Aanhef
Raadsvergadering d.d. 3 november 2025
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2025,
gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.begraafplaats:
-de gemeentelijke begraafplaats te Varsseveld;
-de gemeentelijke begraafplaats te Terborg;
-de Israëlitische gemeentelijke begraafplaats aan de Schippersweg te Heelweg.
b.eigen graf:
een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon voor bepaalde tijd het uit¬sluitend recht is verleend tot:
-het doen begraven en begraven houden van lijken;
-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
-het doen verstrooien van as.
c.algemeen graf:
een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
d.eigen urnengraf:
een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:
-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
-het verstrooien van as;
e.algemeen urnengraf:
een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;]
f.urnennis:
een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;
g.asbus:
een bus ter berging van as van een overledene;
h.urn:
een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
i.verstrooiingsplaats:
een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarop voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien;
j.urnenmonument
een monument, waarvoor voor bepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;
Artikel 2. Belastbaar feit
Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de in artikel 1 onder a genoemde gemeentelijke begraafplaats(en) en voor het door of vanwege de ge¬meente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaats(en).
Artikel 3. Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 4. Vrijstellingen
De rechten worden niet geheven voor:
a.het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag;
b.het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
1de rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel;
2voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.
Artikel 6. Belastingjaar
1met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar;
2met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.
Artikel 7. Wijze van heffing
1de onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de tabel, worden geheven bij wege van aanslag;
2andere rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
Artikel 8. Ontstaan van de belas¬ting¬schuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
1de onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 5.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;
2indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten onder 5.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven
Artikel 9. Termijnen van betaling
De rechten moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.
Artikel 10. Kwijtschelding
Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel.
1de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2025" van 7 november 2024 wordt ingetrokken met ingang
van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan;
2deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, maar
niet op een eerder tijdstip dan de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing;
3de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026;
4deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026".
Tarieventabel behorende bij de "Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026"
Hoofdstuk 1. Uitsluitend recht
Tarief
1.1
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en
begraven houden wordt geheven
1.1.1.
voor een periode van 10 jaar
1.1.1.1
voor personen ouder dan 12 jaar
834,00
1.1.1.2
voor kinderen van 0 t/m 12 jaar (kindergraf)
420,00
1.1.2.
voor een periode van 20 jaar
1.1.2.1
voor personen ouder dan 12 jaar
1.662,00
1.1.2.2
voor kinderen van 0 t/m 12 jaar (kindergraf)
834,00
1.1.3
Voor het verlengen van de periode wordt per verlenging een bedrag geheven
van
1.1.3.1
bij een verlengingsperiode van 3 jaar
250,00
1.1.3.2
bij een verlengingsperiode van 5 jaar
415,00
1.1.3.3
bij een verlengingsperiode van 7 jaar
582,00
1.1.3.4
bij een verlengingsperiode van 10 jaar
828,00
1.2
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet
houden van asbussen, met of zonder urn, wordt geheven:
1.2.1.
op of in een eigen graf voor een periode van 10 jaar
834,00
1.2.2.
op of in een eigen graf voor een periode van 20 jaar
1.663,00
1.2.3.
Voor het verlengen van de periode wordt per verlenging een bedrag geheven
van
1.2.3.1
bij een verlengingsperiode van 3 jaar
250,00
1.2.3.2
bij een verlengingsperiode van 5 jaar
415,00
1.2.3.3
bij een verlengingsperiode van 7 jaar
582,00
1.2.3.4
bij een verlengingsperiode van 10 jaar
828,00
1.3.1
in een urnennis voor een periode van 20 jaar
990,00
1.3.2
in een urnennis voor een periode van 10 jaar
497,00
1.3.3.
Voor het verlengen van de periode wordt per verlenging een bedrag geheven
van
1.3.3.1
bij een verlengingsperiode van 3 jaar
150,00
1.3.3.2
bij een verlengingsperiode van 5 jaar
250,00
1.3.3.3
bij een verlengingsperiode van 7 jaar
348,00
1.3.3.4
bij een verlengingsperiode van 10 jaar
497,00
1.4.1
op of in een urnengraf voor een periode 20 jaar
990,00
1.4.2
op of in een urnengraf voor een periode 10 jaar
497,00
1.4.3.
Voor het verlengen van de periode wordt per verlenging een bedrag geheven
van
1.4.3.1
bij een verlengingsperiode van 3 jaar
150,00
1.4.3.2
bij een verlengingsperiode van 5 jaar
250,00
1.4.3.3
bij een verlengingsperiode van 7 jaar
348,00
1.4.3.4
bij een verlengingsperiode van 10 jaar
497,00
1.5
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen verstrooien van as
wordt geheven:
1.5.1
op een eigen graf voor een periode van 20 jaar
1.663,00
Hoofdstuk 2. Begraven
2.1
Voor het begraven van een lijk wordt geheven:
2.1.1
voor kinderen van 0 t/m 12 jaar (kindergraf)
356,00
2.1.2
voor personen ouder dan 12 jaar
713,00
2.2
Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in 2.1,
verhoogd met 50%
2.3
Onder buitengewone uren wordt verstaan:
a.de tijd gelegen tussen 16.30 uur en 08.30 daaropvolgend;
b.de zaterdagen en zondagen;
c.de algemeen erkende christelijke zon- en feestdagen.
Hoofdstuk 3. Bijzetten van asbussen en urnen
3.1
Voor het bijzetten van een asbus of een urn wordt geheven:
3.1.1
in een urnennis
142,00
3.1.2
in een urnengraf
142,00
3.1.3
in een eigen graf
142,00
3.1.4
op of in een algemeen graf
142,00
3.1.5
in een urnenmonument
142,00
3.2
Voor het bijzetten van asbussen en urnen op buitengewone uren wordt het
recht, bedoelt in 3.1 verhoogd met 50%
3.3
Onder buitengewone uren wordt verstaan:
a.de tijd gelegen tussen 16.30 uur en 08.30 daaropvolgend;
b.de zaterdagen en zondagen;
c.de algemeen erkende christelijke zon- en feestdagen.
Hoofdstuk 4. Grafbedekking
4.1
Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van
gedenktekenen, kruisen en zerken per gedenkteken, kruis of zerk
67,00
Hoofdstuk 5. Onderhoud
5.1
Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats
wordt van de eigenaren van de graven, gelegen op de gemeentelijke begraaf-
plaats te Terborg, alsmede van de eigenaren van de graven, gelegen op de
gemeentelijke begraafplaats te Varsseveld en de Israëlitische gemeentelijke
begraafplaats te Heelweg, onder de naam onderhoudsrecht per jaar en per
grafruimte een bedrag geheven van
76,00
5.2
Het onderhoud voor het in lid 1.1 verleende recht bedraagt voor de gehele
periode
5.2.1
bij een periode van 3 jaar
216,00
5.2.2
bij een periode van 5 jaar
361,00
5.2.3
bij een periode van 7 jaar
506,00
5.2.4
periode van 10 jaar
755,00
5.2.5
periode van 20 jaar
1.447,00
Hoofdstuk 6. Inschrijven en overboeken van eigen graven en eigen urnenruimten
6.1
Voor het inschrijven en overboeken van of eigen graven of eigen urnengraven
of eigen urnennissen in een daartoe bestemd register wordt geheven
13,00
Hoofdstuk 7. Lichten, ruimen, verstrooien
7.1
Voor het lichten van een lijk wordt geheven
598,00
7.2
Voor het na lichting weer opnieuw begraven in hetzelfde graf wordt geheven
67,00
7.3
Voor het na lichting weer begraven in een ander graf wordt geheven
407,00
7.4
Voor het lichten van een asbus of urn wordt geheven:
7.4.1
uit een eigen graf
199,00
7.4.2
uit een eigen urnengraf
138,00
7.4.3
uit een eigen urnennis
138,00
7.4.4
bij het weer terugplaatsen van de asbus of urn wordt geheven
67,00
7.4.5
bij het weer terugplaatsen van een asbus of urn in een andere ruimte worden
geheven de tarieven zoals zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van deze Tarieflijst
7.5
Voor het ruimen van een graf wordt geheven
613,00
7.6
Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:
7.6.1
zonder nabestaanden
96,00
7.6.2
met nabestaanden
158,00
Hoofdstuk 8. Gebruik gedenksteen op strooiveld
8.1
Voor het aanbrengen van een gedenkplaatje op het gedenkmonument
op het strooiveld voor een termijn van 5 jaar wordt geheven
151,00
8.2
Voor het verlengen van de in artikel 8.1 genoemde termijn met 5 jaar
wordt geheven
32,00
Hoofdstuk 9. Gebruik urnenmonument
9.1
Het tarief voor het gebruik van een door de gemeente beschikbaar gesteld
urnenmonument bedraagt:
9.1.1
voor een periode van 3 jaar
455,00
9.1.2
voor een periode van 10 jaar
1.391,00
9.1.3
voor een periode van 20 jaar
2.617,00
9.1.4
verlenging per jaar
164,00