met het aanvragen van offertes of het geven van een opdracht, wordt de begunstigingstermijn niet verlengd.

2Indien de overtreder aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk maakt dat opheffing van de illegale situatie – bijvoorbeeld door bedrijfsverplaatsing/ omzetting van de bedrijfsvorm/pensionering – in het vooruitzicht ligt. Ook hierbij geldt dat de overtreder een concrete termijn voor het opheffen van de illegale situatie moet geven.

Het voorgaande houdt in dat een begunstigingstermijn niet automatisch wordt verlengd als de overtreder een bezwaarschrift (eventueel met verzoek om een voorlopige voorziening) indient. Een dergelijke automatische verlenging verhoudt zich namelijk niet met het uitgangspunt dat de oorspronkelijke begunstigingstermijn zorgvuldig tot stand is gekomen en in principe niet wordt verlengd. Bovendien schept een dergelijk automatisme een ongelijke situatie ten opzichte van overtreders die in bezwaar niet om verlenging van de begunstigingstermijn verzoeken.

6Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHS

De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt afhankelijk gesteld van de gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke Handhavingstrategie. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden:

-De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op (plusminus) één derde van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 5.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000 / 3 = ± € 1.667 per week met een maximum van € 5.000.

-De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de interventiematrix (A4, B3, B4, C2, D1 en D2). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op de helft van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 4.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de middensegmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per overtreding’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 4.000 / 2 = € 2.000 per overtreding met een maximum van € 4.000.

-De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de interventiematrix (C3, C4, D3 en D4). In die situatie wordt de dwangsom (per tijdseenheid, per overtreding of ineens) vastgesteld op het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 3.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de zware segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 3.000 per week waarbij een maximum geldt van € 3.000.

7Recidive

Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen. Indien sprake is van herhaling van een overtreding – door dezelfde overtreder op een bepaald perceel – waarvoor in het verleden (binnen de afgelopen twee jaren) reeds een dwangsombeschikking is afgegeven, wordt de te stellen dwangsom verhoogd met 100%.

8Invordering dwangsom

Indien de verbeurde dwangsommen niet vrijwillig worden betaald door de overtreder, kunnen deze via een dwangbevel worden ingevorderd. Artikel 5:35 Awb bepaalt dat de bevoegdheid tot invordering van verbeurde bedragen verjaart door verloop van 12 maanden na de dag waarop zij zijn verbeurd. Indien de dwangsombeschikking een jaar lang van kracht is zonder het verbeuren van een dwangsom, kan deze op verzoek van de overtreder worden ingetrokken (5:34 Awb). Wordt een zodanig verzoek niet gedaan, dan verdient het uit een oogpunt van zorgvuldigheid en rechtszekerheid aanbeveling de dwangsom ambtshalve in te trekken. Een brief waarin het bevoegd gezag bericht dat niet tot invordering van een verbeurde dwangsom wordt overgegaan is geen besluit, maar een mededeling van feitelijke aard

6Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, 10 januari 1995 (AB 1995 nr. 516)

. De invordering van kosten gemaakt voor bestuursdwang en verbeurde dwangsommen wordt verzorgd door de team Financiën van de gemeente Renswoude.

9Matigen van een dwangsom

Indien een overtreder na het verstrijken van de begunstigingstermijn aan de opgelegde last geen gehoor heeft gegeven, verbeurt de dwangsom van rechtswege. Het dwangsombedrag is altijd op een zorgvuldige wijze vastgesteld, volgens de hiervoor genoemde richtlijnen. Een verbeurde dwangsom kan in uitzonderlijke gevallen op verzoek van de overtreder gematigd worden.

Hieronder staan situaties waarin de dwangsom gematigd kan worden:

1Tijdens de looptijd van de begunstigingstermijn heeft de overtreder een begin gemaakt met het voldoen aan de last. Door bijzondere omstandigheden, die de overtreder concreet moet aantonen, is het niet gelukt binnen de termijn geheel aan de opgelegde last te voldoen. Korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn –binnen de helft (50%) van de oorspronkelijke begunstigingstermijn– is alsnog volledig aan de last gehoor gegeven;

2De overtreding is na het verbeuren van de dwangsom gedeeltelijk gelegaliseerd, waardoor de verhouding tussen de hoogte van de dwangsom en (het niet legaliseerbare deel van) de overtreding in een nieuw licht komt te staan;

3Na het verbeuren van de dwangsom blijkt uit –door de overtreder aan te dragen– nieuwe, objectieve gegevens dat inning van het gehele verbeurde bedrag bijzonder ingrijpende gevolgen heeft voor de persoonlijke en/of bedrijfsmatige omstandigheden van de aangeschrevene (bijvoorbeeld: faillissement). Voorwaarde hierbij is dat de opgelegde last korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn alsnog is uitgevoerd.

Matiging kan tot maximaal 90% van het totaal verbeurde bedrag, met een minimum van € 100,=, om het effect van de opgelegde dwangsommen niet volledig ongedaan te maken. Uitzondering is de matiging van dwangsommen die zijn opgelegd aan overtreders aan wie een tweede last onder dwangsom en/of last onder bestuursdwang bekend is gemaakt. De matiging bedraagt in dat geval maximaal 50% van het totaal verbeurde bedrag. Er zal dus niet overgegaan worden tot het kwijtschelden van de verbeurde dwangsom.

Voor het definitief maken van de matiging geldt de voorwaarde dat de overtreding ongedaan is gemaakt. We gaan bovendien slechts over tot matiging indien de overtreder:

•afziet van bezwaar en beroep en eventuele lopende bezwaar- en beroepschriften dan wel verzoeken om een voorlopige voorziening intrekt, en;

•bereid is de dwangsom binnen een maand te betalen.

10Betalingsregeling

De hoofdregel is dat een overtreder binnen de daarvoor gestelde termijn de kosten van toepassing van bestuursdwang of de verbeurde dwangsom worden betaald. Indien een overtreder (natuurlijk persoon of rechtspersoon) concreet aantoont dat hij de verbeurde dwangsom niet in zijn geheel of ineens kan betalen, kan een betalingsregeling getroffen worden. Hiervoor gelden dezelfde criteria als voor het matigen van een dwangsom. Om in aanmerking te komen voor een betalingsregeling moet de overtreder een schriftelijk verzoek indienen bij de gemeente. Na overleg tussen de sector Ruimtelijke ontwikkeling, Economische zaken en Volkshuisvesting en de sector Middelen kan een volgende betalingsregeling worden opgesteld:

1voor bedrijven: voor maximaal 4 maanden;

2voor particulieren: voor maximaal 12 maanden.

Indien bedrijven of particulieren de betalingsregeling niet naleven wordt de invorderingsprocedure voortgezet en uit handen gegeven.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.