Aanhef
De burgemeester van de gemeente Purmerend,
gelet op:
-het bepaalde in artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Purmerend 2021 (hierna: Apv) jo. artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb);
-het bepaalde in artikel 172 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de;
Beleidsregels verblijfsontzeggingen Purmerend 2022
Artikel 1 Opleggen verblijfsontzeggingen bij tweede overtreding
1Een besluit tot het opleggen van verblijfsontzegging wordt niet eerder opgenomen dan na de tweede geconstateerde overtreding van de strafbepalingen zoals opgenomen in artikel 4, blijkend uit de omstandigheid dat tegen betrokkene persoon voorde tweede keer proces-verbaal is opgemaakt, binnen een periode van twaalf maanden.
2De duur van de verblijfsontzegging is gebaseerd op de zwaarste overtreding.
Artikel 2 Waarschuwing
1Na de eerste overtreding van de in artikel 4 genoemde strafbepalingen krijgt de betrokkene een schriftelijke waarschuwing waarin wordt vermeld dat bij een tweede overtreding aan betrokkene een verblijfsontzegging kan worden opgelegd.
2De waarschuwing wordt zo spoedig mogelijk na constatering van de overtreding van in het eerste lid bedoelde strafbepalingen aan betrokkene uitgereikt en, als dat niet mogelijk is, per post verstuurd.
Artikel 3 Voornemen en zienswijze
1Alvorens de burgemeester bij de tweede geconstateerd overtreding van de in artikel 4 overgaat tot het opleggen van een verblijfsontzegging, wordt de betrokkene eerst in kennis gesteld van dit voornemen.
2Dit voornemen wordt aan betrokkene uitgereikt en, als dit niet mogelijk is, per post verstuurd.
3Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie dagen na bekendmaking van het voornemen tot het opleggen van een verblijfsontzegging zijn zienswijze naar voren te brengen.
Artikel 4 Strafbepalingen
Overtreding van de volgende strafbepalingen kan leiden tot het opleggen van een verblijfsontzegging en de duur:
Categorie 1 (drie weken)
Algemene plaatselijke verordening
-artikel 2:1
-artikel 2:26
-artikel 2:45
-artikelen 2:47, 2:47a, 2:49 en 2:50
-artikel 2:48
-artikel 2:48a
-artikel 2:65
-artikel 3:19
-artikel 4:8
samenscholing en ongeregeldheden
ordeverstoring bij evenementen
betreden van plantsoenen en dergelijke
verboden hinderlijk gedrag
verboden drankgebruik
verbod op lachgas
bedelarij
straatprostitutie
natuurlijke behoefte doen
Wetboek van Strafrecht
-artikel 424
-artikelen 426 en 453
straatschenderij
openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde in staat van dronkenschap
Vuurwerkbesluit
-artikelen 2.3.6 en artikel 3B.1
afsteken van vuurwerk
Categorie 2 (zes weken)
Opiumwet
-artikelen 2 en 3
bezit van meer dan gebruikershoeveelheid drugs,verkopen of verstrekken van softdrugs
Wetboek van Strafrecht
-artikel 131
-artikel 141
-artikel 138
-artikelen 179 t/m 182
-artikel 184
-artikel 267
-artikel 285
-artikel 300
-artikel 301
-artikel 306
-artikel 350
opruiing
openlijke geweldpleging uitsluitend tegen goederen
huisvredebreuk besloten lokaal
wederspannigheid
negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
belediging van een ambtenaar in functie
bedreiging
mishandeling
mishandeling met voorbedachten rade
deelneming aan aanval of vechtpartij
vernieling of beschadiging
Wet wapens en munitie
-artikel 13
voorhanden hebben en dragen van wapens van categorie I
Categorie 3 (twaalf weken)
Algemene plaatselijke verordening
-artikel 2:78
overtreding van de verblijfsontzegging
Opiumwet
-artikel 2 Opiumwet
verkopen en verstrekken van harddrugs
Wetboek van Strafrecht
-artikel 141
-artikelen 302 en 287 juncto 45
-artikel 303
-artikel 312
-artikelen 317 en 318
openlijke geweldpleging uitsluitend tegen personen
zware mishandeling en – poging tot – doodslag
zware mishandeling met voorbedachten rade
diefstal met geweld
afpersing en afdreiging
Wet wapens en munitie
-artikelen 26 en 27
voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van categorie II, III, IV
Artikel 5 Recidive
Begaat degene die een verblijfsontzegging heeft gekregen binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarbij de verblijfsontzegging is opgelegd, een overtreding van een strafbepaling zoals opgenomen in artikel 4, dan kan in verband met recidive wederom direct een verblijfsontzegging worden opgelegd.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de dag van de bekendmaking.
Artikel 7 Intrekking
Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de Beleidsregels verblijfsontzegging Purmerend (vastgesteld op 14 januari 2013, met het kenmerk 1060307) op de dag na bekendmaking van deze beleidsregels ingetrokken.
Artikel 8 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels verblijfsontzeggingen Purmerend 2022.
Toelichting
Instrument van verblijfsontzegging
Een verblijfsontzegging is een besluit in de zin van de Awb en de burgemeester dient dan ook de eisen die de Awb stelt aan een zorgvuldige besluitvorming in acht te nemen. Dat betekent dat degene aan wie de burgemeester een verblijfsontzegging wil geven eerst in staat gesteld wordt zijn of haar zienswijze kenbaar te maken (artikel 4:8 Awb). De burgemeester dient het besluit zorgvuldig voor te bereiden, deugdelijk te motiveren, en tot een proportionele maatregel te besluiten (artt. 3:2 en 3:4 Awb).
Aan de verblijfsontzegging moeten concrete incidenten ten grondslag gelegd worden. Deze incidenten behoren de rechtvaardiging te zijn voor de duur van de ontzegging en de grootte van het gebied waarvoor de ontzegging geldt.
Het opleggen van een verblijfsontzegging is een herstelsanctie, bedoeld om een einde te maken aan een onrechtmatige situaties en uitdrukkelijk niet bedoeld om leed toe te voegen. Het is een bewegingsbeperkende maatregel en de nadelige gevolgen daarvan voor betrokkene moeten in verhouden staan tot het te dienen doel. Bij het opleggen van een herstelsanctie past dat de betrokkene eerst zelf de kans krijgt om zijn gedrag te veranderen. Vandaar dat in Purmerend aan het opleggen van een verblijfsontzegging een waarschuwing vooraf gaat.
Bij een overtreding van de verblijfsontzegging wordt de overtreder aangehouden en volgt een proces-verbaal wegens een overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. De straf is een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Doel
Het doel van de beleidsregels is om gebruiksinstructie vast te stellen voor het instrument verblijfsontzegging.
Waarschuwing
Er wordt bij overtreding van de in de bijlage genoemde feiten niet direct overgegaan tot het opleggen van een verblijfsontzegging, maar de betrokken persoon krijgt eerst een waarschuwing. De betrokken persoon krijgt zo eerst de gelegenheid zijn of haar gedrag aan te passen om aldus een verblijfsontzegging te voorkomen.
De duur van de verblijfsontzegging is gerelateerd aan de zwaarste overtreding. Als iemand na een eerste overtreding, bijvoorbeeld openbare dronkenschap (categorie 1), een waarschuwing krijgt maar desondanks een tweede overtreding begaat, bijvoorbeeld bedreiging (categorie 2), dan is de duur van de verblijfsontzegging de duur die hoort bij de tweede overtreding, dus 6 weken.