Aanhef
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 2020;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
B E S L U I T:
vast te stellen de navolgende Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2020
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
1In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-Adres;
-Ligplaats;
-Openbare ruimte;
-Pand;
-Standplaats;
-Verblijfsobject;
-Woonplaats;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
2In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verder verstaan onder:
-College: het college van burgemeester en wethouders.
-Bouwwerk: elke constructie van enige omvang hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van de bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond bedoeld is om ter plaatse te functioneren.
-Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
-Nummeraanduiding: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, met dien verstande dat deze bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfercombinatie.
-Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig de beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in de zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2. Naamgeving van woonplaatsen en delen van de openbare ruimte
1Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste een woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken of buurten verdelen conform de eisen die het Centraal Bureau voor de Statistiek aan deze indeling verbindt.
2Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en zo nodig aan bouwwerken.
3Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.
Artikel 3. Nummering van objecten
1Het college stelt de lig- en standplaatsen vast.
2Het college kent nummeraanduiding toe aan verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen.
3Zij bepalen de afbakening van panden, verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen.
4De toekenning of afbakening, bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, niet zijnde verblijfsobjecten worden toegepast.
5Onder vaststellen, toekennen en bepalen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.
Artikel 4. Aanbrengen aanduiding
1De door het college aan delen van de openbare ruimte toegekende namen, bedoeld in artikel 2, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.
2De door het college aan een object toegekende nummers, bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid, moeten daaraan op doeltreffende wijze worden aangebracht.
3Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is verboden namen aan delen van de openbare ruimte, dan wel nummers aan een pand of verblijfsobject, lig- of standplaats, toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.
Artikel 5. Gedoogplicht naamaanduiding
1Indien het college het nodig oordeelt dat de door hen toegekende aanduiding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een ander soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde aanduidingen overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de aanduidingen, als bedoeld in het eerste lid, vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.
Hoofdstuk 3. Plaatsen van naam- en nummerborden
Artikel 6. Aanbrengplicht nummeraanduiding
1De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college aan te brengen.
2Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van een object verplicht het in het eerste lid genoemde nummer, alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.
3Als een verblijfsobject, lig- of standplaats nog niet gereed is gekomen, wordt het nummer binnen vier weken na het gereedkomen daarvan aangebracht.
4Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijnen verlengen.
Hoofdstuk 4. Nadere regels
Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften
Het college kan nadere regels stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.
Hoofdstuk 5. Strafbepalingen
Artikel 8. strafbepaling
1Overtreding van artikel 4, tweede lid, of het niet voldoen aan de bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren die ook zijn aangewezen met betrekking tot het toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de APV.
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9 Vervallen oude regels
Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.
Artikel 10 Overgangsbepaling
1Namen en nummers die op grond van de in artikel 9 genoemde regels en voorschriften aan delen van de openbare ruimte en de daaraan liggende objecten zijn toegekend, blijven na de inwerkingtreding van deze verordening bestaan.
2Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
2Met de inwerkingtreding van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2020 wordt de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2008 ingetrokken.
3Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2020.