Aanhef
Het college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gezien het advies van de afdeling d.d. 05-12-2024;
gelet op
•Artikel 231, tweede lid, onderdeel b en c van de Gemeentewet;
•Artikel 1 tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken;
•Artikel 2.1 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Regeling Pijnacker-Nootdorp.
besluit:
Vast te stellen het Aanwijzingsbesluit met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de wet Waardering onroerende zaken,
Artikel 1 Heffingsambtenaar
1Als heffingsambtenaar in de zin van artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet en artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken, is aangewezen de directeur van het domein Bedrijfsvoering en Dienstverlening van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
2Mandatering van deze bevoegdheid is mogelijk bij afzonderlijk mandaatbesluit.
Artikel 2 Invorderingsambtenaar
1Als invorderingsambtenaar in de zin van artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet wordt aangewezen de directeur van het domein Bedrijfsvoering en Dienstverlening van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
2Mandatering van deze bevoegdheid is mogelijk bij afzonderlijk mandaatbesluit.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel:
1Het aanwijzingsbesluit van de heffingambtenaar van 3 juli 2018 wordt ingetrokken op het moment dat dit besluit in werking treedt, met dien verstande dat het van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de datum van intrekking van dit besluit hebben voorgedaan.
2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025 en kan worden aangehaald als “Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar 2025”.