Aanhef
Het college van de gemeente Papendrecht;
gelet op artikel 11 en 15 van de Marktverordening Papendrechten de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat voor een ordentelijk verloop van de warenmarkt het noodzakelijk is om gedragsregels op te stellen;
besluit:
tot het vaststellen van het
Sanctiebeleid Markt Papendrecht
hoofdstuk
Artikel 1 Wangedrag
1Onder wangedrag wordt verstaan:
a.fysiek geweld door vergunninghouder en/of diens medewerker(s) tegen medewerkers van of handelend namens de gemeente;
b.belediging en/of bedreiging door vergunninghouder en/of diens medewerker(s) tegen medewerkers van of handelend namens de gemeente;
c.fysiek geweld tussen kooplieden of diens medewerker(s) onderling;
2In de gevallen bedoeld onder a. t/m c. zal de marktmeester of de met toezicht en handhaving belaste persoon van de gemeente:
a.de politie inschakelen om de persoon aan te houden en mee te nemen naar het politiebureau;
b.aangifte doen van bedreiging/mishandeling van een ambtenaar in functie.
3Wangedrag kan leiden tot intrekking van de vergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd, conform onderstaande procedure:
a.onmiddellijke verwijdering van de vergunninghouder van de markt door de marktmeester en de onmiddellijke mondelinge aanzegging dat de vergunning met onmiddellijke ingang tot nader order wordt ingetrokken;
b.binnen vijf werkdagen krijgt de vergunninghouder het voorgenomen-besluit dat zijn vergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt ingetrokken; tegen dit besluit kan hij binnen 14 dagen na de dagtekening ervan zijn zienswijze over het voornemen kenbaar maken;
c.binnen 14 dagen na ontvangst van zijn zienswijze krijgt de vergunninghouder het schriftelijke besluit met daarin opgenomen de duur (bepaalde of onbepaalde tijd) van de intrekking van zijn vergunning.
Artikel 2Overtreding van de bepalingen in de marktverordening, nadere regels behorend bij het inrichtingsplan en/of de vergunningsvoorschriften
1Het opleggen van strafrechtelijke sancties, als bedoeld in artikel 22 van de Marktverordening, is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de strafrechter. Voor wat betreft de bestuursrechtelijke sancties, als bedoeld in artikel 11 en 15 van de Marktverordening, die worden gehanteerd is onderstaan overzicht opgesteld.
2Onder overtreding van deze regels wordt verstaan iedere overtreding van de marktvoorschriften niet zijnde geweld tegen, bedreiging en/of belediging van de marktmeester dan wel medewerkers van Stadstoezicht of geweld tussen kooplieden onderling. Overtreding van de voorschriften kan via een schriftelijke waarschuwing en een voorwaardelijke tijdelijke intrekking uiteindelijk leiden tot een (tijdelijke) intrekking van de vergunning voor een of meerdere dagen. In dit sanctiebeleid maakt het voor de zwaarte van de sanctie niet uit op welke markt een overtreding wordt begaan. In geval van overtredingen als bedoeld in de Marktverordening, het inrichtingsplan en de nadere regels behorende bij de markten en de vergunningvoorschriften worden de volgende stappen gevolgd:
a.Vaste standplaats:
eerste overtreding: mondelinge waarschuwing;
tweede overtreding: schriftelijke waarschuwing;
derde overtreding: intrekken van de vergunning voor de duur van 1 marktdag;
vierde overtreding: intrekken van de vergunning voor de duur van 4 marktdagen;
vijfde overtreding: definitief intrekken van de vergunning.
b.Seizoensplaats, dagplaats, standwerkers:
eerste overtreding: schriftelijke waarschuwing;
tweede overtreding: uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 1 marktdag;
derde overtreding: uitsluiting voor toewijzing van een plaats voor 4 marktdagen;
vierde overtreding: definitieve uitsluiting van een plaats.
3Het college kan een stap overslaan ingeval meerdere overtredingen worden begaan.
4Bij iedere schriftelijke actie/sanctie als genoemd in voorgaande matrix krijgt de vergunninghouder / standplaatshouder de aanzegging dat indien hij binnen 12 maanden na dagtekening van de schriftelijke actie/sanctie wederom een marktvoorschriften overtreedt de volgende sanctie wordt opgelegd.
5Vanaf het moment dat geconstateerd wordt dat tot intrekking of uitsluiting wordt overgegaan geldt dat vergunninghouder / standplaatshouder binnen vijf werkdagen het voorgenomen besluit toegezonden krijgt. Vergunninghouder / standplaatshouder krijgt twee weken de gelegenheid tot het indienen van zienswijze.
6Binnen twee weken na ontvangst van zijn zienswijze krijgt de vergunninghouder / standplaatshouder het schriftelijke besluit met daarin opgenomen de duur (bepaalde of onbepaalde tijd) van de intrekking van zijn vergunning.
Artikel 4 Onvoorzien
Bij onvoorziene en/of bijzondere omstandigheden kan het college een andere strafmaat bepalen en opleggen.