Gemeentelijke regelgeving

Programma Wonen 2021- 2025

Gemeente Raalte · geldt sinds 30 december 2021

Aanhef

Zaaknummer 24444-2021

De raad van de gemeente Raalte,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 april 2021

Besluit:

1Het Programma Wonen 2021-2025 vast te stellen

2Voor het vormgeven aan en het uitvoeren van de pilot: Bewustwording, advies en onderzoekdoorstroombevordering langer zelfstandig thuis € 300.000 beschikbaar te stellen ten laste van de beschikbare middelen bij het stimuleringsfonds volkshuisvesting (SVN).

3De kosten voor het tijdelijk herinvoeren van de starterslening te dekken uit de beschikbare middelen (€ 500.000 per maart 2021) Startersleningen bij de SVN.

4Voor het uitvoeren van woningmarktonderzoek in 2021/2022 en overige kleine uitgaven voor de uitvoering van het woonbeleid € 25.000 beschikbaar te stellen ten laste van de reserve stedelijke vernieuwing.

5Voor de uitwerking van het beleidskader woonwagens/ onderzoek locaties een bedrag van € 15.000 beschikbaar te stellen ten laste van de reserve stedelijke vernieuwing.

Aldus besloten in de vergadering van 20 mei 2021.

de griffier

Jan Bouke Zijlstra

de voorzitter

Martijn Dadema

Bijlage 1: Opgehaalde input: achtergronden- en inputnotitie

Om te komen tot nieuw woonbeleid is veel input opgehaald

1De ambities uit de Omgevingsvisie

2Landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen op het gebied van wonen en dwarsverbanden met andere beleidsvelden waar rekening mee gehouden moet worden

3Ontwikkelingen Raalter Woningmarkt

4Kwalitatieve verdieping van het woningmarktonderzoek op de doelgroep (toekomstige senioren)

5Input uit de samenleving

Dit alles is in de achtergronden- en input notitie weergegeven

Bijlage 2: Afwegingskader woningbouw

Voor nieuwe woningbouwlocaties wordt het uitgangspunt “inbreiding voor uitbreiding” gehanteerd conform de Ladder voor duurzame verstedelijking. Indien er voldoende vraag is, sluiten we uitbreidingsplannen niet uit. Er zijn randvoorwaarden opgesteld voor (her)ontwikkelingen om de identiteit en bestaande kwaliteiten van de gemeente Raalte te waarborgen. Op basis van prioritering kunnen bepaalde ontwikkelingen voorrang krijgen.

Volgorde van (her)ontwikkeling:

Concreet willen we bij (her)ontwikkelingen de volgende prioritering hanteren

7Voor sommige kernen is een participatief locatie onderzoek gedaan. Daarbij kan een afwijkende volgorde zijn vastgesteld.

:

1Inbreidingen die centraal in een kern liggen ter vervanging/transformatie van leegstaand vastgoed (bijvoorbeeld winkels, kantoren, kerken of scholen) komt de kwaliteit van de totale leefomgeving in de kern ten goede en geven we de hoogste prioriteit.

2Ontwikkelingen die binnen, of in de directe omgeving, van de centra van onze kernen liggen hebben de tweede prioriteit. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen die aan een (historische) hoofdstructuur liggen. Dergelijke ontwikkelingen hebben immers een grote impact op de manier waarop de kernen ‘beleefd’ worden.

3Inbreidingslocaties die op dit moment onvoldoende ruimtelijke kwaliteit hebben zijn de volgende in de rij om voorrang te krijgen om ontwikkeld te worden indien hier vraag naar is. Als er daarnaast ook nog sprake is van een combinatie met de aanpak van milieuproblematiek op een locatie (vervuiling) is er sprake van hoge prioriteit.

4Ontwikkelingen in de nabijheid van zorgvoorzieningen kunnen met voorrang worden ontwikkeld als daarmee woningen voor zorgvragers of specifieke doelgroepen worden gerealiseerd.

5Overige inbreidingslocaties

6Overige uitbreidingslocaties

Aan welke voorwaarden moet een (her)ontwikkeling voldoen?

Programmatische uitgangspunten

•Het plan voegt woningen toe welke nog niet (of onvoldoende) in het huidige woningbouwprogramma zijn opgenomen. En voegt woningen toe voor doelgroepen die nog onvoldoende bediend worden. Hierbij kijken we zowel naar de vraag van nu maar ook naar de vraag van de toekomst.

8Op dit moment zien we een vraag naar kleinere woningen. Deze moeten worden toegevoegd in de woningbouwprogrammering. Om echter nog enige kwaliteit te kunnen borgen (en ook verkoop/verhuurbaarheid in de toekomst) stellen we voor zelfstandige appartementen een ondergrens van 50 m2.

•We bieden ruimte voor vernieuwende of collectieve concepten zoals CPO, Tiny Houses, knarrenhof etc.

•Bij plannen met meer dan 10 woningen dient gefaseerde realisatie mogelijk te zijn.

•Toekomstbestendig en flexibel bouwen, dat wil zeggen: bouwen voor de behoefte van nu waardoor we inwoners behouden, maar voorkomen dat we bouwen voor leegstand in de toekomst. Een plan is bij voorkeur geschikt voor meerdere doelgroepen in verschillende levensfasen. Ook tijdelijke woningbouw is een mogelijkheid.

•Ter bevordering van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied of om initiatieven in het buitengebied te kunnen faciliteren, zetten we de instrumenten Rood-voor-Rood en splitsing van karakteristieke boerderijen in. Dit gebeurt conform de uitgangspunten van de beleidsnota ‘Erven in beweging’. Dit beleid biedt ook ruimte voor andere woonconcepten dan de veelvoorkomende vrijstaande woningen. Bijvoorbeeld kleinere eenheden met een bijzondere uitstraling. In het woningbouwprogramma wordt hier (in aantallen) rekening mee gehouden. Bij het toevoegen van wonen in het buitengebied is zorgvuldige (landschappelijke) inpassing van belang.

Ruimtelijke uitgangspunten

•De kwalitatieve woningtypologie (prijs, type, eigendom) past bij de behoefte op de betreffende locatie (juiste woningen op de juiste plek) en de betreffende kern.

•Wat passend is verschilt per kern en per locatie. De doelstelling van meer diversiteit in woningtypologie en vernieuwende concepten, projecten met uitstraling kunnen in de praktijk wel betekenen dat er een andere aansluiting op de omliggende bebouwing gaat plaatsvinden dan we tot nu toe gewend waren.

•In veel kernen vormen groene erven en kleine weilanden een belangrijke karakteristiek en zijn van belang om de bestaande ruimtelijke en groene structuren te versterken en, waar mogelijk, onderling te verbinden. Nieuwbouw op deze locaties wordt niet uitgesloten maar de belangen worden zorgvuldig afgewogen.

•Nieuwbouw/gebiedsontwikkeling moet worden afgestemd op de korrelgrootte van zowel de omliggende bebouwing als van het gehele dorp. Zowel de omvang van bouwvolumes in relatie tot kavelomvang als de omvang van bouwvolumes in relatie tot het straatbeeld zijn daarbij van belang. Naast de omvang van bouwvolumes is de stedenbouwkundige structuur waarin nieuwbouw gebouwd gaat worden van belang. Dit heeft invloed op welke bouwvolumes passend zijn.

•Bij de inrichting van nieuwbouwgebieden/gebiedsontwikkelingen wordt, naast klimaatadaptatie, voldoende ruimte vrij gehouden voor groen, spelen en ontmoeting. Dit levert namelijk een (positieve) bijdrage aan de beleving van toekomstige bewoners.

•Bij elke ontwikkeling moet worden voorzien in de parkeeropgave. Dit kan bij met name gestapelde bouw (appartementengebouwen) betekenen dat er in sommige gevallen ondergronds parkeren nodig is

•Er wordt zo veel mogelijk het Politie Keurmerk Veilig Wonen gehanteerd.

•Elke herontwikkelingslocatie moet een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de betreffende kern en bij centrumlocaties een bijdrage aan de beleving van het centrum van een kern.

Duurzaamheidsuitgangspunten

•Behoud van de groene erven en kleine weilanden kunnen ook van belang zijn voor onze opgave van klimaatadaptatie.

•We realiseren (bijna) energieneutrale of energieopwekkende woningen en richten nieuwe woonwijken zo duurzaam mogelijk in. Het ontwikkelen van nieuwe woongebieden doen we zoveel mogelijk duurzaam. Dit kan biodiversiteit en klimaatadaptatie zijn, maar denk ook aan zaken als duurzame mobiliteit.

Specifieke uitgangspunten voor (woon)zorg initiatieven

•Het initiatief draagt bij aan de doelen van het gemeentelijke sociaal beleid, in het bijzonder het Wmo- en jeugdbeleid. De vraag hierbij is of (en wat) het initiatief bijdraagt aan versterking van de plaatselijke sociale en zorginfrastructuur ten dienste van onze inwoners.

•Initiatiefnemers zijn bereid om samen te werken met andere woonzorginitiatieven, gericht op voldoende (economisch) draagvlak en professionele zorg voor een brede doelgroep.

•Aanvrager toont de economische haalbaarheid van het initiatief aan.

•Het initiatief is gericht op de lokale vraag.

•Het initiatief legt geen onevenredige druk op gemeentelijk geldt in het algemeen en geld voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet in het bijzonder. Het gaat om extra uitgaven die er zonder dit initiatief niet zouden zijn geweest. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanzuigende werking van doelgroepen uit andere gemeenten of een toenemend beroep op aangepast vervoer doordat zorgbehoevenden op afstand van voorzieningen - die (mede) voor hen zijn bedoeld - gaan wonen. Stapeling van zorg door komst van een nieuwe voorziening is niet gewenst.

•De beoogde locatie ligt bij voorkeur op korte afstand van winkelvoorzieningen voor dagelijkse boodschappen en ontmoetingsfuncties. Zo moet het voor deze mensen mogelijk zijn om in de eigen omgeving te wonen, binnen het eigen sociale netwerk.

•Bij nieuwe aanbieders: de aanbieder motiveert de toegevoegde waarde ten opzichte van de plaatselijk en regionaal gevestigde aanbieders en waarin de aanbieder zich onderscheidt qua zorgconcept.

•Voor de Jeugdwet geldt dat het initiatief bij voorkeur kleinschalig en gezinsgericht is.

Bijlage 3: Woonwagenbeleid

Om goed zicht te hebben op de doelgroep woonwagenbewoners en hun huisvestingsvraag is het goed om een aantal richtlijnen vast te leggen. Dit geeft ook de doelgroep duidelijkheid wat er van de gemeente verwacht kan worden. Richtlijnen:

1.De woonbehoefte van de doelgroep is leidend.

De behoefte naar standplaatsen is in beeld doordat SallandWonen een belangstellendenregistratie bij houdt. Men moet zich persoonlijk voor deze belangstellendenregistratie inschrijven.

Een woningzoekende woonwagenbewoner moet binnen een redelijke termijn een kans hebben op een standplaats. Dit is te vergelijken met reguliere woningzoekenden, daar is ook sprake van een wachttijd waarbinnen men een woning kan vinden.

2.Wanneer is er sprake van iemand die behoord tot de doelgroep woonwagenbewoner?

Om als belangstellende voor een standplaats te worden geregistreerd (en daarmee meegeteld te worden in de behoefte) moet een bewoner gedurende de afgelopen 50 jaar tenminste 10 jaar legaal in de gemeente Raalte of voormalige gemeente Heino in een woonwagen hebben gewoond. De termijn van 10 jaar geeft een binding met de woonwagengemeenschap in Raalte aan maar geeft tegelijk zogenaamde spijtoptanten de mogelijkheid om in aanmerking te komen teug te keren voor een woonwagenlocatie.

3.Toewijzing van vrijkomende standplaatsen vindt plaats middels een voorrangsbepaling en advies van de huidige bewoners

Indien meerdere gegadigden reageren op een vrijkomende woonwagenlocatie wordt de volgende volgorde gehanteerd

1Bij overlijden of vertrek naar een verzorgingshuis van de oude bewoner: (stief) kinderen van degene die de plaats huurde

2Woningzoekende die familie is in de eerste of tweede graad van degene die de plaats huurde

3Woningzoekende die familie is in de eerste of tweede graad van bewoners op de woonwagenlocatie waar de standplaats vrij komt

4Een woningzoekende die een standplaats huurt op de betreffende woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats heeft voorrang onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrij komt

5Overige woonwagenbewoners met binding aan de gemeente Raalte die aan de definitie voldoen

6Indien er meerdere gegadigden een zelfde prioriteit hebben is inschrijfduur van de belangstellendenregistratie bepalend.

7De huidige bewoners hebben inspraak in de toewijzing

8Indien er geen gegadigden zijn middels de belangstellendenregistratie of op voordracht van de huidige bewoners wordt de locatie aangeboden via een reguliere woonruimteadvertentie

9Indien er sprake is van een woonwagen in eigendom van de bewoner (Raalte en Heeten is dit het geval) zijn huidige en toekomstige huurder zelf verantwoordelijk voor een eventuele overname.

10In voorkomende gevallen is maatwerk mogelijk

De corporatie doet de toewijzing maar sluit dit vooraf kort met de gemeente.

4.Mocht blijken dat er onvoldoende plaatsen zijn om in de behoefte te voorzien dan onderzoeken we het toevoegen van nieuwe locaties.

In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik onderzoeken we eerst het optimaliseren en het toevoegen van standplaatsen bij bestaande locaties (uiteraard in overleg met de huidige bewoners). Mocht dit niet voldoende zijn, dan onderzoeken we het realiseren van geheel nieuwe locaties. Het toevoegen van geheel nieuwe locaties wordt gecombineerd met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en geïntegreerd in deze wijken. Het gaat dan om standplaatsen met een woonbestemming. Standplaatsen worden niet gecombineerd met een bedrijfsbestemming.

Er worden geen nieuwe locaties in het buitengebied gerealiseerd.

5.Eventuele nieuwe woonwagenstandplaatsen worden in de huur gerealiseerd.

De ondergrond/standplaatsen van mogelijke nieuwe standplaatsen blijven te allen tijden in eigendom van SallandWonen of de gemeente zodat er zicht blijft op het verloop en toewijzing van de standplaatsen. De te plaatsen woonwagens kunnen in de verhuur of verkoop worden gerealiseerd.

Bijlage 4: Woonzorgvisie ’21-‘25

1Wat is de woonzorgopgave?

In de afgelopen jaren zijn er diverse rapporten (gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau) opgeleverd met analyses van de huidige situatie en de ontwikkelingen die op ons afkomen. Een overzicht van deze benutte rapporten vindt u aan het einde van de woonzorgvisie. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste punten samengebracht. Voor meer achtergrondinformatie verwijzen wij graag door naar deze rapporten.

•Algemene trends

Er is sprake van een de dubbele vergrijzing, het aantal ouderen in de samenleving stijgt en we worden gemiddeld steeds ouder. Daarnaast is er een beweging gaande in de gehele zorgsector waarbij de inwoner niet langer toegeleid wordt naar bepaalde zorg in een instelling, maar andersom: de zorg wordt toegeleid naar de inwoner in zijn/haar eigen omgeving. Een concreet voorbeeld is dat mensen met een lichte zorgvraag niet meer in aanmerking komen voor een verblijf in een zorginstelling (intramurale zorg). Dit wordt ook wel ambulantisering of extramuralisering genoemd. Dit heeft als gevolg dat de vraag naar zorggeschikte woningen de aankomende jaren verder zal stijgen. Op deze landelijke trend is onze gemeente geen uitzondering.

De uitdagingen die hieruit voortvloeien gaan we graag in samenspraak met onze inwoners en samenwerkingspartners aan. Het is zaak om goed te onderzoeken waar de behoeften liggen en om elkaar vervolgens samen, vanuit de eigen kracht en noaberschap, te versterken. Op deze manier werken we aan een gemeente waarin we op een veilige en prettige manier zelfstandig thuis kunnen wonen, ook als er zorg nodig is.

Iedere inwoner kan te maken krijgen met een bepaalde beperking of kwetsbaarheid. Voorbeelden zijn oudere inwoners, inwoners met dementie, inwoners met een psychische kwetsbaarheid, inwoners met niet aangeboren hersenletsel (NAH), inwoners met een (licht) verstandelijke beperking (LVB) of inwoners met lichamelijke beperking. Zorg en ondersteuning aan deze inwoners wordt georganiseerd en gefinancierd vanuit verschillende wetgeving. Voor de leesbaarheid spreken we in dit document over doelgroepen. Hieronder staat beschreven welke ontwikkelingen er spelen voor deze doelgroepen, rond het thema wonen en zorg.

•Ouderen in de gemeente Raalte

Woning aanpassen

Het bovenstaande, in combinatie met het beleid gericht op extramuralisering, zal het aantal ouderen dat langer thuis blijft wonen in de nabije toekomst beduidend doen stijgen. Dit heeft direct een impact op de woonzorgsituatie in de gemeente Raalte. Uit het woningmarktonderzoek in onze gemeente blijkt dat de meeste woningen in de verschillende kernen van de gemeente geschikt zijn om te blijven wonen, ook als er zorg nodig is (of geschikt te maken bij maximale bedrag van €10.000). Er zijn nauwelijks kernen waar meer dan 20% van de woningvoorraad ongeschikt is om aan te passen. Dat de aankomende generaties ouderen steeds vaker in een ruime grondgebonden (koop)woning wonen, draagt hieraan bij. Dit totaalbeeld geeft onze gemeente een positieve uitgangspositie; er zijn veel woningen waarin het goed mogelijk is (al dan niet na een investering) om zelfstandig oud te worden.

Verhuizen naar een prettige en passende woning

Een ander deel van de oudere inwoners zal de stap gaan zetten om te verhuizen. Niet noodzakelijk omdat de woning ongeschikt is, maar wel omdat men andere kwalitatieve woonwensen heeft. Zo zal een deel op zoek gaan naar een kleinere, gelijkvloerse woning. Een andere beweegreden kan zijn om dichterbij voorzieningen te wonen. Als deze stap wordt gezet is het vaak (van een koopwoning) naar een (sociale of particuliere) huurwoning. Wensverhuizers zijn niet te verleiden met de oudere, kleinere seniorenwoningen. Vaak wordt de prijs-kwaliteit verhouding als negatief beoordeeld: er is behoefte aan nieuw voor oud. Naast de categorie wensverhuizers bij ouderen, zijn er ook noodverhuizers. De noodverhuizer, vaak 85-plus, heeft vaak haast en behoefte aan geschikte woning, zorgzekerheid, full-service, met andere woorden; ‘woonzorg’.

Dit raakt aan een derde groep ouderen. Voor hen is het lastig om zelfstandig thuis te blijven wonen. Er is behoefte aan een bepaalde veiligheid en voorzieningen in de nabijheid. Deze groep heeft een relatief lichte zorgvraag en verblijft als gevolg van de extramuralisering niet in een verpleeghuis. Het is geen hele grote groep, maar gegeven de kwetsbaarheid van deze inwoners vormt het wel een belangrijke groep. Volgens woningmarktonderzoek zal er in totaal in 2030 in de gemeente Raalte een behoefte zijn aan ongeveer 140 geclusterde woonvormen (zelfstandig ‘samen’ wonen met zorg in de buurt) voor deze groep (op dit moment is er behoefte aan rond de 95 van dit soort woonvormen, tot 2030 neemt de behoefte dus toe met nog eens 45 woningen). Het gaat hier alleen om de groep waarvoor geldt dat vanwege intredende beperkingen clustering min of meer noodzakelijk is, daarnaast kan geclusterd wonen ook een wens van ouderen zijn. De zogeheten tussenvormen (tussen volledig zelfstandig wonen en verpleeghuis) bieden hierin een belangrijke uitkomst.

Intramurale woonzorgvraag

Tot slot zal ook de intramurale vraag (24-uurs zorg) stijgen, zo blijkt uit het woningmarktonderzoek. In de afgelopen jaren is de behoefte aan intramurale woonvormen namelijk afgenomen in onze gemeente. Zo daalde het aantal inwoners in een dergelijke woonvorm van 440 in 2013, naar 365 in 2018. Na 2018 is er echter een stijging ingezet. De verwachting is dat de behoefte in 2030 rond de 535 ouderen (met zwaardere beperkingen) zal bedragen. Uit ons woningmarktonderzoek blijkt dat er in de periode 2013-2019 ca. 70 plaatsen zijn vrijgekomen in de verzorgingshuizen in onze gemeente. Mogelijk kan een deel van deze plekken worden gebruikt om de toenemende behoefte deels op te vangen. Daarbij geldt wel de kanttekening dat niet al het vastgoed daarvoor geschikt is om te voldoen aan de kwalitatieve woonzorgeisen. Bij verpleeghuisplaatsen is beddentoegankelijkheid van belang en ook voor geclusterde woonvormen kunnen specifieke eisen gelden.

•Specialistische jeugdhulp (wonen) in de gemeente Raalte:

Het is daarom van belang om deze vorm van jeugdhulp te stimuleren, zodat er voldoende aanbod is. Dit tekort geldt met name voor de groep ‘moeilijk plaatsbare jeugdigen’, voor hen zijn er onvoldoende woonplekken in de regio. Ten gevolge van dit tekort blijven jeugdigen langer dan nodig wonen op een tijdelijke verblijfsplek. Een ander gevolg kan zijn dat zij onnodig moeten verplaatsen van verblijfsplek naar verblijfsplek, in afwachting van een passende woonmogelijkheid. Voor onze gemeente is het belangrijk om scherp te zijn op de match tussen vraag en aanbod.

De inkoop van specialistische jeugdhulp speelt vanaf 1 januari 2022 nadrukkelijker in op deze ontwikkelingen door de financiering van wonen en zorg te scheiden, waardoor de plek waar een jongere woont niet af hoeft te hangen van het aanbod van een zorgaanbieder en bij voorkeur zo dicht mogelijk bij zijn of haar oorspronkelijke leefomgeving is. Deze beweging wordt in de nieuwe regionale visie – welke in het derde kwartaal van 2021 naar verwachting wordt vastgesteld – nader uitgewerkt. Deze beweging, welke zich richt op het stimuleren van meer kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen wordt in het volgende onderdeel van de tekst ‘wat willen we bereiken?’ verder toegelicht. Conclusie is al wel dat er meer kleinschalig gezinsgericht aanbod nodig is om aan te sluiten bij de vraag en visie van de regio.

•Overige doelgroepen met ondersteunings-/zorgbehoefte in de gemeente Raalte:

In samenwerking met gemeenten in de regio Deventer worden BW en MO georganiseerd. Met deze betrokkenen is daarom het volgende gezamenlijke doel geformuleerd: “Om mogelijk te maken dat meer inwoners zelfstandig (in plaats van in een instelling) kunnen wonen is een goede huisvestingsketen nodig. Een keten met passende zorg en ondersteuning én met aandacht voor omwonenden en buurten.” De verwachting is dat er in onze gemeente tot en met 2023 gemiddeld drie personen per jaar uitstromen vanuit beschermd wonen. Voor deze uitstromers zal gelden dat ze zich veelal zullen vestigen in de sociale huursector; verdeeld over woningen tot de eerste of tweede aftoppingsgrens. Met SallandWonen zijn er werkafspraken vastgelegd over de huisvesting van deze doelgroep

Ook het ‘beschut wonen’ voor inwoners met LVB (licht verstandelijke beperking), NAH (niet aangeboren hersenletsel) en een stoornis in het autisme spectrum zal de aankomende jaren binnen de gemeente Raalte met een onbekend aantal toenemen. De vraag bij ouderen naar nultredenwoningen/levensloopbestendige bouwen komt overeen met de woonbehoefte van deze doelgroepen. Het is daarbij wel zaak om te kijken wat er gevraagd wordt door de specifieke doelgroep, bijvoorbeeld aangaande prijsniveau, extra aandacht voor veilig wonen of betere geluidsisolatie.

Breder dan zorg

De zorg wordt geregeld vanuit verschillende wetten: Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet. Financiering van die zorg vindt ook op verschillende wijze plaats. In de basis maakt het in onze gemeente echter niet uit vanuit welke wet iemand zorg ontvangt, het zijn allemaal inwoners van onze gemeente. En daarmee gaat de woonzorgopgave over wet- en regelgeving en domeinen heen. In de Regiovisie Midden-IJssel hebben we mede daarom een gezamenlijke visie opgesteld op de toekomst van zorg en ondersteuning.

De woonzorgopgave gaat daarbij niet enkel over ‘zorg’ in de enge zin van het woord: iedere inwoner kan te maken krijgen met een bepaalde beperking of kwetsbaarheid, waardoor de vraag naar wonen verandert.

Het gaat over het ondersteunen en omkijken naar je buurman en over het zorgen voor jouw naasten. In die zin krijgen we allemaal te maken met zorg en dragen we allemaal, op ons eigen manier, bij aan de zorg voor de mensen om ons heen. Het gaat dus niet alleen over de daadwerkelijke zorg door professionals, maar over het welzijn van inwoners.

Dit sluit aan bij de benadering van gezondheid vanuit de invalshoek Positieve Gezondheid. Hierbij ligt het accent op de veerkracht en eigen regie van inwoners en niet op de ziekte en beperking.

Deze woonzorgopgave benaderen we dan ook onder andere vanuit de invalshoek Positieve Gezondheid.

2Wat zijn de behoeften en wensen?

•Woonbehoefte/-wensen ouderen in de gemeente Raalte

Om een goed beeld te krijgen van deze behoeften en woonwensen zijn we op verschillende manieren in gesprek gegaan met de inwoners. Zo hebben we een beeld opgehaald via de ‘luistervinken’, maar hebben we bijvoorbeeld ook een onderzoek gedaan naar de woonwensen van 50+’ers in de gemeente Raalte. Hiervoor hebben we 856 inwoners (50+) gesproken. Ook de gezamenlijk (met 115 inwoners) opgestelde omgevingsvisie geeft ons input voor de woonwensen/-noden van ouderen. Belangrijk voor onze gemeente is om de uitdagingen in nauw samenspraak met de inwoners aan te gaan. Alleen op deze manier kunnen we de aanpak optimaal vormgeven.

Voor ons is het belangrijk om aan te sluiten bij de behoefte/wensen van (toekomstige) ouderen in de gemeente. Uit de bovenstaand beschreven onderzoeken komen een aantal signalen rond de behoefte/wensen van toekomstige ouderen in onze gemeente naar voren. Deze willen we graag meenemen in onze visie op wonen en zorg. Belangrijke elementen zijn:

-Er is behoefte aan sociale steunpunten in de nabijheid en nadrukkelijk de behoefte om (bij eventuele verhuizing) het eigen sociale netwerk in stand te kunnen houden. Ook in relatie tot de afname van mantelzorgers is dit van belang. Nabijheid van zorg en mantelzorgers verhogen de mogelijkheden om zelfstandig thuis te wonen van ouderen beduidend. Ook bij intramuraal wonen blijft het behouden van sociale structuren belangrijk: het draagt bij aan het welzijn en zorgt voor extra ondersteuning voor de oudere.

-Er is welwillendheid bij ouderen in de gemeente Raalte om geclusterd te wonen, maar graag wel bijvoorbeeld gemengd met jongeren. De behoefte is dus zeker niet het wonen in typische ‘ouderenwoningen’. Hierbij wordt ook het behoud van groen in de woonomgeving als belangrijk element genoemd.

-Ongeveer de helft van de 50+’ers in de gemeente Raalte wil graag oud worden in de eigen/huidige woning. De redenen hiervoor zijn met name dat men tevreden is met de eigen woning, de buurt en met de nabijheid van voorzieningen. Ook is er een onderliggende veronderstelling die hierin mee speelt. Veel mensen gaan ervan uit dat aanpassen hoe dan ook goedkoper zal zijn dan verhuizen. Volgens deze groep zijn relevante aanpassingen onder andere: slaapkamer op de begane grond, traplift, aangepast badkamer en toilet en het verwijderen van drempels. Noemenswaardig is dat met name ouderen in het buitengebied minder bereid lijken te zijn om te verhuizen. Ook valt op dat hoe hoger de leeftijd van de inwoner, hoe lager de verhuisbereidheid. Hierin komt de noodzaak nog eens naar voren om preventief na te gaan denken over de mogelijkheden.

-39% van de huidige 50+’ers is nog een keer van plan te verhuizen. Van deze groep geeft bijna 70% aan te willen verhuizen ‘ruim voordat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen’. De woonwensen van deze groep richten zich met name op de nabijheid van voorzieningen, de locatie (wens om in het eigen dorp en nabij het sociale netwerk te blijven wonen) en het feit dat de woning gelijkvloers dient te zijn. De overige 10% weet nog niet of het in de toekomst wil verhuizen. Dit is volgens hen voor een groot deel afhankelijk van de gezondheid.

-Ongeveer 4/5 deel van de bevraagde inwoners geeft aan nog niet bezig te zijn met aanpassingen van het huis. Onder andere onvoldoende kennis, ‘niet weten waar te beginnen’ en de verwachting dat het een te hoge investering vraagt spelen hierbij een belangrijke rol. Voor de gemeente is het zaak om zichtbaar te zijn en te ondersteunen/informeren in het geval van gebrekkige informatie bij de inwoners.

-Tenslotte is in de enquête ook gevraagd wat de gemeente kan doen om ouderen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Een belangrijk advies aan de gemeente is allereerst om te gaan bouwen of om ‘geschikte woningbouw’ mogelijk te maken. Hierin heeft de gemeente een rol als het gaat om het woningbouwprogramma, locaties en vergunningsverlening. Een tweede belangrijke aanbeveling betreft het tijdig informeren/adviseren van ouderen in de gemeente. Er is behoefte aan ondersteuning en advies als het gaat om het verkennen van de opties en het maken van een juiste, duurzame keuze.

•Specialistische jeugdhulp (wonen) in de gemeente Raalte:

Rond de doelgroep specialistische jeugdhulp sluiten wij ons volledig aan bij het uitgangspunt van de regio IJsselland: elke jeugdige verdient het om gezond en veilig op te groeien; dit betekent voor elke jeugdige uit onze regio een liefdevolle en stabiele leefomgeving die perspectief biedt, zo kleinschalig (max. 6 kinderen) en gezinsgericht mogelijk en bij voorkeur in de buurt van de huidige leefomgeving.

Het is dus zaak om bij wonen voor deze doelgroep te gaan kijken naar plaatsingen, zoveel als mogelijk binnen het bestaande netwerk van de jeugdige. Op deze manier kan het onderwijs en vrije tijd van de jeugdige zoveel mogelijk op dezelfde manier worden voortgezet. Hierom is er een belangrijke rol voor goede matching. Het uitgangspunt is dus om de jeugdige het liefst bij familie of bekenden van het gezin te plaatsen, om zo continuïteit zoveel als mogelijk te waarborgen. Indien dat geen optie is, dan wordt er gekeken naar een gezinsvorm. In deze matchingsfase worden de ouders en, afhankelijk van de leeftijd, de jeugdige zelf zoveel als mogelijk betrokken. Het huidige aanbod van gezinsgerichte kleinschalige woonvormen is te klein, er zijn niet voldoende plekken om jeugdigen in onze regio te laten verblijven. Het betekent dus ook dat we als gemeente open moeten staan voor (het creëren van) dergelijke woonvormen binnen onze gemeentegrenzen.

Naast specialistische jeugdhulp, zijn ook overige kwetsbare jongeren een belangrijke doelgroep. Dit zijn onder andere jongeren die uitstromen uit jeugdzorg en behoefte hebben aan een goedkope woonruimte. Ook betreft deze relatief goedkope huurwoningen is er krapte; er is behoefte aan meer goedkope huurwoningen voor deze doelgroep.

•Overige doelgroepen met ondersteunings-/zorgbehoefte in de gemeente Raalte:

Voor de doelgroepen rond uitstroom BW en MO, maar ook andere doelgroepen is het belangrijk dat zij fijn en veilig kunnen wonen in onze gemeente. Hierbij is het belangrijk dat er oog is voor draagkracht in de buurt: inclusiviteit en draagkracht dienen een vast onderdeel van gesprek te zijn bij het bouwen of herinrichten van wijken. Het is hierbij essentieel om het gesprek in alle openheid met de bewoners te voeren. Tenslotte is ook de juiste ondersteuning (dichtbij) voor hen zelf van groot belang. Maar ook om samen een inclusieve buurt te kunnen vormen: ken je buren, wellicht kan iemand geholpen worden met een klein gebaar. Bovendien is het belangrijk te weten waar je terecht kunt met signalen en vragen wanneer je ’21 je zorgen maakt, maar zelf niet weet wat te doen. Dit vormen de belangrijkste uitgangspunten voor deze doelgroepen. Een uitgebreide uitwerking van deze punten zijn te lezen in de volgende paragraaf ‘Wat willen we bereiken?’.

3Wat willen we bereiken?

We staan voor een inclusieve samenleving: we willen het mogelijk maken dat zoveel mogelijk inwoners op een veilige en verantwoorde manier zelfstandig thuis kunnen (blijven) wonen in onze gemeente. Ook als dit door een bepaalde beperking of kwetsbaarheid minder vanzelfsprekend is. Dat houdt in dat er in onze gemeente huisvestingsmogelijkheden zijn die zoveel mogelijk aansluiten op de woonwens van mensen uit kwetsbare doelgroepen en die passen bij de eigen mogelijkheden en zwaarte van de zorgvraag. Naast het sturen op het wonen en de woonomgeving, gaat het hierbij ook nadrukkelijk om andere thema’s die bijdragen aan het langer zelfstandig thuis kunnen wonen: meedoen, zelfredzaamheid en ondersteuning. Voor ons gaat het bij een inclusieve samenleving ook over omzien naar elkaar, ontmoetingen faciliteren en samenhang creëren in wijken.

Het versterken van de inclusieve samenleving doen we enerzijds door in te zetten op preventie en uit te gaan van positieve gezondheid. Steeds meer inwoners krijgen te maken met één of meer chronische aandoening(en). Een gezonde levensstijl kan een positieve bijdrage leveren aan het tegengaan van deze aandoeningen. Speciale aandacht gaat hier bijvoorbeeld uit naar leefstijl en overgewicht bij kwetsbare groepen. Ook gerelateerde sociale thema’s speler hierbij een rol: het is belangrijk om in dit kader nog meer in te zetten op de aanpak van eenzaamheid, stress en schuldenproblematiek. Hierbij gaan we in onze gemeente uit van positieve gezondheid. Voor ons staat niet de aandoening centraal, maar plaatsen we een betekenisvol leven centraal. De nadruk ligt op de eigen veerkracht, regie en aanpassingsvermogen. Dit in tegenstelling tot een focus op de beperkingen die de aandoening/ziekte met zich meebrengt. In kader van preventie zijn een structurele aanpak, goede sociale netwerken (noaberschap), goede voorliggende voorzieningen en een verbindende rol voor sleutelfiguren in wijken en dorpen cruciaal.

-In het verlengde hiervan is het versterken van eigen regie en zelfstandigheid van onze inwoners belangrijk. Door inzet op eigen regie, sociale netwerken rond inwoners te versterken, mantelzorgers optimaal te ondersteunen en aandacht te hebben voor passende woonvoorzieningen willen we dit versterken. Belangrijk hierin is voor ons om goed te luisteren naar de behoeften en ideeën van inwoners (en mantelzorgers) en participatie in de wijken te stimuleren.

-Ter bevordering van de zelfredzaamheid en voorkoming van eenzaamheid is ontmoetingvan groot belang. Niet elke inwoner kan in of bij het centrum wonen, dat is ruimtelijk niet mogelijk. Het is daarom van belang dat er een centraal punt in de wijk of kern is en goede vervoersmogelijkheden. We houden de bestaande maatschappelijke voorzieningen (MFA’s) in stand voor het behoud van het “noaberschap”. Speciale aandacht gaat hierin uit naar het ‘dementievriendelijk’ maken van onze wijken.

Daarnaast gaat het bij het versterken van de inwoners om bewustwording: het is belangrijk voor inwoners om op tijd na te gaan denken over het ouderen worden. Het doel is dat inwoners zelf de juiste dingen, tijdig gaan ondernemen om zo zelfstandig te kunnen blijven wonen. Hierbij is er altijd een vangnet: de gemeente heeft een belangrijke rol in het bewustmaken, (laagdrempelig) ondersteunen en adviseren van inwoners die te maken krijgen met dit vraagstuk.

-Dat deze behoefte er is, blijkt ook uit de enquête, afgenomen onder 50-plussers in onze gemeente. Hieruit wordt duidelijk dat inwoners die nadenken over aanpassingen aan het huis niet altijd weten waar ze moeten beginnen. Bij hen is er behoefte aan onafhankelijk advies. Ditzelfde geldt voor mensen die willen doorstromen naar geschiktere woning: zij hebben behoefte aan ontzorging en advies in de verhuiskeuze. Een mogelijkheid om hier vorm aan te geven is door de beschikbaarheid van een onafhankelijk wooncoach voor inwoners.

Onze (kwetsbare) inwoners moeten een geschikte woning kunnen vinden. Dit kunnen appartementen zijn, maar nadrukkelijk ook grondgebonden levensloopbestendige woningen (1-2 persoonswoningen, betaalbaar). Onze ambitie is dat: 80% van de nieuwbouw op inbreidingslocaties levensloopbestendig is. Ook op locaties verder van het centrum gelegen bouwen we zo veel mogelijk levensloopbestendig. Dit betekent niet dat er direct een senior gaat wonen, deze woningen kunnen ook geschikt zijn voor bijvoorbeeld starters of kwetsbare doelgroepen, maar dit draagt wel bij aan een meer levensloopbestendige woningvoorraad. Diversiteit en spreiding over de wijken geldt hierbij voor ons als belangrijk uitgangspunt.

Tenslotte is het bieden van de goede, passende zorg en ondersteuning (dichtbij wonen) ook een belangrijk uitgangspunt voor onze gemeente. Doordat de zorgvraag zal groeien en er anderzijds een krapte ontstaat aan zorgkrachten op de arbeidsmarkt, kan de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg in het gedrang komen. Om deze reden is het extra belangrijk om de juiste zorg op de juiste plek aan te bieden. Bijvoorbeeld door een betere doorstroom van patiënten/cliënten te realiseren en door zorg slim te verplaatsen. Naast het bieden van voldoende intramurale of beschutte woonvormen zijn ook de zogenoemde tussenvormen voor ouderen zeer relevant. Het meer geclusterd wonen, in de nabijheid van zorg, biedt een antwoord op de uitdagingen rond schaarste van arbeidskrachten/zorg. Ook betreffende specialistische jeugdhulp is het van belang om passende ondersteuning te bieden. Hierbij komt ook nogmaals het belang naar voren om goed aan te sluiten bij het sociale netwerk en passende voorzieningen van de jeugdige.

-Het streven is om, met speciale aandacht voor zorg en veiligheid, de zorgactiviteiten voor onze inwoners goed op elkaar te laten aansluiten. Dit moet breed georganiseerd worden, over de schotten van wet- en regelgeving heen. Extra aandacht hebben we daarin voor individuen bij wie de kwaliteit van zorg en ondersteuning in het gedrang komen doordat ze zich op het snijvlak bevinden van wetgeving, diagnoses en systemen.

Conclusie

Belangrijk bij alle doelgroepen is om goed te onderzoeken hoe de vraag en woonbehoefte zich de aankomende jaren gaat ontwikkelen, dit willen we in gezamenlijkheid doen met onze inwoners en partners. Op deze manier willen we zo goed als mogelijk aansluiten bij de woonbehoefte, zowel bij ouderen als bij andere (kwetsbare) doelgroepen. Zo valt in het huidige beeld op dat de huisvestingsbehoeften van de zorgdoelgroepen op veel vlakken overeenkomen met de behoefte van starters: zelfstandige 1-2 persoonsappartementen.

Vanuit alle kanten wordt ook duidelijk dat diversiteit in de wijken (en wooncomplexen) belangrijk is vanuit het oogpunt van leefbaarheid en om te kunnen meebewegen met de vraag in de markt. Dit vraagt om courante/gangbare woonoplossingen die aantrekkelijk en bruikbaar zijn voor meerdere doelgroepen. Dit gegeven maakt nog eens extra duidelijk hoe belangrijk het is om een goed beeld te hebben en houden van de woonbehoefte van de diverse (zorg)doelgroepen. Ook vraagt het om een gebiedsgerichte aanpak. Geen wijk of dorp is hetzelfde en er moet dus per wijk gekeken worden naar de passende invulling.

De afname van het aantal mantelzorgers zorgt daarnaast voor een toenemend belang van nabijheid tussen van zorgvrager en mantelzorger. Ook bij intramuraal wonen is het belangrijk dat sociale structuren zoveel als mogelijk behouden blijven, voor het welzijn en extra ondersteuning rond de zorgvrager. Het noaberschap in onze gemeente is in dit kader een zeer helpende factor voor de zelfredzaamheid van onze inwoners.

Hoe dan ook is het zaak om oog te hebben voor een goede verspreiding over de wijken, draagkracht in de buurt en om passende ondersteuning/voorzieningen dichtbij te organiseren. Dit kan alleen door intensief samen te werken met onze inwoners en samenwerkingspartners.

4Hoe gaan we dit bereiken?

In thema 1 van het Programma Wonen staan al diverse actiepunten beschreven om de ambitie van langer zelfstandig wonen in onze gemeente te bereiken. In dit hoofdstuk geven we aan hoe we dit gaan oppakken.

Intensivering samenwerking

Een goede samenwerking op het gebied van wonen, de omgeving, welzijn en zorg is cruciaal. Dit begint bij het voelen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de woonzorgopgave. En vervolgens uiteraard ook het pakken van die verantwoordelijkheid. Hierin zijn onze inwoners en samenwerkingspartners onmisbare schakels. Door niet de zorg centraal te stellen, maar de inwoner als vertrekpunt te nemen, kom je al snel op gedeelde belangen van diverse betrokkenen. En dan gaat er samenwerking plaatsvinden.

Een mooi voorbeeld zijn de netwerkbijeenkomsten wonen, zorg en welzijn. Hier nemen zorg- en welzijnspartijen, woningcorporatie en gemeenten Raalte en Olst-Wijhe aan deel. Ook tijdens de presentatie van het rapport Wlz huisvestingsopgave bleek uit de hoge en diverse opkomst dat de uitdagingen en de urgentie breed worden gevoeld. Van ruimtelijk tot sociaal domein, van lokaal tot provinciaal niveau. Op regionaal niveau hebben gemeenten, zorgorganisaties, zorgverzekeraar gezamenlijk hun ambities vastgelegd in de Regiovisie Midden-IJssel. Meerdere ambities hebben raakvlakken met de woning en woonomgeving van inwoners.

Al deze samenwerkingen zijn geen doel op zich, maar wel noodzakelijk om uitvoering te geven aan de woonzorgopgave. De vaststelling van het Programma Wonen en daarmee ook de woonzorgvisie is een mooi moment om binnen de verschillende samenwerkingsverbanden te kijken naar doelstellingen en (uitvoerings)afspraken: waar ligt de focus; waar zit er overlap; wat ontbreekt er; waar liggen mogelijke verbindingen en kansen? We streven naar het benutten van bestaande samenwerkingen en zo min mogelijk realiseren van nieuwe overlegstructuren.

Actualiseren actieplan zelfstandig thuis wonen

In september 2017 is het actieplan zelfstandig thuis wonen vastgesteld. Bij de totstandkoming van het actieplan zijn diverse personen en organisaties betrokken geweest. Om uitvoering te geven aan deze woonzorgvisie hebben we een goede basis liggen in het actieplan.

Dit plan gaan we actualiseren en aanvullen met hetgeen we ons hebben voorgenomen in hoofdstuk 3 van deze woonzorgvisie. Ook de acties die beschreven staan bij thema 1 van dit Programma Wonen zullen opgenomen worden in het actieplan. Deze actualisatie zullen we wederom in samenspraak doen met diverse betrokken personen en organisaties. We vinden het belangrijk om in de uitwerking van het te actualiseren actieplan nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met onze inwoners.

Bronvermelding

Aan de totstandkoming van de woonzorgvisie hebben de volgende bronnen ten grondslag gelegen:

-Transformatieplan ‘Doen wat nodig is!’

-Beleidsplan sociaal domein (’20-’24)

-Actieplan zelfstandig thuis wonen

-Rapport: Woningmarktonderzoek Raalte

-Rapport: Huisvestingsopgave opvang en bescherming centrumgemeente Deventer

-Rapport: Wlz huisvestingsopgave 2040 (Salland)

-Rapport: Regiovisie Midden-IJssel

-Rapport: Eindrapportage Monitor Gezond Wonen (provincie Overijssel)

-Uitvoeringsplan: doorontwikkeling inkoopmodel Regio IJsselland

-Inkoopstrategie: doorontwikkeling inkoopmodel regio IJsselland

-Resultaten enquête: ‘Enquête woonwensen 50-plussers in Raalte’

-Luistervinken Raalte

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.