Aanhef
Het college van de gemeente Papendrecht,
overwegende dat,
-het gewenst is om nadere regels vast te stellen omtrent invoering van de Jeugdwet
omdat in de Verordening Jeugdhulp gemeente Papendrecht de verplichtingen van de gemeente staan als gevolg van de invoering van de Jeugdwet. In de verordening is ruimte gelaten aan het college voor de uitwerking van een aantal zaken in nadere regels.
gelet op
· de artikelen van de Gemeentewet;
· de artikelen van de Jeugdwet;
· artikel 9, leden 3 en 4 Verordening Jeugdhulp gemeente Papendrecht, nadere regels vaststellen met betrekking tot het Persoonsgebonden Budget (PGB);
· artikel 9 lid 4 Verordening Jeugdhulp gemeente Papendrecht, nadere regels vaststellen met betrekking tot de voorwaarden van toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;
· artikel 15 lid 4 Verordening Jeugdhulp gemeente Papendrecht, nadere regels vaststellen voor inspraak en medezeggenschap;
besluit vast te stellen
Nadere regels Jeugdhulp gemeente Papendrecht
hoofdstuk
Artikel 1.
Het college stelt het tarief voor het PGB vast op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende ondersteuningsplan in de zin van artikel 7 lid 3 van de Verordening, waarin tevens een begroting is opgenomen met betrekking tot de concrete invulling van de besteding van dat PGB. Naast de prijs en het aantal uren wordt ook het beoogde resultaat van de ondersteuning vermeld.
Artikel 2.
1De hoogte van het PGB bedraagt maximaal 100% van de in de betreffende situatie minst kostbare adequate individuele voorziening in natura. Dat geldt ook als er sprake is van een PGB op basis van de AWBZ als bedoeld in lid 2.
2Indien de minst kostbare adequate voorziening in tarief hoger uitvalt dan het AWBZ PGB-tarief 2014, bedraagt het PGB tarief maximaal het AWBZ-tarief 2014.
3Er geldt een uitzondering voor het PGB-tarief voor kortdurend verblijf. Dat bedraagt euro 101 (per etmaal) conform het AWBZ-tarief van 2014.
Artikel 3.
Indien de kosten hoger uitvallen dan het bedrag uit artikel 2, wordt het PGB slechts verleend indien de jeugdige of zijn ouders aangeven deze extra kosten zelf te zullen bekostigen.
2Criteria voor het toekennen van het PGB
Artikel 4.
Het college kent een individuele voorziening toe uitsluitend indien in het verslag zoals bedoeld in artikel 7 van de Verordening Jeugdhulp wordt vastgesteld dat de jeugdige:
a.op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
b.geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;
c.geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening.
Artikel 5.
Conform artikel 4 van de Wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een PGB:
a.als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een PGB verbonden taken zoals verbonden aan het ondersteuningsplan, op verantwoorde wijze uit te voeren;
b.als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten;
c.als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is en bijdraagt aan het beoogde resultaat.
3De voorwaarden waaronder jeugdhulp met een PGB kan worden betrokken bij een persoon uit het sociale netwerk
Artikel 6.
1.Voor het betrekken van jeugdhulp bij een persoon uit het sociale netwerk, gelden onverminderd de kwaliteitscriteria in hoofdstuk 4 van de Wet.
Personen die behoren tot het sociale netwerk van de aanvrager van een PGB mogen uitsluitend worden ingeschakeld voor deze individuele voorziening indien zij:
1niet meer dan 20 euro per uur ontvangen voor hun diensten;
2verklaren het PGB niet te zullen gebruiken voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers;
3aantonen daadwerkelijk in staat te zijn de zorg in het kader van het PGB te verlenen;
4op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het PGB hebben uitgeoefend bij diens besluitvorming;
2De vergoeding voor het aanbieden van kortdurend verblijf bedraagt maximaal 30 euro per etmaal.
II. Second opinion
Artikel 7.
In de gezondheidszorg bestaat de mogelijkheid om een second opinion aan te vragen als men wil weten wat de mening is van een andere dan de eigen hulpverlener over een bepaalde hulpvraag. De gemeente wil benadrukken dat een dergelijke second opinion ook mogelijk is bij aanvragen voor jeugdhulp. Hiervoor kunnen cliënten een second opinion aanvragen bij een medewerker van het jeugdteam, anders dan de behandelend medewerker. Ook is een second opinion mogelijk bij het Diagnostisch Adviesnetwerk (DAN).
III Inspraak en medezeggenschap
Artikel 8. Cliëntenplatform Zuid-Holland Zuid
Het college stelt cliënten, ingezetenen en vertegenwoordigers van cliëntgroepen, middels een platform, vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp. Het college voorziet hierbij het Cliëntenplatform Zuid-Holland Zuid van ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 9. Slotartikel
1Deze regels kunnen worden aangehaald als Nadere regels Jeugdhulp gemeente Papendrecht
2Dit besluit treedt in werking per 1 januari 2015.