Gemeentelijke regelgeving

Regeling adviescommissie bezwaarschriften Jeugdwet

Gemeente Papendrecht · geldt sinds 21 maart 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Papendrecht;

gelet op:

o het bepaalde in de Jeugdwet;

o het bepaalde in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht;

B e s l u i t :

vast te stellen de Regeling adviescommissie bezwaarschriften Jeugdwet;

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht;

b.commissie: de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;

c.dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband;

d.directeur: de directeur publieke gezondheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid;

e.gemeente: gemeente Papendrecht;

f.samenwerkingsverband: het rechtspersoonlijk bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid;

g.uitvoeringsorganisatie: het samenwerkingsverband.

Artikel 2 Behandeling door commissie

1Het college stelt bij deze regeling een commissie in ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van het college.

2De commissie is uitsluitend bevoegd te adviseren ten aanzien van bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen op basis van de Jeugdwet.

Artikel 3 Inschakeling commissie

1De commissie brengt, met uitzondering van de in het volgende lid genoemde gevallen, in alle situaties waarin bezwaar is aangetekend tegen een besluit een advies uit.

2De commissie brengt geen advies uit en wordt niet ingeschakeld indien:

a.het bezwaarschrift voorafgaand aan de behandeling in de commissie wordt ingetrokken;

b.het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk is;

c.het bezwaar kennelijk gegrond dan wel kennelijk ongegrond is.

3In afwijking van de vorige leden kan het dagelijks bestuur, na raadpleging van de gemeenten die deelnemen in het samenwerkingsverband, bepalen voor welke type bezwaren het ambtelijk horen van toepassing is.

Artikel 4 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de leden.

3De voorzitter en leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van één van de gemeenten die deelneemt in het samenwerkingsverband.

4De burgemeester, de leden van het college van burgemeester en wethouders en de raadsleden van de gemeenten die deelnemen in het samenwerkingsverband kunnen geen voorzitter of lid zijn van de commissie.

5De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door een lid.

Artikel 5 Zittingsduur

1De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van maximaal vier jaar.

2De voorzitter en de leden kunnen worden herbenoemd, met dien verstande dat de totale zittingsduur niet langer mag zijn dan acht jaar.

3De directeur stelt, gehoord de commissie, een rooster van aftreden op met inachtneming van de vorige leden.

4De voorzitter en de kunnen op elk moment ontslag nemen.

5De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Ondersteuning

1De directeur wijst een secretaris aan die de commissie ondersteunen bij haar werkzaamheden administratief, logistiek en juridisch.

2De directeur wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift

1De belanghebbende krijgt een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van het bezwaarschrift.

2De uitvoeringsorganisatie behandelt het bezwaarschrift voor de ambtelijke advisering. Onder de ambtelijke advisering wordt mede begrepen het in voorkomende gevallen opstellen van een verweerschrift ten behoeve van de advisering door de commissie.

Artikel 8 Verweerschrift

1De uitvoeringsorganisatie zendt het verweerschrift aan de belanghebbenden toe en biedt daarbij de belanghebbenden de gelegenheid het bezwaar toe te lichten tijdens een hoorzitting.

2De uitvoeringsorganisatie stelt het bezwaarschrift, het verweerschrift en de overige op het bezwaar betrekking hebbende stukken in beginsel twee weken voorafgaand aan de hoorzitting in handen van de commissie.

3Het bepaalde in het voorgaande lid geldt niet in de gevallen waarin toepassing wordt gegeven aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze regeling uitgeoefend door de voorzitter:

a.artikel 2:1 lid 2;

b.artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

c.artikel 7:4 lid 2;

d.artikel 7:6 lid 4.

Artikel 10 Vooronderzoek

1Indien een of meer belanghebbenden gebruik maken van de gelegenheid te worden gehoord is de voorzitter bevoegd:

a.rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen

b.uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen in te winnen en hen zo nodig uit te nodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.

2Indien aan het gebruik maken van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van de directeur vereist.

Artikel 11 Hoorzitting

1De voorzitter bepaalt de plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en de uitvoeringsorganisatie in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De belanghebbenden en de uitvoeringsorganisatie worden hiertoe ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uitgenodigd.

3Binnen vijf werkdagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of de uitvoeringsorganisatie onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

4De voorzitter deelt de beslissing op het verzoek als genoemd in het derde lid uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting mee.

5De voorzitter kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijnen die genoemd zijn in het tweede tot en met het vierde lid.

6De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12 Quorum

1Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat de voorzitter of diens plaatsvervanger en ten minste één lid aanwezig zijn.

2In afwijking van het eerste lid kan, in door de commissie te bepalen gevallen of in gevallen waar onverwijlde spoed dit vereist, het horen geschieden door één lid of de voorzitter.

3Het lid van de commissie dat niet deelneemt aan de behandeling van het bezwaarschrift in de situatie als bedoeld in artikel 13, telt niet mee voor de bepaling van het vereiste aantal leden.

Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en een of meer leden van de commissie nemen niet deel aan behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 14 Openbaarheid zitting

De hoorzitting van de commissie is niet openbaar.

Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging

1Het verslag als genoemd in artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

2Het verslag is een zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3Indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden, niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5De voorzitter en de secretaris als genoemd in artikel 6 ondertekenen het verslag.

6Het verslag wordt samen met de beslissing op bezwaar toegezonden aan de belanghebbende.

Artikel 16 Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

5Het advies van de commissie is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

6De voorzitter en de secretaris als genoemd in artikel 6 ondertekenen het advies.

Artikel 17 Nader verweerschrift

1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van één van de leden van de commissie om een nader verweerschrift aan de uitvoeringsorganisatie verzoeken.

2De secretaris als genoemd in artikel 6 zendt het nader verweerschrift toe aan de voorzitter en de leden van de commissie, de uitvoeringsorganisatie en de belanghebbenden.

3De leden van de commissie, de uitvoeringsorganisatie en de belanghebbenden kunnen binnen één week na verzending van het nader verweerschrift verzoeken aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op een dergelijk verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze regeling, die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18 Uitbrengen advies aan het college

1De commissie brengt het advies, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15, uit aan het college.

2Het advies wordt gelijktijdig met de beslissing op bezwaar aan de belanghebbenden ter kennis gebracht.

Artikel 19 Vergoeding

Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband stelt de vergoeding van de voorzitter en de leden van de commissie vast.

Artikel 20 Jaarverslag

1Het secretariaat van de commissie registreert de ingediende bezwaarschriften en de daarop genomen beslissingen.

2Jaarlijks brengt de commissie een jaarverslag uit. Dit verslag wordt in ieder geval ter kennis gebracht van het college.

3Het jaarverslag bevat in ieder geval een overzicht van het aantal bezwaarschriften dat zij ter advisering heeft ontvangen, het aantal inhoudelijke adviezen dat zij heeft uitgebracht en de doorlooptijden van de advisering van de commissie.

Artikel 21 Inwerkingtreding

1Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, maar niet eerder dan na inwerkingtreding van de 7e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid.

2De Regeling adviescommissie bezwaarschriften Jeugdwet gemeente Papendrecht van 3 november 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 22 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Regeling adviescommissie bezwaarschriften Jeugdwet gemeente Papendrecht '.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.