Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota Erven in Beweging 2023

Gemeente Raalte · geldt sinds 28 december 2024

Aanhef

Zaaknummer 15199-2023

De raad van de gemeente Raalte,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 april 2023,

gelet op het aangenomen amendement van fracties CDA, GB en VVD over stallen jonger dan 2003

Besluit:

1In te stemmen met een heroverweging van het beleid Erven in Beweging in twee fasen zoals verwoord in voorliggend geamendeerd raadsvoorstel.

2In te stemmen met scenario 3 voor de aanpassing van het beleid Erven in Beweging zoals verwoord in voorliggend geamendeerd raadsvoorstel.

3De Beleidsnota Erven in Beweging 2023 (op basis van scenario 3) met inachtneming van het aangenomen amendement vast te stellen.

4De beleidsnota’s Rood voor Rood uit 2012 en Erven in Beweging uit 2021 in te trekken.

Aldus besloten in de vergadering van 25 mei 2023.

de griffier

Karin Zomer

de voorzitter

Martijn Dadema

Bijlage 1: Sloopbank

Voorwaarden

Voor registratie van gesloopte gebouwen in de sloopbank gelden de volgende voorwaarden:

1Het gaat om voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen gelegen in het buitengebied van de gemeente Raalte;

2Het oppervlak te slopen bebouwing op een erf bedraagt minimaal 150m2.

3Als er op de slooplocatie minder dan 150 m2 aan bijgebouwen blijft staan, wordt het verschil van de te slopen oppervlakte afgetrokken, met als reden dat het bij recht mogelijk is om bij een woonbestemming 150 m2 aan bijgebouwen op te richten.

4Alleen gebouwen worden geregistreerd. Bouwwerken die geen gebouw zijn (zoals sleufsilo’s of overkappingen) worden niet geregistreerd in de sloopbank.

5Mestkelders buiten het schuuroppervlak kunnen voor 50% van de oppervlakte meegenomen worden

8Met als reden dat mestkelders opgeruimd moeten worden in het kader van de ontwikkeling en dat is zeer kostbaar.

.

6Mest- en torensilo’s tellen voor 100% mee. Voor de vraag of sprake is van een gebouw of een ander bouwwerk is de definitie in het ter plaatse geldende bestemmingsplan bepalend.

7Gebouwen moeten legaal zijn opgericht.

8Gebouwen mogen niet monumentaal, karakteristiek of cultuurhistorisch waardevol zijn.

9Asbest op te handhaven bebouwing wordt verwijderd zodra de te registeren gebouwen gesloopt worden.

Zo werkt de sloopbank (procedure)

•De bestemming van de slooplocatie wordt (zo nodig) gewijzigd in de bestemming Wonen. Indien van toepassing wordt ter overbrugging van de periode tot bestemmingswijziging een overeenkomst gesloten waarin de volgende afspraken worden gemaakt:

° Eigenaar stemt in met wijziging naar de bestemming Wonen;

° De eigenaar/ontwikkelaar draagt zorg voor de bestemmingswijziging naar Wonen;

° Eigenaar verklaart (indien van toepassing) geen gebruik te maken van eventuele bouwmogelijkheden voor bijgebouwen/bedrijfsgebouwen die het bestemmingsplan bevat. Dit geldt ook voor eventuele rechtsopvolgers.

Door de bestemming te wijzigen wordt geregeld dat de gesloopte gebouwen niet kunnen worden teruggebouwd. Er wordt ter overbrugging een overeenkomst gesloten om te voorkomen dat voor elke afzonderlijke registratie in de sloopbank een bestemmingswijziging nodig is om bouwmogelijkheden na sloop ‘weg te bestemmen’. Efficiënter is dit 1x per jaar te doen voor meerdere erven.

•Gesloopte gebouwen zijn gedurende 5 jaar na registratie in te zetten in een ontwikkeltraject waar sloop vereist is (zoals schuur voor schuur- plannen, of Rood voor Rood). Na 5 jaar vervalt de registratie.

•Bij het inzetten van het sloopbewijs geldt in beginsel het beleid zoals dat gold op het moment van sloop van de gebouwen.

De sloopbank is ‘slechts’ een hulpmiddel. Dit betekent dat een registratie in de sloopbank geen recht geeft op bijvoorbeeld een rood-voor-rood woning. De registratie staat voor een X aantal m2 gesloopte gebouwen. Het is aan de eigenaar van het gesloopte om dit in te brengen in een ontwikkeling waar sloopcompensatie vereist is, zoals Rood voor Rood of Schuur voor Schuur. De voorwaarden in die regelingen bepalen of inzet van gesloopte schuren in een specifieke situatie mogelijk zijn. Om zekerheid te bieden aan eigenaren die vooruitlopend op een concrete ontwikkeling tot sloop overgaan, passen we het gemeentelijk beleid toe zoals dat gold op het moment van sloop. Uitzondering: het kan zijn dat beleid van hogere overheden (bijv. provincie) ons in de toekomst dwingt hiervan af te wijken.

•Nadat gebouwen/een sloopbewijs in een ontwikkeltraject zijn ingezet, vervalt de registratie in de sloopbank. In de sloopbank wordt vastgelegd voor welke ontwikkeling de gesloopte gebouwen zijn ingezet.

•Het is mogelijk een deel van de in de sloopbank geregistreerde Schuur voor Schuur m2 van één erf in te zetten voor ontwikkeling A en een deel voor ontwikkeling B. Bebouwing van één erf kan over maximaal 2 ontwikkeltrajecten worden verdeeld. Voor rood voor rood sloopmeters is het niet mogelijk om te verdelen over meerdere ruimtelijke ontwikkelingen, omdat daar de voorwaarde geldt dat alle bebouwing op een erf moet verdwijnen en voor één ontwikkeling ingezet moet worden. Bovendien moet het agrarisch bedrijf op de slooplocatie beëindigd zijn/ worden.

We stellen deze voorwaarde om ‘opknippen in kleine stukjes’ te voorkomen en het werkbaar te houden.

Ervaringen in andere gemeenten wijzen uit dat de kwaliteitswinst anders te beperkt is.

Let op: het Rood voor Rood beleid stelt de voorwaarde dat alle landschapsontsierende stallen op een erf worden ingezet voor Rood voor Rood. Het gedeeltelijk inzetten van op een erf gesloopte gebouwen voor bijvoorbeeld Schuur voor Schuur kan betekenen dat deelname aan Rood voor Rood onmogelijk wordt.

•Het sloopbewijs is overdraagbaar/verhandelbaar. Overdracht wordt gemeld aan de gemeente. Voor wijziging van de tenaamstelling in de sloopbank is een ondertekend document (overeenkomst of brief) nodig met de handtekening van de kopende en verkopende partij. In dit document hoeven geen bedragen te worden genoemd

•Eigenaren die sloopm2 laten registreren en initiatiefnemers die op zoek zijn naar sloop m2 in de sloopbank gaan er mee akkoord dat hun contactgegevens door de gemeente beschikbaar worden gesteld aan partijen die op zoek zijn naar m2 voor een ontwikkeltraject.

Dit maakt het mogelijk vraag en aanbod met elkaar te verbinden. De gemeente gaat zorgvuldig met deze informatie om.

•Het is aan eigenaren en initiatiefnemers zelf om overeenstemming te bereiken met de kopende of verkopende partij en over de bijbehorende voorwaarden waaronder sloopm2 worden ingezet in een ontwikkeltraject.

De gemeente kan mensen met elkaar in contact brengen, maar neemt geen deel aan afspraken/onderhandelingen tussen eigenaren.

•Aanmelden voor de sloopbank is mogelijk door te mailen naar: ruimtecoach@raalte.nl. Via dat mailadres krijgt u een aanmeldformulier toegestuurd. Dit formulier moet ingevuld worden en teruggestuurd worden naar de gemeente. Dan wordt u in de sloopbank geregistreerd en krijgt u een mail zodra er sloopmeters worden aangeboden in de sloopbank.

•Schuren die gebouwd zijn vanaf 2003 kunnen niet geregistreerd worden in de sloopbank tenzij de gemeente hiervoor een uitzondering wil maken omdat er bijvoorbeeld onaanvaardbare risico zijn op ondermijning.

•Gebouwen die in 2016 zijn gesloopt en aan alle overige voorwaarden voldoen kunnen alsnog in de sloopbank worden opgenomen. In de eerste versie van Erven in beweging uit 2017 was een overgangsperiode opgenomen dat schuren die 1 jaar voor vaststelling van het beleid gesloopt zijn en aan de overige voorwaarden voldoen ook kunnen worden opgenomen. Bij de evaluatie van Erven in beweging in 2021 is deze mogelijkheid per ongeluk eruit gehaald. Daarom is deze optie weer opgenomen.

Bijlage 2: Schuur voor schuur-regeling

Reikwijdte

•Deze regeling vormt een aanvulling op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan Buitengebied. Als een ontwikkeling op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk is, wordt bekeken of het plan d.m.v. schuur-voor-schuur mogelijk te maken is.

•De regeling is toepasbaar voor zowel bijgebouwen bij woningen als voor nieuwe of bestaande niet-agrarische bedrijven (mits ruimtelijk passend in het buitengebied en op de betreffende locatie).

•Deze regeling is niet van toepassing op de bouw van extra woningen. Hiervoor blijft de Rood voor Rood regeling gelden. De regeling is wel te combineren met Rood voor Rood en het is mogelijk met schuur voor schuur diezelfde Rood voor Rood woning uit te breiden.

Voorwaarden

Deze voorwaarden beschrijven met name hoeveel moet worden gesloopt om extra bouwmogelijkheden te verkrijgen. Deze voorwaarden beschrijven niet voor welke functie/activiteit de gebouwen mogen worden gebruikt. De vraag of een nieuwe vorm van bedrijvigheid of de uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf passend is in het buitengebied - of op een specifieke locatie mogelijk is - bekijken we per situatie. Voor de beoordeling daarvan is de regeling voor neven- en vervolgfuncties in het bestemmingsplan Buitengebied en hoofdstuk 3.6 van dit beleid leidend.

1In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet op het erf waar gebouwd wordt, of elders in het buitengebied, een veelvoud aan schuren worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende sloopverhouding:

9Met ‘extra’ wordt bedoeld: aanvullend op wat op grond van het geldende bestemmingsplan al toegestaan is aan (bij)gebouwen.

Dit is een gestaffelde berekening waarbij over de eerste 100m2 hetzelfde oppervlak moet worden gesloopt. Voor het oppervlak daarboven geldt een hogere bouw-sloopverhouding van 1:2 of 1:3.

2Eventueel aanwezige kelders of verdiepingen in schuren tellen niet als extra oppervlakte.

3Mestkelders buiten het schuuroppervlak tellen voor 50% mee.

4Mest- en torensilo’s tellen, vanuit het oorspronkelijke Rood voor Rood beleid voor 100% mee.

5Indien sprake is van sloop van kassen dan worden bovenstaande verhoudingen met een factor 5 vermenigvuldigd (1:5, 1:10 en 1:15)

6Voor zgn. veldschuren (schuren die geen onderdeel van een erf zijn) geldt dat deze 1:1 op een erf mogen worden herbouwd.

De gedachte achter deze uitzondering is dat met de sloop van een veldschuur al een aanzienlijke kwaliteitsverbetering wordt bereikt.

7Sloop- en bouwlocaties bevinden zich in het buitengebied van de gemeente Raalte. Bouwlocaties kunnen zich eventueel ook in stedelijk gebied bevinden.

8Bouwen is alleen mogelijk op een bestaand erf.

9Sloop van een deel van de bebouwing op het erf is mogelijk, mits de situering van de te slopen gebouwen dusdanig is dat kwaliteitswinst wordt geboekt. Daarbij geldt de voorwaarde dat asbest op schuren die in stand blijven gesaneerd wordt.

Wordt bijvoorbeeld een gebouw midden op een erf gesloopt en worden omliggende ontsierende schuren in stand gelaten, dan kan dat een reden zijn om geen medewerking te verlenen. Er ontstaat dan immers geen wezenlijke kwaliteitswinst voor de omgeving.

10Schuren moeten in het geheel worden ingezet in de schuur voor schuur-regeling.

11Alleen schuren die legaal zijn opgericht en welke daadwerkelijk aanwezig zijn (uitzondering: in de sloopbank geregistreerde m2), komen in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling.

12Inzet van sloopm2 uit de sloopbank is mogelijk.

13Monumenten, karakteristieke gebouwen of schuren met een cultuurhistorische waarde komen niet in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling. Bij twijfel over de cultuurhistorische waarde van een gebouw kan het Oversticht om advies worden gevraagd.

14De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie, zodat gesloopte bebouwing niet kan worden herbouwd.

Dit betekent in de meeste situaties een wijziging naar de bestemming Wonen. Het is ook mogelijk gebruik te maken van de schuur voor schuur regeling met behoud van de agrarische bestemming, mits de ruimtelijke kwaliteit op het erf voldoende verbeterd wordt. Het agrarische bedrijf wordt dan wel op slot gezet: op die manier zijn er geen mogelijkheden meer om in de toekomst nieuwe gebouwen op te richten. De sloopmeters hiervan kunnen alleen gebruikt worden voor de schuur voor schuur regeling.

15Als ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf wordt gebouwd, dan geldt het bestaande oppervlak aan gebouwen op het erf waar wordt gebouwd in beginsel als maximum (zie hoofdstuk 3.6).

16Voor bijgebouwen bij woningen geldt in beginsel geen maximum aan extra bebouwing die met deze regeling op een erf kan worden gerealiseerd.

Dit betekent niet dat overal ongelimiteerd kan worden gebouwd. Per situatie wordt bekeken welke omvang aan bebouwing passend is. Dit is maatwerk per locatie, waarbij onder meer wordt gekeken naar wat het landschap ter plaatse aankan.

17Voor de bouwlocatie wordt een erfinrichtingsplan ingediend waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing logisch gesitueerd is en goed in het landschap is ingepast met in het landschap passende beplanting. Dit vereist maatwerk en goed overleg tussen gemeente, initiatiefnemer en eventuele buren. De ervenconsulent van het Oversticht kan hierbij een adviserende rol hebben.

18Landschapsontsierende bebouwing die op een andere locatie al ingezet is voor Rood voor Rood kan niet worden ingezet voor Schuur voor Schuur. Het is wel mogelijk om de sloopmeters van Rood voor Rood in hetzelfde project in te zetten om de woning te vergroten op basis van Schuur voor Schuur of voor het realiseren van extra bijgebouwen.

Sloop ten behoeve van vergroten woning

19Het is mogelijk de maximale omvang van een woning in het buitengebied te vergroten van 750m3 tot maximaal 1000m3.

20Voor elke m3 boven de 750m3 wordt 4m2 schuur gesloopt.

21De overige voorwaarden van de schuur voor schuur-regeling gelden onverkort.

Bijlage 3: Rood voor Rood regeling

•Er moet in totaal minimaal 850 m2 worden gesloopt voor de bouw van een woning op het eigen erf.

•De ondergrens voor het aantal sloopmeters per locatie is 150 m2

•Als er op de slooplocatie minder dan 150 m2 aan bijgebouwen blijft staan, wordt het verschil van de te slopen oppervlakte afgetrokken, met als reden dat het bij recht mogelijk is om bij een woonbestemming 150 m2 aan bijgebouwen op te richten.Bij sloop van 2000m2 of meer aan landschapsontsierende gebouwen kunnen twee rood-voor-rood woningen worden gerealiseerd.

•Twee rood-voor-rood woningen op eigen erf is mogelijk als op het eigen erf 2.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt wordt of als per woning minimaal 1.000 m2 gesloopt wordt.

•Voor de bouw van een woning op een locatie met geclusterde woningen aan de dorpsrand geldt een sloopcompensatie van 1.000m2.

•Indien sprake is van de sloop van kassen dan worden bovenstaande verhoudingen met een factor 5 vermenigvuldigd.

•Bij initiatieven met meer dan twee compensatiekavels moet een financiële onderbouwing aantonen dat meer dan twee compensatiekavels noodzakelijk zijn om de sloop te bekostigen.

•Sloop van alle landschapsontsierende gebouwen op een erf is het uitgangspunt, met uitzondering van de voormalige agrarische bedrijfswoning. Landschapsontsierende gebouwen zijn die bouwwerken die bijvoorbeeld door een (slechte) staat van onderhoud, grootte, hoogte, uitstraling en materiaalgebruik de ruimtelijke kwaliteit negatief beïnvloeden.

•Karakteristieke gebouwen zijn niet landschapsontsierend en kunnen niet worden ingezet bij rood-voor-rood. Karakteristieke en/of beeldbepalende gebouwen zijn die gebouwen die door hun situering, bouwstijl en volume in combinatie met gebiedseigen beplanting de historie van een gebied laten herbeleven. Dit betreffen in ieder geval gebouwen die zijn opgenomen op de (gemeentelijke) monumentenlijst en de lijsten van karakteristieke panden in het bestemmingsplan Buitengebied.

•Mestkelders buiten het schuuroppervlak kunnen voor 50% van het te berekenen sloopoppervlakte meegenomen worden.

•Mest- en torensilo’s tellen voor 100% mee in het te berekenen sloopoppervlak

•Als op een slooplocatie alleen gesloopt wordt dan hoeft voor die locatie geen erfinrichtingsplan te worden gemaakt.

•De bestemming van de slooplocatie wordt waar nodig gewijzigd in de bestemming Wonen. Op locaties waar een rood-voor-rood woning wordt gebouwd moet wel een (erf)inrichtingsplan gemaakt worden.

•De regeling geldt voor gebouwen die zijn opgericht met een bouwvergunning. Daar waar geen bouwblok aanwezig is, kan ter plekke geen compensatiekavel gerealiseerd worden.

•Schuren die zijn gebouwd vanaf 2003 kunnen niet worden ingezet voor Rood voor rood. Van deze datum kan onderbouwd worden afgeweken bijvoorbeeld bij kans op ondermijning.

•In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk meer dan 150m2 of 250m2 aan bijgebouwen te laten staan ten behoeve van hobbymatige of kleinschalige bedrijfsactiviteiten. In die situatie wordt wel beoordeeld of in het rood-voor-rood traject waarin de slooplocatie wordt ingezet voldoende kwaliteitswinst wordt bereikt. Voorwaarde is dat de resterende gebouwen niet later voor een ander ontwikkeltraject worden ingezet. Geadviseerd wordt eventueel resterende gebouwen asbestvrij te maken. In deze situatie is een erfinrichtingsplan vereist waaruit blijkt dat het erf goed landschappelijk wordt ingepast.

•De rood-voor-rood regeling geldt ook voor gemengde agrarische bedrijven in extensiveringsgebied waarbij het onderdeel intensieve veehouderij wordt beëindigd. In deze gevallen mogen ter continuering van de extensieve tak geen nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd. Ook is intensieve veehouderij op deze agrarische bouwblokken niet meer mogelijk. Om tot 850 m2 sloopoppervlak te komen kan een combinatie met een andere initiatiefnemer gemaakt worden. De minimale oppervlakte aan te slopen bebouwing bij het bedrijf in extensiveringsgebied dat het onderdeel intensieve veehouderij beëindigd is in deze gevallen 400 m2. De resterende extensieve tak dient een minimale omvang van 70 NGE te hebben.

•Inzet van sloopmeters uit de sloopbank is mogelijk, mits de sloopmeters voldoen aan de andere voorwaarden van deze regeling.

•Het is niet mogelijk om rood voor rood-sloopmeters/schuren te splitsen en in te zetten voor meerdere rood-voor-rood trajecten.

•Het uitwisselen van sloopmeters met de gemeente Deventer en Olst-Wijhe is mogelijk met een verhouding van 70% uit de gemeente Raalte en 30% uit de gemeente Deventer of Olst-Wijhe.

•Als een rood-voor-rood woning niet op de slooplocatie kan worden gebouwd vanwege milieutechnische redenen of vanwege de aanwezigheid van bijzondere landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden die door de bouw van een woning aangetast worden, is het realiseren van een compensatiekavel elders mogelijk. Hierbij geldt de verplichting om eerst te kijken naar de mogelijkheden van een locatie met geclusterde woningen aan de dorpsrand. Als dit geen reële optie is moet de compensatiekavel altijd aansluitend aan bestaande bebouwing worden gerealiseerd (in een lint of aansluitend een bestaand bebouwingscluster van minimaal twee bestaande woningen).

•Bij het positief bestemmen van feitelijk bestaande twee-aaneengebouwde woningen en/of het omzetten van een solitaire recreatiewoning naar een woonbestemming geldt dat de bestaande inhoud van de woning wordt vastgelegd. Daarnaast wordt ook de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen vastgelegd. Wanneer er toch uitbreidingsplannen zijn moet gekeken worden of dit vergunningsvrij kan of door het inzetten van sloopmeters uit de Schuur voor Schuur-regeling.

Bijlage 4: Voorbeelden

Een paar voorbeelden hoe de mogelijkheden uit hoofdstuk 3 er in de praktijk uit kunnen zien:

Voorbeeld 1: oude schuren vervangen door nieuwe

Een eigenaar heeft 400m2 aan kleine oude schuren op een perceel met een woonbestemming. Hij handelt hobbymatig in paarden en wil de oude gebouwen graag vervangen voor één functionele nieuwe schuur met hetzelfde oppervlak. Op grond van het bestemmingsplan kan dit alleen als hij kleiner terugbouwt, terwijl hij de ruimte nodig heeft.

Gebruik makend van de mogelijkheden in het ‘erven in beweging’ beleid laat hij een nieuwe schuur van 400m2 ontwerpen die goed bij de woning past, ter vervanging van de oude schuren. Hij past het erf in met in het landschap passende beplanting. Het erf is in zijn geheel opgeknapt en de eigenaar heeft een nieuwe schuur waarmee hij weer jaren vooruit kan.

Voorbeeld 2: ontwikkelbehoefte, maar niets te slopen

Een jong stel heeft een boerderijtje met wat grond in het buitengebied van Heino gekocht. Naast de boerderij staat alleen een bouwvallige schuur van 50m2 op het erf. Het stel wil graag een kantoor aan huis, opslagruimte en ruimte voor 2 paarden realiseren. Zij willen een bijgebouw van 250m2 bouwen en de oude schuur slopen. Op grond van het bestemmingsplan mogen zij 150 m2 aan bijgebouwen bouwen. Met de buurman, die nog een schuur van 100m2 heeft die hij wel wil slopen, maken zij een afspraak. Het stel neemt de sloopkosten van die schuur voor haar rekening. Samen met hun eigen oude schuur kunnen zij voldoende slopen om met de schuur voor schuur-regeling de 100m2 extra te bouwen die zij graag willen.

Voorbeeld 3: een bedrijf starten

Een cateringbedrijf wil zich graag vestigen op een vrijgekomen agrarisch erf. Het bedrijf voldoet aan de criteria voor nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied en de wegenstructuur is berekend op het extra verkeer. Op het erf staat een voormalige rundveestal en een karakteristieke boerderij die als woonhuis in gebruik is. De voormalige rundveestal op het erf is niet goed geschikt te maken: het dak bevat asbest en het gebouw is te laag.

De ondernemer wil de stal graag slopen en er een geschikt nieuw gebouw voor terugbouwen. De regeling voor nieuwe bedrijven in het bestemmingsplan vereist echter dat kleiner wordt teruggebouwd. De ondernemer concludeert na wat rekenwerk dat hij dan net wat ruimte tekortkomt. Hij besluit met behulp van de sloopbank en schuur voor schuur-regeling op twee andere locaties te slopen zodat hij een groter gebouw kan terugplaatsen. Samen met zijn adviseur en in overleg met de gemeente kiest hij voor een ontwerp en plek op het erf die passend is bij de oude karakteristieke boerderij. Het erf wordt aangekleed met in het gebied passende beplanting. Het erf krijgt een nieuwe invulling, de ondernemer heeft een plek gevonden die hem past en de bebouwing in het buitengebied is (per saldo) afgenomen.

Voorbeeld 4: realiseren één Rood voor Rood-woning

Een eigenaar van het perceel heeft op zijn eigen erf 3 schuren staan die samen een oppervlakte van 650 m2 aan voormalige agrarische bebouwing staan. Hiervan wil de eigenaar 450 m2 aan voormalige agrarische bebouwing inzetten voor Rood voor Rood en op eigen erf één Rood voor Rood-woning realiseren. Voor één Rood voor Rood-woning moet minimaal 850 m2 gesloopt worden dus de eigenaar komt 850-450=400 m2 aan sloopmeters te kort. Ondertussen heeft de eigenaar d.m.v. een principeverzoek medewerking aan het plan gevraagd. Het college besluit mee te werken aan het principeverzoek. De eigenaar gaat opzoek naar de resterende sloopmeters. Via de sloopbank kan hij op een ander erf 500 m2 aan sloopmeters aankopen. Het erf waar de sloopmeters vandaan moeten komen heeft nog de agrarische bestemming. De eigenaar en de verkopende partij komen eruit. De eigenaar laat de onderzoeken voor zijn eigen perceel uitvoeren. Daarnaast wordt een bestemmingsplan opgesteld voor het toestaan van de extra woning en wordt de bestemming van de slooplocatie van Agrarisch naar Wonen gewijzigd. Uit de onderzoeken komen geen bijzonderheden naar voren. Hierna ligt het ontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Daarna moet het bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Bijlage 5 Addendum beleid Erven in Beweging 2023 gemeente Raalte

Nadere regels voor toepassing van Rood voor rood en Schuur voor Schuur in verband met de combinatie met (beëindigings- of verplaatsing) regelingen voor veehouderijen die sloop verplichten:

1Gebouwen die door de ondernemer vanwege deelname aan een subsidie- of andere regeling verplicht gesloopt moeten worden en waarvoor in de betreffende regeling ook een vergoeding voor de sloopkosten is opgenomen, sluiten we uit voor toepassing van de gemeentelijke Rood voor Rood of Schuur voor Schuur regeling.

22. Gebouwen die door de ondernemer wel gesloopt moeten worden op basis van een subsidie of andere regeling, maar waarvoor geen sloopvergoeding wordt verkregen, kunnen enkel ter compensatie van de sloopkosten ingezet worden in de gemeentelijke Rood voor Rood of Schuur voor Schuur regeling.

3Voor het compenseren van de sloopkosten waarvoor de betreffende regeling geen vergoeding kent, geldt een standaardbedrag van € 45,- per m2, of het bedrag per m2 dat wordt opgenomen in een toekomstige soortgelijke regeling.

4Bij de toepassing van Rood voor rood worden de opbrengsten van de sloopvergoeding daarbij afgezet tegen de baten, de waarde van de kavel. Uitgangspunt is dat de kosten en baten in balans zijn (op 0 uitkomen). Als er een positief saldo is (als de baten hoger zijn dan de kosten) voor de ondernemer, moet de ondernemer dit investeren in ruimtelijke of maatschappelijke kwaliteit.

Voor gebouwen die buiten regelingen vallen blijft het beleid zoals onderdeel van de Beleidsnota Erven in Beweging 2023 ongewijzigd van toepassing.

Toelichting

Aanleiding

In december 2023 is naar aanleiding van de landelijke beëindigingsregelingen voor veehouderijbedrijven (LBV en LBV+) een addendum vastgesteld waarin de mogelijkheden voor combinatie van deze regelingen met Rood voor Rood in de gemeente Raalte is vastgelegd.

In landelijke (beëindigings)regelingen is vaak een verplichting tot sloop van de vrijkomende schuren opgenomen. Er is daarmee een directe samenhang tussen deze beëindigingsregelingen en de gemeentelijke beleidsnota Erven in Beweging 2023, specifiek Rood voor Rood en ook Schuur voor Schuur. Deze regelingen zijn - vanuit hun eigen specifieke doelen - ook gericht op het slopen van (vrijkomende) agrarische bebouwing.

Het is wenselijk om naar aanleiding van de Landelijke Beëindigingsregelingen Veehouderij (LBV) of bij een andere regeling waarbij sloop van gebouwen verplicht is nadere regels te stellen voor het gemeentelijke beleid ‘’Erven in beweging” met name voor de onderdelen Rood voor Rood en Schuur voor Schuur. Hiervoor dient dit addendum. Het addendum biedt duidelijkheid over de mogelijkheden om agrarische bebouwing in te zetten voor Rood voor Rood of Schuur voor Schuur in combinatie met het meedoen aan landelijke regelingen.

Inmiddels zijn er nieuwe regelingen voor beëindiging/verplaatsing van veehouderijbedrijven zoals de Landelijke verplaatsingsregelingen veehouderij piekbelasting (LVVP). Ook komen er mogelijk ook nog andere landelijke en provinciale (beëindigings)regelingen aan. Om hierop voorbereid te zijn is het eerdere addendum nu aangepast en aangevuld zodat ook bij deze nieuwe regelingen helder is wat wel en niet mogelijk is.

Hoofdlijn

Hoofdlijn blijft dat we geen dubbele compensatie/vergoeding voor de sloop van landschap ontsierende schuren bieden. Bij deelname aan regelingen waarbij schuren verplicht gesloopt moeten worden EN voor deze sloop vanuit de regeling een vergoeding komt, mogen deze schuren niet meer voor een regeling zoals Rood voor Rood of Schuur voor Schuur ingezet worden. Schuren die gesloopt worden en vallen onder de LBV+ regeling of die gesloopt worden op een oude locatie van een bedrijf dat in het kader van de LVVP is verplaatst, mogen daarom niet ingezet worden voor Rood voor Rood of Schuur voor Schuur.

Als het een regeling betreft waarbij enkel de sloop van gebouwen verplicht is maar er geen vergoeding voor deze sloop is opgenomen, betekent dit dat er enkel om de kosten van de sloop te compenseren, wel gebruik kan worden gemaakt van de Rood voor Rood regeling of Schuur voor Schuur regeling. Hierbij wordt uitgegaan van een sloopvergoeding van € 45,- per m2, (conform de sloopvergoeding die wordt gehanteerd bij de LBV-plus en LVVP) als er op termijn verandering in dit bedrag komt in landelijke of provinciale regelingen zullen we dit nieuwe bedrag ook gaan hanteren.

Omdat schuur voor schuur in principe geen vergoeding voor andere zaken dan sloopkosten biedt, gaan we ervan uit dat bij inzet van een schuur voor deze regeling, de normale voorwaarden worden toegepast. Hierbij ontstaan ook geen extra woningen, maar wordt het enkel ingezet voor uitbreiding van gebouwen in het buitengebied, daar waar dit ruimtelijk aanvaardbaar is bevonden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.