Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels urgentie en toewijzing rolstoelwoningen Purmerend

Gemeente Purmerend · geldt sinds 5 februari 2026

Aanhef

Januari 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend,

gelet op Hoofdstuk 2, paragraaf 9 van de Huisvestingsverordening Purmerend 2025,

B E S L U I T E N:

1Vast te stellen de bijgaande Beleidsregels urgentie en toewijzing rolstoelwoningen Purmerend

2Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

3Op de datum bedoeld in het tweede lid worden de Beleidsregels urgentie, rolstoelwoningen en aanleunwoningen gemeente Purmerend ingetrokken.

3. Specifieke gevallen

3.1 De wettelijk verplichte urgentiegronden en vergunninghouders

3.1.1 Slachtoffers van huiselijk geweld

Dit betreft mensen die als gevolg van aangetoond huiselijk geweld rechtstreeks vanuit de woonsituatie waar het geweld plaatsvond zijn gevlucht en in één van de erkende instellingen voor mishandelde mannen of vrouwen verblijven (zoals de Blijf Groep). Het college zal hierbij een maatwerkbeoordeling maken. Zo zal aan een persoon zonder kinderen niet snel urgentie worden verleend. Die heeft immers meer mogelijkheden het woonprobleem zelf op te lossen, bijvoorbeeld via woningdelen of kamerbewoning, tenzij de persoon niet in staat is deze mogelijkheden te benutten. Wel kan urgentie worden verleend wanneer een ouder is gevlucht zonder kinderen en het verblijf van de kinderen bij de andere ouder onveilig is. Dit moet wel worden aangetoond, bijvoorbeeld met een proces-verbaal van de politie of deskundigenrapport(en).

De in artikel 2.9.5 lid 1 aanhef en onder a tot en met h en j en artikel 2.9.5 lid 2 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond.

3.1.2 Ontvangers en verleners van mantelzorg

Het verlenen of ontvangen van mantelzorg kan tot gevolg hebben dat er een urgent huisvestingsprobleem ontstaat. Het college zal hierbij vrijwel altijd een maatwerkbeoordeling maken.

De in artikel 2.9.5 lid 1 aanhef en onder a tot en met h en j en artikel 2.9.5 lid 2 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond.

Het college beslist over een aanvraag voor urgentie van ontvangers of verleners van mantelzorg nadat advies is ingewonnen bij het Loket Wmo van de gemeente Purmerend. Het Loket Wmo zal dit advies opstellen aan de hand van één of meerdere gesprekken met de aanvrager(s) van de urgentie.

Het Loket Wmo weegt in ieder geval onderstaande punten mee bij het opstellen van haar advies:

•Gezinssamenstelling

•De aard van de zorg:

De zorg moet gaan om intensieve, langdurige zorg - ten minste 8 uur per week - en meer dan de gebruikelijke hulp die huisgenoten elkaar bieden.

•De duur van de zorg:

Er wordt gekeken of de zorg al minimaal drie maanden wordt verleend en nog voor minstens een jaar verwacht wordt.

•De reisafstand:

Er moet een aanzienlijke reisafstand zijn tussen de mantelzorger en de zorgvrager, die na verhuizing naar een woning dichtbij de zorgvrager drastisch vermindert.

•De noodzaak van verhuizing:

De urgentie kan worden verleend omdat de verhuizing nodig is om de zorg goed en efficiënt te kunnen verlenen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de zorgvrager naar een instelling moet.

Er dient ook gekeken te worden naar mogelijke alternatieven voor een sociale huurwoning op de woningmarkt.

•Verklaringen:

Een verklaring van een wijkteam, sociaal team of de gemeente die de situatie en de noodzaak van mantelzorg en verhuizing bevestigt, is van belang.

3.1.3 Vergunninghouders

Op grond van artikel 2.9.6 lid 2 van de verordening komen vergunninghouders die gehuisvest moeten worden in het kader van de taakstelling van de gemeente in aanmerking voor een urgentieverklaring als zij:

•nog niet eerder door het COA bij een andere gemeente zijn voorgedragen voor huisvesting; en

•niet eerder aangeboden woonruimte (dat kan ook onzelfstandige woonruimte zijn) hebben geweigerd.

Aan al deze voorwaarden dient voldaan te zijn. De in artikel 2.9.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn niet van toepassing op deze urgentiegrond.

3.3 De regionale urgentiegronden

3.3.1 De calamiteitenurgentie

Het huishouden waarvan de zelfstandige woonruimte door een calamiteit (brand, ernstige waterschade, explosie of acuut ernstige funderingsgebreken) ongeschikt is voor bewoning, kan gelet op artikel 2.9.8 lid 1 aanhef en onder a van de verordening in aanmerking voor een urgentie als in ieder geval aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.de woning is onherstelbaar beschadigd en zal moeten worden gesloopt. De ongeschiktheid voor bewoning wordt vastgesteld door, of in opdracht van, een daarvoor bevoegd gemeentelijk toezichthouder (dit betreft de toezichthouder die bevoegd is toe te zien op de naleving van de ingevolge de Omgevingswet en de in de Woningwet vastgestelde bouwregelgeving).

b.alleen de, volgens de BRP, legaal wonende hoofdbewoner komt in aanmerking voor urgentie; inwonenden hebben geen recht op een zelfstandige woning, zij verhuizen mee met de hoofdbewoner.

c.de calamiteit is niet met opzet veroorzaakt door de aanvrager.

De in artikel 2.9.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing, met uitzondering van de in artikel 2.9.5 lid 1 aanhef en onder j van de verordening genoemde inkomensnorm: voor deze urgentiegrond geldt geen inkomenseis.

3.3.2 De sociaal-medische urgentie

3.3.2.1. Inleiding

Om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring om medische en/of sociale redenen zoals bedoeld in artikel 2.9.8 lid 1 aanhef en onder b van de verordening, moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a.er is op grond van medische en/of sociale omstandigheden sprake van een levensontwrichtende woonsituatie die alleen opgelost kan worden met (andere) zelfstandige huisvesting. Van levensontwrichting is sprake wanneer de aanvrager (of een van de leden van het huishouden), in samenhang met ernstige woonproblemen, niet meer in staat is zelfstandig te functioneren. Een (andere) zelfstandige woning is in dat geval (een substantieel deel van) de oplossing;

b.de aanvrager dient zelf zijn levensontwrichtende woonsituatie aan te tonen en te zorgen voor bewijsmateriaal. Tot levensontwrichtende woonsituaties worden gerekend:

I. ernstige medische redenen;

II. dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen indien de aanvrager als enige het gezag over de kinderen heeft;

c.de aanvrager is financieel in staat om een zelfstandig huishouden te voeren. Voor de eventueel aanwezige schulden heeft de aanvrager een zodanige sanering geregeld dat een financieel zelfstandig huishouden mogelijk is;

d.de aanvrager is in staat om zelfstandig (eventueel met begeleiding) te kunnen wonen.

Voor het overige zijn ook de in artikel 2.9.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden van toepassing.

3.3.2.2. Ernstige medische redenen

Hieronder wordt verstaan een woonsituatie die om medische redenen levensontwrichtend is voor één of meer leden van het huishouden. Het huishouden is niet in staat het dringende woonprobleem als gevolg van ernstige medische redenen zelf op te lossen.

In ieder geval wordt geen urgentieverklaring verleend:

•vanwege lichamelijke of psychische klachten die niet chronisch zijn;

•als er sprake is van (psychische) problemen als gevolg van een slechte inwoonsituatie, echtscheiding of te klein wonen.

Er kan wel urgentie worden verleend:

•vanwege chronische lichamelijke of psychische klachten en/of

•als blijkt dat de woonsituatie de behandeling van de klachten sterk negatief beïnvloed. Dit moet dan blijken uit een brief van een medisch of psychologisch/psychiatrisch deskundige, waarin staat welke lichamelijke of psychische aandoening de aanvrager heeft en hoe die samenhangt met het woonprobleem.

Om op grond van artikel 2.9.8 lid 1 aanhef en onder b van de verordening in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1de aanvrager of een van de gezinsleden is onder behandeling van een erkend medisch specialist in Nederland of onder behandeling van de huisarts in Nederland voor dit specifieke probleem;

2bij psychische problematiek is de aanvrager of een van de gezinsleden langer dan zes maanden onder behandeling van een GGZ-instelling of vrijgevestigde psycholoog of vrijgevestigde psychiater;

3Als blijkt dat er medische problemen zijn, dan kan aan een onafhankelijke medisch adviseur advies worden gevraagd. Om urgentie te verlenen moet uit het advies blijken dat er sprake is van een aan de woonsituatie gerelateerde onverantwoorde medische situatie die niet langer mag blijven voortbestaan.

4Indien wordt overwogen om vanwege een (chronische) psychische stoornis een urgentie af te geven kan aan de belanghebbende de voorwaarde worden opgelegd dat hij individuele begeleiding gericht op de psychische problematiek (Wmo-indicatie) of behandeling van een GGZ-instelling aanvaardt en daarmee voorafgaand aan het afgeven van de urgentie schriftelijk akkoord gaat. Indien de belanghebbende weigert vooraf schriftelijk akkoord te gaan met de voorgestelde begeleiding, wordt geen urgentie verleend.

Voor het overige zijn ook de in artikel 2.9.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden van toepassing.

3.3.3 Dakloosheid of dreigende dakloosheid met zorg voor minderjarige kinderen

Er wordt geen urgentieverklaring verleend vanwege het enkele feit dat het huwelijk of de

samenwoningsrelatie wordt ontbonden.

Het college vindt het onwenselijk als niet voorzien is in woonruimte voor minderjarige kinderen.

Hieronder wordt beschreven in welke gevallen wel en in welke gevallen geen urgentie op grond van artikel 2.9.8 lid 1 aanhef en onder b verleend kan worden.

Voor alle gevallen geldt dat de in artikel 2.9.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden van toepassing zijn.

3.3.3.1. Verbroken samenwoning, echtscheiding en ontbinding van geregistreerd partnerschap

Het college gaat er vanuit dat de woning waar men direct voorafgaand aan de verbroken samenwoning, echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap woonde, primair beschikbaar blijft voor de kinderen. Er is dan geen urgentie nodig. Alleen in uitzonderlijke situaties kan, met inachtneming van het hieronder beschrevene, ten behoeve van de kinderen urgentie worden verstrekt.

Geen urgentieverklaring wordt verleend:

a.in geval van co-ouderschap, wanneer de kinderen over tenminste één woning kunnen beschikken;

b.als op basis van een convenant of een ouderschapsplan de kinderen "verdeeld" zijn over beide voormalige partners en minimaal één van de voormalige partners over woonruimte beschikt;

c.wanneer de rechter in verband met een verzoek om echtscheiding of beëindiging van een geregistreerd partnerschap de aanvrager niet of nog niet heeft opgedragen de echtelijke of gemeenschappelijke woning onmiddellijk te verlaten;

d.wanneer niet aangetoond kan worden dat het partnerschap (de duurzaam gemeenschappelijk gevoerde huishouding) is geëindigd;

e.als die wordt aangevraagd in verband met de zwangerschap van aanvrager;

f.aan de aanvrager die als medehuurder het huurrecht van de voormalige echtelijke of gezamenlijk gehuurde woning heeft kunnen opeisen, maar dit heeft nagelaten.

Ook de aanvrager die zich als medehuurder heeft kunnen laten erkennen, maar dit heeft nagelaten, wordt in dezen beschouwd als medehuurder en komt niet in aanmerking voor urgentie.

Een uitzonderlijke situatie waarin tot verlening van een urgentieverklaring kan worden overgegaan zoals bedoeld in de eerste alinea van deze paragraaf is de situatie waarin een ouder is gevlucht voor huiselijk geweld en het verblijf van de kinderen bij de andere ouder onveilig is. Dit moet wel worden aangetoond, bijvoorbeeld met een proces-verbaal van de politie en/of deskundigenrapport(en);

3.3.3.2. Hoge woonlasten en schulden door een te hoge huur of hypotheek in verhouding tot het inkomen

Huishoudens kunnen in aanmerking komen voor een urgentie als een gezin met kind(eren) door overmacht niet meer in staat is om aan de hoge woonlasten te voldoen. Achtergrond is meestal daling van het huishoudinkomen door vertrek van de partner of verlies van inkomen uit arbeid. Aan de volgende voorwaarden moet in ieder geval worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring:

•Als de woonlasten te hoog zijn moet dit zijn aangetoond met door de gemeente verstrekte bijzondere bijstand voor woonlasten;

•Als het een koopwoning betreft moet deze zijn verkocht en moet de eventuele restschuld zijn aangetoond.

3.3.3.3. Schulden

Als de aanvrager schulden heeft, moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden zijn voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring:

a.De schulden moeten zijn geregeld; dat wil zeggen dat een redelijkerwijs na te komen betalingsregeling met de schuldeisers is getroffen;

b.Als aanvrager van de urgentieverklaring is gescheiden en de schulden zijn nog niet geregeld, moet een deel van de in het huwelijk gemaakte schulden zijn toebedeeld aan de ex-partner, en moet de aanvrager aantonen dat de schuldeisers hiermee akkoord gaan;

c.Voor het verlenen van urgentie moet de aanvrager een financieel stabiele situatie hebben, bijvoorbeeld door het volgen van een intensief schuldhulptraject;

d.Voorafgaand aan het afgeven van een urgentie kan aan de belanghebbende de voorwaarde worden opgelegd dat hij schriftelijk verklaart akkoord te gaan met financiële begeleiding. Indien de aanvrager weigert vooraf schriftelijk akkoord te gaan met de voorgestelde begeleiding, wordt geen urgentieverklaring verleend;

e.Als het schuldhulpverleningstraject om welke reden dan ook wordt gestaakt, dan wordt de urgentie ingetrokken;

f.Als de aanvrager mede hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypotheek van een gemeenschappelijke woning, ziet de gemeente dit als een problematische schuld, ook als de ex-partner de woning krijgt. Als de ex-partner de hypotheeklasten niet betaalt, claimt de hypotheekverstrekker het bedrag bij de aanvrager. Er moet daarom worden aangetoond dat de hypotheek niet meer op naam staat van de aanvrager;

g.Bij verkoop van de woning, wacht de gemeente op de eindafrekening van de hypotheekgever met de eventuele restschuld. Blijkt deze problematisch, dan moet de aanvrager hiervoor een regeling treffen zoals hierboven is beschreven.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.