Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe;
gelet op het bepaalde in artikel 5.14 en 5.16 van de Omgevingswet, afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 e.v. van de Bekendmakingswet
overwegende dat:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe bevoegd is te beslissen op de aanvragen om omgevingsvergunning die in het kader van het project ViA15 zullen worden ingediend, voor zover deze betrekking hebben op gronden binnen de gemeente Overbetuwe;
de voorgenomen vergunningaanvragen onderdeel uitmaken van één samenhangend infrastructureel project, te weten het ViA15-project, waarbij werkzaamheden plaatsvinden binnen meerdere gemeenten;
het, gelet op een efficiënte en samenhangende vergunningverlening, wenselijk is dat de behandeling en besluitvorming alsmede beslissing op bezwaar- en beroepsschriften over deze vergunningaanvragen bij één gemeente wordt belegd;
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard, mede gelet op de rol van de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) als uitvoerende dienst, het meest geëigende bestuursorgaan is om deze vergunningaanvragen te behandelen en daarop te beslissen;
de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om de bevoegdheid tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunning te delegeren aan een ander bestuursorgaan;
het bestuursorgaan dat deze bevoegdheid overdraagt adviseur is voor deze aanvragen op grond van artikel 4.36 van het Omgevingsbesluit
BESLUIT:
Tekst
1De bevoegdheid om te beslissen op aanvragen om omgevingsvergunning die in het kader van het ViA15-project worden ingediend en betrekking hebben op gronden binnen de gemeente Overbetuwe, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard.
2Te bepalen dat het besluit in werking treedt een dag na openbare bekenmaking