Aanhef
Aan: burgemeester J. Kuin;
Van: R. Haye, adviseur Openbare Orde en Veiligheid;
Datum voorstel: 17 juli 2024;
Status: ter vaststelling en ter vervanging van het eerder op 17-10-2023 vastgesteld (herzien) beleid;
Citeertitel: Damoclesbeleid gemeente Pekela 2024;
Vastgesteld: 22 juli 2024; week 30;
Bekendmaking: 03- 09- 2024.
1. Inleiding
2.1 Het huidig toetsingskader
In een zeer bruikbare overzichtsuitspraak van de Raad van State in een kwestie tussen de burgemeester van Maastricht en een (aanvankelijk met uithuisplaatsing bedreigde) moeder met dochter, worden de hoofdlijnen van het toetsingskader duidelijk omschreven (ECLI: NL; RVS 2019: 2912 d.d. 28-08-2019). Belangrijke elementen daaruit zijn:
a.Als in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt gevonden, dan kan de burgemeester besluiten die woning te sluiten;
b.De burgemeester hoeft dat niet te doen; bij een besluit tot sluiting moet hij in elk geval altijd alle betrokken belangen afwegen;
c.Allereerst moet hij beoordelen of sluiting van de woning nodig is om het woon- of leefklimaat in de omgeving te beschermen en de openbare orde te herstellen. Daarbij speelt een rol welke soort en hoeveelheid drugs zijn gevonden en of er vanuit de woning zelf drugshandel heeft plaats gevonden;
d.Verder moet de burgemeester besluiten of het sluiten van de woning evenredig is. Dit betekent dat hij moet in gaan of het belang van sluiten van de woning in verhouding staat tot de gevolgen voor de bewoners;
e.Belangrijke vragen daarbij zijn of de bewoners wisten of konden weten dat er drugs in de woning aanwezig waren en zo ja, of hen dat kan worden verweten;
f.Ook de gevolgen voor de bewoners spelen een rol. Bij medische omstandigheden of minderjarige kinderen zijn de gevolgen van een sluiting voor de bewoners extra zwaar. Dat wil overigens niet zeggen dat de burgemeester een woning in zo’n geval niet mag sluiten. Als de bewoners zelf actief betrokken zijn bij de drugshandel en er grote drugshoeveelheden worden gevonden, dan kan woningsluiting ook in deze gevallen op zijn plaats zijn (ABRvS, 28-08-2019; RvS 2019; 2912).
Er is daarmee een trend waarneembaar dat een burgemeester steeds minder generiek en steeds meer situationeler moet gaan beslissen en die beslissing onderbouwen. Daar waar voorheen nog kon worden volstaan met het aflezen van een situatie in een matrix met het daarbij toepassen van een zekere sanctie (zoals woningsluiting), is het nu zaak om meer maatgericht en situationeel te wegen, te wikken en te beslissen. Niettemin kent ook het handhavingsbeleid zoals neergelegd in de volgende paragraaf, nog steeds een matrix van situaties en een daarbij behorende range van maatregelen.
Bij het bepalen van de bestuurlijke maatregel zullen ook specifieke feiten en omstandigheden moeten worden meegewogen. Zo is het bijvoorbeeld bij het bepalen van de mate van bescherming van het woon- of leefklimaat in de omgeving (zie stap c.) het van belang hoeveel drugs er is gevonden en van welke soort dat is. Daarbij zijn bijvoorbeeld het aantreffen van (vuur)wapens, hoeveelheden geld en of attributen (weegschaal, verpakkingsmateriaal) indicatoren die de weging ‘verzwaren’ zodat er ook eerder een zwaardere maatregel kan worden toegepast. Dit speelt ook mee bij de evenredigheidstoets (stap d.) en de persoonlijke verwijtbaarheid (stap e.).
Bij toepassing van de bestuurlijke maatregel kunnen zich ook situaties voordoen waarbij sprake is van aanwezigheid van kwetsbaren, zoals in het pand woonachtige kinderen of personen die een medische indicatie hebben. De belangen van kwetsbaren wegen weliswaar zwaar, maar zijn op zich beschouwd niet direct een reden om van het opleggen van een bestuurlijke maatregel af te zien.
Ook de mate van recidive speelt daarbij een rol. Per geval zullen alle relevante omstandigheden moe-ten worden geïnventariseerd en worden gewogen. Hierbij zal tevens het sociaal team van de gemeente Pekela betrokken worden.
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij een hennepkwekerij wordt aangetroffen in een woning of lokaal en de hennepplanten reeds zijn geoogst ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Er wordt hierbij dan geen handelshoeveelheid drugs aangetroffen. In dergelijke gevallen waarbij de aard en omvang van de kweekruimte(n) zodanig is dat hieruit duidelijk blijkt dat er meer dan een handelshoeveelheid drugs aanwezig was (aanwezige lampen, bloempotten, overige kweek-benodigdheden etc.), dan valt het betreffende pand wel onder de werking van artikel 13b van de Opi-umwet. Het pand is gebruikt ten behoeve van de kweek c.q. productie en/ of handel in drugs Dergelijke gevallen worden gelijk gesteld met de situatie dat als waren de betreffende drugs wel was aange-troffen.
5. Handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet
5.1 Definities
a.Harddrugs: Alle middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet.
b.Softdrugs: Alle middelen genoemd op lijst II van de Opiumwet.
c.Handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van softdrugs of harddrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt mede verstaan een mondelinge overeenkomst tot koop, verkoop van drugs, waarbij aflevering of logistieke handelingen elders plaatsvinden;
d.Drugsproductie: het telen of bereiden van drugs;
e.Drugslaboratorium: een pand dat als een kleine, chemische fabriek wordt gebruikt en/ of geschikt is of wordt gemaakt voor de productie van synthetische drugs zoals ecstasy, MDMA, cocaïne, GHB en waarbij de chemische processen zijn gericht op het vervaardigen van een handels-hoeveelheid (hard)drugs.
f.Productiemiddel voor drugs: een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet;
g.Handelshoeveelheid: wanneer er sprake is van een handelshoeveelheid drugs is de burgemeester in beginsel bevoegd om van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet gebruik te maken. Wat nu als handelshoeveelheid geldt is afhankelijk van het soort drugs.
In het geval van softdrugs (o.a. hennep of hasjiesj) wordt bij een hoeveelheid van meer dan 5 hennepplanten/-stekken aangenomen dat er sprake is van beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. Er is in dat geval geen sprake van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. Een hoeveelheid van meer dan 5 gram softdrugs brengt al ook het risico van overdraagbaarheid of handel met zich mee. In de aanwijzing Opiumwet wordt een hoeveelheid vanaf 30 gram softdrugs genoemd als zijnde een hoeveelheid waarop vanuit het Openbaar ministerie (eerste en enige) opsporingsprioriteit geldt.
In geval van harddrugs wordt meer dan 0,5 gram harddrugs als een handelshoeveelheid aangemerkt en is toepassing van artikel 13B van de Opiumwet gerechtvaardigd. Hierbij wordt 1 tablet c.q. 1 pil c.q. 1 ampul c.q. 1 gemiddelde consumptie-eenheid gelijkgesteld met 0,5 gram.
In overzicht:
Harddrugs (lijst I)
Softdrugs (lijst II)
Hennepplanten (lijst II)
Meer dan (˃) 0,5 gram
Meer dan (˃) 5 gram
Meer dan (˃) 5 planten
Voor GHB (is een harddrug voorkomend op lijst I) geldt 5 ml als gemiddelde consumptie-eenheid. Een hoeveelheid van meer dan 0,5 gram/ meer dan 5 ml harddrugs brengt het risico van overdraagbaarheid met zich mee en geldt daarmee als handelshoeveelheid.
De voornoemde hoeveelheden worden in dit Handhavingsbeleid in ieder geval beschouwd als een handelshoeveelheid drugs, bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13b van de Opiumwet. Hierbij geldt de “omgekeerde bewijslast”, dat wil zeggen dat het behoudens tegenbewijs van betrokkene/ overtreder het aannemelijk is dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De verboden van de Opiumwet gelden niet alleen voor middelen als genoemd in lijst I en II, maar ook voor middelen die vooruitlopend op plaatsing op lijst I of II, zijn aangewezen bij regeling van de Minister (van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet.
h.Voorbereidingshandelingen: in deze beleidsregel wordt onder voorbereidingshandelingen verstaan: het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet of artikel 11a van de Opiumwet.
Die bepalingen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige en/of professionele hennepteelt. De situatie zal van dien aard moeten zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om strafbare voorbereidingshandelingen gaat.
i.Grootschalige en/of professionele hennepteelt:
Artikel 11a van de Opiumwet stelt alleen de voorbereiding strafbaar van teelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet) dan wel de voorbereiding van teelt van een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet). Bij de vaststelling van hetgeen wat beroeps- of bedrijfsmatige (hierna: professionele) teelt is, spelen de volgende factoren, terug te vinden in de Aanwijzing Opiumwet, een rol:
•De schaalgrootte van de teelt: de hoeveelheid planten; Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik;
•De mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc. (opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet);
•Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet, wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen;
•Het doel van de teelt. Indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
j.Woning:
Een gebouw/ deel van een gebouw dat bestemd is tot bewoning als bedoeld in artikel 13b Opiumwet. Of een ruimte een woning is, wordt niet enkel bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming en feitelijke (woon)situatie. Het begrip ‘woning’ omvat ook andere vormen van wonen, zoals woonwagens, woonschepen en woonketen. Daarnaast kan ook in een schip of in een tent, caravan, keet of barak een woning zijn ingericht. Ook gebouwen zoals bergingen, garages, schuren en stallen, welke op hetzelfde perceel als de woning zelf staan of aan de woning toebehoren, kunnen vallen onder het begrip woning. Tijdelijke afwezigheid van de bewoner, bijvoorbeeld wegens vakantie of opname in een ziekenhuis, leidt er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest;
k.Schijnwoning:
Soms is sprake van schijnbewoning. Er wordt dan de indruk van bewoning gesimuleerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van wat schaars meubilair in de woonkamer. Dat in de woning wordt geslapen, bijvoorbeeld blijkende uit de aanwezigheid van een slaapzak en dat gebruikte kleding wordt aangetroffen, maakt niet dat sprake is van bewoning. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk. De feitelijke constatering over het gebruik van de woning wordt vastgesteld op het moment van constatering van de overtreding van de Opiumwet door de politie. Bij een onbewoonde woning of bij schijnbewoning wordt conform dit beleid de matrix toegepast die geldt voor een lokaal;
l.Gebruik als woning:
Bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM);
m.Pand:
Een woning of een gebouw;
n.Lokaal:
Voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen).
o.Recidive:
De herhaling van strafbaar gesteld gedrag op grond waarvan de burgemeester toepassing kan geven aan artikel 13b Opiumwet. De termijn voor recidive in de toepassing van dit Handhavingsbeleid wordt gesteld op 5 jaar.
5.2 Onderscheid tussen woningen en lokalen en tussen hard- en softdrugs
Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen, wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer die ook bescherming geniet. Bij lokalen is daarvan doorgaans geen sprake. Bij lokalen gaat het om winkels, horecazaken, loodsen en garageboxen.
Een tweede gerechtvaardigd onderscheid is die tussen middelen van lijst I van de Opiumwet (doorgaans harddrugs genoemd) en middelen van lijst II (doorgaans de softdrugs genoemd). Het verschil tussen beide ligt met name in de gezondheidsrisico’s en de gezondheidseffecten waarbij die van harddrugs hoger en zwaarder worden ingeschat dan die bij softdrugs. Overigens is een trend waarneembaar van enerzijds een opwaardering van de effecten van bepaalde softdrugs (met name cannabis met hoge THC-waarden) en een afwaardering van de effecten van sommige harddrugs (met name XTC). Voor de handhaving in dit Damoclesbeleid, wordt lijstindeling bij de Opiumwet (lijst I en II) onverkort gevolgd.
Het sluiten van een woning of lokaal door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet is pandgebonden en niet persoonsgebonden. In beginsel is het niet relevant of de eigenaar van het pand, huurder, gebruiker of een derde de overtreding heeft begaan. Hierdoor is ook bij het toepassen van een tweede bestuurlijke maatregel bij hetzelfde pand niet vereist dat dezelfde persoon opnieuw een overtreding in het pand begaat.
Wanneer de situatie zich voordoet dat geconstateerd wordt dat een persoon reeds eerder in een pand betrokken is geweest bij drugshandel en hiervoor een bestuurlijke maatregel is opgelegd en deze persoon opnieuw betrokken is bij drugshandel in een ander pand, wordt die situatie meegewogen in het besluit van de burgemeester (de bestuurlijke maatregel) alsof er sprake is van pandgebon-den recidive.
5.3 Samenloop
Bij cumulatie van op te leggen maatregelen, bijvoorbeeld als gevolg van overtredingen van een middel van lijst I of lijst II van de Opiumwet, en/of (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) ex artikel 10a, eerste lid, onder 3°, en/of 11a van de Opiumwet, is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing. Daarmee kan dus voor wat betreft de lichtere vergrijpen en sanctiemogelijkheden, worden afgeweken van het beleid.
5.4 Waarschuwing of soortgelijke maatregel
In de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet (Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8 en Kamerstukken II 2006/07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2) is in algemene zin vermeld dat de burgemeester bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van een woning dient over te gaan, maar moet volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Van dit uitgangspunt mag hij in ernstige gevallen afwijken. Zie hiervoor bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2015:130 en ECL:NL:RVS:2019:2912. Dit betekent dat ook in de beleidsregels deze mogelijk tot het geven van een waarschuwing bij een eerste overtreding moet zijn opgenomen de burgemeester de ruimte te kunnen om te voldoen aan de uitgangspunten van de wetgever. Immers sluiting van een woning is een voor betrokkene zeer ingrijpende maatregel die noodzakelijk en ook evenredig moet zijn.
In specifieke, uitzonderlijke situaties kan er sprake zijn van onevenredige gevolgen voor betrokkenen wanneer strikte toepassing van het Damoclesbeleid wordt gevolgd. Vooral speelt dat wanneer er sprake is van een woningsluiting voor een zekere duur en er sprake is van betrokken kwetsbare personen zoals minderjarigen en kinderen of situaties waarbij uit feiten en omstandigheden blijkt dat betrokkenheid bij de overtreding is ontstaan door (ernstige) dwang of afhankelijkheidsstelling. In deze situatie kan er in plaats van sluiting worden gekozen voor het geven van een officiële waarschuwing. Deze waarschuwing dient dan wel gepaard te gaan met het opleggen van een (preventieve) last onder bestuursdwang en mogelijk ook een (extern of intern ) hulpaanbod. Dit als stok achter de deur ter voorkoming van recidive.
5.5 Integrale aanpak, tweesporenbeleid
Het lokaal drugsbeleid is er op gericht om, met zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke middelen, alle vormen van drugsproductie en drugshandel vanuit niet- gedoogde verkooppunten tegen te gaan. Strafrechtelijke sancties richten zich primair op de bij de handel betrokken personen. Het be-stuursrecht, in het bijzonder artikel 13b Opiumwet, biedt mogelijkheden om beëindiging van de illega-le productie- en verkooppunten te bewerkstelligen. Uitgangspunt van het beleid is om, in samenwer-king met het Openbaar Ministerie (OM) en de politie, naast strafrechtelijke vervolging tevens over te gaan tot bestuursrechtelijke handhaving.
Voor bestuurlijke handhaving verstrekt de politie de benodigde informatie aan de burgemeester. De burgemeester is afhankelijk van informatie uit het opsporingsonderzoek van de politie, vastgesteld in een proces-verbaal, drugsinformatiebericht en/ of bestuurlijke rapportage en soms aangevuld door de bevindingen van de gemeentelijke toezichthouder of andere constateringen. Deze informatiever-strekking vindt schriftelijk plaats in doorgaans de vorm van een Bestuurlijke Rapportage waarbij de burgemeester informatie krijgt over de geconstateerde feiten, het optreden en de bevindingen van de politie. Daarbij wordt aangetekend dat aan de bewijslast voor bestuursrechtelijke maatregelen minder zware eisen worden gesteld dan in het kader van het strafrecht.
5.6 De Handhavingsmatrix
Gelet op al het bovenstaande en gelet op de situationele beoordeling die de burgemeester dient te maken, is het van belang voor de genoemde categorieën (woning/ lokaal en soft-/ harddrugs) een handhavingsmatrix op te stellen als richting voor sanctionering. Naar gelang de aard van de overtre-ding, kan gemotiveerd van de stappen in de matrix afgeweken worden. De inmiddels ook strafbaar gestelde voorbereidingshandelingen, maken daar deel van uit.
De genoemde maatregelen in de handhavingsmatrixen zijn het uitgangspunt voor het handhaven van de geconstateerde overtredingen. Per casus wordt onderzocht of kan worden volstaan met de maatregel die genoemd is in de handhavingsmatrix of dat er sprake is van een situatie die tot afwijking van dit Damoclesbeleid leidt. In voorkomende gevallen kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van het beleid door een zwaardere of lichtere maatregel te nemen. Dit kan worden afgeleid uit de feiten en omstandigheden van het dossier.
De matrix maakt onverkort onderdeel uit van het Damoclesbeleid en luidt als volgt:
Handhavingsmatrix Damoclesbeleid Pekela 2024.
1. A Handhavingsmatrix Damocles artikel 13b Opiumwet WONINGEN regulier
Situatie:
•Sprake van een (in hoofdzaak) in gebruik zijnde woning;
•Aangetroffen: meer dan 5 hennepplanten en minder dan 50 hennepplanten;
•en/ of: meer dan 5 gram/ 5 ml softdrugs en/ of minder dan 250 gram softdrugs;
•en/ of: sprake van voorbereidingshandelingen (aantreffen van voorwerpen en stoffen) bestemd voor teelt of productie van naar redelijke inschatting meer dan 5 hennepplanten maar minder dan 50 hennepplanten en/ of meer dan 0,5 gram harddrugs:
Overtreding
Softdrugs
Voorbereidingshandeling
1eovertreding
Waarschuwing in combinatie met een last onder dwangsom of sluiting met een duur van maximaal 3 maanden.
Waarschuwing in combinatie met een last onder dwangsom of sluiting met een duur van maximaal 3 maanden.
2eovertreding
binnen vijf jaar na 1e overtreding
Sluiting met een duur van maximaal 6 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 6 maanden; geen waarschuwing.
3eovertreding
binnen vijf jaar na 2e overtreding
Sluiting met een duur van maximaal 12 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 12 maanden; geen waarschuwing.
1. B Handhavingsmatrix Damocles artikel 13b Opiumwet WONINGEN ernstig
Situatie:
•Sprake van een (in hoofdzaak) in gebruik zijnde woning;
•Aangetroffen: meer dan 50 hennepplanten;
•en/ of: meer dan 5 gram/ 5 ml softdrugs en/ of meer dan 250 gram softdrugs;
•en/ of: meer dan 0,5 gram harddrugs;
•en/ of: sprake van voorbereidingshandelingen (aantreffen van voorwerpen en stoffen) bestemd voor teelt of productie van naar redelijke inschatting meer dan 50 hennepplanten en/ of meer dan 0,5 gram harddrugs:
Overtreding
Softdrugs
Harddrugs
Voorbereidingshandeling
1eovertreding
Waarschuwing in combinatie met een last onder dwangsom of Sluiting met een duur van maximaal 6 maanden
Waarschuwing in combinatie met een last onder dwangsom of Sluiting met een duur van maximaal 6 maanden
Waarschuwing in combinatie met een last onder dwangsom of Sluiting met een duur van maximaal 6 maanden
2eovertreding
Binnen vijf jaar na 1e overtreding
Sluiting met een duur van maximaal 12 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 12 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 12 maanden; geen waarschuwing.
3eovertreding
Binnen vijf jaar na 2e overtreding
Sluiting met een duur van maximaal 18 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 18 maanden; geen waarschuwing.
Sluiting met een duur van maximaal 18 maanden; geen waarschuwing.
2. A Handhavingsmatrix Damocles artikel 13b Opiumwet LOKALEN
Situatie:
•Sprake van een (in hoofdzaak) lokaal;
•Aangetroffen: meer dan 5 hennepplanten;
•en/ of: meer dan 250 gram softdrugs;
•en/ of: meer dan 0,5 gram harddrugs;
•en/ of: het aantreffen van voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor de teelt en/ of productie van meer dan 5 hennepplanten of voor de productie van harddrugs van beperkte hoeveelheid/ omvang zonder dat er sprake is van een drugslaboratorium.
2. B Handhavingsmatrix Damocles artikel 13b Opiumwet LOKALEN/ drugslaboratorium
Situatie:
•Sprake van een (in hoofdzaak) lokaal;
•Welke is ingericht of in bedrijf is als synthetisch drugslaboratorium;
•Al dan niet in combinatie met een hennepkwekerij;
•Aangetroffen: voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor de productie van synthetische drugs zoals zuren, basen, zware metalen, (kwikchloride) kristallen etc. al dan niet opgeslagen in vaten, drums, (reactie)ketels of anderszins.
Overtreding
Drugslaboratorium in werking en/ of in werking geweest en/ of pand met getroffen voorbereidingen daartoe
1eovertreding
Sluiting met een duur van maximaal 18 maanden in combinatie met een last onder dwangsom en/ of last onder bestuursdwang afhankelijk van de gevaarzetting en de risico’s voor de volksgezondheid en het milieu
2eovertreding
binnen vijf jaar na 1e overtreding
Sluiting met een duur van maximaal 36 maanden in combinatie met een last onder dwangsom en/ of last onder bestuursdwang afhankelijk van de gevaarzetting en de risico’s voor de volksgezondheid en het milieu