Aanhef
Treasurystatuut Gemeente Raalte 2023
Bijlage 1: Begrippenkader
In onderstaand begrippenkader worden alle begrippen rondom treasury weergegeven.
-Administratieve organisatie
Het complex van organisatorische maatregelen dat gericht is op het tot stand brengen en in stand houden van de informatievoorziening in en omtrent de organisatie. De informatievoorziening dient, effectief, efficiënt en betrouwbaar te zijn.
-Deposito
Niet-verhandelbare beleggingen bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.
-Financiering
Het aantrekken van middelen voor minimaal één jaar voor de dekking van financieringsbehoeften.
-Financieringsmiddelen
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de financiering van de investeringen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
-Financieringsparagraaf
De financieringsparagraaf vormt een onderdeel van de begroting en jaarrekening. In de begroting worden de specifieke beleidsplannen in het begrotingsjaar voor de treasury opgenomen, terwijl in de rekening de realisaties daarvan aan de orde komen.
-Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
-Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
-Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
-Kortlopende leningen
Opgenomen of uitgezette geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
-Langlopende leningen
Opgenomen of uitgezette geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer.
-Liquiditeitenbeheer
Al die activiteiten die leiden tot het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
-Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.
-Liquiditeitsrisico's
De risico's verbonden aan het onvoorzien ontstaan van tekorten of overschotten van kortlopende geldmiddelen.
-Netto vlottende schuld
Het saldo van de opgenomen en uitgezette kortlopende leningen, kortlopende waarborgsommen, contante gelden in kas, rekeningcourant saldi en overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld.
-Onderhandse geldleningen
Leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geld gevende partij kunnen worden vastgesteld.
-Publieke taak
Gemeenten mogen volgens de Wet fido uitsluitend leningen aangaan, middelen uitzetten en garanties verlenen voor de uitoefening van de publieke taak. De publieke taak zelf wordt in de Wet fido niet nader omschreven. Hiermee wordt recht gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van de afbakening van de publieke taak en de wettelijke taakomschrijving die de gemeente op grond van de op de gemeente van toepassing zijnde wetten bezit. Wel geeft deze wet aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. Bankachtige activiteiten - zoals in de zin van aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen worden volgens de Wet fido in elk geval niet tot de publieke taak van een gemeente gerekend en zijn verboden.
-Renterisiconorm
Een in de Wet fido gestelde norm ter beheersing van renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering, waaraan het renterisicoprofiel van de portefeuille als geheel moet voldoen.
-Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
-Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
-Risicoprofiel
Geeft aan in welke mate een organisatie risico’s wil lopen.
-Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
-Treasurer
De medewerker die binnen de gemeentelijke organisatie is belast met het treasurybeheer.
-Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, financiering, schatkistbankieren en kasbeheer.
-Treasury-activiteiten
Het geheel van activiteiten in het kader van de uitoefening van de treasuryfunctie.
-Treasurybeleid
Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische- en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
-Treasurybeheer
Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut en de treasuryparagraaf.
-Treasurystatuut
Het document, waarin door de gemeente haar treasurybeleid vastlegt.
-Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities. Er zijn kortlopende (korten dan één jaar) en langlopende (één jaar of langer) uitzettingen.
-Vermogenswaarde
Het geheel van de in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen.