Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer Pijnacker-Nootdorp 2023

Gemeente Pijnacker-Nootdorp · geldt sinds 1 januari 2023

Aanhef

Het college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;

gezien het advies van de afdeling Beleid d.d. 11 oktober 2022;

gelet op artikel 5, achtste lid, Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Pijnacker-Nootdorp 2023;

besluit:

de volgende Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer Pijnacker-Nootdorp 2023 vast te stellen:

Hoofdstuk 3. VERVOER - ALGEMEEN

3.2 - Afstand

3.2.1 - Fietsafstand

Regel

Als tijdens de afhandeling van een aanvraag voor leerlingenvervoer de vraag aan de orde komt of een kind of een ouder het vervoer naar school per fiets kan doen dan geldt het volgende uitgangspunt.

•Primair onderwijs: zes kilometer (eventueel de ouder met kind achterop)

•Voortgezet onderwijs: tien kilometer

3.2.2 - Loopafstand

Regel

Als tijdens de afhandeling van een aanvraag voor leerlingenvervoer aan de orde komt wat burgemeester en wethouders van een leerling mogen verwachten als het gaat om de afstand die een leerling lopend moet kunnen af- leggen, dan geldt het volgende uitgangspunt.

•4 tot en met 8 jaar: anderhalve kilometer

•9 jaar en ouder: twee kilometer

Als de afstand van de woning naar school niet voldoet aan het afstandscriterium dienen de ouders, ook als de route onveilig is, zelf voor begeleiding zorg te dragen.

3.3 - Soorten vervoer

3.3.1. Openbaar vervoer, openbaar vervoer met begeleiding

a.De bekostiging van openbaar vervoer

Regel

De kosten van het openbaar vervoer worden berekend met behulp van www.9292.nl en de informatie die verstrekt wordt op de websites van het openbaar vervoer bedrijf.

b.Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf uur per enkele reis

Indien de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, wordt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer verstrekt.

Het is daarbij niet zo dat de ouders, indien zij op basis van het criterium reistijd aanspraak op bekostiging van aangepast vervoer maken, van Burgemeester en wethouders kunnen eisen dat de totale reistijd ook daadwerkelijk tot 50% of minder wordt teruggebracht in het geval dat Burgemeester en wethouders het vervoer zelf organiseren.

Regel

Om te bepalen of het tijdcriterium van 1,5 uur wordt overschreden, is slechts van belang dat via individuele meting de conclusie wordt getrokken, dat de totale reisduur van die leerling met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur bedraagt en deze met het aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht. Is hiervan sprake dan kunnen ouders aanspraak maken op bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer.

Bij de reistijd wordt vijf minuten wachttijd bij de bushalte per rit opgeteld. Bij de bepaling van de reistijd van het openbaar vervoer wordt uitgegaan van de dienstregeling zoals die wordt vermeld op www.9292.nl.

Met aangepast vervoer wordt bedoeld vervoer met behulp van taxibusjes.

Hoofdstuk 4. AANGEPAST VERVOER

4.2 Ophaal- en afzetplaats

4.2.1 - Opstapplaats/Woning en school

Bij aangepast vervoer haalt de vervoerder de leerlingen in principe bij de opstapplaats op. In bijzondere gevallen is het ophalen aan huis, de ouder dient de leerling dan naar de taxibus te begeleiden. Voor alle schoollocaties geldt dat per school is bepaald waar de vervoerder de leerlingen afzet, bijvoorbeeld bij de toegang van het schoolterrein of voor de centrale hal van de school.

4.2.2 - Overstapplaatsen

Burgemeester en wethouders kunnen beslissen dat bij de uitvoering van het vervoer gebruik gemaakt wordt van overstap- plaatsen.

4.6 - Vervoer

4.6.1 - Kleinschalig vervoer

Met kleinschalig vervoer is bedoeld dat het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling anders dan met een gelimiteerd aantal leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen om medische en/of psychosociale redenen met een gelimiteerd aantal leerlingen vervoerd worden. Burgemeester en wethouders kennen dit kleinschalig vervoer toe op basis van een medisch advies. Burgemeester en wethouders toetsen de indicatie voor kleinschalig vervoer tenminste jaarlijks.

4.6.2 - Individueel vervoer

Met individueel vervoer is bedoeld dat het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling samen met andere leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen om medische en/of psychosociale redenen individueel vervoerd worden. Burgemeester en wethouders kennen dit individuele vervoer toe op basis van een medisch advies. Burgemeester en wethouders toetsen de indicatie voor individueel vervoer tenminste jaarlijks.

Hoofdstuk 7. DREMPELBEDRAG EN DRAAGKRACHT

7.1 - Drempelbedrag

7.1.1. - Terugval in inkomen

Als peiljaar voor het inkomen moet op grond van de WPO (artikel 4, zevende lid) worden aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar, waarin het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd, begint.

Als het inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen het peiljaar waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van de verordening. Door het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven te betalen.

Regel

Op aanvraag van de ouder gaan burgmeester en wethouders uit van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging is gevraagd als:

a.sprake is van een terugval in inkomen over het voorafgaande aan het jaar waarvoor bekostiging is gevraagd, in welk geval burgemeester en wethouders uitgaan van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld; of

b.sprake is van een terugval in inkomen over het jaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld, in welk geval burgemeester en wethouders uitgaan van het jaar waarvoor de bekostiging is vastgesteld.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van het toetsingsinkomen van de ouder van ten minste 15% ten opzichte van het tweede jaar vooraf- gaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.