Aanhef
De raad van de gemeente Raalte,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 september 2024
Besluit:
1Het beleidsplan biodiversiteit vast te stellen;
2Het college opdracht te geven hieraan uitvoering te geven;
3De inzet van de benodigde middelen af te wegen bij de begroting 2025-2028.
Aldus besloten in de vergadering van 17 oktober 2024.
de griffier
Karin Zomer
de voorzitter
R.J. Zuidema
Bijlage 1 Actieprogramma
Spoor 1: natuurstructuren versterken
Binnen de kernen zetten we ons in om de groene hoofdstructuur te completeren en te versterken tot een volwaardige natuurstructuur. Hierbij gaan we met ons huidige groenbeheer door op de ingeslagen weg en maken we dit beheer stapsgewijs steeds natuurinclusiever. Waar het kan verrijken we de groenstructuur, bijvoorbeeld door samen met vrijwilligers als de Werkgroep Groene Agenda gericht vergroeningsprojecten en -acties uit te voeren. Buiten de kernen zetten we in op het stimuleren van verbinding: tussen de kernen onderling én tussen kernen en hot spots van biodiversiteit, zoals natuurgebieden. Denk hierbij aan ecologisch berm- en oeverbeheer.
Actie
Toelichting
Wanneer
Status
Faciliteren en stimuleren van pluktuinen
In het kader van ‘Raalte plukt’. Ook medebeheerders vinden in de wijk eromheen
Initiatieven op gebied van biodiversiteit vastleggen in "simpele"overeenkomst
Inzaaien biodiversiteitsstroken en afsluiten van adoptieovereenkomsten voor beheer van groen door inwoners
Stimuleren natuurlijke speelplekken
Aanleg van nieuwe, meer natuurlijke speelplekken en het omvormen van oude speelplekken naar meer natuurlijke speelplekken
Implementeren gedragscode soortbescherming gemeenten 2023
Het is bij wet verplicht om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en beheerwerkzaamheden zorgvuldig richting beschermde diersoorten te handelen. Door een goede implementatie borgen we dit.
Klimaatsubsidieregeling uitbreiden met onderdeel biodiversiteit
Aanleg van geveltuinen en aanplant van bomen bij particulieren en/of bedrijven. Daarnaast betreft dit ook de aanleg van groene schoolpleinen en de aanplant van bloembollen in bloemperken en bermen door of via de Werkgroep Groene Agenda. Er kan worden aangesloten bij de bestaande klimaatsubsidie.
Aanleg voedselbos
Suggestie uit de klankbordgroep
Het toekomstbestendig maken van industrieterreinen
Denk aan aanleg van hagen op particuliere kavelgrenzen ("Hek weg, plant een heg!"), aanleg van gevelgroen ("Verdien meer poen, maak je gevel groen!") en aanleg van (en omvorming naar) bloemrijke vegetaties (inheemse en streekeigen kruiden, bollen en/of ruig gras). Andere voorbeelden zijn de aanplant van extra bomen (op bedrijfskavels en in openbare ruimte), de aanleg groene daken en het ontstenen/vergroenen van onnodige verhardingen.
Verstrekken zaadmengsels kernen en het buitengebied
Specifieke zadenmengsels toepassen/voorschrijven voor de verschillende kernen (aansluitend bij lokale karakter en gidssoorten) en het buitengebied
Opzetten ecologisch berm- en slotenbeheerplan
We laten een ecologisch berm- en slotenbeheerplan opstellen die inzichtelijk maakt waar in de gemeente kansen liggen voor een meer ecologisch beheer en hoe dit beheer er uitziet. Hierbij vindt vooraf ook een inventarisatie van natuurwaarden plaats.
2024/2025
Aanpassen bestaande inrichting openbare ruimte (kleinschalig)
Kleinschalige aanpassingen biodivers maken, prioriteit bij groene hoofdstructuur.
Locaties waar veel eiken staan biodivers maken om natuurlijk evenwicht in relatie tot beheersbaar maken eikenprocessierups te verbeteren/herstellen.
2025 e.v.
Aanpassen inrichting openbare ruimte (grootschalig)
Projecten vanuit MIP, toekomstbestendig en leefbaar maken openbare ruimte, biodiversiteit meekoppelen en maatregelen vanuit opgave dorpen en wijken.
2025 e.v.
Toepassen ecologische beheermaatregelen
Maatregelen als ecologisch groen en bermbeheer toepassen waar deze kansrijk zijn. Prioriteit bij groene hoofdstructuur. Ook prioriteit bij locaties met eiken in het beheersbaar maken van eikenprocessierups.
2025 e.v.
Toepassen inrichtingsmaatregelen, o.a. bij groeiopgave
Biodiverse inrichting leefomgeving meenemen vanaf de tekentafel. Opnemen in het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte) bij ruimtelijke (her)inrichting.
2025 e.v.
Realiseren egelsnelwegen
In samenwerking met HoopHeggen in en rond de kernen groene barrièrevrije verbindingen maken voor egel (en andere dieren).
Afstemmen beheer wegbermen en sloten
Gesprek met waterschap over ecologisch(er) beheer sloten en noodzaak schrapen bermen vanwege afwatering
Opzetten groen- en natuurscan
Via gemeenteloket, zelfde als energiescan. Wellicht combineren? Ook voor bedrijven?
Gebruikmaken subsidies Provincie Overijssel i.h.k.v. programma Natuur voor Elkaar
We maken gebruik van het instrumentarium en de subsidies die de provincie aanbiedt.
Hanteren 1-20-300 als leidraad
Voor aanleg van nieuwe wijken en bij herontwikkeling op inbreidingslocaties nemen we de leidraad op om voldoende groen te borgen.
Spoor 2: natuurinclusief bouwen
We willen bewoners en projectontwikkelaars stimuleren en faciliteren om natuurinclusieve maatregelen te treffen als ze gaan renoveren, verduurzamen of bouwen. We kiezen hierbij voor een stimulerende aanpak waarin we informatie verstrekken en subsidies beschikbaar stellen. In deze paragraaf ontdek je welke maatregelen we concreet nemen.
Actie
Toelichting
Wanneer
Status
Hanteren 1-20-300 als leidraad voor bouwen
Voor aanleg van nieuwe wijken en bij herontwikkeling op inbreidingslocaties nemen we de leidraad op om voldoende groen te borgen.
Natuurinclusief maken van eigen vastgoed
Bij bouw van nieuw vastgoed en bij renovatie van bestaand vastgoed doen we dit zoveel mogelijk natuurinclusief.
Stimuleren natuurinclusieve maatregelen bij particulieren
Ontwikkelen menukaart voor natuurinclusieve maatregelen
Aansluiten bij het tweejaarlijks overleg met bouwbedrijven
Biodiversiteit als standaard agendapunt opnemen
Vrijmaken intern capaciteit
Organiseren workshops klimaatadaptatie en biodiversiteit
Per wijk workshops organiseren
Stimuleren lokale aannemers
Informeren en stimuleren over natuurinclusief renoveren en bouwen
Toepassen inrichtingsmaatregelen, o.a. bij groeiopgave
Biodiverse inrichting leefomgeving meenemen vanaf de tekentafel. Opnemen in HIOR bij ruimtelijke (her)inrichting.
2025 e.v.
Doorvertalen in HIOR
Check in hoeverre HIOR aangepast moet worden.
Organiseren groene tuinontwerpsessies
Bij elke nieuwbouw groene tuinontwerpsessies organiseren en hierin dan ook extra informeren over het belang van groen.
Spoor 3: samenwerking versterken
We willen dat dit beleidsplan geen papieren werkelijkheid blijft. We willen relevante stakeholders effectief betrekken, op zo’n manier dat ze geïnspireerd raken en willen meedoen aan het versterken van de biodiversiteit in onze gemeente. We gaan hierbij uit van drie principes.
VERBINDEN: breng alle initiatieven samen
Gemeente Raalte barst van de mooie, groene initiatieven, maar samenhang ontbreekt. En dat is zonde. Daarom kiezen we ervoor om initiatieven meer met elkaar te verbinden en te werken aan de herkenbaarheid ervan. Door de samenhang tussen alle losse projecten duidelijk te maken, zien inwoners en ondernemers namelijk dat hun inzet bij een enkele activiteit bijdraagt aan het grotere geheel. En daardoor voelt hun bijdrage ineens veel betekenisvoller. We spelen hierbij in op wat inwoners herkennen en wat ze trots maakt.
VERTROUWEN: werk met de kracht van binnenuit
Op veel verschillende afdelingen en beleidsterreinen van de gemeente zijn we bezig met vergroening en verduurzaming. We betrekken daarom ook de medewerkers bij de uitvoering van het biodiversiteitsbeleidsplan. Een belangrijk aandachtspunt, want het wordt steeds belangrijker om te zeggen wat je doet en te doen wat je zegt. Is ons gedrag niet in lijn met wat we communiceren, dan verliezen we onze geloofwaardigheid. Het is belangrijk dat medewerkers zich hier bewust van zijn bij het maken en/of uitvoeren van beleid. Aan dat bewustzijn gaan we werken.
VOLHOUDEN: maak één iemand verantwoordelijk
Mensen veranderen niet van de ene op de andere dag. Een boodschap moet vaak herhaald worden, aansluiten bij de kennis en motivatie van de doelgroep én de drempel om het gewenste gedrag uit te voeren, moet zo laag mogelijk zijn. Dit vergt veel inzet en een lange adem. Om een consistent verhaal te realiseren dat op lange termijn effect heeft, maken we één iemand verantwoordelijk voor de communicatie over vergroening en verduurzaming. We investeren in kennis, bewustwording en zichtbaarheid en werken vervolgens toe naar interactie, dialoog en samenwerking.
Actie
Toelichting
Wanneer
Status
Implementeren strategisch communicatieplan klimaatadaptatie
We kiezen ervoor om de communicatiestrategie van dit biodiversiteitsbeleidsplan te koppelen aan het Strategisch Communicatieplan Klimaatadaptatie. Het is belangrijk in dat plan een thermometer te stoppen: hoe staat het met de uitvoering van het plan, waar loopt het goed, waar loopt het spaak, waar komt dat door en wat is er nodig om het plan verder tot een goede uitvoer te brengen? Dit moment is ook handig om de doelen nog eens verder aan te scherpen. Wat willen we met communicatie concreet bereiken? Wanneer zijn we tevreden? Op basis daarvan kan het plan aangescherpt en geconcretiseerd worden.
Verkennen interne behoeften
Er is een interne verkenning nodig: welke afdelingen krijgen met biodiversiteit te maken en op welke manier? Zijn zij gemotiveerd om hun beleid en uitvoering natuurinclusief te maken en hebben ze daarvoor de juiste kennis in huis? Zo niet, hoe krijgen we ze dan in de juiste stand? Wat hebben ze nodig om aan de slag te kunnen? Op basis daarvan moet een intern communicatieplan gemaakt worden. Ook hierbij is het belangrijk om concrete doelen te stellen: waar moeten alle communicatie-inspanningen toe leiden?
Integreren biodiversiteit in intern beleid en communicatie
Standaard kopje "biodiversiteit" in gemeentelijk opgavedocument/collegevoorstel, standaard periodiek een bericht op intranet enz.
Coördineren uitvoering beleid
biodiversiteit
Op gang brengen van nieuw beleid en interne afstemming en integrale aanpak, ondersteunen initiatieven derden. Verbinding provinciaal programma Natuur voor Elkaar etc.(subsidies)
2025-2026
Kennis ontwikkelen intern/extern
Intern: medewerkers op verschillende niveaus opleiden. Ecologische kennis in huis halen! Extern: Opleidingsbudget beschikbaar stellen voor vrijwilligers, bijv. bezoek studiedag, excursies
2025-2026
Uitvoeren communicatie-acties
Intern: Uitvoeren communicatiestrategie, website, persberichten, doelgroepen benaderen, verbinding met onderwijs etc. Extern: Budget mede voor stimuleren natuurinclusief bouwen en renoveren. Folders voor grondbedrijf.
Structureel vanaf 2025
Stimuleren groene maatschappelijke organisaties (o.a. werkgroep groene agenda)
Intern: Toekennen van middelen. Extern: Budget beschikbaar voor educatie door derden en uitvoeringsprojecten (opschalen insectenweek, boomfeestdag, nestkasjes, monitoren soorten)
Vanaf 2025
Ondersteunen scholen
Bij aanleg en beheer groene schoolpleinen, bij organiseren insectenweek, natuureducatie, etc
Stimuleren en faciliteren initiatieven van inwoners en ondernemers
Intern: ondersteuning zoveel mogelijk laten aansluiten bij acties klimaatadaptatie. intern afstemming van initiatieven etc. Extern: Budget beschikbaar voor biodiversiteit op percelen van particulieren in combinatie met klimaatadaptieve maatregelen
Vanaf 2025
Ontwikkelen parels in het groen -publieksactie ontwikkelen beleid biodiversiteit
Extra educatie en realisatie biodiverse parels in het groen
2025 en 2026
Inzetten tuincoaches
Om bewoners te adviseren over het biodivers (en klimaatadaptief) inrichten van tuinen. Ook kijken of ze ingezet kunnen worden voor bedrijven.
Meedoen aan Boomfeestdag
De gemeente neemt deel via werkgroep Groene Agenda, specifiek om daar ook te vertellen over het belang van biodiversiteit
Organiseren insectenweek door Werkgroep Groene Agenda
Voorlichting over het belang van biodiversiteit staat centraal. Waarbij actie is gericht op verschillende doelgroepen: leerlingen scholen, inwoners en vrijwilligers.
Samenwerken met Carmelcollege en Landstede
Samenwerkingsverband met praktijkonderwijs op het Carmelcollege. Scholieren betrekken bij werken met biodiversiteit
Opstellen vlinderkaart of -boek
Er zou een verspreidingskaart van vlinders in Salland door de jaren heen gemaakt kunnen worden. Of een boek met ‘de vlinders van Salland’
Stimuleren groenontwikkeling in sociaal armere woonwijken
In de versteende sociaal zwakkere wijken samenwerken en de verbinding zoeken met afdeling sociaal domein gemeente, woningcorporaties, scholen, buurthuizen, etc.
Bijlage 2 Natuurstructuurkaarten
Raalte - divers
Gidssoorten: huismus, egel en dagpauwoog
Kenschets:
-Raalte ligt deels op een dekzandlaagte en deels op een dekzandhoogte. De kern kent daardoor een afwisseling van nattere en drogere omstandigheden. De natte delen van de kern worden gevoed door kwelwater afkomstig van de Sallandse heuvelrug. De kwaliteit van dit grondwater is hoog: op locaties waar kwaliteit van de bodem ook hoog is leidt dat tot bijzondere natuurwaarden. Zoals bij de woonwijk Fransiscushof, hier heeft zich op het laagste gedeelte een zeer soortenrijke vegetatie ontwikkeld met bijzondere soorten als moeraswespenorchis en rietorchis. Het landschap rondom de kern is veelal kleinschalig met bomenrijen, houtsingels en bosjes.
-Op korte afstand gelegen zijn er hotspots van biodiversiteit, waaronder Boetelerveld en landgoederen ten zuiden en noorden van de kern. De kern en deze gebieden zijn relatief goed met elkaar verbonden door een netwerk van houtsingels, bosjes, wegbegeleidende beplanting, bermen, sloten en weteringen. Dit netwerk van landgoederen en tussengelegen landschapselementen vormt samen met de kernen van Heino, Laag Zuthem en Heeten (en Mariënheem?) een relatief aangesloten groen gebied.
-Het karakter van een typisch kleine stad:
° Veel dynamiek en variatie: nieuwbouw, herinrichting, inbreiding en beheer van de openbare ruimte (waaronder groen) zorgen voor een continu veranderende biotoop voor soorten (waaronder kansen voor tijdelijke natuur)
° De kern vormt een eigen en op zichzelf staande biotoop voor soorten van bebouwde en parkachtige omgeving.
° met jaren 60-90 wijken met veel groen en hoog aanbod aan geschikte woningen voor gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw en vleermuizen.
° Groot oppervlak ingenomen door industrie en ondernemingen, geconcentreerd op de Zegge. Daar is weinig ruimte voor groen- en blauwe elementen. Gebouwen veelal niet geschikt voor dieren.
° Nieuwbouwwijken en een historische kern met weinig bomen en versteende tuinen.
-De natuurwaarden binnen de kern zijn het hoogst op locaties waar robuuste en biodiverse groen- en blauwe structuren aanwezig zijn in combinatie met groene, niet versteende wijken. De randen scoren hierbij het hoogst. De kern is van groot belang voor regionale populaties van huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht bij onderhoud, renovatie en isolatie van woningen. Ook komen diverse soorten van bebouwde en parkachtige omgevingen voor, waaronder egel en dagpauwoog.
-In de kern is relatief veel hittestress aanwezig, het meest uitgesproken op de industriegebieden en wijken met weinig openbaar groen en/of versteende tuinen (waaronder de dorpskern en nieuwbouwlocaties).
-Er zijn diverse voorbeelden van projecten en maatregelen te vinden waarbij de afgelopen jaren ruimte voor groen en biodiversiteit is gecreëerd, waaronder herinrichting van de Grote Markt, Almelosestraat, ecologisch bermbeheer op diverse percelen, waaronder op de hoek van de Kastanjelaan-Westdorplaan en aanleg van de pluktuin aan De Blekstraat
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Het Overijssels Kanaal als blauwe (en plaatselijk groene) verbinding door de kern. Langs een deel van Kanaaldijk Westzijde en de Acacialaan is deze verbinding robuust door aanwezigheid van (oude) opgaande beplanting.
-Park Drostenkamp, Raarhoek en Fransiscushof: hotspots van biodiversiteit door combinatie van water, bosschages/bos, kruidenrijk grasland en plaatselijk ruigte/struweel. Leefgebied voor veel soorten.
-Randpark ten westen van Raalte (parallel lopend aan de N348): belangrijk verbindend element voor veel vogels en zoogdieren. Leefgebied voor veel soorten door zeer divers assortiment bomen en struiken (divers aanbod van voedsel).
-Opgaande beplanting langs Acacialaan en rond het hoogspanningsstation (Westdorplaan), de begraafplaats en volkstuincomplex Het Erf en langs groenzone bij Koriander en Lavendel. Het geheel vormt een robuuste en aaneengesloten groenstructuur, verbinding voor vogels en vleermuizen en zorgt ter plaatse voor veel schaduw. De zuidwest-noordoost georiënteerde eikenhoutwal tussen de Elzenlaan en Kastanje en de beplanting langs de Westdorlaan en deel van de Acacialaan zijn hierbij bijzonder, als één van de weinige historische groenelementen die behouden zijn gebleven bij realisatie van de wijken in Raalte.
-Opgaande beplanting tussen park Drostenkamp en basisschool de Zonnehof, via zorgcentrum Centraal Hart, Sportvereniging Raalte en basisschool De Korenbloem. De beplanting rond het sportpark is hierbij bijzonder, als één van de weinige historische groenelementen die behouden is gebleven bij realisatie van de wijken in Raalte.
-Opgaande beplanting achter gemeentehuis en het Hertenkamp.
-Vijver langs de Landrechtweg met aansluitend bos en kruidenrijk grasland.
-Netwerk van vijvers en watergangen in het Overstigt, De Berkte en Het Raan.
Kansen/maatregelen
-Tegengaan hittestress, door ontstenen, toepassen warmte-absorberend groen en blauw en behoud en planten van schaduwgevende loofbomen. Aanplant van divers assortiment bij nieuwbouwwijken en herinrichting projecten en op inbreidingslocaties. Stimuleren dat bewoners toekomstbestendige bomen in hun achtertuin aanplanten: divers assortiment van inheemse loofbomen aanbieden.
-Natuurvriendelijk isoleren: wijk of buurtgerichte aanpak, eventueel werken met gebiedsgerichte ontheffing middels een SMP. Focus op wijken met veel geschikte woningen voor gebouw bewonende soorten (globaal jaren 60-90 woningen). Dit betreft hoofdzakelijk de wijken Hartkamp, Langkamp, Westendorp, Blekkerhoek en De Olykampen.
-Versterken verbindingen:
° Nectarverbindingen tussen Boetelerveld & landgoederen en Raalte, met name om insecten (o.a. dagvlinders) uit deze hotspots de kans te geven zich te verplaatsen naar de kern (en vice versa). Te realiseren door ecologisch bermbeheer langs gemeentewegen toe te passen. Let wel: er is erg weinig ruimte in wegbermen langs wegen tussen het Boetelerveld en Raalte. Wellicht combinatie zoeken met akkerrandbeheer/bloemrijke graslandzones langs aangrenzende percelen van agrariërs.
° Natuurvriendelijke oevers creëren bij het Overijssels kanaal i.s.m. het waterschap, realisatie van groenstructuren grenzend aan het kanaal en aanplant van bomen op ‘kale’ locaties om verbinding robuuster te maken.
° Versterken groene oost-west verbinding door Raalte heen, bijvoorbeeld door zone tussen spoorlijn en N-weg hiervoor te benutten door aanleg van een robuuste groen/parkstructuur.
° Biodiversiteitsversterkende maatregelen om bestaande verbindingen robuuster te maken, denk aan meer variatie, ecologisch bermbeheer, realisatie struweel, ruigte en mantelzoomvegetatie, laten liggen dood hout, et cetera. Interessant op locaties waar ruimte en veel zon is zoals de groenzone achter de Johanna van Burenlaan.
° Bestaande groene verbindingen langs de autowegen versterken door aanplant van bomen in gaten en bij laanvernieuwing kiezen voor een divers assortiment (en gefaseerd uitvoeren).
-Vergroten voedselaanbod en geschikt leefgebied voor insecten, vogels en zoogdieren in de hele kern door ecologisch bermbeheer, aanleg biodiversiteitsstroken, aanplant van voedselbosjes en struweel, et cetera.
-Stimuleren van groene tuinen in het kader van wateropvang, aantrekkelijk groen en biodiversiteit, waaronder stimuleren van groene erfafscheidingen waar o.a. egel vrij langs kan bewegen.
Heino – tussen de landgoederen
Gidssoorten: huismus, eekhoorn en dagpauwoog
Kenschets:
-De kern ligt deels op een dekzandruggen en deels op het weteringen landschap. De kern en zijn omgeving kent daardoor een afwisseling van nattere en drogere omstandigheden. Op natte locaties zoals bij de ijsbaan van Heino en bij enkele agrarische percelen bij Averheino is de kwaliteit van opkomend grondwater (kwel) hoog, te zien aan het voorkomen van een soortenrijk grasland met veel bijzondere soorten, waaronder moeraswespenorchis. Het landschap rondom de kern is kleinschalig, met name ter hoogte van de landgoederen.
-Rond de randen van de kern is veel groen aanwezig, met name door de bosrijke landgoederen ten noorden en zuiden. De landgoederen verbinden samen met een netwerk van houtsingels, bosjes, weg begeleidende beplanting, bermen, sloten en weteringen de kern Heino met Raalte en Laag Zuthem. De aanwezigheid van bossoorten als eekhoorn, boomklever en diverse andere vogels is een natuurkwaliteit van Heino, met name aan de zuidzijde waar grote barrières ontbreken.
-Het karakter van een typisch kleine stad:
° Veel dynamiek en variatie: nieuwbouw, herinrichting, inbreiding en beheer van de openbare ruimte (waaronder groen) zorgen voor een continu veranderende biotoop voor soorten (waaronder kansen voor tijdelijke natuur)
° De kern vormt een eigen en op zichzelf staande biotoop voor soorten van bebouwde en parkachtige omgeving.
° met jaren 60-90 wijken (Heino Zuid en De Kampen) met veel groen en hoog aanbod aan geschikte woningen voor gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw en vleermuizen.
° Groot oppervlak ingenomen door industrie en ondernemingen, geconcentreerd op Blankenfoort. Weinig ruimte voor groen- en blauwe elementen. Gebouwen veelal niet geschikt voor dieren.
° Nieuwbouwwijken en een historische kern met weinig bomen en versteende tuinen.
-De natuurwaarden binnen de kern zijn het hoogst op locaties waar robuuste en biodiverse groen- en blauwe structuren aanwezig zijn in combinatie met groene, niet versteende wijken. De randen van Heino scoren hierbij het hoogst. De kern is van groot belang voor regionale populaties van huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht bij onderhoud, renovatie en isolatie van woningen. Ook komen diverse soorten van bebouwde en parkachtige omgevingen waaronder egel en dagpauwoog.
-In de kern is relatief veel hittestress aanwezig, het meest uitgesproken op de industriegebieden en wijken met weinig openbaar groen en/of versteende tuinen (waaronder de dorpskern en nieuwbouwlocaties).
-Er zijn diverse voorbeelden van projecten en maatregelen te vinden waarbij de afgelopen jaren ruimte voor groen en biodiversiteit is gecreëerd, waaronder aanplant van dorpsboomgaard Heino en toepassen van een extensief maaibeheer ter plaatse.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Bosrijke landgoederenzone ten noorden, zuiden en zuidoosten van de kern, waaronder landgoederen ’t Rozendael, ‘t Reelaer Vlaminckhorst en De Gunne en Dorpsboomgaard Heino. Leefgebied voor veel bossoorten.
-Oude erf- en laanbeplanting langs de begraafplaats en bij sportpark Heino. Belangrijke verbindende elementen tussen landgoed en de kern.
-Groenzone langs De Cingel en de Heerd. Belangrijk verbindend element voor veel soorten.
-Groenzone met water, natuurvriendelijke oevers en kruidenrijke vegetatie langs industrieterrein Blankenfoort. Veel insecten en nectar.
Maatregelen:
-Tegengaan hittestress, door ontstenen, toepassen warmte-absorberend groen en blauw en behoud en planten van schaduwgevende loofbomen. Aanplant van divers assortiment bij nieuwbouwwijken en herinrichting projecten en op inbreidingslocaties. Stimuleren dat bewoners toekomstbestendige bomen in hun achtertuin aanplanten: divers assortiment van inheemse loofbomen aanbieden.
-Natuurvriendelijk isoleren: wijk of buurtgerichte aanpak, eventueel werken met gebiedsgerichte ontheffing middels een SMP. Focus op wijken met veel geschikte woningen voor gebouw bewonende soorten (globaal jaren 60-90 woningen). Dit betreft hoofdzakelijk de wijken Heino Zuid en De Kampen.
-Ten zuiden van Heino op landgoed ’t Rozendael en in de bosopstand aan de Satinklaan komt eekhoorn voor. Om Eekhoorn in het zuidelijk deel van Heino te stimuleren kunnen de volgende maatregelen worden genomen:
° Eekhoornvriendelijk groenbeheer: Aanplant of juist te laten staan van loofbomen en naaldbomen, die ze als voedselbron en nestplaats kunnen gebruiken. De volgende soorten zijn voor eekhoorn geschikt: hazelaar, walnoot, beuk, zomer- en wintereik, tamme kastanje, grove den en fijnspar.
° De kap van naaldbomen en holle loofbomen dient in de winter voor 1 februari te gebeuren. Deze bomen zijn vanaf die datum mogelijk in gebruik als nestlocatie.
-Er liggen diverse kansen om de landgoederen in het noorden beter te verbinden met de in het zuiden gelegen landgoederen, bijvoorbeeld door:
° De uitbreiding van Heino is onder andere gepland aan de westzijde van de kern. Bij realisatie van de woonopgave liggen kansen om hier een groene verbinding te realiseren. Bijvoorbeeld door toepassen van een robuuste groen en blauwe dooradering in de vorm van houtsingels, bosjes, sloten, et cetera. Bij voorkeur realiseren aan de rand van de nieuwe woonwijk.
° De zone langs de N35 te benutten, bijvoorbeeld door de kruidenrijke vegetatie langs industrieterrein Blankenfoort door te trekken tot aan Volkstuin Heino de Beukelaer.
° Groene verbindingen door Heino heen te verbeteren. Bijvoorbeeld door bij herinrichting van de Zwolseweg – Dorpsstraat veel (aaneengesloten) groen te realiseren.
-Vergroten voedselaanbod en geschikt leefgebied voor insecten, vogels en zoogdieren in de hele kern door ecologisch bermbeheer, aanlegbiodiversiteitsstroken, aanplant van voedselbosjes en struweel, et cetera. Grote kansen liggen bijvoorbeeld bij speeltuin Kiezebos en de brede bermen in woonwijk De Kampen.
-Bestaande groene verbindingen langs wegen versterken door aanplant van bomen in gaten en bij laanvernieuwing kiezen voor een divers assortiment (en gefaseerd uitvoeren).
-Stimuleren van groene tuinen in het kader van wateropvang, aantrekkelijk groen en biodiversiteit, waaronder stimuleren van groene erfafscheidingen waar o.a. egel vrij langs kan bewegen.
Heeten – groen omzoomd
Gidssoorten: huismus, egel en dagpauwoog
Kenschets:
-Heeten ligt deels op een dekzandlaagte (met name de west en zuidrand) en deels op een dekzandhoogte. De kern kent daardoor een afwisseling van nattere en drogere omstandigheden. Het landschap rondom de kern is afwisselend open en grootschalig en kleinschalig met bomenrijen, houtsingels en bosjes. Aan de noordzijde loopt het kleinschalige landschap door tot aan landgoed Schoonheeten. Soorten die in dit kleinschalige landschap voor komen zijn onder andere patrijs en koevinkje.
-Ten noorden van de kern ligt landgoed Schoonheten en een bosrijk en gevarieerd gebied dat via bomenrijen, houtsingels en bosjes goed verbonden is met de kern Heeten. Ten zuiden van de kern liggen ook enkele grotere bosopstanden. Andere grootschalige natuur ontbreekt in de omgeving van Heeten.
-Het Overijsselsch kanaal aan de westzijde van de kern vormt samen met begeleidende beplanting een noord-zuid georiënteerde groenblauwe verbinding tussen Raalte en Deventer.
-Een kenmerkende dagvlinder van de kern is de dagpauwoog die voorkomt in bloemrijke tuinen en erven. Ook egel komt voor in tuinen.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is redelijk groen: verharding in tuinen is beperkt (en dan vooral bij nieuwbouw), hoewel in weinig tuinen bomen of struiken zijn te vinden.
-Van hittestress is in Heeten geen sprake, alleen op de versteende percelen op het industriegebied.
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw, spreeuw en vleermuizen zijn relatief groot, gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen in de kern (jaren 60-90) met veel groen rondom. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht voor onderhoud, renovatie en isolatie van woningen.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Volkstuinen en poel bij Alingcamp, gevarieerd leefgebied voor veel soorten.
-Houtsingels, bosjes en sloten langs een groot deel van de rand van Heeten, waaronder de bosopstanden bij ZGR Stevenskamp en langs het sportpark vormen samen een groen blauwe verbinding langs de kern.
Maatregelen:
-Tegengaan hittestress, door ontstenen, toepassen warmte-absorberend groen en blauw en behoud en planten van schaduwgevende loofbomen. Aanplant van divers assortiment bij nieuwbouwwijken en herinrichting projecten en op inbreidingslocaties. Stimuleren dat bewoners toekomstbestendige bomen in hun achtertuin aanplanten: divers assortiment van inheemse loofbomen aanbieden.
-Natuurvriendelijk isoleren: wijk of buurtgerichte aanpak, eventueel werken met gebiedsgerichte ontheffing middels een SMP. Focus op wijken met veel geschikte woningen voor gebouw bewonende soorten (globaal jaren 60-90 woningen).
-Het versterken van de groenzone rondom de (gehele) kern om zo een robuuste groenblauwe verbinding te realiseren. Bijvoorbeeld door ecologisch bermbeheer, aanplant van bomen, het toepassen van een mantelzoomvegetatie langs bestaande houtopstanden en aanleg van waterpartijen met natuurvriendelijke oever.
-Bij het sportpark, ZGR Stevenskamp en het zonnepark liggen mogelijkheden om een robuuste groenstructuur te realiseren. Bijvoorbeeld door aanplant van schaduwgevende bomen, struweel, poelen en toepassen van ecologisch graslandbeheer (in plaats van gazonbeheer).
Luttenberg - bosrijk
Gidssoorten: eekhoorn, kleine vos en zanglijster
Kenschets:
-Luttenberg ligt op een dekzandhoogte. De kern kent daardoor een droog karakter. De kern ligt in een kleinschalig landschap met wegbeplanting en verspreid bosjes en houtsingels langs agrarische percelen.
-Het natuurlijk karakter van de kern komt hoofdzakelijk tot uitdrukking door de ligging aan de voet van de Luttenberg en de directe nabijheid van een groot bosgebied. De nabijheid van de Sallandse heuvelrug en de diverse bospercelen aan de west- en noordzijde van de kern versterken dit karakter. Dit is direct terug te zien in het voorkomen van diverse bosvogels als boomklever en boomkruiper, maar ook typische bosbewonende zoogdieren als eekhoorn, wezel, das en rosse vleermuis. Veel van deze soorten komen ook in de tuinen van de dorpskern voor en verplaatsen zich onder andere via de hoofdgroenstructuur door de kern heen (met name de vogels en vleermuizen).
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw en vleermuizen zijn klein gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen in de kern. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht bij onderhoud, renovatie en isolatie van woningen.
-Watergebonden soorten ontbreken hoofdzakelijk in en rond de kern: open wateren zijn in de directe omgeving beperkt aanwezig.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is redelijk groen: verharding in tuinen is beperkt (en dan vooral bij nieuwbouw), hoewel in weinig tuinen bomen of struiken zijn te vinden. Grote bomen zijn alleen te vinden in het openbaar groen. In tuinen binnen de kern zijn soorten als kleine vos en zanglijster te verwachten.
-Van hittestress is geen sprake, behalve op het industrieterreintje.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Groene percelen aan de Holteveensweg en het Kerkpad, vormen met bosgebied de Luttenberg een robuuste groene hoofdstructuur em hotspot van biodiversiteit voor o.a. bosvogels en zoogdieren
-Wegbegeleidende beplanting langs de Harmelinkstraat en Lemelerweg (groene noordzuid verbinding)
-Wegbegeleidende beplanting Elskampweg en Butzelaarstraat (groene oostwest verbinding)
Kansen/maatregelen
-Hoofddoel: stimuleren om het bos en de bossoorten zoveel als mogelijk in de kern van Luttenberg te krijgen en daardoorheen, met focus op behoud en versterken van bestaande groenstructuur.
° Stimuleren dat mensen inheemse en toekomstbestendige bomen in hun achtertuin aanplanten.
° De bestaande groene verbindingen langs de autowegen versterken (met name de noordzuid en oostwest as), door aanplant van bomen in gaten, ecologisch bermbeheer waar mogelijk en bij laanvernieuwing kiezen voor een divers assortiment (en gefaseerd uitvoeren).
° Stimuleren dat de kavels (met name aan de rand van de dorpskern) inzetten op groene erfafscheidingen waar egel, wezel en andere soorten vrij langs kunnen bewegen.
-Met het vele oppervlak aan bos liggen er kansen om gevarieerde bosranden te creëren (mantelzoom vegetatie), dit kan zonder aanplant van nieuwe bomen, door bijvoorbeeld de bomen in de bosrand terug te zetten en een deel van het grasland grenzend aan het bos te laten verruigen.
-Verhogen voedselaanbod voor insecten in de kern door laten staan danwel verruigen van openbaar en particulier groen
° Bermen langs daarvoor geschikte wegen
° Openbaar groen, bijv. bij het wandelpad gelegen tussen de Stuwwal, Lemelerweg en Zandrug
° Grasland in de oksel van de Butzelaarstraat en Harmelinkstraat (bijvoorbeeld een zone aan de rand van het perceel inrichten als bloemenweide)
-Ecologisch grasland beheer op IJsbaan het Wak. In combinatie met het aangrenzende bosperceel vormt dit een robuust geheel, zeker als de bosrand als mantelzoomvegetatie wordt beheerd. NB. IJsbaantjes zijn vaak floristisch gezien zeer waardevol, omdat agrarisch gebruik vaak niet of lang geleden heeft plaats gevonden (wat overigens in Luttenberg niet het geval lijkt te zijn).
-Toevoegen van een poel aan de rand van Luttenberg, idealiter aan de noordzijde ter hoogte van de IJsbaan binnen maximaal 200 meter van een bosperceel.
Laag Zuthem – langs de Wetering
Gidssoorten: steenuil, weidevogels en bruin zandoogje
Kenschets en natuurwaarden:
-De kern ligt op de overgang van het rivierenlandschap naar het dekzandlandschap in het zogenaamde kommenlandschap. Dit landschap heeft een zeer open en nat karakter en wordt doorsneden door sloten en weteringen. Met name polder Sekdoorn en het Lierder- en Molenbroek. Dit landschap is met name ten oosten van de nieuwbouwwijk Kleine Hagen zichtbaar en beleefbaar. In dit landschap zijn weidevogels de meest kenmerkende natuurwaarde. De hoogste dichtheid aan weidevogels is te vinden in de plasdraszone ten zuiden van Laag Zuthem ter hoogte van de Colckhof.
-Ten westen en zuiden van Laag Zuthem zijn -rondom de spoorlijn Zwolle-Almelo- grote natte bosopstanden aanwezig. Deze vormen een groene verbindingszone met de landgoederen Den Alerdinck en de Colckhof en verder naar Heino. In deze bossen komen vogels als zwartkop, tjiftjaf, geelgors, sijs, goudvink en goudhaan voor.
-Kenmerkend voor de kern is de ligging rondom de Nieuwe Wetering. Dit kanaal vormt met zijn oevers en aangrenzende bermen en bomenrijen een belangrijke groen-blauwe verbinding door het open landschap tussen Laag-Zuthmen en Zwolle. Tussen de splitsing van het Overijssels kanaal-Nieuwe Wetering en het gemaal Linterzijl is de verbinding robuust. In deze zone ligt aangrenzend aan de dijk een zeer brede berm – tot plaatselijk 25 meter- met een hoge soortenrijkdom aan planten en insecten. Kenmerkend hier is het voorkomen van zeldzame ‘dijksoorten’ als kruisbladwalstro, steenanjer, wilde tijm en knolboterbloem. Onderaan de dijk komen natte graslandsoorten als echte koekoeksbloem, gewone dotterbloem en wilde kievitsbloem voor.
-Het noordwestelijk deel van Laag-Zuthem, ten westen van de Langeslag en rondom de erven van Den Heuvel en Wechele is belangrijk leefgebied voor steenuil en amfibieën. Met name door de aanwezige poelen.
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, spreeuw en vleermuizen zijn klein gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen in de kern. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht voor onderhoud, renovatie en isolatie van woningen. In groene tuinen en erven aan de rand van de kern komen soorten als bruin zandoogje voor.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is groen: verharding in tuinen is zeer beperkt aanwezig.
-Van hittestress is geen sprake.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Belangrijke groenstructuren van de gemeente ontbreken binnen de kern. Belangrijke groen en blauwe elementen buiten de groenstructuur van de gemeente zijn de Nieuwe Wetering, de bossen rond de spoorlijn en tuin en erfbeplanting op particulier gronden.
Maatregelen:
-De grootste kansen liggen in het stimuleren van de biodiversiteit langs de Nieuwe Wetering, bijvoorbeeld door een combinatie van natuurvriendelijke oevers, aangrenzend kruidenrijk grasland, struweel/ruigte en bosopstanden.
-Aan de noordkant van Laag Zuthem liggen enkele grote erven die geschikter gemaakt kunnen worden voor steenuil. Onder andere door het stimuleren van rommelhoekjes, plaatsen van nestkasten en realiseren van heggen, hagen, bosjes, solitaire bomen of een hoogstamfruitboomgaard. Maar ook door akkerrandbeheer toe te passen of houtsingels op perceelsafscheidingen te plaatsen.
-Naar het westen toe kan de groenblauwe verbinding(en) versterkt worden. Bijvoorbeeld door ecologisch bermbeheer toe te passen in de bermen van de Kolkweg of daar een bomenrij te realiseren.
-Verhogen voedselaanbod voor insecten in de kern door laten staan danwel verruigen van openbaar en particulier groen
Broekland – tussen weide en bos
Gidssoorten: Kleine watersalamander en koevinkje
Kenschets:
-Broekland ligt in een dekzandlaagte en kent daardoor een nat karakter. Dit landschap loopt door naar het noord en zuiden. Het landschap hier is open, opgaande beplanting ontbreekt nagenoeg volledig. Alleen op erven is groen aanwezig en langs enkele wegen staan bomenrijen. De soortenrijkdom is in dit landschap laag, met name door het hoog productieve karakter van de landbouwpercelen, maar ook door het ontbreken van natuurlijke elementen als natuurvriendelijke oevers en opgaande beplanting. Een vogel als witte kwikstaart past in dit landschap. Op plekken met water en begroeiing in de buurt is een soort als kleine watersalamander te verwachten.
-In het westen en oosten grenst de kern aan een dekzandvlakte, die iets hoger ligt dan Broekland en daardoor een droger karakter heeft. Het landschap is hier kleinschaliger dan in de dekzandlaagte, met name door aanwezigheid van houtsingels en bosjes. In dit landschap komen dagvlinders als koevinkje veel voor. Ten oosten van Broekland liggen op de dekzandvlakte een groot complex van bosopstanden. Deze bossen zijn relatief oud en bestaan uit een combinatie van loofboom- en naaldboompercelen. In de loofboom opstanden komen plantensoorten voor van een oude bosbodem, waaronder dalkruid, salomonszegel, grote muur en bosanemoon. De bossen zijn belangrijk voor bosvogels als boomklever en middelste bonte specht.
-De kern ligt min of meer geïsoleerd in het landschap. Duidelijke groenblauwe verbindingen met andere kernen en/of natuurgebieden zijn niet aanwezig.
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw, spreeuw en vleermuizen zijn klein gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen in de kern. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht bij onderhoud, renovatie en isolatie van woningen.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is redelijk groen: verharding in tuinen is beperkt (en dan vooral bij nieuwbouw), hoewel in weinig tuinen bomen of struiken zijn te vinden. Grote bomen zijn alleen te vinden in het openbaar groen.
-Van hittestress is geen sprake, behalve op het industrieterreintje.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-De bossen ten oosten van Broekland. Leefgebied voor veel soorten.
-Beplanting rond begraafplaats en daaraan grenzende weilanden (evenemententerrein) met erf in de oksel van Pereland-Horstweg. Belangrijk foerageergebied voor vleermuizen.
-Bomenrij met ondergroei langs de Langerhorstweg, deel tussen Rabbershoek en Nieuwe Wetering, belangrijke groene noordzuid-verbinding.
Maatregelen:
-Aan de westzijde van de kern heeft realisatie van natte natuur veel potentie, waaronder aanleg van poelen, maar ook aanbrengen van natuurvriendelijke oevers langs sloten en weteringen.
-Rond het sportpark SV Broekland en bij de begraafplaats liggen kansen om de biodiversiteit te versterken. Waaronder toepassen van ecologisch (extensief) maaibeheer en versterken van de bestaande houtsopstanden door toevoegen van struweel, mantelzoomvegetatie en ruigte.
-Bestaande (groene) verbindingen verbeteren:
° Langs de Langerhorsterweg aanplant van bomen in gaten en bij laanvernieuwing kiezen voor een divers assortiment (en gefaseerd uitvoeren).
° Langs de Nieuwe wetering aanplant beplanting (solitaire bomen, struweel, bosjes), aanbrengen van natuurvriendelijke oevers en aansluitend kruidenrijke vegetaties op grasland realiseren.
° Langs noordzijde ter hoogte van Klein Weulink struweel toepassen en meer bomen plaatsen.
° Barrières tussen water en bos verzachten. Bijvoorbeeld door realiseren faunapassage.
-De akkers en weilanden tussen de bospercelen ten oosten van broekland hebben veel potentie voor veel soorten die in de bosrand voorkomen. Gedacht kan worden aan toepassen van kruidenrijke randen, een extensiever beheer van het land, aanleg van poelen en versterken van de bosranden met struweel en ruigte.
Mariënheem – stapsteen tussen Raalte en Boetelerveld
Gidssoorten: witte kwikstaart en kleine vos.
Kenschets:
-Mariënheem ligt deels op een dekzandlaagte en deels op een dekzandhoogte. De kern kent daardoor een afwisseling van nattere en drogere omstandigheden. Het landschap rondom de kern is open en relatief grootschalig. Bomenrijen en houtwallen maken het landschap plaatselijk wat kleinschaliger. Een vogel als witte kwikstaart voelt zich hier thuis.
-De kern heeft een duidelijk relatie met de kern Raalte en biodiversiteitshotspot Boetelerveld die beiden op korte afstand liggen. De kern vormt een stapsteen tussen N2000-gebied Boetelerveld en Raalte voor vogels, dagvlinders en andere insecten. De N35 en de spoorlijn Zwolle-Almelo zijn hierbij bepalende elementen die functioneren als groene verbinding voor insecten (bermen N35) en vogels (bosopstanden rondom spoorlijn). Overigens vormen deze infrastructurele werken ook een barrière voor grondgebonden soorten als zoogdieren en amfibieën.
-Door de kern heen loopt een groen-blauwe verbindingszone, vanaf het industrieterreintje in het oosten richting de Wissinkweg.
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw, spreeuw en vleermuizen zijn klein gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen in de kern. Deze soorten zijn bij wet beschermd en vragen aandacht bij onderhoud, renovatie en isolatie van woningen.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is redelijk groen: verharding in tuinen is beperkt (en dan vooral bij nieuwbouw), hoewel in weinig tuinen bomen of struiken zijn te vinden. In de kern is een soort als kleine vos te verwachten. Grote bomen zijn alleen te vinden in het openbaar groen.
-Van hittestress is geen sprake, behalve op het industrieterreintje.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Beplanting bij de begraafplaats, kerk, beeldentuin en ten oosten van Keizerskamp. Leefgebied voor veel soorten.
-Groenblauwe verbinding (sloot, grasland en bomen) langs de Sluizenmoat, Krusestraat en langs het industrieterrein.
-Bomenrij met ondergroei langs de Wissinkweg, goede verbinding voor soorten met het buitengebied.
Maatregelen:
-Stimuleren van nectarverbinding(en) met het Boetelerveld en Raalte, om verspreiding van soorten als kleine vuurvlinder van en naar de kern mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door toepassen van ecologisch bermbeheer langs de Jongstraat, Raamsweg en Boetelerveldweg.
-Het realiseren van faunapassages om de N35 en spoorlijn als barrière voor soorten te verzachten. Overigens biedt het verplaatsen van het tracé van de N35 kansen om de vrijgekomen ruimte in te richten als groene (verbindings) zone.
-Binnen de kern liggen veel mogelijkheden voor ecologisch bermbeheer in o.a. wegbermen, bij sportvereniging en de ijsbaan
Nieuw Heeten - aan de voet van de heuvelrug
Gidssoorten: koevinkje, eekhoorn en kamsalamander
Kenschets:
-Nieuw Heeten ligt deels op een dekzandlaagte en deels op een dekzandhoogte. De kern kent daardoor een afwisseling van nattere en drogere omstandigheden. Het landschap rondom de kern is hoofdzakelijk kleinschalig met bomenrijen, houtsingels en bosjes langs wegen en percelen. Plaatselijk is het landschap opener en grootschaliger.
-De kern ligt bijna aan de voet van de Sallandse heuvelrug en is via bosjes en beplanting langs wegen hiermee goed verbonden. Doordat rond de kern ook relatief veel (grotere) bosopstanden voorkomen is het voorkomen van bossoorten als eekhoorn, boomklever en koevinkje kenmerkend. Ook bijzonder is het voorkomen van kamsalamander (aandachtsoort provincie Overijssel!) in poelen op de westflank van de Sallandse Heuvelrug. Aan de kern vast ligt vakantiepark Sallandshoeve: een bosrijke omgeving, met poelen. In de omgeving van de kern liggen geen andere grote(re) natuurgebieden.
-Populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, gierzwaluw, spreeuw en vleermuizen zijn klein gezien het relatief lage aanbod aan (geschikte) woningen.
-De bebouwde omgeving binnen de kern is redelijk groen: verharding in tuinen is beperkt (en dan vooral bij nieuwbouw), hoewel in weinig tuinen bomen of struiken zijn te vinden. Van hittestress is geen sprake, alleen op de versteende percelen op het industrieterreintje.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-Vakantiepark Sallandshoeve en omzomende houtopstanden vormen samen een robuuste groenstructuur, o.a. door poel is dit gebied van grote waarde voor de biodiversiteit in de kern.
Maatregelen:
-Versterken verbindingen met Sallandse heuvelrug door middel van ecologisch bermbeheer en aanleg van aangesloten lint van poelen (op maximaal 300 meter afstand van elkaar gelegen). Wanneer deze maatregelen worden gecombineerd met versterken van het kleinschalig landschap door aanleg van houtsingels en bosjes kan een geschikt biotoop voor kamsalamander ontstaan.
Lierderholthuis - boerenlandkern
Gidssoorten: gierzwaluw, witte kwikstaart, weidevogels en Icarusblauwtje
Kenschets:
-De kern ligt op de overgang van het rivierenlandschap naar het dekzandlandschap in het zogenaamde kommenlandschap. Lierderholthuis ligt in het Lierder- en Molenbroek, een zeer open en grootschalig landschap doorsneden door sloten en weteringen. Dit landschap is rondom de hele kern zichtbaar en beleefbaar. In dit landschap zijn weidevogels de meest kenmerkende natuurwaarde. De hoogste dichtheid aan vogels is te vinden in de plasdraszone ten noorden van Lierderholthuis ter hoogte van de Colckhof. De witte kwikstaart is een typische boerenlandvogel die thuis hoort in het grootschalige en hoogproductief agrarisch landschap waar Lierderholthuishuis in ligt.
-De kern ligt min of meer geïsoleerd in het buitengebied, robuuste groenblauwe verbindingen ontbreken.
-De kern heeft het karakter van een groot erf en herbergt (zeer) kleine populaties van de gebouwbewonende soorten huismus, spreeuw, gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Typische boerenerfsoorten als huiszwaluw, steenuil, kerkuil en ringmus ontbreken. De kerk is een waardevol object als verblijfplaats voor laatvlieger en gierzwaluw.
-Een kenmerkende dagvlinder van de kern is het icarusblauwtje die voorkomt in bloemrijke tuinen en erven.
-Bomen zijn binnen de kern spaarzaam aanwezig. Tuinen zijn veelal onverhard, hoewel opgaande struiken en bomen veelal ontbreken.
-De hoogste natuurwaarden zijn aanwezig aan de zuidrand van de kern. Hier liggen enkele grote percelen met onder andere poelen, hoogstamfruitboomgaarden en enkele grote bomen. Dit vormt zeer geschikt leefgebied voor amfibieën en veel erfvogels.
-Van hittestress is geen sprake.
Belangrijke groenstructuren voor soorten die in de kern of aan de rand voorkomen:
-De groenzone in het zuiden van de kern met daarin een hoogstamfruitboomgaard, poel en kruidenrijk grasland is een belangrijke groenstructuur voor veel soorten.
-De beplanting en bermen langs de Herenbrinksweg en de Lierderholthuisweg zijn -voor insecten, vogels en vleermuizen- belangrijke groene verbindingen die de kern verbinden met Heino en Laag Zuthem.
Maatregelen:
-De focus van biodiversiteit versterkende maatregelen ligt op boerenland en erfsoorten, waaronder diverse erfvogels. Hiervoor kunnen allerhanden erfgebonden maatregelen worden getroffen waaronder:
° aanleg van hoogstamfruitboomgaarden op percelen aan de rand van de kern.
° aanleg van manshoge heggen en hagen aan randen van grotere percelen.
° Graspercelen (of randen) beheren als bloemrijk grasland in plaats van als gazon
° realiseren van voorzieningen voor erfvogels als ringmus, huiszwaluw, huismus en spreeuw. Waaronder het plaatsen van nestkasten (ringmus, huismus en spreeuw) en geschikt maken en houden van dakoverstekken (huiszwaluw) en dakpannendaken (huismus en spreeuw).
° Realiseren van voorzieningen voor vleermuizen, waaronder het geschikt houden van de spouwmuur en het dakpannendak.
-Om de populaties van gebouwbewonende soorten te behouden en versterken dient ingezet worden vergroten van voedselaanbod, bijvoorbeeld door aanplant van bes- en vruchtdragende struiken en vergroten van nectaraanbod van planten in bermen en overhoeken (ecologisch bermbeheer).
-Gezien het natte karakter van het landschap liggen er kansen om poelen aan te leggen op percelen aan de rand van kern. In het noordelijk deel van de kern ontbreken poelen nu. De poelen dienen in combinatie met struweel, houtsingels of bosjes te worden aangelegd om voor amfibieën functioneel te zijn.