Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp;
gezien het advies van het domein Bedrijfsvoering & Dienstverlening d.d. 16 december 2025;
gelet op de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en artikel 160 van de Gemeentewet;
besluit:
1het Rente- en Treasurystatuut 2025 met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 vast te stellen;
2de Nota Rente en Treasury 2021 per diezelfde datum in te trekken;
3de raad middels bijgaande informatienota te informeren.
Rente- en Treasurystatuut 2025
2. Rente
2.3 Relevante ontwikkelingen
2.3.1 Marktrentes
Het renteverloop gedurende de afgelopen vijf jaar kan als volgt in beeld worden gebracht.
In deze grafiek is de ontwikkeling van de korte rente (benchmark: de 3-maands Euriborrente) afgezet tegen de lange rente (benchmark: 10-jaars rente inclusief opslag).
Deze grafiek illustreert de grilligheid waarmee rentes kunnen veranderen als gevolg van geopolitieke en macro-economische ontwikkelingen (waaronder inflatie). De korte termijn rente staat daarbij vooral onder invloed van de beslissingen van de Europese Centrale Bank (ECB). De lange termijn rente wordt vooral bepaald door vraag en aanbod op de kapitaalmarkt.
Met name inflatieontwikkelingen hebben, zoals uit de grafiek blijkt, gedurende de jaren 2023 en 2024 zelfs enige tijd geleid tot een situatie waarbij de korte rente hoger lag dan de lange rente. Dit wordt een inverse rentestructuur
5Bij een normale rentestructuur ligt de korte rente lager dan de lange rente. Ofwel: hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente.
genoemd en wordt gezien als een ongebruikelijke marktsituatie.
De grafiek geeft alleen maar aan tegen welke rentetarieven de gemeente in het verleden kon lenen maar geeft uiteraard geen uitsluitsel over toekomstige leenrentes.
2.3.2 Totale gemeentelijke rentelasten
Gemeenten lenen doorgaans niet voor hun lopende begroting maar voor bezit (investeringen, grondvoorraden). De omvang van de investeringsvoornemens is bepalend voor de financieringsbehoefte en daarmee voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rentelasten. Vanuit het verleden beschikt de gemeente nog over een extern opgenomen leningenportefeuille waar rentelasten uit voortvloeien.
Bij gemeente Pijnacker-Nootdorp is daarentegen ook sprake van omvangrijke rentebaten. Die vloeien voort uit de verkoop van de eerdergenoemde verkoop van aandelen Eneco. Op grond daarvan wordt al enkele jaren een rentedragend saldo in ’s Rijks Schatkist aangehouden.
Verreweg de meeste Nederlandse gemeenten zitten aan de opnemende kant van het financieringsspectrum. Bij de meeste gemeenten zijn de rentelasten dan ook hoger dan de rentebaten. In dat geval spreekt men van netto rentelasten. Bij gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn, mede geholpen door de rentestructuur (zie de grafiek op voorgaande bladzijde) de rentebaten een tijdlang hoger geweest dan de rentelasten. In die situatie wordt gesproken van negatieve netto rentelasten. Het belang van dit onderscheid is dat het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschrijft dat:
•Indien sprake is van netto rentelasten deze intern aan taakvelden (lees: investeringen) mogen worden toegerekend;
•Indien sprake is van negatieve netto rentelasten, ofwel per saldo een rentebaat, deze op het taakveld Treasury als baat moet blijven staan en niet aan niet aan investeringen mag worden toegerekend.
De toekomstige rentelasten voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn afhankelijk van:
•de financieringsbehoefte die voortvloeit uit de omvang en voortgang van het gemeentelijke investeringsprogramma en van grondexploitaties;
•het renteniveau waartegen de gemeente toekomstige (her)financieringen kan aantrekken;
•het verloop van het saldo in ’s Rijks Schatkist en de toekomstige rentevergoeding daarover.
2.5 Beleidsuitgangspunten
2.5.1 Regelgeving BBV
•Voor het intern toerekenen van rente aan investeringen en grondexploitaties volgt de gemeente Pijnacker-Nootdorp de voorschriften van de BBV Notitie rente en de BBV Notitie grondbeleid;
•Bij het berekenen van de omslagrente volgt de gemeente het in de BBV Notitie rente voorgeschreven rekenmodel (zie Bijlage 2).
2.5.2 Toerekening van rente
•In artikel 3.4.2 lid 2 van deze notitie is bepaald op welke wijzen de gemeente kan financieren;
•Indien de gemeente financiert op totaalniveau wordt een omslagrente bepaald. Daarbij wordt de totaal aan taakvelden toe te rekenen rente uitgedrukt in een percentage van de boekwaarde per aanvang van het betreffende jaar van de activa die integraal gefinancierd wordt;
•Het omslagpercentage wordt jaarlijks uiterlijk bij de Programmabegroting meerjarig doorgerekend en vastgesteld op basis van:
° Een op te stellen meerjarig beeld van de gemeentelijke financieringsbehoefte;
° De daaruit voortvloeiende verwachte externe rentelasten en -baten;
° De verwachte boekwaardeontwikkeling van activa.
•De omslagrente wordt jaarlijks toegerekend c.q. gealloceerd aan producten (integraal gefinancierde activa en bouwgronden in exploitatie) en daarmee aan de programma’s;
•Indien de gemeente voor specifieke activa projectfinanciering aantrekt worden de rentelasten daarvan direct ten laste van de betreffende investering gebracht.
2.5.3 Rente over eigen vermogen
•Er wordt geen rente toegerekend over op bijgeschreven op reserves en voorzieningen
10Dit is ook vastgelegd in artikel 15 lid 1 van de Financiële Verordening.
.
2.5.4 Rentetoerekening t.a.v. leges en tarieven
•Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
11Deze bepaling is conform artikel 16 lid 1 van de Financiële Verordening.
2.5.5 Rente bij verstrekte leningen
•De rente die de gemeente vraagt indien zij een lening verstrekt is gelijk aan:
° de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen, vermeerderd met:
° een opslag voor het debiteurenrisico.
12Deze bepaling is in lijn met artikel 16 lid 6 van de Financiële Verordening.
•De hiervoor bedoelde rente wordt zonodig verhoogd met een door de interne juridische afdeling aan te geven nadere opslag indien sprake is van staatssteun.
2.5.6 Rente over startersleningen
•Het rekenpercentage dat gehanteerd wordt voor startersleningen staat los van het omslagpercentage. De hoogte ervan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
2.5.7 Rente bij besluitvorming over nieuwe investeringen
•Voor het bepalen van het te hanteren rentepercentage bij besluitvorming over nieuwe investeringen wordt onderscheid gemaakt tussen grote en kleine investeringen.
•Er is sprake van een grote investering wanneer deze meer dan € 5 miljoen bedraagt.
•Teneinde een renterisico in de meerjarenbegroting te voorkomen worden de kapitaallasten van grote investeringen:
° bij toepassing van totaalfinanciering doorgerekend tegen het geldende omslagpercentage vermeerderd met 1,5 procentpunt;
° bij toepassing van projectfinanciering doorgerekend tegen de actuele leenrente vermeerderd met 1,5 procentpunt.
•Kleine investeringen (< € 5 miljoen) kunnen naar verwachting opgevangen worden binnen de marge van de ontwikkeling van de liquiditeitspositie. Bovendien hebben kleine leningen een beperkte invloed op het gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille.
2.5.8 Disconteringsvoet 13 Bij grondexploitaties wordt een disconteringvoet gebruikt voor de berekening van de contante waarde van toekomstig verwachte lasten en baten.
•Gemeente Pijnacker-Nootdorp volgt de stellige uitspraak die daarover is opgenomen in de Notitie grondbeleid, te weten:
“De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten bepaald op 2% zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank (ECB) voor inflatie binnen de Eurozone.
Als het meerjarig gemiddelde inflatiepercentage noemenswaardig gaat afwijken van deze 2%, en/of het toekomstperspectief van de ECB wordt bijgesteld, dan zal dit een aanleiding vormen voor de commissie BBV om het vastgestelde percentage van 2% opnieuw te bezien.”
2.5.9 Afwijken van rentepercentages
•In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de vastgestelde rentepercentages. De afwijking dient altijd door de gemeenteraad te worden besloten.
3. Treasury
3.4 Uitgangspunten en richtlijnen per aandachtsgebied
3.4.1 Cash management
Kasbeheer
1Het betalingsverkeer wordt gemeentebreed zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één huisbank die:
•voldoet aan de in de Wet fido gestelde minimale kredietwaardigheidseisen en eventueel aan door de gemeente gestelde nadere geschiktheidseisen;
•de mogelijk biedt om de gemeentelijke geldmiddelen tegen gunstige voorwaarden
14In termen van rentecondities en tariferingen.
te concentreren binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit;
•in staat is om een voor de gemeente toereikende kredietlimiet in rekening courant aan te bieden;
•in haar handelen aantoonbaar aansluit bij de door de gemeente gehanteerde maatstaven ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid;
2Uitsluitend functionarissen belast met uitvoering van de treasuryfunctie zijn bevoegd tot het openen, sluiten of wijzigen van bankrekeningen;
3Treasury treedt op als houder van alle gemeentelijke bankrekeningen;
4Schriftelijke of elektronische ondertekening van betalingsopdrachten aan banken dient altijd te geschieden door twee daartoe bevoegde functionarissen met gescheiden verantwoordelijkheden;
5Voor de Schatkistbankieren-werkrekening geldt een intradaglimiet van € 15 miljoen.
Saldobeheer
1Het saldobeheer van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zal plaatsvinden met inachtneming van de Wet fido-bepalingen rond de kasgeldlimiet;
2Indien er een kortlopende liquiditeitsbehoefte ontstaat bepaalt Treasury op welke wijze en voorwaarden het aantrekken van deze middelen het voordeligst kan plaatsvinden;
3Toegestane vormen voor op te nemen kortlopende geldleningen zijn krediet in rekening courant, kas- en callgeldleningen
15Kas- en callgeldleningen: zie begrippenlijst.
;
4Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van korter dan één jaar worden offertes bij minimaal twee bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte;
5Tijdelijk overtollige geldmiddelen worden uitgezet met inachtneming van Regeling Schatkistbankieren
16Dit houdt in dat dergelijke middelen in de Schatkist geplaatst moeten worden of onderling kunnen worden uitgeleend aan overige decentrale overheden. Afhankelijk van de verwachte beschikbaarheid kunnen dergelijke uitzettingen een looptijd hebben van langer dan één jaar.
;
6Bij onderling uitlenen aan overige decentrale overheden kan gebruik gemaakt worden van een broker.
3.4.2 Gemeentefinanciering
1Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te beperken en het renteresultaat gunstig te beïnvloeden
2Indien externe financiering wordt aangetrokken vindt dit in beginsel plaats op concernniveau. In uitzonderlijke, gemotiveerde en door de gemeenteraad geaccordeerde gevallen kan projectfinanciering plaatsvinden;
3Nieuwe op te nemen langlopende geldleningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de meerjarig geprognosticeerde balans zoals opgenomen in de Programmabegroting dan wel meerjarige liquiditeitenplanning. Deze hebben een horizon van tenminste de meerjarenbegroting;
4Nieuwe langlopende leningen worden beoordeeld op hun effect op de renterisiconorm en schuldpositie c.q. netto schuldquote. Wanneer een grote som geld moet worden aangetrokken kan voor meerdere leningen met verschillende looptijden worden gekozen teneinde renterisico’s te spreiden;
5Toegestane vormen voor op te nemen langlopende geldleningen zijn onderhandse leningen, roll-over leningen, basisrenteleningen, Medium Term Notes
17Medium Term Note: zie begrippenlijst.
, Schuldschein
18Schuldschein: zie begrippenlijst.
en obligaties;
6Toegestane aflossingswijzen: lineair, annuïtair, fixe of combinatie hiervan;
7Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van één jaar en langer worden offertes bij minimaal drie bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. De afgegeven offertes worden schriftelijk vastgelegd. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte.
3.4.3 Risicobeheer
Zoals reeds in 3.1 opgemerkt is het risicobeheer bij treasury gericht op rente- en kredietrisico’s. In die paragraaf is in algemene termen omschreven waar dat risicobeheer op gericht is. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
Renterisicobeheer
1De bepalingen in de Wet fido met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden nageleefd tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend om één of beide normen tijdelijk langer te overschrijden dan de wet toestaat;
2Nieuwe kortlopende leningen worden beoordeeld op hun effect op de kasgeldlimiet;
3Treasury zorgt voor bij het opnemen van nieuwe langlopende geldleningen voor een dusdanige spreiding dat meerjarig binnen de wettelijke renterisiconorm wordt geopereerd.
Kredietrisicobeheer
1Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden in acht genomen:
•de geldende wet- en regelgeving waaronder die inzake staatssteun;
•de bepalingen van de gemeentelijke Verordening gemeentegaranties geldleningen.
2Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden de daaraan verbonden risico’s voor zover mogelijk beperkt door het vestigen van zakelijke zekerheden;
3Het uitzetten van gelden uit hoofde van treasury geschiedt, rekening houdend met de wettelijke bepalingen inzake Schatkistbankieren, slechts bij financiële ondernemingen die:
•gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste twee internationaal erkende ratingbureaus;
•voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee internationaal erkende ratingbureaus;
4Er geldt een eerbiedigende werking voor contracten waarvan de tegenpartij gedurende de looptijd niet meer aan de in lid 3 genoemde criteria voldoet;
5Lid 3 is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt.
3.4.4 Relatiebeheer
Het aandachtsgebied relatiebeheer is onder te verdelen in relaties met financiële partijen en collegiaal-ambtelijke relaties.
Relatiebeheer met financiële partijen
De gemeente beoogt om zo zuiver mogelijke relaties met financiële partijen te onderhouden en financiële diensten af te nemen tegen zo gunstig mogelijke condities. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
1Treasury onderhoudt, met inachtneming van interne bepalingen rond integriteit, een netwerk met banken, financiële instellingen en bemiddelende organisaties op de geld- en kapitaalmarkten (brokers);
2Alleen de intern aangewezen functionaris(sen) belast met de treasuryuitvoering is/zijn bevoegd tot het voeren van zakelijke onderhandelingen met bankinstellingen (zie ook bevoegdheden onder 3.5);
3Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen zoals gesteld onder 3.4.3 bij kredietrisicobeheer, lid 3;
4Financiële instellingen en brokers waarmee gemeente Pijnacker-Nootdorp zaken doet dienen onder toezicht te staan van De Nederlandse Bank en daarnaast over alle vergunningen te beschikken van de Autoriteit Financiële Markten (of EU-equivalenten van deze instellingen).
Collegiaal-ambtelijk relatiebeheer
1Indien relevant of noodzakelijk worden vanuit Treasury ambtelijke of bestuurlijke contacten onderhouden met o.a. Vereniging Nederlandse Gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Financiën, de Provincie Zuid-Holland of collegiale treasurynetwerken.
Bijlage 1 Begrippenlijst
Autorisatie
Een zelfstandige, inhoudelijke afweging waarbij de overwegingen hiervan schriftelijk zijn vastgelegd.
Broker
Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken van financiering op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair genoemd.
Borgstelling
Zie Gewaarborgde geldlening.
Callgeld-/daggeldlening
Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één tot enkele dagen.
Dekken
Term die binnen de financiële functie wordt gebruikt voor het opvangen van (extra) lasten uit (1) het verhogen van baten, (2) het verlagen van andere lasten of (3) door het onttrekken aan reserves. Dekken is niet synoniem aan financieren.
Faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid heeft de gemeente zelf geen grond in haar bezit en voert zij niet zelf de grondexploitatie, maar gebeurt dit door een private ontwikkelaar. De kosten die de gemeente maakt worden in dat geval verhaald op de private partijen. Er is dus geen sprake van een bouwgrond in exploitatie of een voorraad grond in bezit van de gemeente, maar van een vordering op een derde partij.
Financiële instelling
Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Financieren
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Geldmarkt
Markt voor het aantrekken of uitzetten van kortlopende geldmiddelen.
Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te boeken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Gewaarborgde geldlening
Een door een instelling, vereniging of stichting van een bank opgenomen geldlening waarvoor de gemeente zich jegens de bank borg gesteld heeft voor het nakomen van de leningverplichtingen (rente en aflossing). Ook wel gegarandeerde geldlening of borgstelling genoemd.
Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjarige investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Intradaglimiet
De intradaglimiet geeft het maximale bedrag weer dat de gemeente per dag van de schatkistbankieren werkrekening ten laste van de rekening-courant bij de Schatkist kan opnemen.
Kapitaalmarkt
Markt voor het aantrekken of uitzetten van langlopende geldmiddelen.
Kasgeld
Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één week tot één jaar.
Kasgeldlimiet
Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de kortlopende c.q. vlottende schuld. De limiet wordt uitgedrukt in een bedrag, dit als percentage van het begrotingstotaal (thans 8,5%).
Kredietlimiet
Faciliteit gekoppeld aan een bankrekening(stelsel) om voor een bepaald maximumbedrag ‘rood’ te staan tegen vooraf bekende rentecondities.
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
Het risico dat de gemeente financiële schade leidt als gevolg van betalingsproblemen van partijen waaraan de gemeente geldleningen of borgstellingen heeft verstrekt.
Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning
Een overzicht betreffende de over een bepaalde periode verwachte in- en uitgaande kasstromen. Daarbij worden drie kasstromen onderscheiden: exploitatie-, financiële- en investeringskasstromen.
Liquiditeitstypische looptijd
De looptijd van de lening in termen van aflossingen. Ofwel de periode die resteert totdat een lening algeheel is afgelost.
Mandaat
De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Medium Term Notes (MTN)
Verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimum looptijd van 2 jaar. De MTN maakt deel uit van een programma en wordt veelal uitgegeven door een bank of investeerders als verzekeringsmaatschappijen of pensioenfondsen. Een Nederlandse bank zoals BNG Bank begeleidt veelal de leningdocumenten en kasstromen. MTN’s dienen op grond van BBV op de balans te worden gerubriceerd als Obligatielening.
Obligatie
Een openbaar verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, waarvan de voorwaarden veelal in een prospectus zijn vastgelegd.
Omslagrente
Het percentage rente dat wordt bepaald door de verwachte rentelasten uit te drukken in een percentage van de boekwaarde van integraal gefinancierde investeringen/activa.
Onderhandse lening
Een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg met de geldgevende partij tot stand komen. Dit maatwerkkarakter maakt de lening moeilijk verhandelbaar.
Rating
Een door een onafhankelijk bureau zoals Standard and Poors of Moody’s afgegeven en internationaal erkend oordeel over de kredietwaardigheid van financiële partijen. Ook wel creditrating genoemd. Ratings kennen een bereik van AAA (uitzonderlijk kredietwaardig) tot D (default, failliet).
Rekening courant
Lopende rekening bij een bank, al dan niet gekoppeld aan een kredietlimiet.
Rekenrente
Het percentage rente dat wordt toegerekend aan de te financieren activa.
Rente voor startersleningen
Het percentage rente dat gehanteerd wordt voor startersleningen, zoals wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
Rentecurve
Grafiek waaruit blijkt welke renteniveau’s op enig moment gelden bij verschillende leninglooptijden.
Renterisico
Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk lager zullen zijn en daarmee effect kunnen hebben op de (financiële resultaten van de gemeente.
Renterisiconorm
Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de langlopende c.q. vaste schuld. De limiet wordt uitgedrukt in een bedrag als percentage van het begrotingstotaal (thans 20%).
Rentetoerekening t.a.v. leges en tarieven
Het gehanteerde percentage rente voor de berekening van de kostendekkendheid wordt bepaald door de totale toe te rekenen rente (inclusief de bespaarde rente op het eigen vermogen), afgezet tegen de begrote boekwaarde van de activa die integraal gefinancierd wordt.
Rentetypische looptijd
De periode waarover de rente van een lening vast staat. Bedraagt dit minder dan 1 jaar dan wordt de lening door Wet fido als kortlopend gezien en bij 1 jaar of langer als langlopend.
Roll-over lening
Een lening met middellange of lange looptijd en variabele rente.
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
Schatkistbankieren
Het verplicht uitzetten van (tijdelijk) overtollige financieringsmiddelen bij ’s Rijks schatkist conform de regelgeving op grond van artikel 2 Wet fido, dit rekening houdend met een drempelbedrag dat aan de hand van het begrotingstotaal wordt berekend.
Schuldschein
Een leningovereenkomst voor middellange of lange termijn, rechtstreeks afgesloten tussen een geldnemer en een Duitse investeerder. Kan gezien worden als tussenvorm van onderhandse- en MTN-lening en is vanwege de aard van de geldgever doorgaans naar Duits recht.
Treasurybeleid
Vastgestelde uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
Treasuryfunctie
De uitvoering van alle activiteiten die zich richten op het sturen, beheersen en bewaken van de financiële posities, financiële stromen en de hieraan verbonden risico’s. De belangrijkste aandachtsgebieden binnen de treasuryfunctie zijn cash management, gemeentefinanciering, risicobeheer en relatiebeheer.
Uitzetting
Binnen de Wet fido gehanteerde term voor verstrekte geldleningen en beleggingen.
Vaste schuld
Schuldtitels met een looptijd van één jaar en langer.
Vlottende schuld
Schuldtitels met een looptijd tot één jaar.
Zekerheden
Zakelijke zekerheidsrechten die door de gemeente, in het kader van een verzoek om een lening of borgstelling, van de aanvrager gevraagd kunnen worden om het risicoprofiel van de verzochte steun te verlagen, bijvoorbeeld hypotheek- en pandrechten.
Bijlage 2 Rekenschema renteomslag
Het vanuit de BBV Notitie Rente 2023 voorgeschreven rekenschema ziet er als volgt uit:
Als voorbeeld voor de opstelling bij de begroting en jaarverslag: zie onderstaand schema, waarbij overigens uitgegaan is van de lijn van de gemeente om geen rente te berekenen over het eigen vermogen (reserves) en voorzieningen (zie artikel 2.5.3. in dit statuut):