Aanhef
[Deze bekendmaking is slechts een tekstplaatsing. De oorspronkelijke publicatie is op 29 juni 2016 bekendgemaakt, beschikbaar via De Betuwe.]
[Vanwege de omvang van de Welstandsnota en de technische beperkingen van het systeem is onderstaand document gepubliceerd zonder afbeeldingen. De integrale versie van de Welstansnota is hier te downloaden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dc-2022-41.]
Hoofdstuk 2 Inleiding
2.2. Leeswijzer
2.2.1. Wat is een welstandsadvies?
In principe wordt elk bouwplan getoetst aan "redelijke eisen van welstand". Met ander woorden: heeft het plan, zowel op zichzelf als in zijn omgeving, een aanvaardbare vormgeving? Ofwel: ziet het er acceptabel uit en past het in de omgeving?
Die toets wordt gedaan door de CRK. Deze commissie is onafhankelijk en bestaat overwegend uit deskundige mensen. Die komen tot een gezamenlijk oordeel. Dat oordeel wordt vastgelegd in een advies. Het advies gaat naar het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet.
Een positief welstandadvies is een voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
Waaraan wordt een bouwplan getoetst?
Elk plan wordt getoetst aan de hand van de welstandsnota. Daarin staan criteria (kenmerken/voor schriften).
Er zijn verschillende soorten welstandscriteria: criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken, gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria. Sommige criteria gelden voor de gehele gemeente. Andere alleen in bepaalde gebieden.
Criteria voor reclame
Reclame komt door de hele gemeente voor, zij het dat er concentraties zijn in gebieden met veel detailhandel en andere bedrijvigheid. In deze nota worden reclames beschouwd als een aparte categorie kleine bouwwerken. Deze criteria zijn vervolgens wel onderverdeeld in criteria voor reclame bij monumenten, in woongebieden, winkelgebieden, recreatie- en sportterreinen, buitengebied en bedrijventerreinen.
De reclamecriteria zijn verwoord in Bijlage 1 van deze welstandsnota, als aparte categorie kleine bouwwerken.
Waarvoor zijn de criteria voor kleine bouwwerken?
Als een vergunning past binnen de omschreven criteria dan wordt voldaan aan de welstandnota. Deze criteria worden ambtelijk getoetst.
Als een plan niet voldoet aan criteria voor kleine bouwwerken?
Dan wordt het voorgelegd aan de CRK. Die toetst het plan aan de gebiedsgerichte en objectgerichte criteria.
♦ Gebiedsgerichte criteria (hoofdstuk 5)
De gemeente is verdeeld in 15 gebieden (zie overzichtskaart en de kaartjes van de komdorpen). Voor elk gebied (bijvoorbeeld woonwijken, bedrijfsterreinen, agrarisch gebied e.d.) gelden eigen criteria. Die criteria komen voort uit de gebiedsbeschrijving.
De criteria gaan over de situering, de vormgeving, de detaillering, de kleur en het materiaalgebruik van het plan.
In de criteria is vaak verwezen naar de gebiedsbeschrijving, bijvoorbeeld: "er dienen kleuren en materialen te worden toegepast die overeenstemmen met de bestaande karakteristieken zoals in de gebiedsbeschrijving beschreven".
De gebiedsbeschrijvingen zijn ingedeeld met een aantal kopjes: structuur, bebouwing, detaillering en bijzondere elementen. Hierdoor zijn op relatief eenvoudige wijze de kenmerken terug te vinden. Die kenmerken zijn nodig bij het ontwerp van een bouwplan.
♦ Objectgerichte criteria en algemene criteria (hoofdstuk 6)
Voor monumenten zijn eigen welstandscriteria geformuleerd. Die criteria gelden in de gehele gemeente.
In sommige gebiedsgerichte criteria komt het voor dat een plan een goede architectonische kwaliteit moet hebben. Architectonische kwaliteit is een abstract begrip. Dat begrip is in de criteria zo goed mogelijk uitgewerkt.
♦ Bijzondere beoordeling
Dit aspect heeft vooral betrekking op bouwen bij een monument. Hoofdstuk 6.3 gaat daarop nader in.
Een bouwplan kan van invloed zijn op een monument. Daarmee moet dus rekening gehouden worden. Vastgelegd is dat het bouwplan moet harmoniëren met het monument. Concreet betekent dit dat het bouwplan geen groot contrast mag vormen met het monument. Als het kan moet het bouw plan kenmerken overnemen van het monument. Daarbij moet het bouwplan architectonische kwaliteit hebben en dus voldoen aan de criteria voor architectonische kwaliteit.
Bij het welstandsbeleid wordt een aantal termen (begrippen) gebruikt. Die begrippen worden toegelicht in bijlage 2.
In onderstaande tabel is aangegeven welke welstandscriteria wanneer gelden.
Bij het Omgevingsloket van de gemeente kunt u ook navragen waaronder uw bouwplan valt.
Soort bouwplan
Bijzondere voorwaarden
Soort criteria
Kleine bouwwerken (bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of dak kapellen)
Criteria voor kleine bouw werken (Gelden niet voor Representatieve gebieden, zie pagina)
Aan een monument
Criteria voor monumenten (hfdst. 5.3)
Regulier bouwplan (dit zijn alle andere bouwwerken)
Gebiedsgerichte criteria (hfdst. 6)
Aan een monument
Critera voor monumenten (hfdst. 5.3)
Als er in de gebiedsgerichte criteria is aangegeven dat er architectonische kwaliteit wordt verlangd
Gebiedsgerichte criteria en de criteria voor architectonische kwaliteit
Omgevingsvergunningsvrij bouwplan (zie www.omgevingsloket.nl)
Geldt niet voor monumenten
Geen toetsing en dus geen criteria vooraf
Bij zeer ontsierende vorm geving
Eventueeltoetsing achteraf volgens de criteria voor excessen. (hfdst. 5.5)
Hoofdstuk 4 Welstandsbeleid en procedures
4.1. Inleiding
4.1.1. Bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit door gebiedsgerichte criteria
Deze welstandsnota gaat over het duurzaam bevorderen van de kwaliteit van bebouwing en omgeving in de gemeente Overbetuwe. De welstandstoets is daarbij een belangrijk hulpmiddel.
Door middel van welstandscriteria is zo concreet mogelijk aangegeven aan welke uitgangspunten de ontwerper van een bouwplan zich moet houden. Deze uitgangspunten zijn deels gelijk voor de hele gemeente en deels verschillend per deelgebied omdat ieder gebied zijn eigen kenmerken heeft. Deze kenmerken zijn in deze nota per gebied beschreven. Bovendien zijn per gebied de welstandscriteria beschreven.
4.1.2. Alle omgevingsvergunningplichtige bouwplannen getoetst
In het Besluit Omgevingsrecht (Bor), Bijlage Il is vastgelegd voor welke bouwwerkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is. Bij algemene maatregel van bestuur (amvb) is bepaald welke bouw werken vergunningsvrij zijn. De gemeente heeft er voor gekozen om alle vergunningsplichtige bouw werken aan welstandseisen te toetsen.
Voor onder andere, veel voorkomende kleine bouwwerken en voor monumenten gelden wel standscriteria die voor de gehele gemeente van toepassing zijn. Die criteria zijn niet gebiedsgericht. In de volgende paragraaf wordt hierop nader ingegaan.
Voor alle overige vergunningsplichtige bouwplannen geldt dat zij aan de welstandscriteria moeten worden getoetst. In een aantal gevallen zal deze toets meer dan de gebruikelijke aandacht en zorg krijgen.
Dit is het geval bij:
bouwwerken op de grens van twee gebieden;
bouwwerken naast of in de directe nabijheid van monumenten.
4.1.3. Algemeen geldende en objectgerichte criteria
Naast de gebiedsgerichte benadering met gerichte toetsingscriteria zijn er algemene criteria waar aan bouwwerken kunnen worden getoetst. We onderscheiden vier soorten:
1criteria voor architectonische kwaliteit;
2criteria voor monumenten;
3criteria voor de veel voorkomende kleine bouwwerkzaamheden, inclusief reclames;
4criteria voor ernstige strijd met welstand.
5criteria voor nutsgebouwen, civiele kunstwerken en dergelijk.
6criteria voor antennes en masten
In hoofdstuk 5 worden deze criteria nader omschreven.
4.2. Welstandsbeleid en ander ruimtelijk beleid
4.2.1. Bestemmingsplan annex welstandscriteria
De inrichting van een gebied wordt voor een belangrijk deel bepaald door het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zo ver dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening).
Mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt kunnen niet door welstandscriteria worden tegengehouden.
In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen het bestemmingsplan en de wel standscriteria van belang.
Het bestemmingsplan regelt niets over de architectonische vormgeving van bouwwerken. In deze welstandsnota zijn hiervoor de uitgangspunten, in de vorm van de welstandscriteria, geformuleerd.
4.2.2. Beeldkwaliteitsplan
Voor nieuwe woongebieden wordt de laatste jaren een beeldkwaliteitsplan (BKP) ontwikkeld (zie paragraaf 5.6.). Een beeldkwaliteitsplan heeft deels een vergelijkbare functie als de welstandsnota, namelijk:
•samenhang aanbrengen tussen de stedenbouwkundige en architectonische vormgeving;
•toetsingscriteria geven bij de beoordeling van bouwaanvragen door de CRK.
Voor de gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan is vastgesteld, geldt voor de nieuwbouw van bouwwerken het beeldkwaliteitsplan als welstandsnota. De beeldkwaliteitsplannen vormen daarmee integraal onderdeel van deze welstandsnota. Zodra deze gebieden uit ontwikkeld zijn, zijn de beeldkwaliteitsplannen niet meer van kracht. Deze situatie geld dan de regelgeving van de welstandsnota.
4.3. De gemeenteraad stelt de welstandsnota vast
4.3.1. De gemeenteraad evalueert jaarlijks het welstandsbeleid
De Woningwet schrijft voor dat zowel het welstandsbeleid als de welstandsnota jaarlijks moeten worden geëvalueerd. Zowel het college van burgemeester en wethouders (Artikel 12c Ww) als de CRK (Artikel 12b lid 3 Ww) stellen hiervoor jaarlijks een verslag op over het voorgaande kalenderjaar en leggen deze voor aan de gemeenteraad. Op welke wijze dit plaats vindt is geregeld in de bouwverordening.
4.3.2. Burgemeester en wethouders voeren het welstandsbeleid uit
De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het welstandsbeleid ligt bij het college van burgemeester en wethouders.
Door het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning geeft het college van burgemeester en wethouders uitvoering aan het welstandsbeleid. Het college van burgemeester en wethouders neemt dit besluit pas nadat daarover advies is ingewonnen bij de CRK. Voor alle vergunningsplichtige bouwwerkzaamheden, waarvoor vaststaat dat de omgevingsvergunning niet op een andere grond moet worden geweigerd, wordt deze commissie om advies gevraagd.
Bij het beoordelen van een bouwaanvraag heeft het college van burgemeester en wethouders een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Strijdig maar toch positief advies
De CRK kan het college van burgemeester en wethouders voorstellen van haar bevoegdheid gebruik te maken om toch een omgevingsvergunning af te geven voor een plan dat strijdig is met het welstandsbeleid.
De commissie doet dit alleen wanneer naar haar mening overtuigend is aangetoond dat het plan een positieve impuls geeft aan de welstand in de gemeente. Zij zal dit advies schriftelijk motiveren. Zij baseert zich hierbij op de criteria voor architectonische kwaliteit (zie paragraaf 5.2.).
Afwijken van advies
Voor het bevorderen van de welstand in de gemeente is het van het belang dat het gemeentebestuur eenduidig en helder is bij de uitvoering van haar beleid. Daarom volgt het college van burgemeester en wethouders in principe het advies van de CRK.
In uitzonderlijke gevallen kan het college van burgemeester en wethouders van het advies afwijken. De wettelijke basis hiervoor ligt bij artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo. Mochten deze gevallen zich voordoen, dan doen zij hiervan schriftelijk (gemotiveerd) mededeling aan de commissie. In de jaarverslagen van zowel het college van burgemeester en wethouders, als van de CRK moeten deze gevallen worden geëvalueerd.
Afwijken van criteria (hardheidsclausule)
Het kan voorkomen dat een bouwwerk in strijd is met de criteria maar wel een waardevolle en/of kwalitatieve toevoeging vormt voor het hoofdgebouw of de omgeving. Daarnaast kan het voorkomen dat juist het hoofdgebouw of de omgeving zich niet leent voor het voorgestelde bouwwerk. Om dit soort situaties te voorkomen is een vangnet gebruikt door het toevoegen van de regel: "Deze criteria gelden tenzij er sprake is van een bijzondere situatie en er gerede twijfel mag bestaan aan de toepasbaarheid van de genoemde criteria". Bij het gebruik van dit vangnet dient goed gemotiveerd te worden waarom er een uitzondering wordt gemaakt op de opgestelde criteria. Deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op de A.w.b. (algemene principes, opgenomen in hoofdstuk 5).
4.3.3. Tweejaarlijkse monitoring
Tweejaarlijks wordt een monitoring uitgevoerd. Deze monitoring dient te zijn gericht op:
•het effect van de ruimtelijke kwaliteit door de welstandsnota;
•het effect van de vermindering van regels; de klanttevredenheid;
•ontstaan van knelpunten;
•voorstellen tot eventuele aanpassing van beleidsregels.
4.5. Gemeentelijke CRK
4.5.1. Samenstelling, taken en bevoegdheden van de CRK
De samenstelling, taken en bevoegdheden van de gemeentelijke CRK staan vermeld en zijn geregeld in de bouwverordening.
4.5.2. Precedentwerking / Trendzetters
Regelmatig wordt door een aanvrager verwezen naar eerder uitgevoerde en dus vaak goedgekeurde bouwwerken. Een dergelijk bouwwerk kan als precedent werken voor overige bouw plannen. De gemeente Overbetuwe kiest er voor om bij het vaststellen van de welstandsnota het nieuwe beleid als uitgangspunt te nemen. Eerder toegestane bouwwerken kunnen niet verwijderd worden maar zullen langzamerhand verdwijnen (uitsterven) doordat het nieuwe beleid bepalend is. Het door bouwaanvragers verwijzen naar deze eerder toegestane exemplaren gaat niet meer op, de gemeente heeft namelijk een duidelijk standpunt ingenomen.
Uitzondering hierop vormen de zogenaamde trendsetters. Bij een bouwaanvraag dienen deze trendsetters als voorbeeld waarnaar verwezen kan worden. Een trendsetter kan afwijken van de nieuwe welstandscriteria als min of meer geaccepteerde uitzonderingen. Trendsetters worden altijd vooraf door de CRK vastgesteld.
Nieuwe trendsetters ontstaan meestal als afgeweken wordt van welstandscriteria maar die toch door de CRK als acceptabel wordt goedgekeurd. Tijdens de jaarlijkse evaluatie van het wel standsbeleid kunnen dergelijke bouwplannen als trendsetter
Hoofdstuk 6 Gebiedsgerichte welstandscriteria
6.1. Gebiedsindeling
6.1.1. De gebieden (beschrijving, welstandsbeleid en criteria)
Per gebied zijn een aantal bladen gemaakt met een gebiedsbeschrijving en een waardering. Elke gebiedsbeschrijving heeft dezelfde opbouw:
Op het eerste blad staat een kaartje waarop (de ligging van) het gebied is aangegeven. In bijlagen staan kaarten met per kern alle gebieden aangegeven.
Gebiedsbeschrijving
Na het kaartje volgt de gebiedsbeschrijving. Hier worden de belangrijkste karakteristieken van het gebied en vooral van de bebouwing beschreven. Het gebied wordt beschreven met tekst en foto's. De foto's zijn geen referentiebeelden zoals in een beeldkwaliteit plan maar zijn onderdeel van de beschrijving. De gebiedsbeschrijving is opgebouwd van groot naar klein en daarbij opgedeeld in drie kopjes: structuur, bebouwing en detaillering. Onder structuur wordt de ontstaansgeschiedenis en de structuur van het gebied beschreven evenals de plaatsing van de bebouwing. Onder bebouwing worden specifieke aspecten van de bebouwing zelf beschreven zoals (architectonische) stijl, gevelopbouw, overheersende hoofd- en kapvorm. Onder het kopje detaillering wordt aandacht besteed aan de detaillering, materialen en kleuren van de bebouwing. De beschrijving en waardering zijn niet los van elkaar te zien. Op het moment dat je de keuze maakt om iets te beschrijven geef je al een impliciete waardering. In de gebiedsbeschrijvingen zitten dan ook elementen van de waarde ring geïntegreerd.
Bijzondere elementen
Bij de beschrijvingen worden ook de bijzondere elementen benoemd. Het gaat daarbij om gebouwen die (in positieve of negatieve zin) afwijken van de algemene gebiedsbeschrijving.
Welstandsbeleid
Het welstandsbeleid wordt steeds voorafgegaan door een verantwoording van het beleid. Hierin wordt kort uiteengezet waarom in een bepaald gebied gekozen is voor het geformuleerde beleid. Hierin ligt ook een waardering besloten van de kwaliteiten en karakteristieken van het gebied.
Het welstandsbeleid wordt steeds opgebouwd uit:
1één of meer punten die de algemene lijn vormen;
2één of meer punten die elementen benoemen die specifiek zijn voor het gebied.
Bij de formulering van het beleid worden een aantal termen gebruikt die om een nadere toelichting vragen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen behouden, respecteren, vernieuwen, versterken en herstellen.
Behouden van de bebouwingskarakteristieken
Met behouden wordt bedoeld dat bouwplannen dezelfde bebouwingskarakteristieken dienen te hebben als de bestaande gebouwen. Van de gebiedsbeschrijving afwijkende vormgeving voldoet dan dus niet aan redelijke eisen van welstand. Dat geldt voor nieuwbouw, maar ook voor uitbreidingen en verbouwingen aan bestaande gebouwen. Tenzij dit expliciet anders is geformuleerd.
Respecteren van de bebouwingkarakteristieken
Hiermee wordt bedoeld dat bouwplannen de bebouwingskarakteristieken uit het gebied als uitgangspunt moeten hebben maar dat op onderdelen hier nieuwe vormen etc. aan toegevoegd kunnen worden. Anders gezegd een bouwplan mag op onderdelen afwijken maar niet conflicteren met de bestaande bebouwing.
Vernieuwen
Hiermee wordt bedoeld dat van de bebouwingskarakteristieken uit het gebied afwijkende bebouwing geen probleem vormt. Het gaat dan alleen om nieuwbouw of complete vernieuwbouw en niet om uitbreidingen en gedeeltelijke verbouwingen.
Versterken
Hiermee wordt bedoeld dat een bouwplan zodanig ontworpen moet zijn dat het geheel na realisering van het bouwplan beter voldoet aan de bebouwingskarakteristieken van het gebied.
Herstellen
Hiermee wordt bedoeld dat oorspronkelijke karakteristieken weer teruggebracht moeten worden. Afwijkingen worden daarbij teniet gedaan. Dit gaat niet alleen om verbouwingen en uitbreidingen aan bestaande gebouwen maar ook om nieuwbouw. Dit wordt met name gebruikt in de omgeving van monumenten en waardevolle historische gebieden.
Bij alle categorieën zijn regelmatig uitzonderingen of nadere voorwaarden benoemd.
Hier wordt bijvoorbeeld aangegeven dat vernieuwing mogelijk is maar wel met respect voor een aantal belangrijke karakteristieken zoals maat, schaal en hoofdvorm van de bestaande bebouwing.
Welstandscriteria en richtlijnen
Het welstandsbeleid wordt uitgewerkt in de gebiedsgerichte welstandscriteria. Ook worden eventueel verwijzingen gegeven naar de geldende andere criteria, zoals criteria voor monumenten en sneltoetscriteria en reclame. Deze zijn verzameld in hoofdstuk 6 en de bijlagen.
Bijzondere beoordeling
De omgeving van een monument zal met extra zorg beoordeeld worden. De cultuurhistorische waarde van het monument mag door bouwplannen niet worden aangetast.
Bijlage 1. criteria voor ambtelijke toetsing kleine bouwwerken
[Vanwege de omvang van de bijlage en de technische beperkingen van het systeem kunt u deze als pdf document hier downloaden.]
Bijlage 2 Begrippenlijst
Bebouwingskarakteristieken
devormgevingsaspecten en constructieve aspecten aan een bouwwerk die bepalend zijn voor de aanblik
Beeldkwaliteitplan
document waarin criteria zijn vastgelegd voor de beeld-/belevingskwaliteit, vormgeving van gebouwen en de inrichting van het openbare gebied
Bestemmingsplan
door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruikvan grond en bebouwingsvoorschriften zijnvastgelegd
Bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daaral dan niet tegen aangebouwd gebouw,of ander bouwwerk, met een dak
Bouwwerken
elke constructie van enige omvang van hout,metaal, steen of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond
Buurtschap
verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom
Complex
geheel van bij elkaarhorende gebouwen. Vaakop één perceel
Dakschild
driehoekig dakvlak dat ondergeschikt is aan de grote dakvlakken van het gebouw. Meestal aan de achterzijde of zijkant van het dak
Detaillering
wijze waarop een gebouw technisch is vormgegeven, ook wel kleinere aspecten van de vormgeving zoals de betimmering van een goot
Dwarskap
kapvorm die dwars op de weg is geplaatst
Gedekte kleuren
niet opvallende, goed in de omgeving passende kleuren. In het bui- tengebied bijvoorbeeld: bruin, donkerrood, donkergroen, zwart, donkerblauw
Geleding
wijze waarop de gevelvan een gebouw is ingedeeld;
Geschakelde woning
woning die met een tussenlid (bijvoorbeeld een garage) aan een an- dere woning is verbonden
Gesmoorde dakpan
donker gekleurde gebakken dakpan
Gooilijn
degoot of de druiplijn onderaan een dakvlak
Harmoniëren
zorgvuldig op elkaar afstemmen zodat geen harde contrasten ontstaan
Hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn functie, uitstraling, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerkvalt aan te merken
Hoofdvorm
meest kenmerkende volume van een gebouw of samenstelling van gebouwen
Langskap
kapvorm die evenwijdig aan de weg is geplaatst
Lessenaarskap/dak
een dak bestaand uit één hellend dakvlak
Mansardekap of gebroken kap
als een zadeldak maar dan met eenknik (zie bijlage);
Nokrichting
derichting van de belangrijkste nok van een gebouw
Overstek
bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het erondergelegen deel
Representatief
zorgvuldig met meer aandacht voor de architectuur vormgegeven
Reliëf
hoogteverschil
Rollaag
horizontale rij, verticaal geplaatste, stenen boven eengevelopening of
aan de bovenzijde van een gemetselde wand
Rooilijn
lijn die aan de straatzijde de grens aangeeft waarachter gebouwd moet worden. Meestal in bestemmingsplan aangegeven
Samengestelde kap
kapvormen met een combinatie van bijvoorbeeld zadeldaken mansarde kap
Schilddak
dak met vier hellende vlakken waarvan twee trapeziumvormig met een nok en twee driehoekig (zie bijlage)
Steekkap
kleine dwarskap op een langskap
Voorgevel
debelangrijkste representatieve gevel, vaak is hier de voordeur in te vinden, is niet altijd straatgevel
Voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strakloopt langs de voorgevel van een bouwwerk
Voorzijde
devoorgevel, het voorerfen het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw
Wederopbouw
deperiode na de tweede wereldoorlog, gekenmerkt door grootschaligeuitbreidingswijken met seriematige woningbouw
Windveer
plank aan de zijkant van het dakvlak bij een voorgevel
Wolfseind
dakschild aan een zadeldak van een woningof boerderij
Zaagtand model
een verkavelingsmodel waarbij de woningen schuin ten opzichte van de weg staan, en verspringen
Zadeldak
dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen (zie bijlaqe).
Bijlage 3 Literatuurlijst
Beleidsnota's
Beleidsregel voor toepassing van artikel 3.23, lid 1 WRO, jo. art. 4.1.1. van het besluit RO Diverse internetsites waaronder www.overbetuwe.nl en www.nieuwekaart.nl
Diverse kaarten en plattegronden van de gemeente Overbetuwe
Bijlage 4. Overzichtskaarten kernen
[Vanwege de omvang van de bijlage en de technische beperkingen van het systeem kunt u deze als pdf document downloaden.]
Bijlage 5. Overzichtskaart buitengebied
[Vanwege de omvang van de bijlage en de technische beperkingen van het systeem kunt u deze als pdf document downloaden.]