Gemeentelijke regelgeving

Werktijdenregeling griffie Raalte

Gemeente Raalte · geldt sinds 1 augustus 2018

Aanhef

De raad van de Gemeente Raalte;

Gelezen het voorstel van de agendacommissie met zaaknummer 11290-2018

Gelet op de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen de Werktijdenregeling griffie Raalte

Artikel 1 Begripsbepaling

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a.Bedrijfstijd: De tijd waarin medewerkers op kantoor werkzaamheden kunnen verrichten.

b.Feitelijke arbeidsduur: Het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht.

c.Formele arbeidsduur: De volgens de aanstelling vastgestelde omvang van het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid moet verrichten.

d.Medewerker: De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, sub a van de CAR-UWO.

e.Pauze: Een periode van een onafgebroken aantal minuten waarop geen arbeid wordt verricht.

f.Werkgever: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte

g.Werktijd: De periode waarop door de medewerker arbeid wordt verricht.

h.Dagvenster: De uren waarbinnen variabel gewerkt kan worden.

Artikel 2 Toepassing

1De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling.

2De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf (enige) regelruimte hebben voor het bepalen van hun werktijden.

3De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers die op wisselende tijden volgens rooster werken, waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. Het college bepaalt welke functiegroep(en) onder de bijzondere regeling vallen. Deze functiegroep(en) en functies zijn opgenomen in Bijlage A van deze regeling.

Artikel 3 Arbeidsduur

1De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband gemiddeld 36 uur per week.

2Bij een deeltijd dienstverband is de formele arbeidsduur per week het aantal uren als in de aanstelling is vermeld. De formele arbeidsduur per jaar wordt naar rato berekend.

3De feitelijke arbeidsduur kan afwijken van de formele arbeidsduur, met inachtneming van de artikelen uit hoofdstuk 4 van de CAR-UWO.

Artikel 4 Werktijden

De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uren. De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 50 uren per week. Voor het overige wordt verwezen naar de Arbeidstijdenwet.

Artikel 5 Aanwezigheid

De bedrijfstijd wordt vastgesteld door de directie. Binnen de marges van de bedrijfstijd kan de medewerker gebruik maken van de gemeentelijke gebouwen.

Artikel 6 Doktersbezoek

1Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek, e.d. dienen indien mogelijk in eigen tijd plaats te vinden.

2Wanneer het niet mogelijk is om een bezoek als bedoeld in het eerste lid in eigen tijd plaats te laten vinden, treden leidinggevende en medewerker in overleg om tot een passende oplossing te komen.

Artikel 7 Dagvenster

Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur.

Artikel 8 Bezetting en werkafspraken

1De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van het team.

2Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en de medewerker over de werktijden en werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden in de gesprekkencyclus besproken en schriftelijk vastgelegd.

3De medewerker kan de leidinggevende verzoeken om plaats- en tijdonafhankelijk te werken. Een dergelijk verzoek zal worden bekeken in het licht van de kader Plaats- en Tijdonafhankelijk werken aansluitend bij de behoeften van medewerker en werkgever. Uitgangspunt is goed werkgeverschap en goed werknemerschap. De leidinggevende geeft vertrouwen en ruimte, de medewerker draagt een grote professionele verantwoordelijkheid.

4Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de werkzaamheden in het team, bereikbaarheid voor interne en externe klanten en een optimale samenwerking op en tussen de teams.

5De volgende onderwerpen dienen in ieder geval te worden besproken:

1Het aantal uren per werkdag dat de medewerker normaal gesproken werkt en de keuze voor een werkindeling per week.

2De werktijden in relatie tot de planning van de werkzaamheden.

3Er kunnen afspraken gemaakt over de werktijden waarop de medewerker plaats- en tijdonafhankelijk werkt.

6Bijstelling van de afspraken kunnen in overleg plaatsvinden. In ieder geval worden tweemaal per jaar de basisafspraken over werktijden en werkplanning geëvalueerd. Overleg hierover is een vast onderdeel van de gesprekkencyclus.

7Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd. De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om de tijd te compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard worden of worden omgezet in vakantie-uren.

Artikel 9 Buitendagvenstervergoeding

1Indien de medewerker buiten het dagvenster werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:12 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.

2De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft conform artikel 3:12 CAR-UWO geen recht op een buitendagvenstervergoeding.

Artikel 10 Beschikbaarheidsdiensten

1De medewerker die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten kan recht hebben op een standaardvergoeding zoals opgenomen in de Arbeidsvoorwaardenregeling Raalte.

2Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht binnen het dagvenster, heeft de medewerker recht op compensatie in tijd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.

3Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten het dagvenster, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:12 CAR-UWO. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende.

Artikel 11 Bijzondere regeling

1De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage A opgenomen functiegroep(en) en functies.

2De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele werktijden vast conform artikel 4:4 CAR-UWO.

3Het college kan met instemming van de OR de in de bijlage A genoemde functies/functiegroep(en) jaarlijks wijzigen.

4Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de CAR-UWO aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3:18 CAR-UWO), toelage onregelmatige dienst (artikel 3:11), beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:13 CAR-UWO) en verschuivingsvergoeding (artikel 3:4 CAR-UWO).

Artikel 12 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de gemeenteraad een bijzondere voorziening treffen.

Bijlage A

De functiegroep(en) en functies binnen de gemeente Raalte waarop de bijzondere regeling van toepassing is:

•Medewerkers buitendienst van het team Beheer & Onderhoud (uitvoerend medewerkers A en B, senior beheerders)

•Medewerkers van de griffie. Voor de toepassing van artikel 11 lid 4 (overwerkvergoeding) worden aangewezen de avond raadsvergaderingen en raadsactiviteiten die in het weekend vallen én waarbij aanwezigheid noodzakelijk is.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.