Aanhef
De burgemeester van de gemeente Overbetuwe;
gelezen het advies van 4 september 2025;
gelet op:
-artikel 2:25, zesde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe;
-artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe;
-artikel 2:50b, vierde lid, aanhef en onder c en zevende lid, aanhef en onder d, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe;
-artikel 3:5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe;
-artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Alcoholwet;
-artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Overwegende dat,
-de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar jurisprudentie heeft benadrukt dat het voor betrokkene voorzienbaar dient te zijn wanneer een vergunning op basis van slecht levensgedrag kan worden geweigerd;
-op grond van de Dienstenrichtlijn de term ’slecht levensgedrag’ voldoende duidelijk, ondubbelzinnig, objectief en transparant dient te zijn;
b e s l u i t:
vast te stellen de
Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Overbetuwe 2025