Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels voor het maken of veranderen van uitwegen

Gemeente Peel en Maas · geldt sinds 8 oktober 2025

Aanhef

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE PEEL EN MAAS

Gelet op het bepaalde in artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Peel en Maas;

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen voor het maken en veranderen van uitwegen

BESLUITEN:

Vast te stellen:

Nadere regels voor het maken of veranderen van uitwegen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

1Uitweg: aansluitingen van een (privé)terrein op een voor het openbaar verkeer openstaande weg met een in-/uitritconstructie.

Artikel 2 toetsingscriteria voor een uitweg

1Per perceel, per woning of per bedrijf mag in principe één uitweg worden aangelegd.

2Aansluitend op de uitweg moet op het eigen terrein haaks op de rijbaan voldoende ruimte zijn om voertuigen volledig op eigen terrein te parkeren. Minimaal een vrije ruimte van 5 meter diep.

3Voor de breedte van een uitweg hanteren we de hoofdregel:

a.één uitweg per perceel met een maximale breedte van 4 meter;

b.één uitweg bij een bedrijfsuitweg met een breedte maximaal 8 meter;

c.één uitweg bij bedrijven waar grote voertuigen (langer dan 6 meter) het terrein moeten oprijden met een breedte van maximaal 12 meter;

4Bredere uitwegen of een extra uitweg worden alleen toegestaan als:

a.een perceel door meerdere wegen wordt omsloten;

b.er voor (bedrijfs)activiteiten en bereikbaarheid van gebouwen, die zijn toegestaan volgens het geldende omgevingsplan, een bredere en/of extra inrit nodig is:

5De noodzaak voor een bredere of extra uitweg toont de aanvrager gemotiveerd aan bij het indienen van de melding.

Artikel 3 De bruikbaarheid van de weg en andere voorzieningen

1Het wegverkeer mag geen hinder ondervinden van de uitweg en mag de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid niet negatief beïnvloeden.

2De aanleg van een uitweg mag niet ten koste gaan van andere voorzieningen zoals een (openbare) parkeerplaats, nutsvoorzieningen, lichtmasten, laadinfra, waterafvoer, straatvoorzieningen, groen, bomen, infiltratievoorzieningen, beek, sloot etc.

3Is verplaatsing van voorzieningen in het vorige lid mogelijk én noodzakelijk dan komen de kosten hiervan voor rekening van de aanvrager/melder.

4Toekomstige ontwikkelingen die bij de aanleg van een uitrit leiden tot verminderde bruikbaarheid van de weg zijn een reden om de melding te weigeren.

Artikel 4 Veilig en doelmatig gebruik van de weg

1De veiligheid van het verkeer op de weg is een zwaarwegend criterium. Een uitweg mag geen gevaarlijke situatie opleveren.

2Een uitweg mag niet binnen 5 meter van een bocht, rotonde, kruising of splitsing van wegen en/of een voetgangersoversteekplaats worden aangelegd.

3Er is geen uitweg mogelijk bij een verkeersdrempel, wegversmalling of kruispuntplateau.

4Een uitweg maakt geen gebruik van een fiets- en/of voetpad. Alleen met haaks kruisen bereik je een perceel.

5Er is geen uitweg mogelijk op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg onvoldoende is.

6Er moet voldoende manoeuvreerruimte zijn om met een personenauto de uitweg direct op- of af te rijden.

Artikel 5 Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

1De aanleg van een uitweg heeft geen belangrijk negatief effect op het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte, het straatbeeld, cultuurhistorische-, landschappelijke- en groene waarden.

2Een stedenbouwkundig plan, een beeldkwaliteitsplan en/of een omgevingsplan kunnen voorschriften en/of duiding bevatten waar een uitweg moet worden aangelegd.

3Wanneer een omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor de bouw van een bouwwerk waarvoor ook een uitweg noodzakelijk of logisch is, dan vindt vooraf afstemming plaats met de melder/aanvrager.

Artikel 6 Bescherming van groenvoorzieningen

1Een uitweg door (gemeentelijke) groenvoorzieningen heeft een beperkt effect op de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarnaast veroorzaakt een uitweg geen versnippering van gemeentelijke groen zoals een haag, groenstrook of bomenstructuur.

2Als een uitweg wordt gevraagd waarbij gemeentelijke bomen gekapt moeten worden kan de melding voor een uitweg geweigerd worden.

3Er is geen uitweg toegestaan dwars door boomstructuren, landschapselementen met historische, natuur of cultuurwaarden zoals struwelen, (knot)bomen, hagen, steilranden.

4Bij de aanleg van een uitweg wordt bij bomen afstand gehouden van wortels en ruime kroonprojectie. Als het toch noodzakelijk is om een uitweg aan te leggen binnen de kroonprojectie van bomen in de openbare ruimte kan de gemeente om een bomeneffectanalyse (BEA) vragen op kosten van de aanvrager/melder. Uitvoeringskosten komen voor rekening van aanvrager.

5Als in overleg en na toestemming van de gemeente een groenvoorziening of landschapselement wordt verbeterend of gecompenseerd op kosten van de aanvrager kan alsnog toestemming voor een inrit verleend worden.

Artikel 7 Uitweg die een sloot kruist (duiker)

1Bij een uitweg die een sloot kruist (overkluizing) wordt een duiker aangebracht. Daarbij wordt een IT buis van minimaal ø 315 mm oftewel een infiltratiebuis gebruikt.

2De gebruiker moet de duiker schoonhouden tot en met 1 meter van de sloot voor de buisopening.

3Als het over een overkluizing gaat van een sloot, waarbij de duiker meer dan 10 meter lang is, dan worden kolken en inspectieputten aangebracht voor reiniging van de duiker door gebruiker. Als door de overkluizing problemen ontstaan met het verwerken van oppervlaktewater zullen er op kosten van de aanvrager kolken worden geplaatst die aangesloten worden op de duiker.

4Een duiker wordt aangelegd door de gemeente op kosten van de aanvrager/melder.

Of de duiker wordt in overleg én met toestemming van de gemeente aangelegd door de aanvrager.

5De aanvrager/melder heeft een onderhoudsplicht voor de duiker. Als er problemen ontstaan met waterdoorvoer zijn kosten van reiniging en aanpassingen voor rekening van de aanvrager.

Artikel 8 Verplaatsen of aanpassen van een bestaande uitweg

1Bij een aanvraag voor het verplaatsen of aanpassen van een bestaande uitweg gelden dezelfde beoordelingscriteria en voorwaarden als bij een aanvraag voor een uitweg.

2Bij een vervallen uitweg wordt deze op kosten van de aanvrager verwijderd en de vrijgekomen ruimte hersteld naar de bij de openbare ruimte passende omgevingssituatie.

Artikel 9 Gemeente legt de uitweg aan

1De gemeente, of een door de gemeente aangewezen aannemer, legt de uitweg aan.

2Er kan een uitzondering gemaakt worden op lid 1 bij uitwegen in het buitengebied en bedrijventerreinen. In overleg én pas na schriftelijke toestemming (met voorwaarden) van de gemeente mag de aanvrager zelf een uitrit aanleggen.

3Alle met de aanleg/wijzigen van de uitweg samenhangende kosten komen voor rekening van de aanvrager. Bijvoorbeeld aanleg uitweg, verplaatsing en/of verwijdering van straatmeubilair en lantaarnpalen, kap van bomen, duikers, groen etc.

4De gebruiker van de uitweg is onderhoudsplichtig voor de uitweg. Het onderhoud is belangrijk vanwege de aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder. Schade als gevolg van slecht onderhoud of schade door verkeerd gebruik van de uitweg wordt verhaald op de gebruiker.

5bij aanleg van een uitrit zonder de hiervoor benodigde (goedgekeurde) melding wordt handhavend opgetreden. Als legaliseren niet mogelijk is dan worden alle kosten voor het herstel van de openbare ruimte in originele staat verhaald op de aanlegger.

Artikel 10 Hardheidsclausule

1Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, als toepassing van de regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 11 Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze nadere regels wordt aangehaald als nadere regels voor het maken of veranderen van uitwegen.

2De beleidsregel treedt in werking op 1 oktober 2025

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.