Aanhef
De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gezien het voorstel van het college van 5 november 2024;
gelet op op het bepaalde in artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
1De Beleidsnotitie vereveningsfonds sociale huurwoningen, gemeente Pijnacker-Nootdorp vast te stellen.
2Een bestemmingsreserve vereveningsfonds sociale huurwoningen in te richten.
3De bevoegdheid voor het onttrekken uit deze bestemmingsreserve aan het college over te dragen en de uitzondering bij de eerste volgende herziening van de Nota reserves en voorziening daarin op te nemen.
Inleiding
Op 28 maart 2024 heeft de gemeenteraad drie beleidsnota’s vastgesteld in verband met het gemeentelijke grondbeleid. Dat zijn de nota grondbeleid, de nota grondprijzen en de nota kostenverhaal.
Eén onderwerp dat nadere uitwerking behoeft is de zogenoemde verevening van de verplichte opgave voor de bouw van sociale huurwoningen (30% norm). Als onderdeel van het grondbeleid willen wij voorzien in een aanvullende manier en maatregel om sociale huurwoningen bij project,- en gebiedsontwikkelingen blijvend te stimuleren
1Op het moment van schrijven van deze beleidsnotitie is de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvestiging nog niet in werking getreden. Deze wet gaat uit van – samengevat – drie pijlers. (1). Regie op de aantallen woningen en locaties. (2). Regie op betaalbare woningen en de evenredige verdeling van woningen. (3). Verstevigen van de lokale prestatieafspraken. De wet beoogt een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad met als doel de bouw van 2/3e aan betaalbare woningen. Een nieuwe definitie voor sociale huur wordt ook voorgesteld en geeft gemeenten de mogelijkheid om gericht te sturen op sociale huur bij nieuwbouw. Op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau komt er een verplichting om 2/3e van de nieuwbouwopgave te laten bestaan uit betaalbare woningen. Onder betaalbaar wordt verstaan; betaalbare koop, midden huur en sociale huur. Tevens wordt in de Omgevingswet een verplichting toegevoegd tot het opstellen van een volkshuisvestigingsprogramma. Deze verplichting gaat in op 1 januari 2026.
. Deze beleidsnotitie voorziet in (aanvullend) beleid om in voorkomende gevallen de mogelijkheid van een financiële bijdrage verplicht te stellen wanneer de vereiste bouwopgave aan sociale huurwoningen niet – of niet geheel – kan worden gehaald. In zo’n situatie wil de gemeente beschikken over een maatregel die ingezet kan worden ter compensatie van de sociale huurwoningen via een bijdrage uit het vereveningsfonds sociale huurwoningen. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat elk woningbouwproject – binnen het toepassingsbereik van het beleid – bijdraagt aan de sociale woningbouw in de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Het gemeentelijk uitgangspunt is en blijft de norm van minimaal 30% sociale huurwoningen bij nieuwbouwprojecten, zoals vastgelegd in de Woonvisie Pijnacker-Nootdorp, 2020-2030 (mei 2020). Deze beleidsregel geldt voor woningbouwprojecten vanaf 10 woningen of meer
2Als het aantal woningen of het normpercentage tussentijds gewijzigd wordt als gevolg van besluitvorming, dan geldt vanaf dat moment het nieuwe aantal ook voor deze verordening.
.
De onderhavige beleidsnotitie vereveningsfonds sociale huurwoningen voorziet in de nadere uitwerking – waaronder het instellen van een vereveningsfonds – en instrumentarium voor de voorgestelde mogelijkheid van een verplichte financiële bijdrage, wanneer gemotiveerd moet worden afgeweken van de 30% norm voor sociale huurwoningen. Gekozen is voor de vorm van een beleidsnotitie dat integraal onderdeel zal uitmaken van het gemeentelijke grondbeleid en meer specifiek de nota kostenverhaal
De uitvoering van deze beleidsnotitie valt onder de reikwijdte van de nota kostenverhaal, via het sluiten van de anterieure overeenkomst.
De citeertitel van deze beleidsnotitie luidt:
‘Beleidsnotitie vereveningsfonds sociale huurwoningen, gemeente Pijnacker-Nootdorp’.
Bijlage 1 Voorbeeld berekening financiële afdracht
Voorbeeldberekening op basis van een fictief project
In een project worden 15 woningen gerealiseerd, 3 grondgebonden woningen en 12 appartementen. Dit project komt in aanmerking om geen sociale huurwoningen te realiseren. Om te komen tot de financiële afdracht worden onderstaande stappen doorlopen.
Stap 1: Vaststelling van gemiddelde grondprijs per woning van het nieuw te realiseren programma.
Type
Aantal
Res. Grondwaarde per woning
Totale grondwaarde
Grondgebonden
3
€ 80.000
€ 240.000
Appartement
12
€ 55.000
€ 660.000
Totaal
15
€ 900.000
Gemiddelde grondprijs vrije sectorwoningen
€ 60.000
Stap 2: Vaststelling van gemiddelde grondprijs per sociale huurwoning.
Type
Aantal
Res. Grondwaarde per woning
Totale grondwaarde
Grondgebonden
3
€ 23.027
€ 69.081
Appartement
12
€ 17.066
€ 204.791
Totaal
15
€ 273.873
Gemiddelde grondprijs sociale huurwoningen
€ 18.258
Stap 3: Vaststelling financiële afdracht verevening sociale huurwoningen op basis van het prijsverschil tussen de gemiddelde grondprijs van het nieuw te realiseren programma en de gemiddelde grondprijs van de sociale huurwoningen tot de liberalisatiegrens.
Aantal woningen in het project
15
Berekening verevening sodale woningbouw
Totaal
Gemiddelde residuele grondprijs van het project
€ 60.000
Gemiddelde grondprijs sociale huurwoning tot liberalisatiegrens*
€ 18.258
Verschil
€ 41.742
Aantal niet gerealiseerde sociale woningen (15 x 30%)
4,5
Afdwingbare financiële bijdrage verevening sociale woningbouw
€ 187.838
* Nota Grondprijzen 2024 - 2025