Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend,
Gelet op artikel 10.21 van de Wet milieubeheer en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Overwegende dat
-de gemeente verplicht is ervoor zorg te dragen dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld;
-het college beleidsregels wil vaststellen die inzichtelijk te maken welke voorwaarden en criteria het college toepast bij het bepalen van een locatie van ondergrondse en bovengrondse containers en de aanbiedplaatsen en hoe het college daarbij het algemene belang, het individuele belang en de lokale situatie betrekt,
B E S L U I T E N:
De Beleidsregels ondergrondse en bovengrondse containers en aanbiedplaatsen voor rolcontainers Purmerend vast te stellen:
Artikel 1 Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.Aanbiedplaats: een locatie aan de openbare weg waar gebruikers van percelen een rolcontainer ter lediging kunnen aanbieden.
b.Aansluiting: een perceel waar op basis van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
c.Perceel: stuk grond waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
d.Ondergrondse of bovengrondse container: inzamelvoorziening voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van meerdere huishoudens.
e.Locatie: plaats in de openbare ruimte voor één of meer (ondergrondse) verzamelcontainers.
Artikel 2 Voorwaarden, criteria en afweging
1De locatie voor de containers moet aan de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden voldoen, waarbij bij het bepalen van een locatie voor containers een zorgvuldige afweging plaatsvindt aan de hand van het algemeen belang, het individueel belang en de lokale situatie.
2Het algemeen belang is een optimale verdeling van de locaties van de ondergrondse containers is, zodat er sprake is van een logisch, kostenefficiënt en samenhangend netwerk.
3Het individuele belang is dat de aanwezigheid, het gebruik en het legen van de containers zo min mogelijk hinder geeft voor omwonenden.
4Bij de vraag of een locatie meer of minder geschikt is spelen onder andere de volgende lokale factoren een rol:
a.de fysieke mogelijkheid om een container te plaatsen;
b.de beschikbare werkruimte voor het inzamelvoertuig;
c.de veiligheid en doorstroming;
d.de bescherming van het milieu;
e.de kwaliteit van de openbare ruimte;
f.het voorkomen van schade aan andere objecten.
Artikel 3 Voorwaarden ondergrondse containers
Algemeen
1Ondergrondse containers kunnen geschikt zijn voor verschillende fracties van afval en grondstoffen, te weten: restafval, PMD (plastic verpakkingen, blik en drankpakken), glas en oud papier- en karton. Voor restafval zijn de ondergrondse containers voorzien van een systeem voor toegangscontrole waarbij inwoners de container alleen kunnen openen met een door de gemeente verstrekte afvalpas.
2De loopafstand naar de containerlocatie bedraagt maximaal 250 meter.
3De locatie ligt op openbare gemeentegrond.
4De locatie ligt aan de doorgaande route.
5Er wordt rekening gehouden met een omvang van 2,5 bij 2,5 meter voor de grootte van een ondergrondse container, in te passen op een locatie.
6Plaatsing van een nieuwe ondergrondse container gaat niet ten koste van parkeerplaatsen.
7Er mag bij aanleg en gebruik van de ondergrondse containers geen schade aan een naastgelegen perceel ontstaan.
8Voor het plaatsen van de ondergrondse container worden geen kabels en/of leidingen verplaatst. Er worden geen containers geplaatst op of direct naast riolering.
9De afstand tussen twee naast elkaar geplaatste ondergrondse containers bedraagt minimaal 30 cm.
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
10De container moet voor het inzamelvoertuig eenvoudig te bereiken zijn uitgaande van een benodigde opstelruimte van 12 x 2,65m excl. stempels).
11De locatie is vooruitrijdend te bereiken en te verlaten voor het inzamelvoertuig.
12Het straatwerk op de opstelplaats dient bestand te zijn tegen de stempeldruk (afstand stempels maximaal +1,65 meter vanaf voertuig) van het voertuig. Hiervoor wordt waar nodig een gefundeerde verharding aangebracht van 25 cm menggranulaat met 5 cm brekerzand en daarop betonstraatstenen.
13De afstand tussen inzamelvoertuig en hijsinstallatie van de ondergrondse container, gemeten vanuit de hartlijn van het inzamelvoertuig, bedraagt niet meer dan 4 meter.
14Ondergrondse containers mogen met een minimale afstand van 1,5 meter naast hoge objecten zoals bomen, lichtmasten en daken geplaatst worden, in verband met het uitzwenken van de kraan van het inzamelvoertuig en de nodige manoeuvreerruimte.
15De containers worden zodanig geplaatst dat op ledigingsmomenten verkeershinder en –oponthoud beperkt blijft. In nauwe straten kan het voorkomen dat bestuurders achter het voertuig moeten wachten.
De onder doorrijhoogte op de route naar de locatie is minimaal 4 meter.
16De locatie van de ondergrondse container is dusdanig dat het inzamelvoertuig veilig kan stoppen, zonder dat er verkeersgevaarlijke situaties kunnen ontstaan tijdens het ledigen (voldoende afstand kruising / verkeersdrempels enz.).
17De locatie van de ondergrondse container is zodanig dat er geen voertuigen kunnen parkeren tussen ondergrondse container en inzamelvoertuig.
Groen en beplanting
18Plaatsing van een ondergrondse container vindt niet plaats binnen de kwetsbare zone van een bestaande boom (=kroonprojectie + 1,5 meter).
19Aanwezige beplanting vervalt niet voor plaatsing van een ondergrondse container.
20Mocht onverhoopt een ondergrondse container toch in het plantsoen geplaatst moeten worden, dan wordt het ontstaan van ‘snippergroen’ (kleine versnipperde oppervlakten groen) voorkomen.
21De afstand tussen de locatie van een ondergrondse container en een watergang is minimaal 3 meter.
Veiligheid - verkeersveiligheid
22De container is rondom vrij toegankelijk voor minder validen (rolstoel, rollator). Hiervoor benodigde aanpassingen in het straatwerk worden op de werktekening vermeld.
23De locatie is dusdanig gesitueerd dat gebruikers zo min mogelijk de weg over hoeven te steken.
Vrije doorgang langs de inwerpzuil van minimaal 1,20 meter. De ondergrondse container wordt tenminste op 50 cm afstand van de trottoirband geplaatst.
24De containerlocatie is niet in de directe omgeving van een school of speelplaats.
25Er bevindt zich geen fietspad tussen container en voertuig.
26Geen zichthinder door de inwerpzuil voor verkeer.
27Op de locatie is sociale controle mogelijk (zicht, verlichting). Extra verlichting wordt niet geplaatst.
28De minimale afstand tussen de containerlocatie en een parkeerplaats is 60 cm. Op locaties waar parkeren dicht bij de ondergrondse container mogelijk blijft, wordt de locatie afgezet met paaltjes om ledigingsproblemen te voorkomen. De locatie van een ondergrondse container moet dusdanig zijn uitgevoerd dat het bij het parkeren van een voertuig naast de ondergrondse container geen bumper kan uitsteken over het voetgangers¬platform.
29De locatie van de ondergrondse container is dusdanig dat er tot 10 meter boven de locatie geen kabels en leiding aanwezig zijn.
Woningen en gebouwen
30De minimumafstand tot balkon (hoogbouw) is 1,80 meter.
31De minimumafstand tot bebouwde erfgrens of erfafscheiding is 2,0 meter.
32De locatie bevindt zich niet op een beeldbepalende plek of waardevolle zichtlocatie.
33Bij grondgebonden woningen wordt de containerzuil niet direct (binnen 1 meter) voor een woonkamerraam of keukenraam geplaatst (dit geldt niet wanneer de container tegenover in de straat staat). Voor de fractie glas geldt een afstand van 2 meter.
34De afstand van het hart van de locatie (de ondergrondse container) tot aan de erfgrens van een woning is minimaal 2 meter.
Artikel 4 Bovengrondse containers
Algemeen
1Bovengrondse containers kunnen geschikt zijn voor verschillende fracties van afval en grondstoffen, te weten: PMD (plastic verpakkingen, blik en drankpakken), bio-afval (gft+etensresten), glas, textiel en oud papier en karton.
2Voor bio-afval zijn de containers voorzien van een systeem voor toegangscontrole waarbij inwoners de container alleen kunnen openen met een door de gemeente verstrekte afvalpas.
3Gebruik van de bio-afval containers kan alleen als bewoners zich voor het gebruik vooraf aanmelden bij de gemeente.
4De locatie ligt op openbare gemeentegrond.
5De locatie ligt aan de doorgaande route.
Bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig
6De container moet voor het inzamelvoertuig eenvoudig te bereiken zijn, hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als vermeld bij ondergrondse containers.
Veiligheid - verkeersveiligheid
7De container mag geen zichtbeperking voor het verkeer opleveren.
8Er moet een vrije doorgang langs de container zijn van minimaal 1,20 meter. De container wordt op tenminste 50 cm afstand van de trottoirband geplaatst.
9Er bevindt zich geen fietspad tussen container en voertuig tijdens lediging.
10De containerlocatie is niet in de directe omgeving van een school of speelplaats.
11Er mag geen sprake zijn van zichthinder door de container voor verkeer.
12De locatie van de container is dusdanig dat er tot 10 meter boven de locatie geen kabels en leiding aanwezig zijn.
Woningen en gebouwen
13Minimumafstand tot bebouwde erfgrens of erfafscheiding is 7,5 meter.
14Niet plaatsen op een beeldbepalende plek of waardevolle zichtlocatie.
15De container mag niet voor een woonkamer- of keukenraam geplaatst worden. Indien het een container voor bio-afval betreft mag de container niet direct onder een balkon geplaatst worden.
Artikel 5 Aanbiedplaatsen
1Uitgangspunt voor het bepalen van de locatie van een aanbiedplaats voor rolcontainers is een goed bereikbare locatie aan de rijweg waar rolcontainers op een rij ter inzameling kunnen worden aangeboden zodanig dat deze geleegd kunnen worden door een voertuig met automatische zijbelading.
2Een aanbiedlocatie heeft een ligging langs een doorgaande weg in of uit de wijk.
3De ruimte tussen een aanbiedplaats en de dichtstbijzijnde gevel of erfafscheiding is minimaal 1,5 meter.
4Een aanbiedlocatie wordt niet direct onder ramen of naast een tuin gepositioneerd.
5De aanbiedplaatsen moeten zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden, te steken of door smalle straatjes hoeft te manoeuvreren.
6Een aanbiedplaats wordt zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig bij het legen van de minicontainers geen hinder heeft van objecten (bijv. verkeersborden en lantaarnpalen) en geparkeerde voertuigen.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.