Gemeentelijke regelgeving

Invorderingsbeleid gemeente Reimerswaal

Gemeente Reimerswaal · geldt sinds 11 september 2024

2.2 Betaalwijze en betaaltermijnen

2.2.1 Publiekrechtelijke vorderingen

Betaling vindt plaats:

•Direct op het moment van het doen van de (mondelinge) kennisgeving (bijvoorbeeld bij reisdocumenten) of;

•Binnen 30 kalenderdagen: schriftelijk gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan.

2.2.2 Privaatrechtelijke vorderingen

Betaling vindt plaats binnen 30 kalenderdagen, tenzij bij overeenkomst/verordening anders is bepaald. Hiervoor geldt niet de mogelijkheid om te betalen via automatische incasso. Als is overeengekomen dat een nota in termijnen kan worden betaald en een vervaldatum wordt overschreden, dan geldt daarvoor de hierna beschreven vervolgprocedure.

2.3 Signalering te late betaling eerste herinnering

2.3.1. Publiekrechtelijke vorderingen

Vanuit de debiteurenadministratie vindt binnen 14 kalenderdagen na de vervaldatum van de aanslag een selectie plaats van de publiekrechtelijke vorderingen die op dat moment niet zijn betaald. Er wordt vervolgens een schriftelijke herinnering verzonden om binnen 10 kalenderdagen na dagtekening van de herinnering te betalen. In deze selectie worden voor aanmaning geblokkeerde vorderingen en vorderingen waarvoor een betalingsregeling is getroffen, niet meegenomen

2.3.2 Privaatrechtelijke vorderingen

Vanuit de debiteurenadministratie vindt binnen 14 kalenderdagen na de vervaldatum van de nota een selectie plaats van de privaatrechtelijke vorderingen die op dat moment niet zijn betaald. Voor de betreffende posten wordt een schriftelijke herinnering verzonden met het verzoek om binnen 10 kalenderdagen na dagtekening te betalen. In deze selectie worden voor aanmaning geblokkeerde vorderingen en vorderingen waarvoor een betalingsregeling is getroffen, niet meegenomen.

2.4 Vervolgactie om de vordering te incasseren, 2e herinneringsbrief

2.4.1 Publiekrechtelijke vorderingen

Er wordt bij niet betalen, na 10 kalenderdagen en binnen 14 kalenderdagen, een tweede brief, een aanmaning, gestuurd om binnen 10 kalenderdagen na dagtekening te betalen.

2.4.2 Privaatrechtelijke vorderingen

Er wordt bij niet betalen, na 10 kalenderdagen en binnen 14 kalenderdagen, een tweede herinnering gestuurd om binnen 10 kalenderdagen na dagtekening te betalen.

2.7 Dwanginvordering

2.7.1 Publiekrechtelijke vorderingen

Voor publiekrechtelijke vorderingen geldt dat, als na 10 kalenderdagen na de 2e herinneringsbrief niet is betaald, de vordering uit handen wordt gegeven aan de deurwaarder waar hiertoe een contract mee afgesloten is. Deze zorgt vanaf dat moment voor de verdere invordering en alles wat daarmee samenhangt (beslag etc.). Voor elk dossier wat wordt overgedragen betalen we een kleine vergoeding. De overige kosten van de invordering wordt op de debiteur c.q. belastingplichtige verhaald.

2.7.2 Privaatrechtelijke vorderingen

Voor de privaatrechtelijke vorderingen geldt dat, als binnen 10 kalenderdagen nog geen betaling is ontvangen, een zogenaamde WIK brief wordt verzonden. De WIK brief is wettelijke verplicht voor natuurlijke personen en eenmanszaken. Als gemeente kiezen we ervoor om geen onderscheid te maken en sturen voor alle privaatrechtelijke vorderingen een WIK brief.

Mocht er geen tijdige betaling worden ontvangen dan wordt de vordering overgedragen aan een incassobureau waartoe de gemeente een contract heeft afgesloten. Voor elk dossier wat wordt overgedragen betaald de gemeente een kleine vergoeding aan het incassobureau. Het incassobureau probeert zelf de vordering te incasseren. Iedere gerechtelijke vervolgstap waarbij vooraf in redelijke mate vaststaat dat de opbrengsten niet op zullen wegen tegen de kosten, wordt vooraf door de medewerker van de debiteurenadministratie voorgelegd aan het afdelingshoofd Financiën en het afdelingshoofd waar de vordering speelt. Gezamenlijk kan dan overwogen worden om eventueel af te zien verdere invordering. Zie ook 2.10.

2.8 Verhaal van invorderingskosten

2.8.1 Publiekrechtelijke vorderingen

Voor verhaal van gemaakte kosten van invordering wordt voor publiekrechtelijke vorderingen de Kostenwet invordering rijksbelastingen gehanteerd. Het maximaal mogelijke kostenverhaal daaruit wordt toegepast. Als dit door omstandigheden onredelijk zou zijn, kan hiervan gemotiveerd worden afgezien. De overwegingen daartoe moeten dan wel goed, schriftelijk, worden vastgelegd en behoeft goedkeuring door de budgethouder. In principe worden in rekening gebrachte kosten onder dezelfde condities ingevorderd als de oorspronkelijke vordering. De in rekening gebrachte kosten zijn een publiekrechtelijke vordering geworden. Bij betaling worden eerst de in rekening gebrachte kosten afgeboekt en pas daarna de oorspronkelijke vordering. Vanuit het oogpunt van efficiency en om succesvol de openstaande vordering te kunnen innen, wordt de oorspronkelijke vordering als ook de daarmee vergezeld gaande kosten van invorderen in één (juridisch) identiek invorderingstraject behandeld.

2.8.2 Privaatrechtelijke invorderingen

Bij privaatrechtelijke vorderingen geldt dat de kosten van invordering zoveel mogelijk worden verhaald op de nalatige debiteur.

Bij het inschakelen van het incassobureau en gerechtelijke stappen worden de volgende kosten in rekening gebracht:

•Toepassing van de wettelijke regelgeving vergoeding buitengerechtelijke incassokosten;

•Alle kosten van het incassobureau en gerechtelijke procedure;

•(Extra) kosten van gemeentelijke incasso;

•Btw die het incassobureau in rekening brengt.

2.10 Betalingen en betalingsregelingen

2.10.1 Tijdstip van betaling en bestemming van de betaling

Zowel bij vrijwillige betalingen als bij betalingen die door invorderingsmaatregelen zijn afgedwongen kunnen zich vragen voordoen over de afboeking van ontvangen bedragen, wanneer de belastingschuldige/debiteur meer dan één belastingaanslag/nota heeft openstaan. In dat geval geldt voor zowel de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke vorderingen de volgende richtlijn:

Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente Reimerswaal. Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler.

Zoals hiervoor is vermeld vindt afboeking van de betaling plaats in de volgorde: kosten, rente, belastingaanslag (volgens artikel 7 van de Invorderingswet).

2.10.2 Afboekingen van ongerichte betalingen

Ongerichte betalingen betreffen betalingen waarbij niet is aangegeven op welke vordering deze betrekking hebben, zodat niet direct duidelijk is op welke vordering deze betalingen moeten worden afgeboekt. Voor zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke vorderingen geldt dat betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen respectievelijk vorderingen.

2.10.3 Betalingsregelingen, bezwaar en beroep

Voor betalingsregelingen en bezwaar en beroep inzake door Sabewa en GR De Bevelanden opgelegde vorderingen wordt verwezen naar de websites van betreffende organisaties.

Voor vorderingen verschuldigd door ondernemers bestaat er geen aanleiding tot het toestaan van een betalingsregeling met uitzondering voor bedragen van 100.000 EUR of hoger. Hier kan de mogelijkheid worden geboden door het bieden van maatwerk. Als stelregel geldt dat het dan gaat om het ondertekenen van een overeenkomst bij grote projecten met hogere legesbedragen. Afhankelijk van de soort overeenkomst kan ook een verplichte bankgarantie worden opgelegd

Voor het verlenen van uitstel aan een ondernemer in andere situaties bestaat er geen aanleiding. Het kan immers betekenen dat het ondernemersrisico feitelijk wordt gedragen door de gemeente en dat deze dan optreedt als oneigenlijke kredietverlener. Ook zou een betalingsregeling voor schuld van een ondernemer concurrentieverstorend kunnen werken ten opzichte van andere ondernemers die wel tijdig hun verplichtingen nakomen.

Onder het begrip “ondernemer” wordt in dit verband verstaan: rechtspersonen en natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen, niet zijnde natuurlijke personen die een uitkering genieten ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars.

Onder het begrip “particulier” wordt in dit verband verstaan: natuurlijke personen die geen ondernemer zijn.

Op verzoek van de particuliere debiteur kan er een betalingsregeling worden getroffen voor de openstaande schuld als deze meer dan 100 EUR bedraagt. In principe wordt uitgegaan van maatwerk. Wel met het uitgangspunt dat de schuld dient te zijn voldaan, voordat een nieuwe schuld opeisbaar wordt. Ook wordt uitgegaan van zo kort mogelijke termijnen doch uiterlijk een jaar. Betalingsregelingen worden altijd schriftelijk aangevraagd en bevestigd. De ambtenaar verantwoordelijk voor de invordering vraagt akkoord aan het afdelingshoofd waar de vordering speelt.

Tussentijds wordt de regeling gemonitord. Mocht een termijn niet worden betaald, dan vervalt de betalingsregeling en zal tot dwanginvordering worden overgegaan.

Voor ondernemers en particulieren geldt dat het indienen van een bezwaarschrift en beroepschrift niet ook geldt als een verzoek om uitstel van betaling.

2.10.4 Dwangsommen

Als bij een dwangsom de begunstigingstermijn voor het voldoen aan het gestelde in de last onder dwangsom is verstreken en er niet voldaan is aan de last, wordt de dwangsom geïnd. Ongeacht of er bezwaar is/wordt ingediend omdat het veelal over grotere bedragen gaat en bovendien de verjaringstermijn veel korter is (1 jaar). Alleen het indienen van een verzoek tot voorlopige voorziening kan het innen van de dwangsom beletten, als de rechter daarin voorziet (schorsing van de dwangsom).

2.10.5 Uitstel van betaling

Voor uitstel van betaling inzake door Sabewa en GR De Bevelanden opgelegde vorderingen wordt verwezen naar de websites van betreffende organisaties.

Voor overige vorderingen zoals bedoeld in dit beleid geldt dat een verzoek tot uitstel van betaling schriftelijk dient te worden ingediend. Een hier bedoeld verzoek zal in de regel op grond van één van de volgende redenen worden verleend.

Publiekrechtelijke vorderingen

•De hoogte van een op aanslag gebrachte heffing wordt betwist;

•Wanneer belastingschuldige een aanvraag voor kwijtschelding indient, wordt uitstel verleend tot het moment waarop uitspraak wordt gedaan;

•Gedurende de periode van schuldhulpverlening.

Privaatrechtelijke vorderingen

•De hoogte van een op de nota vermeld bedrag wordt bestreden.

Uitstel van betaling wordt na indienen van een schriftelijk verzoek en de behandeling daarvan, schriftelijk verleend voor uitsluitend het bestreden bedrag. Als uitstel van betaling niet wordt gehonoreerd, wordt het invorderingsbeleid gevolgd zoals in dit beleid beschreven.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.