Gemeentelijke regelgeving

Nota Ecologie 2025-2030

Gemeente Purmerend · geldt sinds 13 maart 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Purmerend,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2025

B E S L U I T:

1De Nota Ecologie 2025-2030 vast te stellen, met daarin opgenomen het Puntensysteem natuurinclusief bouwen Purmerend 2.0 en gedetailleerde kaarten met de ecologische verbindingszones.

2Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Nota Ecologiegemeente Purmerend2025-2030

Het behoud van een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier

Voorwoord

Ecologie gaat over de relatie tussen mensen, dieren en de natuur. In onze gemeente wonen steeds meer mensen dicht bij elkaar. Dit, samen met klimaatverandering, maakt het moeilijker om deze relatie goed te houden. Daarom hebben we de Nota Ecologie opgesteld. Hiermee willen we zorgen voor een gezonde leefomgeving voor iedereen: mensen, dieren en planten.

Vijftig jaar geleden begonnen we met het mooier en natuurvriendelijker maken van het groen in de omgeving. Een mooi voorbeeld hiervan is het Oeverplan uit 2008, waarbij er op grote schaal beschoeiing is verwijderd en vervangen voor een natuurlijke flauwe oever. Ook zijn er toen speciale onderwaterbakken gecreëerd waardoor oevervegetatie meer ruimte krijgt binnen de waterloop. In de komende jaren werken we verder aan het verbeteren van ons ecologisch netwerk. We willen een groen netwerk creëren door parken en groene zones in de stad en dorpen te verbinden met het buitengebied. Inheemse planten gebruiken en plekken creëren waar vogels in alle rust kunnen broeden.

Door het groen in de stad met elkaar te verbinden en ook verbindingen te maken met het buitengebied, kunnen we de biodiversiteit vergroten. Dit betekent dat er meer verschillende planten en dieren kunnen leven. Ook helpt het om de stad koeler te maken en regenwater beter op te vangen. Meer natuur in de stad zorgt voor een gezondere leefomgeving en dit helpt ons om de gevolgen van klimaatverandering beter aan te pakken.

Laten we samenwerken aan een groenere en gezondere stad voor iedereen!

Met vriendelijke groet,

Coen Lageveen, Portefeuillehouder ecologie

Samenvatting

We werken dagelijks aan het Purmerend van de toekomst. Dit doen we met respect voor onze omgeving en door te streven naar een balans tussen natuur en bebouwd gebied. Zo zorgen we ervoor dat onze gemeente ook in de toekomst leefbaar en veilig blijft, voor onze kinderen en iedereen die zich verbonden voelt met onze ondernemende gemeente.

Het werken aan de toekomst van Purmerend doen we aan de hand van de verschillende transitiepaden uit het overzichtsdocument ‘Werk aan de toekomst’. Deze Nota Ecologie is onderdeel van het spoor ‘we vinden een balans tussen mens, natuur en bebouwing’. In dit spoor werken we aan een leefbare gemeente met voldoende ruimte voor natuur en groen. Bij de inrichting van de leefomgeving en woningbouwplannen besteden we daarom aandacht aan dierenwelzijn, ecologie, natuurinclusiviteit en biobased bouwen.

Voor de overige documenten is de voorgestelde inhoud van het onderdeel als volgt:

▪︎ We gaan anders om met energie: In dit spoor werken we aan een andere omgang met energie: zuiniger, slimmer en schoner. Dat doen we door te werken aan de energie- en warmtetransitie met aandacht voor de betaalbaarheid, het energiezuinig maken van woningen en het opwekken van schone energie.

▪︎ We gaan anders om met water en houden het hoofd koel: In dit spoor werken we aan een leefbaar en veilig Purmerend, door ons voor te bereiden op een ander klimaat. We ondernemen actie om ons te beschermen tegen toenemende warmte, meer en extreme regenval, meer en langere droogte en overstromingen.

▪︎ We werken aan de economie van de toekomst: In dit spoor werken we aan een toekomstbestendige economie. Die gaat ook over leefbaarheid, gezondheid en het welzijn van bewoners. We hebben daarbij aandacht voor circulariteit, vergroening en energiezuinigheid bij bedrijven.

▪︎ We gaan ons schoner en anders verplaatsen: In dit spoor werken we aan het verminderen van schadelijke uitstoot door vervoer en gaan we bewust om met de beperkte ruimte in onze gemeente. In onze groeiende gemeente willen we vervoer veranderen naar een duurzame manier, waarbij lopen en fietsen centraal staat.

Ondanks dat we ons inzetten voor een betere toekomst, staan we voor grote uitdagingen zoals het aanpakken van het woningtekort. De komst van meer woningen en parkeerplaatsen zorgen voor meer druk op de openbare ruimte en dit gaat vaak samen met het verlies aan groen. Deze groene gebieden, zoals bomenlanen, hofjes en tuinen zijn noodzakelijk voor het behoud van populaties van wilde dieren. Het groen en de biodiversiteit in onze gemeente zorgt voor een gezonde leefomgeving, die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, plagen of invasieve exoten (exotische plant- en diersoorten die inheemse soorten en leefgebieden overnemen). Dit groen en deze biodiversiteit dragen vervolgens bij aan een goede leefbaarheid van onze omgeving. Om de komende jaren voldoende ruimte voor het groen te behouden en te maken, moeten we goed letten op de balans tussen natuur, mens en bebouwing.

In de Visie Leefbare Stad 2040 staat hoe we deze balans zien. We willen de biodiversiteit versterken door parken en plantsoenen in het stedelijk gebied te verbinden met het buitengebied. Dit groene netwerk is nuttig voor mensen, omdat het bijvoorbeeld wateroverlast beperkt doordat regenwater goed in de bodem kan zakken (infiltratie) en omdat bomen onder warme omstandigheden een verkoelend effect hebben. Daarnaast is een groen netwerk essentieel voor de verspreiding van plant- en diersoorten. Voor deze laatste vormt dit gebied een belangrijk onderdeel van hun voedsel- en leefgebied. Waar mogelijk worden functies gecombineerd. Bijvoorbeeld het aanleggen van natuurvriendelijke oevers voor waterberging, die ook de waterkwaliteit en ecologie verbeteren.

Of het plaatsen van gevelgroen op blinde gevels voor verkoeling, wat fijnstof reduceert en insecten bevordert.

De balans tussen natuur, mens en bebouwing gebeurt met aandacht voor 3 (deel)onderwerpen: ecologie, dierenwelzijn en natuurinclusiviteit. Dierenwelzijn gaat hoofdzakelijk over de relatie tussen mensen en het welzijn van gehouden dieren en wordt behandeld in de Nota Dierenwelzijn. Natuurinclusiviteit gaat over de verbinding tussen de bebouwde omgeving en de natuur, en de groene oplossingen die we toepassen om een gezondere leefomgeving te creëren. Ecologie gaat over de relatie tussen mensen, dieren en natuur en wordt beschreven in deze Nota Ecologie. Deze relatie staat onder druk door de invloed van mensen op de omgeving en het klimaat. Dieren die eerst in landelijke gebieden leefden, moeten nu plaatsmaken voor stedelijk gebied. Ook dieren die het voorheen goed deden in de stad, zoals huismussen, spreeuwen, merels, gierzwaluwen en vleermuizen, nemen af, ook in Purmerend. We willen deze relatie verbeteren door groene structuren te behouden en te versterken, inheemse planten te gebruiken, gevelgroen te stimuleren en rustige plekken te creëren waar vogels kunnen broeden zonder mensen en huisdieren in de buurt.

Afbeelding: Een merel als kenmerkende vogelsoort van stadstuinen en parken.

2. Ecologische ontwikkelingen in gemeente Purmerend

2.2 Ecologische ontwikkelingen

2.2.1 Ecologische netwerk tot op heden

Sinds de jaren ’80 nemen we maatregelen om het ecologisch netwerk te versterken (zie bijlage: Ecologische historie van Purmerend). Het Oeverplan uit 2008 is daar het grootste voorbeeld van. We streven naar verdere verbetering van het ecologisch netwerk in zowel het stedelijk gebied van Purmerend als het landelijke gebied van de Beemster.

2.2.2 Groenbeheer

Naast het ecologisch netwerk staat biodiversiteit al langer centraal. Veel dorpsranden en bredere groenzones aan de wijkenranden zijn beplant met bosplantsoen. Langs watergangen en wandelpaden groeien ruiger of kruidenrijk gras, dat gefaseerd 2 keer per jaar wordt gemaaid. In de wijken is het beheer meer gericht op het onderhoud van cultuurplantsoen, zoals gazons die 22 keer per jaar worden gemaaid. Dit cultuurplantsoen bestaat vaak uit lage groene bodembedekkers of kleurrijke beplanting, die regelmatig worden geschoffeld, gemaaid, gesnoeid en ingeboet

1Het vervangen van plantmateriaal dat na aanplant niet is aangeslagen of beschadigd is geraakt

.

Het cirkeldiagram hieronder toont de verdeling van beplantingstypes in het voorjaar van 2023. Een groot deel van het groen is natuurlijk en ruig ingericht, met veel ruig gras, kruidenrijk gras en bosplantsoen. Het aandeel cultuurgroen is momenteel gelijk aan dat van natuurlijk groen.

Beplantingstypen in percentages

Figuur 1: Beplantingstypes en percentages van voorjaar 2023.

2.2.3 Onderzoek

We doen al jaren verplicht onderzoek naar biodiversiteit en beschermde soorten. Er is data beschikbaar van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) over waterkwaliteit, met gegevens over vissen, insecten, planten en fytoplankton. Daarnaast laten we zelf onderzoeken uitvoeren. Kennisinstituut EIS doet sinds 2014 regelmatig onderzoek naar wilde bijen en zweefvliegen in Purmerend. Ook wordt er driejaarlijks een jaar lang gemeentebreed onderzoek gedaan naar beschermde soorten. In 2014, 2017 en 2020/2021 en 2024 is uitgebreid onderzoek gedaan naar beschermde soorten. Daarbij zijn broedvogels (zoals roofvogels, uilen, gierzwaluwen en huismussen), muizen (noordse woelmuis en waterspitsmuis), marterachtigen, amfibieën (rugstreeppad), vleermuizen en planten in kaart gebracht.

Gebouwbewonende soorten, zoals gierzwaluwen, huismussen, spreeuwen en vleermuizen worden eens per 5 jaar onderzocht volgens het Soortenmanagementplan (SMP). Niet-gebouwbewonende soorten, zoals marters, muizen en planten worden elke 3 jaar onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn beschikbaar in de flora- en fauna check, (https://florafaunacheck.nl).

2.3 Wet- en regelgeving

2.3.1 Wet natuurbescherming

Werken in de openbare ruimte valt onder strikte wet- en regelgeving. Voor de natuur in Nederland was de Wet Natuurbescherming de belangrijkste. Deze is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. De wet beschermt de Nederlandse natuur en haar soorten.

In onze gemeente leven meerdere beschermde soorten. Bij werkzaamheden in de buitenruimte moet hiermee rekening worden gehouden. De wet verplicht vooraf onderzoek naar flora en fauna in het plangebied. De resultaten hiervan publiceren we in de flora- en faunacheck.

Als beschermde soorten worden waargenomen, zijn maatregelen nodig om de beschermde flora en fauna te ontzien en de populaties in stand te houden.

Daarnaast geldt altijd een zorgplicht. Dit betekent dat bij werkzaamheden voor elke levend wezen zorg moet worden gedragen.

2.3.2 Flora- en faunacheck

FloraFaunaCheck.nl is een platform met alle waarnemingen van beschermde soorten in de gemeente. De gegevens zijn verzameld tijdens gemeentebrede onderzoeken, die elke 3 en 5 jaar plaatsvinden. Het platform bestaat uit een kaart die leefgebieden en foerageergebieden (voedselgebieden) markeert. Ook vastgestelde verblijfplaatsen staan hierop, zoals gierzwaluwnesten of bepaalde soorten vleermuizen die in bebouwing verblijven (zie figuur 2).

Bij beheer of ruimtelijke ontwikkeling is deze informatie van groot belang. Dankzij de flora- en faunacheck is voor elk project geen langdurig vooronderzoek naar beschermde diersoorten nodig. Verblijfplekken en foerageerlocaties zijn namelijk al in kaart gebracht. Hierdoor kunnen we gerichter maatregelen nemen voor soorten om natuurinclusief te bouwen.

Figuur 2: Ingevoerde waarnemingen van vleermuizen, per woning in de Gors.

2.3.3 Soortenmanagementplan

Voor een goede afstemming tussen ontwikkelingen en het beschermen van gebouwbewonende dieren is het Soortenmanagementplan (SMP) gemaakt. Wij zijn samen met gemeente Heemskerk de eerste gemeente in Noord-Holland met een SMP. Dit SMP is een generieke ontheffing bij sloop-, bouw- en renovatieprojecten voor een aantal beschermde soorten die in gebouwen verblijven. Hiermee kunnen bepaalde projecten sneller starten en zijn benodigde maatregelen direct duidelijk voor inwoners, ontwikkelaars en projectleiders. Inwoners hoeven geen eigen onderzoek te doen naar beschermde soorten en geen ontheffing meer aan te vragen voor werkzaamheden aan flora en fauna, wanneer zij gebruik maken van deze ontheffing. Ze kunnen zich binnenkort hiervoor aanmelden op de gemeentesite

De maatregelen in het SMP zorgen ook voor een betere bescherming van soorten op populatieniveau in plaats van projectniveau. Voor het behoud van dit SMP is vijfjaarlijks onderzoek in de hele gemeente noodzakelijk. Dit onderzoek vindt plaats in 2025.

2.3.4 Gedragscode beheer

Het behoud van biodiversiteit heeft een sterke relatie met het beheer, waarbij kennis van planten en diersoorten essentieel is. Beheerders en uitvoerende partijen moeten deze kennis hebben voordat zij aan de slag kunnen. In onze gemeente moeten aannemers en onze eigen dienst werken volgens de gedragscode Stadswerk, die verplicht is opgenomen in de bestekken.

Stadswerk publiceert al meer dan 10 jaar gedragscodes die gebruikt worden door gemeenten en samenwerkende organisaties. Deze gedragscode zorgt ervoor dat we bij werkzaamheden geen beschermde soorten of functies verstoren. Het geeft richtlijnen voor bijvoorbeeld maai- of snoeiwerkzaamheden in de buurt van vogelnesten of reptielen/amfibieën. Per februari 2024 is de nieuwe ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’ goedgekeurd door Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) en ondertekend door de minister voor Natuur en Stikstof.

Afbeelding: Waterhoen met pas uitgekomen pullen.

3. Vaststellen, verbeteren en uitbreiden ecologisch netwerk

3.3 Het ecologisch netwerk van Purmerend

3.3.1 Inleiding

Het realiseren van een ecologisch netwerk is belangrijk. Provincies richten zich op de verbinding tussen Natura 2000-gebieden, die Europees beschermd zijn en speciale natuurwaarden hebben. Natuur die geïsoleerd is door wegen en bebouwing, is kwetsbaar voor veranderingen en beperkt de in- en uitstroom van soorten. Daarom worden er tussen de Natura 2000-gebieden, andere gebieden aangekocht en omgevormd om verschillende natuurgebieden te verbinden. Dit is het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met vastgestelde verbindingszones. Waar de provincie zich richt op de Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden, moet de gemeente zich richten op de kleinere natuurgebieden, de parken en de groene zones. Onze gemeente ligt tussen verschillende NNN-gebieden en kan een belangrijke rol spelen in het verbinden en versterken van de ecologie in de regio.

Het ecologisch netwerk in dit hoofdstuk sluit aan bij de groenstructuur uit het toekomstige Groenbeleidsplan. De verbindingszones moeten worden vastgesteld en beschermd tegen bouwontwikkelingen, met als doel het behoud en versterken van de ecologie. Deze zones bieden ruimte voor dieren om door onze gemeente te migreren en helpen populaties te beschermen. Bovendien vormen ze, samen met de groenstructuur, de groene identiteit van onze gemeente. Dit heeft ook meerwaarde voor de doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie en het Parkenplan. Zie daarvoor de Klimaatadaptatiestrategie gemeente Purmerend 2025-2030 en het Parkenplan Purmerend 2021-2040.

De laatste natuurontwikkeling in de gemeente bestond uit de vorming van de Natuurzone ter compensatie van de bouw van het bedrijventerrein Baanstee-Noord in 2013. In dit soort groenstructuren kan de flora en fauna zich vestigen en ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat er in deze natuurzone inmiddels 43 soorten broedvogels zijn aangetroffen, 164 soorten planten, 15 soorten dagvlinders en 6 soorten zoogdieren, libellen en sprinkhanen. Daarnaast zijn er ook maar liefst 5 zeldzame planten en 2 zeldzame insecten waargenomen. Het is belangrijk dat we meer van dit soort groengebieden creëren in en om de gemeente om de biodiversiteit te versterken. Daarnaast moeten deze natuur- of groengebieden aansluiten op de groengebieden in onze en omliggende gemeenten om verspreiding van soorten mogelijk te maken.

3.3.2 Parken en groenstructuren verbinden

Grote groenstructuren, zoals groene verbindingen tussen stad en platteland bieden, als ze natuurlijk zijn ingericht, de beste mogelijkheden voor dieren om te verblijven. Grotere, gevarieerde groene gebieden bieden beschutting, voedsel en een plek voor voortplanting.

Zoals te zien is in figuur 4, wordt de gemeente omringd door grotere groengebieden, zoals

Natura 2000-gebieden, kleinere natuurgebieden zoals Weideveld en het Purmerbos, en onze eigen beheerde groengebieden zoals de Ecoband, de Natuurzone en het groengebied Purmerland. Deze belangrijke groengebieden moeten goed verbonden worden met de parken en groengebieden in de stad en dorpen om de migratie en uitwisseling van soorten mogelijk te maken. De verbindingen rondom de gemeente zijn al aanwezig, zoals figuur 4 laat zien, maar het doel is om deze te versterken en uit te breiden met de interne verbindingen naar onze parken. Dit laatste staat beschreven in het Parkenplan 2021-2040.

Figuur 4: Grotere groengebieden in en om de gemeente Purmerend

We hebben in 2005 al ervaring opgedaan met het verbinden van groengebieden. Toen is er, met behulp van Europese subsidie, een verbindingsroute gerealiseerd bij de vorming van de Ecoband. Hierbij werd het park De Noord met 2 grote vaarten en dijken met elkaar verbonden. Tijdens het laatste onderzoek naar beschermde soorten zijn hier egels, wezels en verschillende soorten vleermuizen en vogels waargenomen. Het behoud en uitbreiding van deze groengebieden en verbindingszones is essentieel om de biodiversiteit te behouden.

Figuur 5: Ontwerp van de Ecoband die de twee ringvaarten en dijken met elkaar moesten verbinden.

3.3.3 Gidssoorten

Het realiseren van natuurverbindingen is niet hetzelfde voor elke soort. Bepaalde soorten hebben een kale, zanderige ondergrond nodig, terwijl andere een rietmoeras verkiezen. Het is niet mogelijk om een verbinding te realiseren die voor alle soorten geschikt is. Daarom hebben we een aantal gidssoorten benoemd die symbool staan voor een aantal typische stadssoorten. Deze gidssoorten zijn:

▪︎ De kleinere zoogdieren (zoals de egel en noordse woelmuis)

▪︎ Amfibieën (zoals de kleine watersalamander, rugstreeppad en bruine kikker)

▪︎ Insecten (zoals wilde bijen en zweefvliegen)

▪︎ Vleermuizen (zoals gewone dwergvleermuis, meervleermuis).

De gidssoorten worden hieronder beschreven, evenals de manieren waarop we de verbindingszones kunnen inrichten om migratie te bevorderen.

1Kleine zoogdieren – Parken verbinden met groen en plaatselijk hogere vegetatie of liggend dood hout en takkenrillen voor beschutting, zodat zoogdieren zich kunnen verplaatsen.

2Amfibieën – Watergangen met natuurlijke oevers, een goede waterkwaliteit en zonder barrières vormt het beste leefgebied voor amfibieën (en vissen) om zich voort te planten, te rusten of zich te verspreiden. Hopen blad, schors, puin en dode bomen helpen amfibieën om de winter door te komen.

3Insecten – Bloemrijke vegetatie aanleggen naast fietspaden, voetpaden en waterstructuren. Op deze manier leggen we de basis voor biodiversiteit.

4Vleermuizen – Belangrijkste vliegroutes (watergangen, bomenrijen en hoge heesters) behouden en beperken van lichtvervuiling. De soorten hebben een sterke relatie met natuurinclusief bouwen.

Vleermuizen

In Purmerend komen maar liefst 8 soorten vleermuizen voor. Sommige foerageren in bossen, andere boven het water of juist in meer verstedelijkt gebied. De meest algemeen voorkomende vleermuis is de gewone dwergvleermuis welke vaak te zien is rondom huis en in de straat. Echter neemt deze soort de laatste jaren in Purmerend snel af.

Wist u dat dwergvleermuizen tot 1000 insecten per nacht kunnen vangen? Om deze reden zijn ze een belangrijke schakel in de voedselketen.

3.3.4 Niet als gidssoort opgenomen

Soorten zoals vissen en vogels zijn niet uitgebreid in deze nota opgenomen. Het verbeteren van waterkwaliteit en vismigratie is grotendeels in beheer van het waterschap. Toch houden we wel rekening met vissen. Natuurlijkere oevers zijn waardevol voor vissen, insecten en amfibieën, en ook wenselijk in onze gemeente. We zijn van plan om vissenbossen aan te leggen om de overleving en populatie van vissen te bevorderen. Vogels kunnen zich gemakkelijker door een stad bewegen, waardoor verbindingszones voor hen minder noodzakelijk zijn. We richten ons op het aanplanten van besrijke struiken in de verbindingszones of groengebieden om vogels op een natuurlijke manier van voedsel te voorzien. Daarnaast zorgen we ervoor dat heggen en struweel in het dagelijks groenbeheer gefaseerd gesnoeid worden, zodat het leefgebied voor huismussen en andere vogels behouden blijft.

3.3.5 Het ecologisch netwerk

Het ecologisch netwerk bestaat uit verbindingszones. De onderstaande kaarten tonen de bestaande verbindingen in de gemeente. Een doorlopende lijn betekent dat deze verbindingszone al geschikt is, terwijl een onderbroken lijn betekent dat de verbinding nog niet optimaal is door knelpunten. We richten ons op het wegnemen van knelpunten en het voorkomen van nieuwe knelpunten rondom de verbindingszones. Verder is te zien dat niet iedere verbindingszone alle gidssoorten bevat. Dit komt doordat niet iedere verbinding geschikt is voor alle gidssoorten. Zo is het Noord-Hollands Kanaal een belangrijke route voor vleermuizen, maar ongeschikt voor landzoogdieren.

Figuur 6: Overzichtskaart verbindingszones gemeente Purmerend

Figuur 7: Ecologisch netwerkkaart van Purmerend. De verbindingszones zijn genummerd om knelpunten en kansen per zone beter weer te geven en toe te kunnen lichten.

Tabel 1: Beschrijving verbindingszones.

Verbindings-zone no.

Verbinding

1

Groenblauwe zones van Groengebied Purmerland langs Prauwoever en Riksjapad naar Weideveld

2

Groenblauwe zones van Weideveld langs A7 naar Beemsterringvaart

3

Groenblauwe zones van groengebied Purmerland langs Laan der Continenten naar Weideveld

4

Groenblauwe zones overgang landelijk gebied naar stedelijk gebied langs Beemsterringvaart

5

Groenblauwe zones van landelijk gebied naar stedelijk gebied langs Jaagweg

6

Groenblauwe zones van landelijk gebied langs Wheredijk naar Oude begraafplaats en Leeghwaterpark

7

Groenblauwe zones Aletta Jacobslaan

8

Groenblauwe zones langs Linnaeuslaan tot Gorsebos

9

Groenblauwe zones Gorsmeertjes tot Wheredijk

10

Groenblauwe zones langs Eendenlaantje en Reigerpark

11

Groenblauwe zones en bermen rondom Karekietpark

12

Eerste deel groenblauwe zone Purmerringvaart

13

Groenblauwe zones van Groeneweg

14

Oevers spoorweg

15

Groenblauwe zones langs Gorslaan, Churchillaan en Koogsingel naar Park De Noord

16

Groenblauwe zones van Park De Driegang naar Leeghwaterpark

17

Groene zones van Verzetslaan naar Purmerbos en Leeghwaterpark

18

Groenblauwe zones van Park De Driegang langs Purmerzuidlaantje naar Purmerbos

19

Groenblauwe zones van Leeghwaterpark via Van Garderenstraat, Zuivelstraat naar Oostflank

20

Tweede deel groenblauwe zone Purmerringvaart

21

Groenblauwe zones tussen Purmerbos noordelijk deel en zuidelijk deel

22

Groenblauwe singels door Purmer-Noord

23

Van Park De Uitvlugt naar Oostflank

24

Van Purmerringvaart langs Koebruggelaantje naar Purmerbos

25

Via Westerweg naar Baanstee Noord

26

Groenblauwe zones langs Incastraat richting Laan der Continenten

27

Groenblauwe zone langs Purmerland, Weidevenne

Op de netwerkkaart van Purmerend is te zien hoe de groengebieden buiten de stad zich verbinden met de parken. Ook blijkt dat bepaalde verbindingen lastig te realiseren of verbeteren zijn. Zo zal het Noord-Hollands Kanaal met de hoge beschoeiingen en de Purmerringvaart en Where een lastige oversteek blijven voor zoogdieren. Verder is te zien dat veel verbindingen nog niet optimaal zijn. Hiervoor is dus extra inspanning nodig om knelpunten weg te nemen en migratie mogelijk te maken, of juist het groenbeheer op de ecologie af te stemmen. Dit kan door bermen en oevers kruidenrijker te maken, struiken aan te brengen of een ondergrondse faunapassage te creëren. Deze aanpassingen kunnen kostbaar zijn, maar kunnen worden meegenomen bij herontwikkelingen en herinrichtingen om een leefbare stad voor mens en dier te creëren. De ecologisch netwerkkaart vormt dus een lange termijndoelstelling.

Niet alleen in de stad zijn er verbeterpunten voor verbindingszones, ook in het landelijke gebied zoals de Beemster. Waar Purmerend een bebouwd gebied is met groen is de Beemster juist een agrarisch gebied met bebouwing. De Beemster is via de Zuidoostbeemster tot aan de N244 verbonden met Purmerend. Drukke wegen, de ringvaart en de eentonigheid van de vegetatie vormen obstakels voor dieren. De gemeente is geen eigenaar van deze verbindingszones, maar dit heeft geen invloed op het gebruik ervan door wilde dieren. Er zijn in de Beemster verschillende organisaties die de ecologie willen versterken en verbindingszones willen realiseren. Zo maken agrarische bedrijven gebruik van agrarisch natuurbeheer, zoals akkerranden (Beemster in Bloei) en leggen ze extra planten, struiken, (fruit)bomen en nestkasten aan op de boerenerven (project Biodiversiteit op het boerenerf).

Figuur 8: Het ecologisch netwerk in de Beemster

3.3.6 Het ecologisch netwerk beschermen in een ontwikkelende gemeente

Voor de ecologie is een netwerk van verbindingszones essentieel om verspreiding van soorten en het versterken van populaties mogelijk te maken. Het behoud van deze zones is noodzakelijk en daarom moeten we deze in onze gemeente beschermen. In de bijlage van deze nota staan alle verbindingszones uitgewerkt met de bijbehorende groenvakken die door ons worden beheerd. Deze zones willen we vaststellen, een beschermde status geven en opnemen in het Omgevingsplan. Het bouwen of bestraten van deze verbindingszones is hierdoor grotendeels uitgesloten. Om deze reden zijn hoofdzakelijk grotere stukken aaneengesloten groen langs verbindingszones geselecteerd zonder kleinere middenbermen of kruispunten om aanpassingen aan verkeersituaties mogelijk te houden. Er moet gestreefd worden naar het versterken van de groene routes, zowel voor dieren als voor mensen, bijvoorbeeld als recreatieroute tussen parken. Ontwikkelingen kunnen kansen bieden voor het versterken van de verbindingszones en de ecologie. Zo moet er gekeken worden naar gecombineerde mogelijkheden, zoals het autoluwer maken van straten, eenrichtingsverkeer of het bevorderen van openbaar vervoer en fietsgebruik. De vrijgekomen ruimte biedt kansen om de gecombineerde doelen voor de natuur, recreatie en het klimaat te halen. Het ecologisch netwerk, met de verbindingsroutes uit figuur 6, 7 en 8 en de bijbehorende tabel 1, is in de bijlage gedetailleerd uitgewerkt. We willen dit opnemen in het Omgevingsplan als beschermde ecologische verbindingszone en vragen hiervoor goedkeuring aan de gemeenteraad.

In zowel de Zuidoostbeemster als de Middenbeemster worden veel woningen gebouwd. Hierdoor verdwijnen voormalige groenstructuren en neemt de verstening toe. Het is belangrijk om voor zowel de huidige als toekomstige bewoners, en voor planten en dieren, plekken te creëren waar zij kunnen rusten of recreëren. Deze groenstructuren moeten verbonden worden met andere groengebieden voor een sterker ecologisch netwerk.

4. Beschermen / vergroten biodiversiteit

4.2 Biodiversiteit gaat achteruit

4.2.1 Trend

De achteruitgang van biodiversiteit is een wereldwijd probleem en is zichtbaar in de afname van insecten, weidevogels en veel stadsvogels. Ook in onze gemeente ervaren we achteruitgang, ondanks inspanningen op het gebied van natuurinclusief bouwen, groenbeheer, dierenwelzijn en ecologie. Uit driejaarlijkse onderzoeken blijkt dat de aantallen vleermuizen, huismussen, spreeuwen en gierzwaluwen afnemen en lager liggen dan het landelijk gemiddelde. Terwijl sommige soorten juist landelijk toenemen (zoals vleermuizen) of stabiel blijven (zoals de huismus), vraagt de situatie in onze gemeente om extra inzet om het leefgebied van deze soorten te verbeteren.

Figuur 9: Populatietrend van de gemonitorde diersoorten in Purmerend.

4.3 Beheer- en ontwikkelingsmogelijkheden

4.3.1 Meer en betere natuurvriendelijke oevers

In de gemeente zijn al een hoop onderwaterbakken of natuurvriendelijke oevers aangelegd. Door beperkt beheer ontstaat er soms een eentonige vegetatie met enkele dominante soorten. Om variatie in planten en habitat te behouden, is het belangrijk deze dominante soorten plaatselijk weg te halen. Vooral de overmatige groei van riet en zegge vraagt om afgestemd maaibeheer en waar nodig aanvullende ingrepen. Naast extra aandacht voor beheer is het belangrijk om verder te gaan met het natuurlijk inrichten van oevers om de biodiversiteit te versterken. Waar mogelijk wordt hoge beschoeiing al vervangen door natuurlijkere oevers. Door ruimtegebrek is dit niet overal haalbaar.

4.3.2 Kruidenrijke bermen

Een gevarieerd aanbod van planten is belangrijk voor veel insecten. Kruidenrijke vegetatie biedt voedsel-, rust-, voortplantings- en overwinteringsplaatsen voor insecten, die op hun beurt de voornaamste voedselbron zijn voor vogels, muizen en vleermuizen. Het creëren van kruidenrijke bermen is daarom belangrijk. Er is meer afgestemd maaiwerk nodig, met aandacht voor de juiste maaidatum en gefaseerd onderhoud (70-80% maaien en 20-30% laten staan) om zaadzetting van planten te bevorderen en voedsel- en waardplanten, evenals overwinteringsplaatsen voor insecten, te behouden. Problemen met vergrassing kunnen worden tegengegaan door aangepast beheer. Om de bermen van de verbindingszones kruidenrijker te maken, wordt gebruik gemaakt van het boek ‘Ontwikkelen van kruidenrijk grasland’ (Schippers et al, 2023) en wordt er soms ratelaar ingezaaid. Ratelaar is een geelbloemige plant die de groei van grassen remt (parasitisme), waardoor kruiden meer ruimte krijgen om te groeien. Het is goed om te weten dat een kruidenrijke berm belangrijk is voor de ecologie, maar niet altijd een zeer bloemrijke uitstraling heeft. Kleurrijke bloemen zoals klaprozen, gele ganzenbloemen en zonnebloemen zijn mooi, maar passen niet bij onze klei- en veenbodem. Het instandhouden hiervan is zeer intensief, duur en ecologisch minder waardevol.

In 2025-2026 willen we met het groenbeheer een afgestemd plan maken om het groenbeheer beter af te stemmen op het ecologisch netwerk. Het doel is om het leefgebied van planten en dieren te versterken en migratie te bevorderen. Momenteel vinden er inventarisaties plaats om iedere verbindingsroute te beoordelen op kwaliteiten en dit te monitoren.

4.3.3 Bosplantsoen

Bosplantsoen bestaat uit grotere struiken zoals hazelaar, vlier en meidoorn. Het is voor de biodiversiteit een belangrijke factor voor voedsel (bloemen en vruchten), nestgelegenheid en geleiding voor vleermuizen. Binnen het ecologisch netwerk bestaat bos- en haagplantsoen voornamelijk uit inheemse plantensoorten. Het doel is om waar mogelijk meer bosplantsoen aan te planten volgens de specifieke richtlijnen en ontwerpeisen uit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR).

Afbeelding: kruidenrijk groen

Insecten

Insecten vormen de grootste soortgroep op onze planeet met tal van verschijningsvormen en leefwijzen. Sommige voeden zich van planten, maar ook met andere insecten (rovers). In de landbouw worden bloemrijke akkerranden ingezaaid die de populatie van deze rovers versterken. Hierbij wordt er geprobeerd om soorten als lieveheersbeestjes, sluipwespen en roofwantsen zo talrijk mogelijk te maken om plagen als springstaartjes en luizen te onderdrukken.

Zo zijn er in 2023 zo’n 250 inheemse struiken gepland ten zuiden van de Laan der Continenten. In de toekomst kunnen vogels hier broeden en egels hun leefgebied vinden, vrij van mensen en huisdieren. Daarnaast bevordert het laten liggen van bladhopen en dode takken de aanwezigheid van schuil- en voedselplekken. Dit wordt ook in stedelijk gebied toegepast.

Omdat bosplantsoen soms een verwilderde uitstraling heeft en daardoor minder gewaardeerd wordt, willen we proberen plaatselijk de kale ondergroei van bosplantsoen meer kleur te geven door inheemse boszoomplanten te zaaien, zoals look-zonder-look, geel nagelkruid en vingerhoedskruid.

4.3.4 Dood hout

Dode bomen vormen een belangrijk onderdeel binnen de ecologie. Op verschillende locaties in de gemeente staan zogenoemde spechtenstammen: boomstammen die bewust zijn blijven staan voor de verrijking van de biodiversiteit. In het dode hout leven schimmels en ontstaan holtes die dankbaar worden gebruikt door insecten en vogels. Afgevallen boomschors of dode takken verrijken de bodem met voedingsstoffen en dienen als overwinterplek voor amfibieën, zoals de kleine watersalamander. Een bijkomend voordeel is dat dood hout werkt als een spons dat overtollig water opneemt. Daarom stimuleren we het gebruik van natuurlijk restmateriaal, zoals takkenrillen en bladeren, waar egels dankbaar gebruik van maken.

Afbeelding: biotopen in natuur en stad.

4.3.5 Meer rustgebieden

Rustgebieden bieden dieren een veilige plek om zich te verschuilen, zich te voeden, te broeden en te overwinteren, zonder dreiging van mensen, honden of katten. We creëren rustgebieden door het plaatsen van takkenrillen, stekelige vegetatie of door water door ontoegankelijke ‘natuureilanden’ te realiseren. In het stedelijk gebied zijn er het afgelopen jaar 3 van dit soort eilandjes gerealiseerd en het doel is om dit waar mogelijk verder uit te breiden. Dit krijgt bijvoorbeeld ook vorm bij het Leeghwaterpark.

4.3.6 Obstakels verwijderen

Obstakels zijn barrières voor planten of dieren waardoor zij zich niet optimaal kunnen verspreiden. Het zijn vaak fysieke obstakels zoals beschoeiingen, waterkolken, wegen, hitte-eilanden, monoculturen, lichtbronnen of de constante aanwezigheid van mensen. Het is belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen deze obstakels zoveel mogelijk worden beperkt, wat ook bijdraagt aan natuurinclusief bouwen. Door per verbindingszones te beoordelen of obstakels kunnen worden verwijderd of voorkomen, maken we het ecologisch netwerk robuuster. Voorbeelden hiervan zijn het omvormen van beschoeiingen tot onderwaterbeschoeiingen of natuurvriendelijke oevers, of het aanpassen van lantaarnpalen op cruciale vleermuisroutes door de lichtintensiteit, -kleur of het armatuur te wijzigen.

4.3.7 Natuurinclusief bouwen

Natuurinclusief bouwen biedt mogelijkheden om beschermde soorten te behouden en de biodiversiteit en populaties te versterken in een stedelijke omgeving. Veel nieuwe gebouwen bieden onvoldoende leefbare plekken voor vleermuizen of mussen door het ontbreken van spouwmuren of ongeïsoleerde daken met scheve dakpannen. Het aanbrengen van nestkasten of ruimtes voor kraam- en broedplaatsen en het groen aankleden van daken en gevels biedt voedsel en veiligheid voor diverse soorten. In onze gemeente is natuurinclusief bouwen verplicht volgens ons beleid. Voor de gemeentelijke kavels geldt het vernieuwde en vereenvoudigde puntensysteem Natuurinclusief bouwen Purmerend. Dit systeem maakt onderscheid tussen de omvang van een project en het aantal verplicht te behalen punten. Kleinere bouwprojecten hoeven minder punten te behalen dan grotere. De nieuwe versie van het puntensysteem is opgenomen in bijlage ‘Puntensysteem natuurinclusief bouwen Purmerend 2.0’.

Voor particuliere kavels is natuurinclusiviteit en biodiversiteit onderdeel van het 5e basisveiligheidsniveau uit het ‘Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw’. Dit geldt voor (buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten bij de bouw van een nieuw hoofdgebouw of bijgebouw van 100 m² of meer. De ontwikkelaar is vrij om maatregelen te kiezen om bepaalde eisen en richtlijnen te behalen, waarbij de gemeente bij de Omgevingsvergunning toetst of deze maatregelen voldoen aan de basisveiligheidsnormen. Met de toepassing van het Basisveiligheidsniveau geeft gemeente Purmerend invulling aan de landelijke ‘Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ en de aanpassing van de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland per 1 januari 2025. Er is momenteel nog geen afwegingskader om natuurinclusieve maatregelen te toetsen ten opzichte van klimaatadaptieve, duurzame of energiezuinige maatregelen. Het ontwikkelen van een integraal toetsingssysteem voor natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en duurzaamheid maakt deel uit van de uitvoeringsagenda van deze Nota Ecologie.

Er spelen verschillende ontwikkelingen waarbij natuurinclusiviteit van gebouwen wordt besproken. Onlangs is de verplichting voor het inbouwen van nestkasten en vleermuiskasten in het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ (Bbl) geschrapt door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Toch wordt het inbouwen van nestkasten en het natuurinclusief bouwen steeds vaker toegepast door verplichte mitigatie-opgaven of vanwege de ambities van woningbouwcorporaties en gemeenten. Daarnaast passen we het Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw toe, waarin natuurinclusiviteit en biodiversiteit verplicht zijn voor alle nieuwbouwprojecten. Door het ontbreken van concrete maatregelen en verplichtingen op dit gebied, liggen de eisen lager dan het gemeentelijke puntensysteem. Momenteel worden er inventarisaties uitgevoerd om natuurinclusieve maatregelen en eisen vast te stellen in een universeel afwegingskader voor nieuwbouw. Dit kader zal rekening houden met verplichtingen en ambities op het gebied van natuur, klimaat, energie en duurzaamheid (bouwmateriaal) en is onderdeel van de uitvoeringsagenda.

Bij ontwikkelingen met natuurinclusief bouwen begint de inventarisatie van mogelijkheden vroeg in het proces, samen met klimaatadaptatie. In de verkennende fase verbindt de projectleider de ecologen met de architecten en projectontwikkelaars. Hierbij worden beschermde soorten en knelpunten voor de natuur in kaart gebracht en verplichtingen en ambities toegelicht. Er wordt gekeken naar de locatie, de samenhang met het ecologisch netwerk en de soorten die hiervan gebruik maken. De architect onderzoekt het terrein en de omgeving en maakt een ontwerp met aandacht voor ecologie. Door regelmatig overleg kan de ecoloog het ontwerp toetsen aan het puntensysteem, het Basisveiligheidsniveau en het SMP, en beoordelen of voldoende natuurinclusieve maatregelen zijn opgenomen.

Naast verblijven in gebouwen zijn er ook losstaande verblijven, zoals kerkuilenstolpen, vleermuispalen en oeverzwaluwwanden. Wij beheren verschillende van deze verblijven voor vogels en vleermuizen. Onderhoud, inspectie en eventuele vervanging zijn noodzakelijk. In de aankomende jaren wordt de effectiviteit en staat van deze verblijven gecontroleerd, waarna wordt bepaald of maatregelen nodig zijn.

Afbeelding: Een gebouw met gevelgroen en geveltuinen dat bijdraagt aan de ecologie, de uitstraling en de gezondheid van de leefomgeving.

4.3.8 Werelderfgoed en biodiversiteit

Ruimtelijke ingrepen in het landelijk gebied, zoals de Beemster, zijn complex door de historie en de beschermde status als Werelderfgoed. Voor dit unieke landschap gelden strenge inrichtingsregels volgens het Managementplan 2022 -2027 Unesco Wereld Erfgoed Droogmakerij de Beemster.

De Beemster is een productiepolder voor de landbouw, waarbij de sloten recht en veelal onbegroeid zijn en de openheid van het landschap behouden moet blijven. Ongewenste kruiden zoals distels en brandnetels worden in de hele gemeente gemaaid.

Ondanks deze beperkingen zijn er in de Beemster nog mogelijkheden voor de ecologie en het versterken van het ecologisch netwerk. Het Bomenplan 2020-2040 beschrijft de inrichting en het beheer van de lanen, met aandacht voor meer diversiteit. Hierdoor krijgen bomen betere groeiplaatsen, kunnen ze groter en ouder worden en dragen ze bij aan de biodiversiteit. Sinds 2023 werken we samen met de agrarische natuurvereniging aan een project om de biodiversiteit op de boerenerven in de Beemster te vergroten.

5. Draagvlak vergroten

5.1 Communicatie

5.1.1 Communicatiedoelen

Het creëren en behouden van een gezonde leefomgeving is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente of andere (overheids)instanties. Een groot deel van de ruimte in de gemeente is in bezit van particulieren, bedrijven en woningcorporaties. Om de natuur tot in de tuinen door te laten lopen, moeten alle betrokkenen bijdragen. Purmerend staat momenteel bekend als een van de meest versteende gemeenten, met 66% versteende tuinen (bron: NH-nieuws). Bewustwording, communicatie en educatie zijn nodig om inwoners, ondernemers en andere partijen te overtuigen van de noodzaak en mogelijkheden voor het behouden en versterken van een gezonde leefomgeving.

5.1.2 Bewustzijn creëren

Door het gemeenschappelijk belang duidelijk en vaak te communiceren, willen we bewustwording creëren en initiatief stimuleren. Dit doen we niet alleen door te informeren, maar vooral door te enthousiasmeren. Via gemeentelijke communicatiekanalen laten we met video’s zien waar ecologische maatregelen worden genomen, zoals bij natuurinclusief bouwen, of waar bijzondere soorten voorkomen. De jaarlijkse aandacht in de krant voor het ooievaarsnest bij het ziekenhuis toont dat mensen natuur vaak interessant of bijzonder vinden. Deze interesse willen we verder aanwakkeren en mensen motiveren om zelf bij te dragen aan het omvormen van grijze naar groene tuinen. Een goed voorbeeld die we in 2025 willen uitvoeren is bijvoorbeeld meedoen met het NK Tegelwippen. Alles in het kader van ‘goed voorbeeld doet goed volgen’.

5.1.3 Publiceren voordelen voor inwoners, aannemers en ontwikkelaars

Informatie over de flora- en faunacheck is algemeen toegankelijk, iedereen kan daar gebruik van maken. Zo kan bij (na)isolatie en renovatie van woningen worden nagegaan of er beschermde soorten voorkomen. Deze informatie scheelt inwoners, aannemers en ontwikkelaars veel geld en tijd voor individueel onderzoek. Daarnaast kunnen zij mogelijk gebruik maken van ons SMP. Door actief te communiceren maken we de gratis flora- en faunacheck bekender en stimuleren we het gebruik ervan. Dit heeft voordelen voor zowel beschermde diersoorten als belanghebbenden.

5.2 Inwoners, scholen en bedrijven betrekken

5.2.1 Scholen

Via basisscholen betrekken we jonge inwoners bij de ontwikkeling van natuur in de stad. Kinderen zijn de groene ambassadeurs van morgen. Natuur- en milieueducatie (NME), onderdeel van de gemeente, verzorgt lessen over het belang van natuur en ecosysteemdiensten. Ook zijn er projecten om schoolpleinen te vergroenen; de afgelopen 2 jaar zijn er al veel schoolpleinen vergroend. Daarnaast willen we de gebouwen meer bij het groen betrekken. Waar in de stad en dorpen elke vierkante meter moet worden benut voor parkeren, woningbouw, recreatie of verkeer, zijn er nog veel kansen voor ecologie op blinde gevels. Dit jaar starten we een pilot bij schoolgebouw ‘De Kraal’ in Weidevenne om hier gevelgroen grootschalig aan te planten en te onderhouden.

5.2.2 Inwoners

Het vergroenen van tuinen en de aanleg van geveltuinen helpt de natuur en het stedelijk klimaat. Via de gemeentelijke kanalen, zoals de website, willen we inwoners motiveren om op eigen grond natuurinclusieve maatregelen te nemen. Zo kunnen particulieren gratis geveltuinen aanvragen en is er een subsidie beschikbaar voor het aanleggen van groene daken. Deze mogelijkheden brengen we actief onder de aandacht. Naast het motiveren van inwoners om zelf te vergroenen, is het ook belangrijk om hen te informeren over gemeentelijke keuzes bij ecologische inrichting van buitenruimtes. Dit betekent namelijk vaak een verruigd en meer informeel beeld in plaats van een strak geschoffeld plantvak. Niet iedereen heeft hier begrip voor. Door inwoners beter te informeren en te betrekken bij onze doelen om biodiversiteit en het ecologisch netwerk te versterken, vergroten we het draagvlak. Daarnaast zijn ecologische doelen te combineren met andere functies. Een gazon met speelse vormen met bloemrijk gras kan voor meer uitstraling en acceptatie zorgen dan een kort gemaaid gazon.

5.2.3 Bedrijven

Bedrijven hebben ook een belangrijke rol in de ecologie. Een bedrijfspand neemt een flink oppervlak in beslag, is vaak hoog en wordt soms aangelicht. Dit vormt belemmeringen voor de natuur. Daarnaast worden natuurinclusieve maatregelen niet geprioriteerd, omdat er geen direct verdienmodel aan vastzit. Toch heeft groen voordelen, zoals verkoeling op bedrijventerreinen, een betere uitstraling en de mentale gezondheid van werknemers. Door daken zwaarder te construeren, ontstaan er kansen voor dubbelgebruik. Een groen dak met een dikke leeflaag is niet alleen goed voor de ecologie en vertraagde waterafvoer, maar zorgt ook voor een prettiger binnenklimaat doordat het pand minder heet wordt op zomerse dagen. Gezamenlijk staan we voor grote opgaven: klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit, werkgelegenheid, veiligheid, stikstof, milieuregels en ecologie. Bedrijven nemen veel van deze onderwerpen al mee in hun bedrijfsplan. We onderzoeken of de ecologie bij bedrijven meer gestimuleerd kan worden, bijvoorbeeld door de subsidieregeling voor het vergroenen van daken bij particulieren (€20,- per vierkante meter) uit te breiden naar bedrijfspanden waar grotere voordelen te behalen zijn.

5.2.4 Organisaties

Er zijn diverse organisaties die zich met natuur bezighouden. In onze gemeente zijn dat onder andere kleinere organisaties zoals Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) Waterland, Natuur- en milieueducatie (NME) en de Sportvisserij, maar ook grotere partijen zoals het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier, Staatsbosbeheer en Water, Land & Dijken. Woningbouworganisaties zoals BPD spelen ook een rol, door bij nieuwbouw te investeren in duurzame, klimaatadaptieve en natuurinclusieve woningen. Daarnaast werken we samen met woningbouwcorporatie Intermaris aan een Greenlabel A voor duurzaamheid in Wheermolen-Oost, met maatregelen zoals groene daken en gevels, ingebouwde nestkasten, houtbouw en waterberging. Het is belangrijk dat we als gemeente blijven samenwerken om ons gezamenlijk doel te bereiken: een ecologisch optimale en leefbare gemeente voor mens, plant en dier.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.