3. Indeling evenementen
3.1 Vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig
3.1.1 Vergunningsvrij
Het kan zijn dat er een evenement wordt georganiseerd dat volgens de definitie in de APV vergunningsplichtig zou zijn. Er zijn hierop wel enkele uitzonderingen. Bijvoorbeeld het organiseren van een kleinschalig toernooi bij een sportclub of een kaarttoernooi in een buurtgebouw. De activiteiten zijn misschien wel als evenement te interpreteren maar passen binnen het beoogde gebruik van de inrichting of gebouw en zijn dus vergunningsvrij.
3.1.2 Meldingsplichtig
In artikel 2:25 is opgenomen onder welke criteria voor een evenement geen vergunning nodig is maar wel meldingsplichtig is. Deze criteria zijn als volgt:
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
•1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
•2. Geen vergunning is vereist voor een evenement indien aan alle volgende criteria is voldaan:
○ a. dit ten hoogste één dag duurt;
○ b. het aantal aanwezigen gelijktijdig niet meer bedraagt dan 150;
○ c. het evenement plaatsvindt op maandag tot en met donderdag tussen 09.00 uur en 23.00 uur of op vrijdag en zaterdag tussen 09.00 en 24.00 uur of op zondag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;
○ d. de organisator de burgemeester ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.
Voor evenementen die niet vergunningsvrij of meldingsplichtig zijn, moet een evenementenvergunning worden aangevraagd.
3.1.3 Vergunningsplichtig
Het merendeel van de evenementen binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is vergunningsplichtig. Deze evenementen kunnen risico’s met zich meebrengen voor bezoekers, omwonenden of andere betrokkenen. Soms worden er evenementen georganiseerd die door hun omvang, of activiteiten risico’s met zich meebrengen die de aandacht en capaciteit van de gemeente en de hulpdiensten vragen. Hoewel ieder evenement uniek is, moet er een bepaalde uniformiteit in de behandeling worden toegepast. Om dit vorm te geven is er gekozen om gebruik te maken van de behandelscan van de Veiligheidsregio Haaglanden. Deze scan geeft de volgende drie behandelclassificaties conform artikel 2:24, lid 3 van de APV en de Regionale handreiking evenementenveiligheid Haaglanden aan:
○ A-evenement: laag risico-evenement/regulier evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer. Bij dit type evenement is de verwachting dat de kans op een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, geneeskundige- en gezondheidskundige veiligheid minimaal is. De operationele voorbereiding en inzet van één of meer hulpverleningsdiensten wordt als niet voorstelbaar wordt geacht in relatie tot de interventiecapaciteit van de organisator en risico’s van het evenement.
○ B-evenement: gemiddeld risico-evenement/aandacht evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer. Bij dit type evenement is de verwachting dat de kans op een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, geneeskundige- en gezondheidskundige veiligheid aanwezig is. Waarbij operationele voorbereiding en inzet van één of meer hulpverleningsdiensten als voorstelbaar wordt geacht in relatie tot de interventiecapaciteit van de organisator en risico’s van het evenement.
○ C-evenement: hoog risico-evenement/risicovol evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de omgeving en/of regionale gevolgen voor het verkeer. Bij dit evenement is de verwachting dat de kans op een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, geneeskundige- en gezondheidskundige veiligheid aanwezig is. Waarbij operationele voorbereiding en inzet van één of meer hulpverleningsdiensten als noodzakelijk wordt geacht in relatie tot de interventiecapaciteit van de organisator en risico’s van het evenement.
De indeling in een bepaalde classificatie geeft de mogelijke risico’s aan op het gebied van openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, en geneeskundige- en gezondheidsheidskundige veiligheid. Daarnaast geeft de classificatie ook aan op welke manier de aanvraag wordt behandeld, wat de termijn van de aanvraag is en welke documenten er nodig zijn om de aanvraag te behandelen.
Voor de classificatie van het evenement vult de vergunningverlener op basis van de vergunningaanvraag de behandelscan van de Veiligheidsregio Haaglanden in. De behandelscan bestaat uit 17 criteria op basis waarvan punten worden toegekend. Het totaal aantal punten (A = < 16 punten, B = 17 – 25 punten, C = 26 > punten) bepaalt in welke categorie een evenement valt. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. Voorbeelden van criteria op basis waarvan het risicoprofiel wordt bepaald zijn: soort evenement; wanneer vind het plaats; gemiddelde verblijfsduur bezoeker; versterkte muziek; hoeveelheid bezoekers; alcohol-/drugsgebruik; publieksstromen; type locatie/terrein; gevolgen wegennet en openbaar vervoer; en risico-objecten in de omgeving.
De organisatoren die jaarlijks dezelfde evenementen organiseren weten onder welke categorie hun evenement valt. Bij het organiseren van een nieuw evenement kan het voor de organisator lastig zijn om in te schatten onder welke categorie het evenement valt. Als dit het geval is kan de organisator contact opnemen met de vergunningverlener, zodat deze kan helpen met het maken van de inschatting en de organisator weet hoever van tevoren de vergunningaanvraag moet worden gedaan.
3.1.4 Meerjarenvergunning
Op basis van artikel 2:25, lid 7, van de APV kan er voor A-evenementen ook een meerjarenvergunning voor de duur van maximaal drie jaar worden verleend. Het doel hiervan is om de regeldruk voor de evenementenorganisator te verminderen. Het verlenen van een meerjarenvergunning kan alleen onder de volgende voorwaarden:
•Het betreft een evenement waarbij sprake is van geringe risico’s voor de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu of het betreft een kleinschalig evenement zoals een braderie, een circus, een avondvierdaagse of iets vergelijkbaars (A-evenement);
•het evenement heeft ten minste drie achtereenvolgende jaren plaatsgevonden in de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
•In deze drie jaren zijn er geen negatieve ervaringen
5Negatieve ervaringen zijn o.a. het niet naleven van de vergunningsvoorschriften of incidenten tijdens en naar aanleiding van het evenement waardoor de openbare orde verstoord is geraakt of de veiligheid van personen in gevaar is gebracht.
opgedaan met zowel het evenement als met de organisator(en) hiervan;
•er zijn in de drie voorgaande jaren geen bezwaren tegen de vergunning voor het evenement gegrond verklaard;
•het evenement wijzigt jaarlijks weinig qua aard en omvang en vindt steeds op dezelfde locatie plaats;
Het kan voorkomen dat een organisator tussentijds iets aan de organisatie van het evenement wil wijzigen. Als er wijzigingen plaatsvinden in het evenement dient de organisator deze wijzigingen 10 weken voorafgaand aan het evenement te melden. Aan de hand van de nieuwe gegevens wordt gekeken of een gewijzigde vergunning wordt verleend of dat de huidige vergunning voldoet. Als de wijzigingen dermate groot zijn, kan besloten worden om een (nieuwe) vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Na dit jaar vindt er een evaluatie plaats. Na deze evaluatie kan worden besloten de vergunning opnieuw voor drie jaar te verlenen.
Het kan voorkomen dat er naast de evenementenvergunning ook nog andere toestemmingen nodig zijn voor het organiseren van het evenement. Denk hierbij aan de ontheffing van de Zondagswet, de ontheffing geluidhinder, de ontheffing voor het in- en uitrijden van het voetgangersgebied en de melding op grond van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Deze ontheffingen en de melding zijn verwerkt in de evenementenvergunning en hoeven niet opnieuw te worden aangevraagd.
Voorts kan het voorkomen dat er tijdens het evenement vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht. De aanvraag of melding voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk dient de organisatie nog jaarlijks bij de Provincie Zuid-Holland in te dienen.
5 Toetsingsindicatoren
5.2 Veiligheidsplan
5.2.1 Calamiteitenhoofdstuk
Het calamiteitenhoofdstuk is een verplicht onderdeel van het veiligheidsplan. In het calamiteitenhoofdstuk moet worden beschreven hoe en wie welke acties uitvoert bij bepaalde scenario’s. Afhankelijk van het type evenement en relevantie kan worden gevraagd de volgende scenario’s uit te werken:
○ ontruiming;
○ vechtpartij;
○ ongeval;
○ paniek;
○ brand;
○ stroomuitval;
○ extreme kou en hitte;
○ noodweer en weeralarm
5.2.2 Verkeersmaatregelen
Om een evenement daadwerkelijk te kunnen laten plaatsvinden, kan het noodzakelijk zijn dat een deel van de openbare weg en/of een terrein moet worden afgesloten voor doorgaand verkeer en vrij moet worden gehouden van geparkeerde voertuigen. De organisator geeft in de aanvraag en het veiligheidsplan aan welke verkeersmaatregelen (weg- en terreinafzetting) zij ten behoeve van het evenement treft. De gemeente stelt materialen beschikbaar aan organisaties van evenementen zolang de voorraad strekt. Ook kan een organisator gebruik maken van standaard verkeersborden voor (weg) afzettingen als deze borden in bezit zijn van de gemeente. De gemeente leent geen materialen uit voor commerciële doeleinden. In overleg met de organisator kan de gemeente de gevraagde hekken (maximaal 20 stuks) leveren en ophalen. Als een organisator de hekken niet conform afspraak na afloop van het evenement oplevert, worden de extra gemaakte kosten in rekening gebracht. Hierbij moet gedacht worden aan de tijd die de gemeentelijke medewerkers kwijt zijn aan het zoeken en verzamelen van de gemeentelijke hekken of het vervangen van kapotte hekken.
Ondanks deze verkeersmaatregelen moet de toegankelijkheid van de hulpverleningsdiensten gewaarborgd blijven bij eventuele calamiteiten. Dit houdt ook in dat er op de calamiteitenroute geen (verplaatsbare) objecten
6Hiervoor geld in sommige gevallen één uitzondering: In overleg met de hulpverleningsdiensten kan besloten worden de calamiteitenroute af te zetten met dranghekken, zodat deze route kan worden vrijgehouden.
geplaatst mogen worden.
5.2.3 Verkeersregelaars
Bij ieder evenement op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en weggebruikers geregeld moet worden, zijn verkeersregelaars vereist. Onderscheid dient gemaakt te worden tussen evenementenverkeersregelaars en beroepsverkeersregelaars. Aanwijzingen van verkeersregelaars zijn bindend voor alle weggebruikers. Het gaat hierbij om uniforme aanwijzingen, zoals stop- en doorrijdtekens.
De gemeente bepaalt, afhankelijk van het evenement, in het multidisciplinaire evenemententeam hoeveel en welk type verkeersregelaars er moet worden ingezet en op welke specifieke locatie. Hierbij wordt gekeken naar de verkeerssituatie, bijvoorbeeld het soort weg dat wordt afgesloten (binnen of buiten de bebouwde kom, toegestane snelheid op de weg etc.) en het soort evenement (bij een hogere categorie, kan de inzet van beroeps- en/of evenementenverkeersregelaars vereist zijn). Bij een statische wegafzetting kan doorgaans worden volstaan met een evenementenverkeersregelaar.
Het werven van verkeersregelaars is een verantwoordelijkheid van de organisatie. Deze verkeersregelaars dienen gecertificeerd te zijn conform de Regeling Verkeersregelaars. Daarnaast dient de aanvrager een verzekering voor deze verkeersregelaars af te sluiten. In principe valt de verzekering van de verkeersregelaars/vrijwilligers van een evenement onder de algemene verzekering die een organisator voor zijn evenement afsluit. Indien nodig kan in aanvulling daarop ook nog de vrijwilligersverzekering vanuit de gemeente van toepassing zijn. De kosten voor de inzet, opleiding en de verzekering komen voor rekening van de aanvrager.
Binnen de gemeente is er een poule met vrijwillige evenementenverkeersregelaars actief die ingezet kunnen worden. De vrijwilligers uit de poule worden door de gemeente voor een kalenderjaar aangewezen als evenementenverkeersregelaar.
5.2.4 (Fiets)parkeren
Voor wat betreft de parkeersituatie zorgt de organisatie ervoor dat er voldoende (fiets)parkeergelegenheid voor bezoekers is en er voldoende bewegwijzering is naar het parkeerterrein. Bij de parkeergelegenheid dienen, afhankelijk van het aantal te verwachten bezoekers, parkeerbegeleiders/evenementenverkeersregelaars aanwezig te zijn om het parkeren in goede banen te leiden. Omwonenden mogen gedurende de evenementen geen overmatige overlast ondervinden van geparkeerde auto’s of fietsen van bezoekers. De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben.
5.3 Het evenemententerrein
5.3.1 Indeling terrein
Bij alle vergunningsplichtige evenementen moet de organisator een plattegrond aanleveren. De plattegrond moet aan de eisen voldoen zoals opgenomen in het BBGBOP (zie bijlage).
Van meldingsplichtige evenementen wordt over het algemeen geen plattegrond geëist omdat de objecten die daarbij worden geplaatst vaak beperkt van omvang zijn. Als er meerdere of grote objecten worden geplaatst of wanneer een meldingsplichtig evenement risico’s op het gebied van de openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, geneeskundige- en gezondheidskundige veiligheid met zich meebrengt, kunnen er extra documenten worden gevraagd.
5.3.2 Sanitaire voorzieningen
Het is aan de organisatie van het evenement om voor voldoende sanitaire voorzieningen te zorgen. Afhankelijk van het soort evenement en aantal bezoekers zal het advies voor het aantal sanitaire voorzieningen van de GHOR worden opgenomen als vergunningvoorschrift. Indien de GHOR niet als adviesorgaan is betrokken bij een evenement, kan ook de gemeente de verplichting om sanitaire voorzieningen te treffen als voorschrift opnemen in de vergunning.
5.3.3 Water-, riool- en elektriciteitsaansluitingen
Het gebruik van water-, riool- en/of een elektriciteitsaansluiting is mogelijk als dit ter plaatse aanwezig is. Voor het gebruik worden kosten in rekening gebracht.
5.3.4 Afval
De organisator van het evenement is verantwoordelijk voor het gebruik van de openbare ruimte. Dit houdt in dat het terrein na gebruik schoon en in de oorspronkelijke staat wordt achtergelaten. Om te voorkomen dat er veel (zwerf)afval ontstaat worden organisatoren aangemoedigd om gebruik te maken van herbruikbare plastic drinkglazen, ook wel hard cups genoemd. Het doel hiervan is de hoeveelheid afval terug te dringen.
Afval dat als gevolg van het evenement ontstaat moet door de organisator worden opgeruimd. Dit kan ook in de naaste omgeving van het evenement zijn als er sprake is van zwerfafval. De schoonmaak van het terrein dient ook onmiddellijk na afloop van het evenement plaats te vinden. Als hieraan niet wordt voldaan en afval niet op een correcte manier wordt verwijderd, vindt op kosten van de organisator schoonmaak van het evenemententerrein door de gemeente plaats. De beoordeling of hieraan is voldaan, vindt plaats tijdens de naschouw van het evenement.
Ontstane schade aan bijvoorbeeld het wegdek of straatmeubilair, moet door de organisatie worden hersteld. Gebeurt dit laatste niet, dan zal de gemeente het herstel laten uitvoeren en de kosten doorberekenen aan de organisatie. Ook deze beoordeling vindt plaats tijdens de naschouw.
5.3.5 Plastic wegwerpbekers en -bakjes
Per 1 januari 2024 zijn evenementenorganisatoren op basis van de Europese Single Use Plastics-richtlijn verplicht om gebruik te maken van een circulair bekersysteem. Er zijn drie opties voor een circulair bekersysteem, waarvan de derde optie alleen is toegestaan bij open evenementen:
1hergebruik van hardcups
2hoogwaardige recycling van softcups
3wegwerpplastic tegen betaling (bijv. 0,25 cent), alleen bij open evenement en mogelijkheid bieden om je eigen verpakking te gebruiken (zelf meegebrachte beker)
Bij de eerste twee opties is het noodzakelijk dat de beker terugkomt en niet bij het restafval belandt. Een retoursysteem met statiegeld of een andere incentive, zoals een retourmunt, leidt hierbij tot het beste resultaat. Voor de derde optie is het van belang dat het bedrag dat extra in rekening wordt gebracht (richtlijn €0,25) apart van de consumptie wordt aangeslagen op de kassa, omdat hierover het hoge btw-tarief gerekend wordt.
5.3.6 Milieu- en natuurbescherming
Om te voorkomen dat evenementen een belasting op het milieu zijn kunnen er voorschriften worden opgenomen in de vergunning waardoor een organisator bepaalde maatregelen moet treffen. Zo kan van een organisator worden geëist, die er voor kiest om zijn evenement in een groen gebied te organiseren, dat hij een ecologische inspectie laat uitvoeren om de impact op de aanwezige fauna zo veel mogelijk te ontzien. De maatregelen die door de inspectie naar voren komen dienen te worden opgevolgd door de organisator. De inspectie dient te worden uitgevoerd door een daarin gespecialiseerde organisatie en is op kosten van de organisator. Een organisator moet bij de organisatie van het evenement de Wet Milieubeheer en de Omgevingswet in acht nemen.
Het oplaten van alle vormen van ballonnen tijdens evenementen is niet toegestaan op basis van artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen van de APV. Dit verbod wordt ook opgenomen in de vergunningsvoorschriften.
5.4 Horeca
5.4.1 Evenementen in een horecagelegenheid
In het algemeen is voor activiteiten in een horecagelegenheid geen evenementenvergunning nodig, aangezien de vergunning van de horecagelegenheid doorgaans zelf volstaat. In sommige gevallen is een evenementenvergunning wel vereist. Als het gaat om een feest dat vanwege de grootschaligheid, de muziekstijl, het verwachte publiek en/of de sluitingstijd niet tot de normale bedrijfsvoering van de inrichting behoort, is een evenementenvergunning vereist.
5.4.2 Evenementen en terrassen
In de praktijk is het mogelijk dat terrassen van een horecagelegenheid tijdens een evenement binnen een evenemententerrein vallen. Het is horecagelegenheden, die vallen binnen of grenzen aan een evenemententerrein, toegestaan om tijdens evenementen op het eigen terras een buitentap te plaatsen. De buitentap en het schenken van alcohol vallen onder de aan de betreffende horecaondernemer verstrekte drank- en horecavergunning. Uit de buitentap mag uitsluitend zwak alcoholische drank in plastic/zachte bekers worden geschonken. De horecaondernemer ziet erop toe dat de alcoholische dranken enkel worden genuttigd binnen de horeca lokaliteit. Om de verantwoordelijkheden op de plaats te laten waar ze horen, is het uitgangspunt dat terrassen onderdeel van de horeca-inrichting blijven/zijn. De betreffende horecaondernemer is dus zelf verantwoordelijk voor de buitentap en het schenken van alcohol op het terras. Deze activiteiten vallen immers onder de drank- en horecavergunning, die aan de betreffende horecaondernemer is verstrekt. Bij ongeregeldheden naar aanleiding van het schenken van alcohol binnen de horeca lokaliteit, kan er dus niet worden verwezen naar de evenementenorganisator.
Organisatoren worden er op gewezen dat zij met het inrichten van het evenemententerrein rekening dienen te houden met de bestaande terrassen. De evenemententerreinen dienen door de organisatoren zodanig te worden ingericht dat een normaal gebruik van het terras mogelijk blijft. Organisatoren moeten ondernemers informeren over de plannen.
5.4.3 Alcohol
De Alcoholwet geeft de mogelijkheid om voor incidentele festiviteiten toestemming te verlenen om zwak alcoholhoudende dranken te verkopen zonder dat men in het bezit is van de benodigde horecavergunningen. Dit gebeurt op basis van de ontheffingsmogelijkheid uit artikel 35 van de Alcoholwet. Aan deze ontheffing wordt een aantal voorschriften gesteld, deze zijn als volgt:
○ de op de ontheffing vermelde persoon die onmiddellijk leiding geeft aan de drankverstrekking, moet ter plaatse aanwezig zijn;
○ de ontheffing geldt alleen voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken
7Zwak alcoholhouden dranken zijn dranken met een percentage van minder dan 15 procent pure alcohol.
voor gebruik ter plaatse;
○ personen (niet de leidinggevende) die nog niet de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, mogen geen horecawerkzaamheden verrichten tijdens en ten dienste van de verstrekking van zwak-alcoholhoudende dranken;
○ aan personen onder de 18 jaar mogen geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt, dit moet voor iedereen duidelijk leesbaar aangegeven zijn;
○ barmedewerkers zijn verplicht aan de hand van een legitimatiebewijs vast te stellen of de aspirant-koper de vereiste leeftijd heeft, indien deze daaraan niet onmiskenbaar voldoet. De leeftijdsgrens van 18 jaar geldt ook voor indirecte verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank;
○ in het geval dat er door verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank verstoring van de openbare orde mocht ontstaan of mocht dreigen te ontstaan, zijn degenen die de drank verstrekken verplicht op eerste aanzegging van de politie de verstrekking direct te staken;
○ het is niet toegestaan om door te schenken aan personen die in zichtbare staat van dronkenschap verkeren;
○ Bij B- en C-evenementen dient de leidinggevende in het bezit te zijn van een verklaring Sociale Hygiëne.
○ Het zelf mixen van alcoholhoudende drank met niet-alcoholhoudende drank is niet toegestaan.
Daarnaast worden aan de leidinggevenden, onder wiens verantwoordelijkheid de drankverstrekking plaatsvindt, de volgende voorschriften gesteld:
○ moet de minimale leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;
○ mag niet uit de ouderlijke macht gezet zijn (kantongerecht woonplaats leidinggevende);
○ mag niet van slecht levensgedrag zijn (controle justitiële documentatieregisters);
○ mag niet onder curatele zijn gesteld (curatele register).
Om te voorkomen dat jongeren onder de 18 jaar alcohol drinken moet de organisator maatregelen nemen om dit te voorkomen. Afhankelijk van het evenement kan er voor bepaalde maatregelen gekozen worden. Hierbij kan gedacht worden aan communicatie naar bezoekers en medewerkers, legitimatiecontrole, polsbandjes, sniffers of in het uiterste geval het weren van jongeren onder de 18. Toezicht en handhaving op de Alcoholwet is een verantwoordelijkheid van de gemeente en wordt uitgevoerd door de gemeentelijke handhavers.
De gemeente werkt met verschillende partners samen om gebruikers van genotsmiddelen te informeren over de gevolgen hiervan. Omdat bij sommige evenementen de doelgroep voor deze voorlichting aanwezig is, kan in de vergunning worden opgenomen dat de partners van de gemeente aanwezig zijn om hun werkzaamheden uit te voeren. Hierbij kan gedacht worden aan o.a. demonstraties, workshops of stands.
5.4.4 Drugs en lachgas
De laatste jaren wordt er in stijgende mate gebruik gemaakt van drugs en lachgas op en rondom evenemententerreinen. Omdat de organisator verantwoordelijkheid draagt voor het evenemententerrein moet de organisator dus ook op dit gebied alert zijn en bezoekers weren die in bezit of onder invloed zijn van drugs of lachgas. De gemeente eist bij bepaalde evenementen dat deze maatregelen in de huisregels worden opgenomen zodat dit ook voor de bezoekers duidelijk is. Bij een constatering van drugsbezit of gebruik dient de organisator contact op te nemen met de politie en de betreffende personen aan de politie over te dragen.
5.5 Geluid en geluidsoverlast
5.5.1 Geluidsvoorschriften
Voor evenementen zijn de volgende regels vastgesteld wat betreft geluid.
Een geluidniveau in decibel (dB) is opgebouwd uit verschillende toonhoogtes (frequenties). Om de geluidvoorschriften beter af te stemmen op de beleving van omwonenden, worden de normen uitgedrukt in de volgende twee wegingen:
○ A-weging, ofwel een norm in dB(A). Deze weging is speciaal afgestemd op de wijze waarop mensen geluid waarnemen. Onze oren zijn namelijk niet voor alle toonhoogtes even gevoelig; hele hoge en hele lage tonen kunnen we zelfs helemaal niet horen.
○ C-weging, ofwel een norm in dB(C). Deze weging is speciaal afgestemd op hoge geluidniveaus met veel lage tonen. Hedendaagse populaire muziek bevat relatief veel van deze zogenaamde bastonen, welke als extra hinderlijk worden ervaren.
De geluidsvoorschriften voor buitenevenementen met versterkte muziek zijn als volgt:
1Tijdens evenementen met versterkte muziek mag het geluidsniveau (LAeq, 5 minuten) op de gevels van woningen ten hoogste één van de volgende waarden 80 dB(A) en 90 dB(C) bedragen
8Deze geluidsvoorschriften zijn algemeen van aard. In de toekomst wordt onderzocht of per evenementenlocatie specifieke geluidnormen nodig zijn. Eventuele specifieke geluidsnormen per locatie zullen vervolgens worden vastgelegd in omgevingsplannen of vooruitlopend daarop in aparte beleidsregels. Geluidsnormen voor evenementen vastgelegd in omgevingsplannen of recenter beleid dan deze ‘Beleidsregels Evenementen Pijnacker-Nootdorp 2025’ zijn leidend.
. Wanneer er binnen 50 meter van het podium geen woningen aanwezig zijn, gelden de genoemde beoordelingsniveaus op deze afstand.
2Op dagen voorafgaand aan een werkdag mag binnen de bebouwde kom (met uitzondering van sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte) niet langer dan tot 23.00 uur muziekgeluid ten gehore worden gebracht; op vrijdag en zaterdag mag binnen de bebouwde kom (met uitzondering van sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte) niet langer dan tot 0.00 uur muziekgeluid ten gehore worden gebracht. .
Buiten de bebouwde kom en in sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte mag op dagen voorafgaande aan een werkdag niet langer dan tot 23.30 uur muziekgeluid ten gehore worden gebracht; op vrijdag en zaterdag mag buiten de bebouwde kom en in sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte niet langer dan tot 01.00 uur muziekgeluid ten gehore worden gebracht.
3De in voorschrift 1 tot en met 3 vastgelegde beoordelingsniveaus worden bepaald en beoordeeld overeenkomstig de ‘Bijlage IVh van de Omgevingsregeling (meet- en rekenmethode geluid industrie). Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met:
-een bedrijfsduurcorrectieterm (Cb)
-een meteocorrectieterm (Cm)
-een toeslag van 10 dB(A) voor geluid met een duidelijk muzikaal karakter
Er wordt dus wel rekening gehouden met een gevelcorrectieterm (Cg).
4De organisatie van het evenement is zelf verantwoordelijk voor het naleven van de geluidvoorschriften. De organisatie dient door middel van controlemetingen (3 metingen verspreid over de duur van het evenement) tijdens het evenement aan te kunnen tonen dat hieraan wordt voldaan. Hierbij wordt een effectieve meettijd van minimaal 3 minuten en een meethoogte van 1½ meter aangehouden. Daarnaast kan de gemeente er voor kiezen om zelf (via de ODH) aanvullende geluidsmetingen uit te voeren.
5Speakers worden zoveel mogelijk van de omliggende woonbebouwing af en op het bezoekende publiek gericht. Door gebruik van meerdere kleine speakers in plaats van enkele grote speakers kan het bronvermogen naar beneden worden gebracht. Dit vermindert de overlast. Tevens zijn er geluidssystemen beschikbaar die (met name laagfrequent) geluid beter richting bezoekers kunnen richten en als gevolg daarvan aanzienlijk minder overlast richting omwonenden veroorzaken.
6Ook voorafgaand aan en na afloop van evenementen kan er geluidoverlast ontstaan. Om dit te voorkomen dient opbouwen en afbreken te geschieden buiten de nachtelijke uren van 00.00 uur tot 08.00 uur.
De geluidsvoorschriften voor buitenevenementen zonder versterkte muziek zijn als volgt:
1Tijdens evenementen zonder (versterkte) muziek mag geen overmatige geluidhinder worden veroorzaakt.
2Op dagen voorafgaand aan een werkdag mag binnen de bebouwde kom (met uitzondering van sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte) niet langer dan tot 23.00 uur geluid ten gehore worden gebracht; op vrijdag en zaterdag binnen de bebouwde kom (met uitzondering van sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte) niet langer dan tot 0.00 uur geluid ten gehore worden gebracht.
Buiten de bebouwde kom en in sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte mag op dagen voorafgaande aan een werkdag niet langer dan tot 23.30 uur muziekgeluid ten gehore worden gebracht; op vrijdag en zaterdag mag dit buiten de bebouwde kom en in sporthallen/kantines, Dobbeplas en De Groene Wijdte niet langer dan tot 01.00 uur geluid ten gehore worden gebracht.
3Ook voorafgaand aan en na afloop van evenementen kan er geluidoverlast ontstaan. Om dit te voorkomen dient opbouwen en afbreken bij voorkeur te geschieden buiten de nachtelijke uren.
Naast de voorschriften worden er ook een aantal adviezen meegegeven aan de organisatoren. Deze zijn als volgt:
1Geluidoverlast van grote groepen vertrekkende bezoekers dient zoveel mogelijk beperkt te worden. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door aan het einde van het evenement het geluidniveau geleidelijk terug te brengen of de eindtijd van de muziek eerder te doen eindigen dan het evenement.
2Zorg voor gehoorbescherming voor medewerkers. Bij geluidniveaus vanaf 80 dB(A) is de organisator verplicht dit beschikbaar te stellen, toe te zien op het gebruik ervan en voorlichting te geven over de risico’s.
3Voor bezoekers bestaan geen geluidregels. Wijs hen desondanks op de risico’s van hoge geluidniveaus en biedt eventueel gratis of betaalbare oordoppen aan.
5.5.2 Eindtijden evenementen
Het vertrek van bezoekers kan na afloop van een evenement overlast veroorzaken voor omwonenden. Om een goed verloop van het vertrek te bevorderen is er na het beëindigden van de muziek enige tijd nodig om de bezoekers rustig te laten vertrekken vanaf het terrein. De organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het vertrek van de bezoekers. De volgende eindtijden worden gehanteerd:
Dag
Locatie
Sluiting bar
Eindtijd evenement (1)
Bezoekers weg (2)
Zo t/m do
Bebouwde kommen
22.30 uur
23.00 uur
23.30 uur
Buiten de bebouwde kommen (3)
23.00 uur
23.30 uur
0.00 uur
Vrij en za
Bebouwde kommen
23.30 uur
0.00 uur
0.30 uur
Buiten de bebouwde kommen (3)
0.30 uur
01.00 uur
01.30 uur
(1) Na de eindtijd van het evenement wordt wit stralend licht aangezet en worden muziek en activiteiten beëindigd.
(2) Na het tijdstip bezoekers weg moeten alle bezoekers de zaal/locatie hebben verlaten en zijn eventueel geplaatste snackwagens gesloten
(3) Sporthallen/kantines, Dobbeplas en de Groene Wijdte vallen onder de categorie ‘buiten de bebouwde kommen’
De bovengenoemde eindtijden gelden niet voor evenementen in horecagelegenheden. Voor horecagelegenheden zijn de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing tijdens evenementen. De APV biedt met artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten de mogelijkheid hier maximaal 12x per jaar van af te wijken.
9 Bijlagen
9.1 Locatieprofielen
9.1.1 De Groene Wijdte
Omschrijving locatie
De Groente Wijdte is het officiële aangewezen evenemententerrein van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De hoofdfunctie van de locatie is echter een sportpark. Naast de sportvelden en -gebouwen beschikt de locatie over een groot parkeerterrein. Op parkeerplaats 3 (P3) kunnen objecten worden geplaatst ten behoeve van het evenement of als parkeerterrein specifiek voor een evenement worden gebruikt.
Er is een stroomkast aanwezig welke voor evenementen gebruikt kan worden.
Specifieke regels
Omdat de locatie in eerste instantie een parkeervoorziening voor een sportpark is, kunnen er alleen in overleg met de gemeente evenementen worden georganiseerd op dagen dat er ook sportactiviteiten plaatsvinden. De organisator dient bij het organiseren van een evenement op dagen dat er sportactiviteiten plaatsvinden, zorg te dragen dat de sportactiviteiten nog steeds doorgang kunnen vinden met zo min mogelijk hinder.
Eindtijd evenementen
Eindtijd evenement
Bezoekers weg
Zondag t/m donderdag
23.30 uur
24.00 uur
Vrijdag en zaterdag
01.00 uur
01.30 uur
Bereikbaarheid
Bezoekers mogen enkel het evenement benaderen vanaf de rotonde. Dit omdat de hulpdiensten via de calamiteitenroute in tegengestelde richting het evenement benaderen.
De organisator dient er voor te zorgen dat de calamiteitenroute toegankelijk is voor de hulpdiensten en vrij blijft.
9.1.2 Dobbeplas en IJsbaan
Omschrijving locatie
De locatie Dobbeplas en IJsbaan zijn in feite twee locaties naast elkaar. Waar de IJsbaan een evenementenlocatie is, geldt dat niet voor de locatie Dobbeplas. Dit heeft als gevolg dat er op de IJsbaan grotere evenementen kunnen worden georganiseerd dan op de Dobbeplas. Beide locaties hebben wel dezelfde aanrijroutes en gelden dezelfde eindtijden.
Specifieke regels
Op de IJsbaan mogen het gehele jaar evenementen worden georganiseerd voor zover de IJsbaan niet in gebruik is door de aanwezige verenigingen. Organisatoren moeten met de vaste gebruikers hun evenement afstemmen op de andere activiteiten.
Voor de Dobbeplas en de IJsbaan geldt dat gedurende het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli er geen B- en C- muziekevenementen op het terrein mogen worden georganiseerd.
Eindtijd evenementen
Eindtijd evenement
Bezoekers weg
Zondag t/m donderdag
23.30 uur
24.00 uur
Vrijdag en zaterdag
01.00 uur
01.30 uur
Bereikbaarheid
Bezoekers hebben beperkte mogelijkheden om de evenemententerreinen te bereiken. Er zijn weinig tot geen parkeermogelijkheden voor auto’s. Ook vallen de parkeerterreinen van de restaurants de Vang en Buytenhout binnen het terrein. Hier zal rekening mee moeten worden gehouden door organisatoren.
9.1.3 Raadhuisplein Pijnacker
Omschrijving locatie
Op het Raadhuisplein in Pijnacker worden veel verschillende evenementen georganiseerd. Het centrale plein heeft verschillende aanrijroutes en goede parkeergelegenheid in de omgeving. Door de ligging heeft deze locatie veel omwonenden die overlast kunnen ervaren van de evenementen waardoor de eindtijd vroeger is dan de twee voorgaande locaties.
Specifieke regels
Op het plein mogen geen B- of C-muziekevenementen worden georganiseerd met uitzondering van de twee feestenavonden rondom Koningsdag.
Eindtijd evenementen
Eindtijd evenement
Bezoekers weg
Zondag t/m donderdag
23.00 uur
23.30 uur
Vrijdag en zaterdag
0.00 uur
0.30 uur
Bereikbaarheid
De locatie is goed bereikbaar en heeft voldoende parkeergelegenheid in de nabije omgeving.