Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast Pijnacker-Nootdorp

Gemeente Pijnacker-Nootdorp · geldt sinds 12 maart 2024

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;

gezien het advies van de afdeling Wijkzaken d.d. 27 februari 2024;

gelet op;

–de Wet aanpak woonoverlast;

–het bepaalde in artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van de APV

overwegende dat:

–de Beleidsregel Aanpak woonoverlast gebaseerd is op artikel 2:79 van de APV;

–de burgemeester op grond van artikel 2:79 bevoegd is om een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing op te leggen bij ernstige en herhaaldelijke hinder en/of overlast vanuit een woning en/of erf;

–een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing een maatregel is om de overlast terug te dringen en aantasting van het woongenot en het leefklimaat te voorkomen en/of te beperken.

besluit:

de beleidsregel Wet aanpak woonoverlast Pijnacker-Nootdorp vast te stellen.

Inleiding

Sinds 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast van kracht. Met deze wet hebben gemeenten meer wettelijke mogelijkheden in de aanpak van woonoverlast. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt (zorgplicht). Indien niet aan de zorgplicht wordt voldaan, kan de burgemeester een specifieke bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing opleggen aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen. De bevoegdheid maakt het mogelijk om in bestuursrechtelijke zin te interveniëren in verhoudingen tussen buren, wanneer die gespannen zijn als gevolg van het veroorzaken van ernstige en herhaaldelijke hinder (woonoverlast).

Op 21 december 2023 is door de gemeenteraad een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aangenomen. Toegevoegd is artikel 2:79 woonoverlast, zoals bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Daarmee is de bevoegdheid aan de burgemeester toegekend om in gevallen van ernstige woonoverlast gedragsaanwijzingen op te leggen.

De voorliggende Beleidsregel beschrijft op hoofdlijnen in welke gevallen, onder welke voorwaarden en hoe de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp gebruik zal maken van deze bevoegdheid. Bij de toepassing komt de burgemeester beleidsvrijheid toe en het bepaalde in deze beleidsregel laat onverlet dat de burgemeester een afwijkingsbevoegdheid heeft indien bijzondere omstandigheden hier aanleiding toe geven (artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht).

Ter verduidelijking van de bestuurlijke gedragslijn geeft de beleidsregel kort de samenhang met artikel 151d Gemeentewet weer. Vervolgens wordt het procedurele kader geschetst waarbinnen de burgemeester een afweging zal maken of en zo ja, op welke wijze de bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing wordt toegepast en een concrete invulling krijgt.

De wetgever geeft geen definitie van het begrip “ernstige hinder”, maar heeft het omschreven met voorbeelden van gedragingen die zich als ernstige hinder kunnen voordoen. Dit biedt de mogelijkheid om het begrip ruim toe te passen. Hinder kan zich voordoen in veel verschillende vormen. Om geen enkele vorm van hinder uit te sluiten, is in de beleidsregel gekozen voor de opname van een niet limitatieve opsomming van soorten hinder.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.