Gemeentelijke regelgeving

VTH-beleidsplan 2023 – 2027 Gemeente Papendrecht

Gemeente Papendrecht · geldt sinds 21 juli 2023

Bijlage 1 Risicoanalyse en prioritering

Activiteiten vergunningverlening en vergunningentoezicht voor Omgevingsrecht

Bouwactiviteit (technische beoordeling)

Categorie

Veiligheid

Volksgezondheid

Kwaliteit van de leefomgeving

Imago

Kans op slecht naleefgedrag

Gemiddeld risico

Prioriteit

Gevolgklasse 1

2

1.5

1

1.5

Komt soms voor

1.6

Laag

Gevolgklasse 2/3

3.5

3

2.5

3

Komt zelden voor

3

Hoog

Activiteiten toezicht en handhaving voor Omgevingsrecht

Categorie

Veiligheid

Volksgezondheid

Kwaliteit van de leefomgeving

Imago

Kans op slecht naleefgedrag

Gemiddeld risico

Prioriteit

Strijdig gebruik; onzelfstandige woonruimte

3

3

3

3

Komt soms voor

3.1

Hoog

In strijd met woonbestemming

1

1.5

2

2

Komt vaak voor

1.8

Laag

In strijd met horeca categorie

0

1

1.5

2.5

Komt soms voor

1.4

Laag

In strijd met bestemming overig

2

2.5

2

2

Komt soms voor

2.2

Gemiddeld

In strijd met bestemming openbaar gebied / openbare ruimte

1

0.5

2.5

2.5

Komt soms voor

1.7

Laag

Houtstook (SLA)

1.5

2.5

1.5

2.5

Komt vaak voor

2.2

Gemiddeld

Illegaal uitvoeren van een werk/in- of uitrit/verandering weg/kap

1.5

1

2.5

2

Komt soms voor

1.9

Laag

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (geen achtererfgebied)

0.5

0.5

2

3

Komt vaak voor

1.7

Laag

Illegaal aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging (wel achtererfgebied)

0.5

0.5

1.5

1.5

Komt vaak voor

1.2

Laag

Illegale (ver)bouw woongebouwen (oa interne constructieve wijzigingen)

2

1

2.5

2.5

Komt soms voor

2.1

Gemiddeld

Illegale (ver)bouw maatschappelijke gebouwen (oa scholen, kinderdagverblijven)

3

1.5

1.5

3.5

Komt soms voor

2.5

Gemiddeld

Illegale (ver)bouw overig

2

1

1.5

2

Komt soms voor

1.7

Laag

Illegale (ver)bouw bouwwerken geen gebouw zijnde eenvoudig (bv. airco's / warmtepompen, schotels, reclame)

0.5

1

2

1.5

Komt vaak voor

1.5

Laag

Illegale (ver)bouw bouwwerken geen gebouw zijnde complex (bv viaducten en tunnels)

3.5

1

3.5

4

Komt zelden voor

3

Hoog

Illegale wijziging monument/beschermd stads- en dorpsgezicht

0.5

0

4

3

Komt soms voor

2

Laag

Illegale sloop, sloopvergunningen, asbest

2

2

2.5

2

Komt zelden voor

2.1

Gemiddeld

Illegale sloop overig

2

1.5

1.5

1.5

Komt soms voor

1.7

Laag

Bouwen in strijd met een vergunning

2

1

2

2.5

Komt vaak voor

2.1

Gemiddeld

Strijd bouwbesluit energie / klimaat / duurzaamheidseisen

0

1.5

1.5

3

Komt vaak voor

1.7

Laag

Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken hoog veiligheidsrisico

3.5

1

2.5

3

Komt soms voor

2.6

Gemiddeld

Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken laag veiligheidsrisico

2

1

2.5

2.5

Komt soms voor

2.1

Gemiddeld

In strijd met brandveiligheid hoog risico (hh traject vervolg op VRZHZ)

3.5

3.5

1.5

3.5

Komt soms voor

3.1

Hoog

In strijd met brandveiligheid laag risico (hh traject vervolg op VRZHZ)

2

1.5

1

2.5

Komt vaak voor

2

Laag

Bijlage 3 Samenwerking Ketenpartners

Externe partners

Doel samenwerking

Hoe

Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid

De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij zijn de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis. Zij adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VRZHZ op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel.

De samenwerkingsafspraken tussen de veiligheidsregio en de gemeente zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. Er is tevens een document Procesafspraken Expertise en Advies waarin procesafspraken zijn uitgewerkt.

Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid

De omgevingsdienst voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook houdt zij toezicht op de milieuaspecten en voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen (controle en toezicht) uit. Met ingang van 2023 voert OZHZ een nieuwe taak uit voor de gemeente Papendrecht: het toezicht en handhaving op kantorenlabel C. Tot slot ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel.

In de ‘Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid'

4https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR629423/1

staat besloten welke taken de omgevingsdienst voor de gemeente kan uitvoeren. Voor de gemeente Papendrecht wordt dit specifiek (inhoudelijk & financieel) gemaakt in een jaarprogramma.

Vanuit de gemeente is het contact met de omgevingsdienst belegd bij één contactpersoon en zorgt voor afstemming van de belangen en wensen.

Politie en Openbaar Ministerie

Afstemming over strafrechtelijke handhaving.

Wij volgen de LHSO. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat de politie wordt ingeschakeld of dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject.

Handhavingsarrangement en LHSO

Welstand (straks Commissie Ruimtelijke Kwaliteit [CRK])

Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over Rijksmonumenten en welstandsaspecten.

Deze commissie (en haar leden) wordt benoemd door de gemeenteraad via een verordening gemeentelijke adviescommissie. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare vergadering bijeen en behandelt zij de zaken.

De commissie behandelt alle relevante aanvragen voor een omgevingsvergunning en ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet.

De benodigde expertise die niet in huis is, wordt ingehuurd bij Dorp, Stad en Land.

Provincie Zuid-Holland

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie.

Over de afstemming met de provincie zijn regionaal werkafspraken gemaakt. De vergunningverlener/behandelaar is afhankelijk van de externe en interne samenwerking. Voor de integrale afweging worden specialisten gevraagd om hun advies over de aanvraag te geven. Dat kunnen interne of externe specialisten zijn (veiligheidsregio, waterschappen of provincie).

Waterschap Rivierenland

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) stemmen wij af met het waterschap. Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten, is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel en maakt zij onderdeel uit van regionale programma’s als de RES en de RAS.

Bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies.

Met het waterschap zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen vragen wij rechtstreeks op.

Bijlage 4 Hoogte bedragen dwangsommen

RUIMTELJIKE INRICHTING EN BOUW

Illegale steiger aangebracht

(geen overlast/gevaar)

Beperkt

Dwangsom

€50 p.w. per

meter steiger

max. 10 x

1maand

Illegale bebouwing kwalificatie licht

Vrijwel nihil

Dwangsom

€1000 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalificatie matig

Van belang

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalificatie ernstig

aanzienlijk

Dwangsom

€2000 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie licht

Beperkt

Dwangsom

€1000 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig

Beperkt

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig

Van Belang

Dwangsom

€2000 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Illegaal terras

Beperkt

Dwangsom

€50 p.d. per m²

overtreding

max. 10 x

1week

Illegale standplaats

Beperkt

Dwangsom

€50 p.d. per m² per

overtreding

max. 10 x

1week

Reclamebord (klein)

< 1m2

Vrijwel nihil

Dwangsom

€250 p.d. per m² bord per

overtreding

max. 10 x

1week

Reclamebord (groot)

>2m2

ontsierend

Beperkt

Dwangsom

€500 p.d. per m² bord per

overtreding

max. 10 x

1week

Uitstalling bij winkel (gering)

Vrijwel nihil

Dwangsom

€50 p.d. per m² per

overtreding

max. 10 x

1week

Uitstalling bij winkel

(Flink-veel)

Beperkt

Dwangsom

€100 p.d. per m² per

overtreding

max. 10 x

1week

Gebruik gemeentegrond

Vrijwel nihil

Dwangsom

€50 p.w. per m² per

overtreding

max. 10 x

1maand

Maatwerkvoorschrift, niet directe milieugevolgen

Beperkt

Dwangsom

€1750 p.w.

max. 10 x

situationeel

MONUMENTEN

Monumentaal gebouw aantasten (grotendeels herstelbaar)

beperkt

Dwangsom

€1000 p.w.

max. 10 x

6maanden

Monumentaal gebouw behoorlijk aantasten (deels herstelbaar)

Van belang

Dwangsom

€2500 p.w.

max. 15 x

6maanden

Monument ernstig aantasten (nagenoeg onherstelbaar)

Ernstig

Dwangsom

€5000 p.w.

max. 20 x

6maanden

Archeologisch of groen monument verstoren

Beperkt

Dwangsom

€1000 p.w.

max. 10 x

6maanden

Archeologisch of groen monument. behoorlijk verstoren (deels herstelbaar)

Van belang

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 15 x

6maanden

Archeologisch of groen monument ernstig verstoren (nagenoeg onherstelbaar)

Ernstig

Dwangsom

€2500 p.w.

max. 20 x

6maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (grotendeels herstelbaar)

Beperkt

Dwangsom

€1000 p.w.

max. 10 x

6maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht behoorlijk aantasten (grotendeels herstelbaar)

Van belang

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 15 x

6maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (nagenoeg onherstelbaar)

Ernstig

Dwamgsom

€2500 p.w.

max. 20 x

6maanden

ILLEGAAL GEBRUIK

Illegale bewoning (bij)gebouwen

Beperkt

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Overig Illegaal gebruik

Beperkt

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Permanente bewoning recreatiewoningen

Beperkt

Dwangsom

€1500 p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Bijlage 5 Beleidsregels voor het intrekken van een omgevingsvergunning

1.Waarom beleidsregels voor het intrekken van vergunningen?

Niet in alle gevallen wordt direct gebruik gemaakt van een verleende omgevingsvergunning, omdat daartoe het geld of de tijd ontbreekt bij de initiatiefnemer. Daarnaast komt het voor dat de werkzaamheden om wat voor reden dan ook geruime tijd stilliggen. In de loop der tijd kan dan ook de situatie ontstaan dat bouwplannen niet meer voldoen aan de huidige eisen voor onder meer brand- en constructieve veiligheid uit het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De vergunning is verleend op de ten tijde van vergunningverlening geldende eisen. Deze kunnen na verloop van tijd verouderd of aangescherpt zijn. Ook vanuit planologisch oogpunt kunnen bouwplannen 'verouderd' raken, omdat deze niet langer voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.

Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (en straks onder de Omgevingswet) bestaat de mogelijkheid omgevingsvergunningen in te trekken als daar geen of niet langer gebruik van wordt gemaakt. Om op een actieve en structurele wijze invulling te geven aan deze mogelijkheid, is het aan te raden beleidsregels op te stellen. Hiermee wordt tegelijkertijd rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gecreëerd, omdat elke vergunninghouder weet wanneer een niet uitgevoerde omgevingsvergunning door het college wordt ingetrokken.

Een bijkomend effect van het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' is een actuele Basisadministratie Adressen en Gebouwen (verder te noemen BAG). Vanaf het moment dat de omgevingsvergunning is verleend, worden de voorlopige gegevens (zoals het huisnummer, het bouwjaar, het gebruiksdoel, de gebruiksoppervlakte en de geometrie) vastgelegd in de BAG. Wanneer een omgevingsvergunning niet wordt geëffectueerd, is het dan ook wenselijk om de eerder opgenomen voorlopige gegevens van de verleende vergunning uit de BAG te verwijderen of aan te passen.

2.Juridisch kader

Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De regels rond het intrekken van vergunningen veranderen dan iets. Deze beleidsregels houden rekening met de termijnen zoals genoemd in de Omgevingswet. Maar eerst wordt het huidige wettelijk kader geschetst.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Het intrekken van vergunningen wordt geregeld in artikel 2.33 Wabo. In het 1e lid van dit artikel staan gevallen benoemd waarin het bevoegd gezag de omgevingsvergunning moet intrekken. In lid 2 staan gevallen benoemd waarin het bevoegd gezag de omgevingsvergunning kan intrekken. In de gevallen van het tweede lid is er dus geen sprake van een verplichting maar van een keuze. De meest voorkomende gevallen van intrekking van vergunningen op basis van dit lid zijn lid 2 sub a en lid 2 sub b.

Op grond van artikel 2.33, lid 2 sub a, Wabo, kan de gemeente de vergunning intrekken als er geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. De termijn waarbinnen een vergunninghouder gebruik moet hebben gemaakt van de vergunning verschilt en is afhankelijk van het soort vergunning dat is verleend. De termijnen zijn respectievelijk 3 jaar, 26 weken bij vergunning voor het bouwen van een bouwwerk, uitvoeren van een werk en slopen van een bouwwerk) dan wel de in de vergunning bepaalde termijn.

Op basis van artikel 2.33 lid 2 sub b Wabo, kan de vergunning worden ingetrokken wanneer de vergunninghouder daarom heeft verzocht.

Omgevingswet

Per 1 januari 2024 zal de omgevingswet in werking treden. Artikel 5.40 van de Omgevingswet regelt het intrekken van omgevingsvergunningen. Voor het kader van deze beleidsregels is artikel 5.40 lid 2 onder b van belang. Dit lid regelt dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan intrekken als gedurende één jaar, of een in de vergunning bepaalde langere termijn, geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.

Deze beleidsregels richten zich op gevallen uit artikel 2.33 lid 2 sub a van de Wabo en vanaf 1 januari 2024 artikel 5.40 lid 2 onder b van de Omgevingswet maar laten onverlet dat het bevoegd gezag van alle overige intrekkingsmogelijkheden gebruik kan maken indien dit nodig is.

Bevoegdheid opstellen beleidsregels

Artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijke uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Onder beleidsregel wordt ingevolge artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht verstaan een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

3.Beleidsregels

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.Aanvang bouwwerkzaamheden: het daadwerkelijk starten van de (grond)werkzaamheden ten behoeve van het uiteindelijk te bouwen bouwwerk (zoals het heien van palen et cetera). Sloopwerkzaamheden vallen hier in beginsel niet onder;

b.Belanghebbenden: degenen wiens belangen rechtstreeks bij een besluit zijn betrokken, zoals bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht;

c.Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend, dan wel degene voor wie de vergunning is gaan gelden na het doen van een melding zoals bedoeld in artikel 2.25 lid 2 van de Wabo/ artikel 5.37 Omgevingswet;

d.Intrekken: het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo)/ voor de activiteit ‘bouwen' (technische bouwactiviteit) en/of omgevingsplan activiteit betreffende het bouwen/ oprichten van een bouwwerk als bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet;

e.Stilliggen bouwwerkzaamheden: het niet wezenlijk voortgang maken in de bouwwerkzaamheden, zoals het heien van slechts een of enkele funderingspalen, het lijmen van een of enkele gipsblokken of het metselen van een of enkele stenen;

f.Urgente en/of zwaarwegende planologische belangen: een situatie waarin voor het gebied waarin het vergunde bouwwerk is geprojecteerd een voorbereidingsbesluit of een ontwerpbestemmingsplan/ ontwerp beheersverordening dan wel een ontwerp wijziging omgevingsplan ter inzage is gelegd en het vergunde bouwwerk dit toekomstig planologisch kader frustreert.

Intrekking omgevingsvergunning technische bouwactiviteit en/of een omgevingsplan activiteit betreffende het bouwen/ oprichten van een bouwwerk bij uitblijven aanvang (en/of bij stilliggen) bouwwerkzaamheden

a.Indien zich urgente en/of zwaarwegende planologische belangen voordoen, wordt direct na het verstrijken van een periode van 1 jaar, dan wel de in de vergunning opgenomen termijn, na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning van de bevoegdheid tot intrekking van de vergunning gebruik gemaakt;

b.Indien zich geen urgente en/of zwaarwegende planologische belangen voordoen, wordt direct na het verstrijken van een periode van 3 jaar, dan wel de in de vergunning opgenomen termijn, na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning van de bevoegdheid tot intrekking van de vergunning gebruik gemaakt;

Gunnen ruimere termijn voor start of herstart bouwwerkzaamheden

a.Indien een zienswijze is ingediend, wordt bekeken of deze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het bouwen een begin moet zijn gemaakt, dan wel waarbinnen weer gestart moet worden met bouwen;

b.De termijn bedoeld onder a. wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 26 weken;

c.In de volgende situaties is in ieder geval sprake van een concreet geval als bedoeld onder b.:

i.de vergunninghouder kan met een aannemingsovereenkomst, een geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten zijn intentie tot het starten of herstarten van de bouwwerkzaamheden aantonen.

ii.de vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden, zoals een sterfgeval, ziekte in de familie of langdurige werkloosheid, opvoeren welke aantoonbaar tot uitstel van het bouwen hebben geleid, waarbij de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan 26 weken voor het bekendmaken van het voornemen tot intrekking heeft voorgedaan of deze op dat moment nog voortduurt.

iii.de vergunninghouder kan wijzigingen in wet- of regelgeving of jurisprudentie opvoeren welke aantoonbaar tot uitstel van het bouwen hebben geleid, waarbij deze wijziging zich niet meer dan 26 weken voor het bekendmaken van het voornemen tot intrekking heeft voorgedaan.

d.Een ruimere termijn als bedoeld onder a. wordt slechts éénmaal gegund.

Intrekking na gunning ruimere termijn

Indien er binnen de hier boven genoemde ruimere termijn geen start of herstart is gemaakt met de bouwwerkzaamheden wordt direct na het verstrijken van deze periode van de bevoegdheid tot intrekking van de omgevingsvergunning gebruik gemaakt.

Andere rechthebbende

Wanneer de vergunninghouder geen rechthebbende meer is op het perceel/object waar de vergunning op ziet, wordt, naast de vergunninghouder ook de huidige rechthebbende in kennis gesteld van het voornemen tot intrekking. De gewijzigde omstandigheden worden betrokken bij de beslissing over het gunnen van een ruimere termijn en de belangenafweging bij het nemen van een besluit over het intrekken van de vergunning.

Uitsluiting overige intrekkingsgronden

Deze beleidsregels laten besluitvorming ten aanzien van de overige in artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/ artikel 5.40 Omgevingswet opgenomen intrekkingsgronden onverlet.

Hardheidsclausule

Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Procedure intrekking

Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning is het bepaalde in artikel 3.15, eerste en derde lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/ § 16.5.2 artikel 16.62 lid 2 en § 16.5.3 artikel 16.56 lid 2 sub a Omgevingswet van toepassing.

1jaar en 2 jaar na verlening van de vergunning zal een informele standaardbrief gestuurd worden. Voordat het besluit genomen zal worden zal een voornemen verzonden worden en de mogelijk tot het indienen van een zienswijze geboden worden. De brieven worden verzonden naar de vergunninghouder, diens adres zal als mogelijk worden gehaald uit de Basis Registratie Personen (BRP). Indien dit niet mogelijk is zal de brief verzonden worden naar het adres dat in de vergunning genoemd staat.

Bij de coördinator BAG zal gemeld worden dat een voornemen verstuurd is. Het definitieve besluit tot intrekking zal ook toegezonden worden aan de BAG coördinator om te verwerken in de BAG.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.