Gemeentelijke regelgeving

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Putten 2026

Gemeente Putten · geldt sinds 31 januari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten,

gelezen het voorstel van 20 januari 2026, nr. 2168102:

gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.2.10, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

besluit:

vast te stellen de volgende regeling: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Putten 2026

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.college:

college van burgemeester en wethouders.

b.burgemeester:

voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

c.secretaris:

de secretaris bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

d.wethouder:

lid van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

1De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers), dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.

2Bij deze aanvraag worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

3De gemeentesecretaris is door het college gemandateerd en beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

4De aanvraag wordt uitgevoerd nadat het is getoetst aan de kaders van deze regeling, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Informatie- en communicatievoorzieningen

1De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2De burgemeester of de wethouder levert binnen zes weken na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 4. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 5. Betaling en declaratie van onkosten

1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

b.betaling vooruit uit eigen middelen; of

c.betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

2Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris.

4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouder binnen twee maanden na het indienen van het verzoek wordt overgemaakt.

Artikel 7. Titel en inwerkingtreding

1Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder gemeente Putten 2026 en treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking.

2Op het tijdstip dat de ‘Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders 2026’ in werking treedt, vervalt de ‘Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders 2019’, vastgesteld bij B. en W. besluit van 29 oktober 2019.

Putten, 20 januari 2026,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.