Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader en toetsingscriteria ‘Energie in Beemster’

Gemeente Purmerend · geldt sinds 21 februari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Purmerend,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 januari 2026,

B E S L U I T:

1Kennis te nemen van het ontwerpend onderzoek Energie in de Beemster. Ontwerpstudie naar de mogelijkheden voor duurzame energie in UNESCO Werelderfgoed;

2De beleidskoers voor energiebuitens in De Beemster vast te stellen, inhoudende dat:

a.energiebuitens in de vorm van zonnelandgoederen met grootschalige zonneparken niet worden uitgewerkt;

b.energiebuitens in de vorm van mestvergisting nader kunnen worden onderzocht en, indien passend, verder kunnen worden uitgewerkt.

3Bijgaand beleidskader met toetsingscriteria Energie in Beemster voor kleine windturbines in Beemster vast te stellen;

4Het college van burgemeester en wethouders opdracht te geven:

a.Provinciale Staten van Noord-Holland te verzoeken de Omgevingsverordening NH2022 zodanig aan te passen dat kleinschalige windturbines in De Beemster mogelijk worden;

b.het vastgestelde afwegings- en toetsingskader te verwerken in het Omgevingsplan gemeente Purmerend nadat de Omgevingsverordening NH2022 is gewijzigd;

c.de ruimtelijke bouwstenen voor een energiebuiten in de vorm van een mestvergister nader te onderzoeken en – voor zover passend binnen ruimtelijke en beleidsmatige randvoorwaarden – te betrekken bij het nog op te stellen omgevingsprogramma Vrijkomende Agrarische Bebouwing, met uitsluiting van grootschalige zonne-energieopstellingen.

5Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 29 januari 2026

de griffier,

M. Veeger

de voorzitter,

E. van Selm

Afbeelding: LOF landschapsarchitecten

3. Toetsingskader

3.4 Bouwvlak en erfensemble criteria

3.4.1 Algemeen

1Een kleine windturbine wordt zo geplaatst dat de voet van de windturbine uit het zicht wordt genomen door schuren of beplanting. Niet door hekken of andere afscheidingen. Op deze manier blijft de windturbine onderdeel van het erfensemble.

2Indien de kleine windturbine wordt geplaatst achter een nieuwe randbeplanting, wordt gekozen voor streekeigen beplanting. Hiervoor worden de verschillende beplantingsvormen als benoemd in ‘Het Ervenhandboek’ aangehouden.

3De windturbine wordt bij voorkeur geplaatst binnen de visuele begrenzing van het erf- of bebouwingsensemble. Dit is echter niet altijd mogelijk door bijvoorbeeld een gebrek aan ruimte of de afwezigheid van een heldere visuele begrenzing. Houd in dat geval een maximale afstand aan tot 1 van de hogere bouwvolumes (nokhoogte > 5m) van het bouwensemble van 30 meter (2x ashoogte). Door deze afstand te beperken, blijft er een sterk visuele relatie met het bouwensemble.

4Kleine windturbines worden op een ondergeschikte positie geplaatst ten opzichte van de bedrijfswoning/stolp en mogen niet in het voorerfgebied worden gebouwd, uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak, achter de gevellijn.

5Kleine windturbines worden niet in andere doorzichten over het erf naar het achtergelegen open landschap geplaatst.

6Er wordt een gepaste afstand bewaard ten aanzien van historische of landschappelijke waardevolle structuren of elementen, zoals waterlopen en beplanting, te weten:

a.de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 meter bedragen;

b.de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 meter bedragen

7Tussen kleine windturbines van verschillende erven zit een afstand van minimaal 90 meter parallel gemeten aan het lint, tenzij dat betekent dat niet kan worden voldaan aan de erfinrichtingsprincipes, zoals het vrijhouden van het erfpad (zicht op achtergelegen open landschap).

3.4.2 Erven nabij kruispunten

Voor erven bij kruispunten gelden aanvullende criteria om tot goede landschappelijke inpassing van een kleine windturbine te komen, omdat de kleine windturbines op erven bij kruispunten zowel vanaf de voor- als achterzijde zichtbaar zijn. Daarom gelden de volgende aanvullende criteria:

1Kleine windturbines worden zo geplaatst dat ze vanaf de voor- en achterzijde onderdeel zijn van het erfensemble.

2Kleine windturbines worden bij voorkeur zo ver mogelijk van de weg geplaatst.

3Tussen kleine windturbines van verschillende erven met elk hun eigen oriëntatie ten opzichte van het lint, zit een afstand van minimaal 90 meter, tenzij dat betekent dat niet kan worden voldaan aan de erfinrichtingsprincipes, zoals het vrijhouden van het erfpad (zicht op achtergelegen open landschap).

Bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving – kernkwaliteiten UNESCO werelderfgoed

Bijlage XVII bij artikel 7.4, eerste lid, van dit besluit (kernkwaliteiten werelderfgoederen)

(wijziging 1 januari 2026)

Droogmakerij de Beemster

1Kernkwaliteiten van de Droogmakerij de Beemster zijn:

a.het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de Droogmakerij de Beemster, bestaande uit:

1°. het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen;

2°. de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving);

3°. het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen;

4°. bebouwing langs de wegen;

5°. de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting;

6°. de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens;

7°. de oude negentiende-eeuwse gemalen en molengangen; en

8°. de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster; en

b.grote openheid.

2Voor zover het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster samenvalt met het werelderfgoed Hollandse Waterlinies, zijn de kernkwaliteiten van het werelderfgoed Hollandse Waterlinies ook van toepassing op het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster.

Hollandse Waterlinies

Kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinies zijn het samenhangende en overwegend goed bewaard gebleven geheel van:

a.het strategisch landschap, als oorspronkelijk voor de militaire verdediging bestemd aaneengesloten gebied dat op veel plaatsen gekenmerkt wordt door grote openheid en een overwegend groen karakter, bestaande uit:

1°. de hoofdverdedigingslijn: een lineaire, hoger gelegen structuur in het landschap, als begrenzing van het te verdedigen gebied;

2°. inundatiegebieden;

3°. de voormalige schootsvelden en verboden kringen rondom militaire versterkingen, gekenmerkt door visueel open en merendeels onbebouwd gebied;

4°. de accessen, als kwetsbare onderdelen in het verdedigingssysteem in samenhang met de daartoe ingerichte versterkingen; en

5°. de houten Kringenwet-bouwwerken;

b.het watermanagementsysteem, als samenhangend stelsel van waterbouwkundige werken en waterlichamen, in te zetten voor gecontroleerde inundatie, bestaande uit:

1°. inundatie-, toevoerkanalen en rivieren;

2°. inundatiekaden, sluizen, inlaten, dammen, uitlozings- en kwelkommen, functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; en

3°. gemalen en schotbalkloodsen; en

c.de militaire werken: de voormalige militaire versterkingen en overige ondersteunende militaire onderdelen, mede in hun onderlinge samenhang en met de landschappelijke inpassing en camouflage van de versterkingen en onderdelen, bestaande uit:

1°. forten en batterijen;

2°. stellingen en verspreide werken, groepsschuilplaatsen, kazematten en andere militaire werken; en

3°. de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem.

Bijlage 2 Begrippenlijst

In dit beleidskader wordt verstaan onder:

Ashoogte: de ashoogte van een kleine windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan het middelpunt van de wieken van de turbine.

Bal: het Besluit activiteiten leefomgeving. Rijksbeleid met regels over milieubelastende activiteiten, vergunningplicht, meldings- en informatieplichten.

Bkl: het Besluit kwaliteit leefomgeving. Rijksbeleid met regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring.

BOPA: een buitenplanse omgevingsplan activiteit:

a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Bouwvlak: aaneengesloten stuk grond waarop bebouwing met een hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen is toegestaan. Wat onder een bouwvlak wordt verstaan, is vastgelegd in het omgevingsplan.

Bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van en gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

Cultuurhistorie: het geheel van historische landschappelijke structuren aangebracht door de mens, en de daarbij horende historische bebouwing. Cultuurhistorie ligt in het individuele element, in de samenhang met de omgeving en in het aanzicht.

Erf-ensemble: samenhangend geheel van gebouwen, beplantingen, waterlopen en erfinrichting. Elk ensemble bestaat uit verschillende elementen zoals gebouwen, wegen, landschapskernmerken en begroeiing, die samen een harmonieus geheel vormen.

Horizontale as-turbine (HAT): turbine die wordt gekenmerkt door een as evenwijdig aan de richting van de wind met de wieken loodrecht op de wind. In de ‘actieve stand’ staat deze turbine met de as richting in de wind. Het HAT-type is vooral geschikt voor open gebieden, waar de wind van één kant komt.

Kernkwaliteiten: de unieke, universele en onvervangbare waarden van een UNESCO werelderfgoed. In Nederland zijn de kernkwaliteiten van de UNESCO werelderfgoederen opgenomen in het Bkl en verder uitgewerkt in de provinciale omgevingsverordening.

Kleine windturbine: windturbine met een maximale ashoogte van 15 meter die op een duurzame manier energie opwekt.

Landelijk gebied: het buitengebied zoals opgenomen in de Omgevingsverordening NH2022.

Miniturbine/dakturbine: kleinste soort windturbine voor het opwekken van elektriciteit uit wind.

Behalve op de grond, kan dit type windturbines vaak ook op het dak van een gebouw worden bevestigd. Deze turbines bestaan niet alleen in de vorm van horizontale as-turbines (HATs), maar ook als windturbines met een verticale as (VATs).

Omgevingsplan: Omgevingsplan gemeente Purmerend

OPA: omgevingsplan activiteit.

Peil: Hoogte van het maaiveld, deze is geregeld in het voor de locatie geldende omgevingsplan.

Rotordiameter: het maximale bereik van de rotorbladen (wieken), gemeten loodrecht op de as.

Tiphoogte

Bij een HAT: de ashoogte plus de straal van de rotordiameter.

Bij een VAT: de ashoogte plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt.

Verticale as-turbine (VAT): turbine die in tegenstelling tot de HAT draait om een as

die loodrecht op de windrichting staat. Het VAT-type is vaak vooral geschikt voor bebouwde gebieden met veranderlijke wind.

Bijlage 4 Omgevingsvergunning aanvragen

Na wijziging omgevingsverordening 2022 PNH en juridische verankering van de toetsingscriteria in het omgevingsplan, volgen initiatiefnemers onderstaand proces.

Proces

Heeft u als initiatiefnemer een idee voor het ontwikkelen van een kleine windturbine? Om te onderzoeken of uw initiatief kansrijk is, volgt u onderstaand stappenplan:

Stap 1: Ligt uw locatie niet in de zone waar windturbines niet zijn toegelaten? Of ligt het in een gebied waar voorwaarden gelden?

Stap 2: Doet het initiatief geen afbreuk aan de kernkwaliteiten en ruimtelijke kwaliteit?

Stap 3: Dien het initiatief in als indicatieverzoek. Via een verzoek onderzoeken wij het initiatief op wenselijkheid en haalbaarheid van de aanvraag.

Stap 4: Zijn er belemmeringen voor uw initiatief? Op sommige locaties spelen verschillende aspecten

een rol die de uitwerking van uw initiatief negatief beïnvloeden of zelfs belemmeren. Het kan

betekenen dat u op voorhand onderzoek moet uitvoeren, of afstemming moet plegen met

bijvoorbeeld het waterschap. Ook is een ecologisch onderzoek noodzakelijk.

Stap 5: Heeft u een omgevingsdialoog gevoerd met de directe omwonenden / belanghebbenden?

Stap 6: Voldoet uw initiatief aan de algemene criteria in hoofdstuk 3?

Hebt u alle stappen doorlopen, vraag een omgevingsvergunning aan bij de gemeente.

In te dienen documenten

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning ruimtelijke en technische bouwactiviteit dient een onderbouwing/motivering voor de effecten op de fysieke leefomgeving te worden meegestuurd met daarin in ieder geval opgenomen, maar niet beperkt tot, de effecten op:

1Archeologie;

2Cultuurhistorie;

3Bodem;

4Geluid;

5Slagschaduw;

6Ecologie: Quickscan Flora & Fauna;

7Water

8Omgevingsveiligheid

9Trillingen

10Gezondheid

11Landschappelijk inpassingsplan volgends het gestelde toetsingskader (zie hoofdstuk 4). Indien het om plaatsing in een van de dorpskernen West- en Noordbeemster of in het 300-1000 meter gebied binnen het schootsveld van forten van de Hollandse Waterlinies betreft vraagt dit extra aandacht in de ruimtelijke onderbouwing.

Daarnaast geldt als indieningsvereiste:

1Situatietekening, doorsnedes en aangezichten (maaiveld en vogelvlucht) op schaal.

Een participatieplan en -verslag is optioneel, maar wenselijk.

Bijlage 5 Bronnen

-Besluit activiteiten leefomgeving

Rijksoverheid, 20 september 2025

-Besluit Bouwwerken Leefomgeving

Rijksoverheid, 1 juli 2025

-Besluit Kwaliteit Leefomgeving

Rijksoverheid, wijziging 1 januari 2026

-Bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012, Reparatie partiële herziening 2021

-Bestemmingsplan Middenbeemster en Westbeemster 2012

-Coalitieakkoord 2022-2026. Samen op koers

Gemeente Purmerend, 2022

-Energie in De Beemster. Ontwerpstudie naar de mogelijkheden voor duurzame energie in UNESCO werelderfgoed

LOF Landschapsarchitecten, juli 2025

-Energietransitie Hollandse Waterlinies. Afwegingskader

Land-ID, september 2021

-Omgevingsnota Beemster

Gemeente Purmerend, juli 2012

-Omgevingsverordening NH2022

Provincie Noord-Holland, 1 juli 2025

-Prachtlandschap Noord-Holland. Leidraad Landschap & Cultuurhistorie 2018

Provincie Noord-Holland, 5 maart 2019

-Ruimtelijke handreiking wind op land

Provincie Noord-Holland, augustus 2021

-Statement of Outstanding Universal Value – Droogmakerij de Beemster (Beemster Polder)

UNESCO, 2013

-Structuurvisie Beemstermaat

Gemeente Purmerend, juli 2012

-Verbrede duurzaamheidsagenda ‘Werk aan de toekomst’

Gemeente Purmerend, februari 2025

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.