Aanhef
De raad van de gemeente Putten;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026, nr. 2162006;
gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.4a, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
besluit:
vast te stellen de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Putten 2026.
Vastgesteld bij besluit van de raad van 5 maart 2026 nr 2162007.
Artikel 1 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 25% van het bedrag genoemd in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, zolang de commissie actief is. (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.)
2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal 100% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.
3Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van maximaal 50% procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per persoon, zolang de commissie actief is.
Artikel 2 Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
1Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 10% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt.
2Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van 10% bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambts¬dragers, als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden.
Artikel 3 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
1Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het presidium via de griffier.
2Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
Artikel 4 Informatie- en communicatievoorzieningen
1Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleen-overeenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
2Een raads- of commissielid levert binnen zes weken na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
3Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 5 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 6 Betaling vaste vergoedingen
De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.
Artikel 7 Betaling en declaratie van onkosten
1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;
b.betaling vooruit uit eigen middelen.
2Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.
4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 8 Titel en inwerkingtreding; intrekking oude verordening
1Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Putten 2026’ en treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking.
2Op het tijdstip dat de ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Putten 2026’ in werking treedt, vervalt de ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019’, vastgesteld bij raadsbesluit van 4 december 2019 en voor het laatst gewijzigd op 19 september 2024.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 maart 2026.