Aanhef
Vastgesteld 29 april 2025
1 Inleiding
1.1 Aanleiding en context
De gemeente Oude IJsselstreek stelt leefbaarheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag voorop. De gemeente hecht belang aan de wensen en behoeften van haar inwoners en ondernemers. Iedereen die in de gemeente Oude IJsselstreek woont, werkt of recreëert moet dit kunnen doen op een veilige, duurzame en gezonde manier. Dit is alleen mogelijk als inwoners, bedrijven en instellingen de regels naleven. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol: enerzijds stelt zij een deel van de regels op en verleent zij vergunningen en anderzijds houdt zij toezicht op het naleven van deze regels. Onder naleving verstaan we het houden van toezicht en het bespreken van ongewenst gedrag, maar ook het opleggen van sancties bij ongewenst gedrag.
Een belangrijke randvoorwaarde om de VTH-taken uit te voeren is dat de gemeente een strategische visie op de VTH-taken opstelt en nagedacht heeft over de daaruit voortvloeiende taken en bevoegdheden. Deze visie dient als basis voor het verder vormgeven van de professionaliseringsslag. Door vooraf duidelijk te maken waarom, hoe en waarop er getoetst en gehandhaafd wordt kan de gemeente haar werk gerichter, sneller en eenduidiger doen. Daarbij krijgen inwoners en ondernemers een beter inzicht hoe de gemeente omgaat met deze taken en bevoegdheden.
Op grond van de Omgevingswet moet het college een meerjaren Uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen. In afgelopen jaren was er enkel sprake van en TH-beleidsplan (Toezicht en Handhaving), daar wordt met dit document nu de V (vergunningen) aan toegevoegd. Daarnaast stelt de gemeenteraad elke vier jaar een integraal veiligheidsplan vast. Ook in andere programma’s staan beleidsvoornemens die het werk van Vergunningen en Handhaving raken, bijvoorbeeld over parkeerbeleid en alcoholmisbruik onder jongeren. Dit beleidsplan is gebaseerd op de diverse opgaven.
Deze UHS richt zich op de VTH-taken die wij als gemeente uitvoeren. Dit zijn de taken die de gemeente Oude IJsselstreek zelf uitvoert op het gebied van o.a. ruimtelijke ordening, bouw, sloop, brandveiligheid, monumenten, reclame, kappen van bomen, natuurbescherming, in- en uitritten, tijdelijke bouwwerken bij evenementen (tenten, podia) en horeca-inrichtingen.
De wettelijke milieutaken (basistaken) en extra verzoektaken die binnen het milieudomein vallen, zijn belegd bij de Omgevingsdienst Achterhoek. Dit betreft zowel vergunningverlenings- als toezichts- en handhavingstaken. De gemeente blijft hiervoor wel het bevoegd gezag.
1.2 Methode
In deze UHS geven we aan waar wij ons in de aankomende periode op gaan richten. Dit document is met interne en externe (keten)partners afgestemd.
Dit beleid beschrijft niet waaraan iedereen zich moeten houden. Dit is uitgewerkt in wet- en regelgeving, zoals het omgevingsplan en lokale verordeningen.
Door de veelheid aan regels is het noodzakelijk om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Alles toetsen en controleren is onmogelijk en soms onwenselijk. In de eerste plaats is dit een meer principiële keuze die ziet op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en organisaties versus de rol van de gemeente. In de tweede plaats zijn de personele en financiële middelen beperkt.
1.3 Leeswijzer
In hoofdstuk twee zullen de kaders van het UHS geformuleerd worden. In het hoofdstuk drie wordt de visie op Vergunningverlening, Toezicht en handhaving beschreven. Hoofdstuk vier beschrijft hoe onze gemeente eruit ziet. Op welke manier wij onze taken uitvoeren wordt in hoofdstuk vijf beschreven. In hoofdstuk zes wordt uitgelegd hoe wij bepalen wat we belangrijk vinden om te controleren. Hoofdstuk zeven beschrijft hoe onze organisatie eruit ziet en hoofdstuk 8 gaat over de borging van financiën en middelen om de VTH-taken uit te kunnen voeren.
Bij deze UHS horen verschillende bijlagen:
BIJLAGE 1. Handhaving door en voor gemeenten (uitgave VNG)
In dit document is een juridische handleiding. Handhaving van het recht is belangrijk voor de geloofwaardigheid van gemeenten en de regels die zij stelt. Het gemeentelijk handhavingslandschap is en blijft dynamisch. De ontwikkelingen in de jurisprudentie en in de dagelijkse gemeentepraktijk volgen elkaar in hoog tempo op.
BIJLAGE 2a. Toetsingsmatrix (uitgave Vereniging BWT Nederland)
In deze matrix wordt aangegeven op welk niveau technische toetsing van een bouwactiviteit word uitgevoerd
BIJLAGE 2b. Toezichtstrategie
In dit document worden de verschillende vormen van toezicht beschreven.
BIJLAGE 2c. Toezichtsmatrix bouwcontroles (uitgave Vereniging BWT Nederland)
In deze matrix wordt aangegeven op welk niveau de bouwcontroles worden uitgevoerd.
BIJLAGE 3. Landelijke handhavingsstrategie omgevingswet
Doel van deze strategie is dat de handhavende instanties, overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie op eenzelfde manier op bij overtredingen. Zo is een gelijk speelveld ontstaan, wordt het rechtsgevoel gerespecteerd en blijft de leefomgeving veilig, schoon en gezond.
BIJLAGE 4. Dwangsomtabel OIJ 2025
In deze tabel staan voor verschillende overtredingen de hoogte van de dwangsommen en de begunstigingstermijnen aangegeven. Wanneer een specifieke overtreding onbenoemd is, dan wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij een opgenomen overtreding en wordt dit gemotiveerd.
BIJLAGE 5a. Risicomatrix OIJ 2025
In deze matrix worden voor veel activiteiten de risico’s in beeld gebracht, waarmee deze ook geprioriteerd worden.
BIJLAGE 5b. Motivatiematrix OIJ 2025
Niet alle toezichtstaken kunnen in de prioriteitenmatrix verwerkt worden. Door gebruik te maken van de motivatiematrix kunnen wij ook uitleggen waarom wij een niet-geprioriteerde taak toch oppakken.
BIJLAGE 6. Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid
De Landelijke richtlijn ziet op de bouw- en sloopveiligheid in relatie tot de omgeving van het project. Dit betreft dus de veiligheid buiten het bouwhek voor personen en belendingen. Onderdeel 6.2 van de richtlijn is onder de Omgevingswet een toetsings- en directe handhavingsgrond geworden. Het overige deel dient als toetsingskader voor het verlenen van een (bouw- en sloop)veiligheidsplan als onderdeel van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, of voor het accepteren van een sloopmelding.
BIJLAGE 7. Handreiking Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw (uitgave VNG)
In deze handreiking worden verschillende handelingsperspectieven bij overtredingen met betrekking tot de Wkb beschreven.
2 Kaders en ontwikkelingen
2.1 Wettelijk kader
2.1.2 Integraal Veiligheidsbeleid
2.2 Ontwikkelingen
Vanaf 2024 is er veel gewijzigd in de regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leggen meer verantwoordelijkheid bij burgers en bedrijven voor een goede omgevingskwaliteit. Dat vraagt van ons als overheid ook een verandering in de wijze waarop we onze taak uitvoeren: ruimte bieden, meedenken, loslaten en vertrouwen. Minder verzorging van, meer laten participeren in. Meer stimuleren door samenwerken aan, in plaats van sec controleren op. In dit beleid spelen we zoveel mogelijk in op deze nieuwe uitgangspunten. Maar over de uitwerking van de regels en de wijze waarop ze toegepaste regels dienen te worden is er nog geen volledige duidelijkheid. Een goede open communicatie en voorlichting is hierin erg belangrijk.
Enkele ontwikkelingen zijn hieronder verder toegelicht.
3 Visie
3.1 We werken vanuit vertrouwen en vanuit de bedoeling
De gemeente Oude IJsselstreek vertrouwt erop dat haar inwoners, ondernemers en bezoekers de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen omgeving en activiteiten. Handhaven gebeurt dan ook vanuit dit vertrouwen en vanuit de bedoeling. Loslaten waar kan en focussen op zaken die écht belangrijk zijn. Dit betekent ook dat wij onze toezicht- en handhavingsstijl afstemmen op de betreffende casus. Wij willen vooral inzetten op het stimuleren van het goede gedrag (bijvoorbeeld door advisering of voorlichting). Dit neemt natuurlijk niet weg dat, wanneer dat nodig is, er ook kordaat opgetreden kan worden.
Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning wordt er vertrouwd op de aangeleverde informatie en stukken van de aanvrager. Alleen bij zeer grote twijfels of duidelijke signalen over de andere doelen worden er aanvullende vragen gesteld. Uiteindelijk zal het besluit worden genomen op basis van de informatie die bij de aanvraag is ingediend. Als achteraf blijkt dat het besluit is genomen op basis van onjuiste informatie, dan wordt het genomen besluit heroverwogen en kan leiden tot het intrekken van afgegeven omgevingsvergunning.
3.2 We werken zichtbaar en integraal
Met de invoering van de Wabo zijn de vergunningverleners, door de onlosmakelijkheid van de verschillende activiteiten, de afgelopen jaren al gegroeid naar de integrale rol als casemanager. Onder de Omgevingswet is de onlosmakelijkheid tussen activiteiten komen te vervallen. Dit betekent echter enkel dat het niet meer verplicht is om de activiteiten gelijktijdig aan te vragen, maar het kan en mag nog wel. Daarnaast dient bij elk besluit een aanvrager gewezen te worden op mogelijke andere benodigde toestemmingen. Een integrale behandeling van een aanvraag blijft hiermee van belang. Bij een aanvraag wordt dan ook verder gekeken dan naar enkel de inhoud van de aanvraag, maar ook naar wat er mogelijk verder nog uit voortvloeit.
Om een aanvraag soepel te laten verlopen wordt altijd eerst geadviseerd om in het kader van vooroverleg een schetsontwerp of een conceptaanvraag in te dienen. Ook bij twijfel of ergens een vergunning voor nodig is of wellicht vergunningsvrij is kunnen inwoners en bedrijven contact opnemen met ons via onze publieksbalie “Balievergunningen”. Geheel nieuwe initiatieven die complexer zijn en om een integrale aanpak vragen, worden ingebracht in het nieuw ingerichte overleg van “de omgevingstafel”. Hierbij zijn dan vertegenwoordigers van de verschillende disciplines en ketenpartners aanwezig. Doel is dat al in een vroeg stadium zo veel mogelijk duidelijk wordt wat het initiatief omvat en waar de kansen, knelpunten, mogelijkheden en onmogelijkheden liggen. Dit draag bij aan een efficiënte, tijd- en kostenbesparende werkwijze. Zowel aan onze zijde als aan die van de initiatiefnemer.
De handhavers van de gemeente Oude IJsselstreek zijn in beginsel zichtbaar aanwezig op straat (herkenbare handhavingsauto, lopend of fietsend en in uniform). Hierdoor zijn ze makkelijk aanspreekbaar voor inwoners en toeristen. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld wanneer herkenbaarheid ongewenst is, dan werken de handhavers in burger. Ook de (bouwkundig) toezichthouders zijn zichtbaar aanwezig. Het team zet met name in op de communicatieve vaardigheden van de teamleden en maakt zich zichtbaar in de richting van ketenpartners, management en bestuurders. Dit doen ze door actief doelstellingen af te stemmen en resultaten te delen. Naast een zichtbare aanpak is ook integrale aanpak nodig. Dit betekent dat, als de handhavers en toezichthouders de straat op gaan, ze breed kijken naar de taken de ze tegenkomen. Zaken die zij tegenkomen en die niet passen in hun eigen bevoegdheden, worden gedeeld met interne en externe partners. Ook is er aandacht voor prioritering en worden taken gezamenlijk en in samenhang met handhavingspartners uitgevoerd. Samenwerking en prioritering is voor gemeente Oude IJsselstreek van extra groot belang aangezien er maar beperkt handhavingscapaciteit beschikbaar is. De Risicomatrix en Motivatiematrix geven een afwegingskader of de casus direct, op termijn of niet wordt opgepakt. De prioriteiten worden uitgewerkt in een (jaarlijks) uitvoeringsprogramma. Verder is er een strategie die de handhavers op straat handvatten biedt voor eenduidige behandeling van gelijksoortige gevallen. In de gemeente Oude IJsselstreek is de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) de basis voor het optreden, dat soms uit een preventief waarschuwingsgesprek kan bestaan, maar soms ook tot een repressief sanctiegesprek kan leiden. Hiermee geven we invulling aan de term goed gastheerschap en de primaire doelstelling om het gedrag te veranderen.
3.3 We werken wijkgericht aan onze taak
De handhavers werken wijkgericht. Zij sluiten aan bij partners op leefbaarheid en veiligheid, zoals wijkagenten, en sociale partners in de wijk. De wijkhandhaver kent de lokale problematiek en heeft goede contacten met (vertegenwoordigers van) inwoners en ondernemers in de wijk. De wijkhandhaver speelt een actieve rol in de informatie-uitwisseling met interne en externe partners. Ook inwoners hebben een actieve rol bij het aandragen van overlastproblemen in hun wijk en bij het oplossen ervan. Door actief aanwezig te zijn in de wijk kunnen de handhavers problemen voorkomen. De handhaver stimuleert de inwoners om mee te denken en bij te dragen aan een leefbare omgeving. De informatie die uit de wijken wordt opgehaald is actief te gebruiken bij het bepalen van de operationele inzet.
Sommige handhavers hebben taakaccenten, zoals alcoholwet en jeugd, waar zij een opleiding voor gevolgd hebben. Het takenpakket van de handhaver is helder geformuleerd en afgestemd met interne en externe partners. De handhavers weten waar ze van zijn en zijn in staat de informatie van inwoners door te geleiden naar andere partners. Er wordt gewerkt aan een duidelijke instructies en informatie en terugkoppeling, zodat de handhavers goed op de hoogte zijn van prioriteiten en actuele informatie. Er is een goede registratie van meldingen, waarnemingen, waarschuwingen, boetes en resultaten. Dit stelt de handhavers in staat hun taak efficiënt en informatiegericht uit te voeren. De handhavers werken zoveel mogelijk op straat en zijn zo min mogelijk bezig met administratieve of juridische afhandeling. Hiervoor is administratieve en juridische ondersteuning noodzakelijk.
Bij de vergunningverlener werken we met één casemanager per project/aanvraag. Zij zijn het aanspreekpunt vanaf het vooroverleg tot het moment dat het besluit op de aanvraag genomen wordt.
Om efficiënt te werken, werken met een gebiedsindeling per casemanager en in sommige gevallen per type ontwikkeling. Voorbeelden van type ontwikkelingen zijn zonneweides, flex-woningen, verduurzaming bestaande woningvoorraad van een woningcorporatie.
3.4 We werken informatiegestuurd en context gedreven
Onder Informatiegestuurd handhaven verstaan we: ‘Informatie en kennis verzamelen, delen en analyseren om op basis van overzicht en inzicht beslissingen te nemen over een effectieve aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsproblemen’. De handhavers worden aangestuurd op basis van actuele informatie. Bronnen voor informatie zijn bijvoorbeeld eigen waarnemingen, sancties en waarschuwingen en informatie van de politie.
Contextgedreven werken is het ‘’van buiten naar binnen werken’’. De ‘buurt’ moet (uiteindelijk) bepalen waar wij de prioriteiten leggen; het is immers de leefomgeving van de buurt.
De informatie die verzameld en geanalyseerd is, wordt, voor zover de AVG en WPG dit toelaat, gedeeld met partners, zoals politie en het sociaal domein. Daar waar de leefbaarheid onder druk staat, kan de gedeelde informatie leiden tot handhavingsacties. De actuele informatie vormt de basis van de operationele inzet waarbij ook gebruikt wordt gemaakt van informatie die is verkregen uit de informatie van de voorafgaande diensten.
3.5 We werken aan veiligheid voor bewoners en onszelf
De handhavers richten zich primair op het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente Oude IJsselstreek. Leefbaarheid raakt de veiligheidsbeleving van inwoners. Handhavers zetten zich in om het veiligheidsgevoel van inwoners te vergroten. Dit geldt overigens ook voor de (bouwkundig) toezichthouders; deze hebben bijvoorbeeld ook een rol in bijvoorbeeld het tegengaan van verloedering van panden. Er wordt samengewerkt met de politie om bij onveilige situaties snel te kunnen schakelen. Geweldsincidenten worden gerapporteerd en besproken.
Verschillende ontwikkelingen in het takenpakket van de handhavers zorgen ervoor dat ze steeds meer op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid acteren. Dit vraagt om meer aandacht voor de eigen veiligheid, zoals RTGB-trainingen (geweldsbevoegdheid), steekwerende vesten en andere (persoonlijke) beschermingsmiddelen. Inwoners verwachten ook handelend optreden en indien nodig een handhaver die een stap vooruitzet in plaats van achteruit. Goede afspraken met de politie over het handelingsperspectief in geweldssituaties zijn dan ook noodzakelijk. Deze afspraken zijn vastgelegd in de ‘Samenwerkingsafspraken Handhaving en Basisteam Achterhoek West’.
3.6 We werken samen met partners
Onze werkwijze is gericht op samenwerken in de (leefbaarheids)keten en met interne partners. Daarnaast hebben en onderhouden medewerkers hun eigen netwerk. Er wordt zowel beleidsmatig als uitvoerend samengewerkt met partners. De VTH-medewerkers zijn betrokken bij en adviseren over beleidsontwikkeling in het fysieke domein en handhavingstaken.
ICT
3.6.2 Samenwerken extern
4 Omgevingsanalyse
4.1 Gebieds-en probleemanalyse
Onze gemeente kenmerkt zich als een plattelandsgemeente met enkele grotere kernen, een aantal kleinere kernen en een groot buitengebied.
In de ontwikkeling van dit gebied is de Oude IJssel die er doorheen stroomt in de historie een belangrijke factor geweest. Over de weg is de Twente-route (A18) een belangrijke route die door de gemeente loopt.
Hieronder volgen de belangrijkste regionale kenmerken en aandachtpunten die van invloed zijn op onze VTH-taakuitvoering.
5 Strategieën
5.1 Preventiestrategie
Hoe voorkomen we overtredingen?
De preventiestrategie beschrijft hoe overtredingen van wet- en regelgeving kunnen worden voorkomen. Communicatie en voorlichting spelen een grote rol. De preventiestrategie is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording van inwoners en bedrijven dat zij zélf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Bekendheid met de regels vormt immers de basis voor het naleven van regels. Participatie is hier een verlengde van. Bewustwording van de verantwoordelijkheid past binnen de participatiemaatschappij.
5.2 Strategie ‘verkennen en initiatief’
Hoe komen we (samen) tot een goede aanvraag?
Dit is het proces voorafgaand aan de indiening van een aanvraag voor een omgevingsvergunning en melding of wijziging van het omgevingsplan. Het betreft geen officiële wettelijk vastgelegde procedure, maar een transparant deelproces om een initiatief zorgvuldig en integraal af te wegen, zodat een aanvraag na indiening binnen de reguliere termijn kan worden afgedaan. Participatie krijgt een belangrijke plek in dit proces.
5.3 Meldingen- en vergunningenstrategie
Hoe gaan we om met aanvragen en meldingen?
In deze strategie beschrijven wij hoe wij omgaan met de beoordeling en afhandeling van meldingen en vergunningaanvragen en welke toetsingskaders (bijlage 2a en bijlage 6) daarbij gelden.
In ieder geval voldoen we aan de wettelijke eisen en geven op een passende wijze invulling aan participatie. Belangrijk onderdeel van de strategie is het principe “zacht aan de voorkant, hard aan de achterkant”. Hiermee wordt bedoeld dat we graag aan de voorzijde in een vroeg stadium bij een initiatief betrokken worden. Dit biedt de meeste ruimte om gezamenlijk te kijken en mee te denken over een praktisch en efficiënte afhandeling. Een officiële aanvraag die hieruit volgt kan dan conform wet en regelgeving worden afgehandeld. Zonder vooroverleg is de kans groter dat een aanvraag niet volledig is en wellicht niet tijdig wordt aangevuld en vervolgens buiten behandeling wordt gelaten.
Wij toetsen risicogestuurd. Dit houdt in dat de diepgang van beoordeling van vergunningaanvragen en wijze van afhandeling van meldingen afhankelijk is van de risico’s van de aangevraagde of gemelde activiteit.
5.4 Toezichtstrategie
Hoe houden we toezicht en voorkomen we overtredingen?
In onze toezichtstrategie (bijlagen 2b, 2c en 6) worden de kaders aangegeven waaruit het toezicht door de gemeente wordt uitgevoerd. Toezicht omvat controles om na te gaan of voorschriften van o.a. vergunningen worden nageleefd. Daarbij is het doel om de risico’s te minimaliseren en daarom de toezichtcapaciteit zo efficiënt en risicogericht mogelijk in te zetten. De risicoanalyse helpt hierbij en in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt de planning van het toezicht opgenomen (gepland toezicht). Naast gepland toezicht kan er ook (ongepland) toezicht nodig zijn vanwege ongewone voorvallen of klachten. Efficiënte aanwezigheid houdt in dat een beperkte inzet van capaciteit toch een maximaal gevoel van veiligheid bij inwoners en ondernemers tot gevolg heeft. Zo kunnen bijvoorbeeld de wijkbeheerders afspraken maken met de overtreder, voordat handhavend wordt opgetreden. Een ander voorbeeld van efficiënte aanwezigheid is de aanwezigheid tijdens 'hot-times' of op 'hotspots'; daar waar de kans groter is op overtredingen, willen we aanwezig zijn.
Voor zowel de Omgevingsdienst als de brandweer geldt dat deze strategieën afzonderlijk zijn/worden vastgesteld.
5.5 Sanctiestrategie
Hoe treden we op bij overtredingen?
Wij sluiten aan bij de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (bijlage 3). Deze strategie passen wij ook toe op de overige TH-taken die wij uitvoeren (tenzij de wet een strategie voorschrijft). De LHSO raakt ook de toezichtstrategie en de gedoogstrategie. Zo is aanspreken tijdens toezicht ook een interventie en erkent de LHSO dat er omstandigheden kunnen zijn om van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet. Het doel van deze strategie is de naleving van de beginselplicht tot handhaven te waarborgen, adequaat optreden bij overtredingen, het maken van vergelijkbare keuzes in vergelijkbare situaties en het op consistente wijze kiezen en toepassen van interventies.
5.6 Gedoogstrategie
Wanneer en hoe zien we af van handhaving?
In bijzondere gevallen kan worden afgezien van handhaving (bijlage 1). Bijvoorbeeld als er concreet en reëel zicht is op legalisatie of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Gedogen is geen ‘besluit’, maar dat het bestuursorgaan wel aangeeft dat zij tijdelijk niet gaat handhaven. Een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het strijdige handelen binnen afzienbare tijd ophoudt of gelegaliseerd is. Een belanghebbende kan dus tegen de illegale situatie alsnog een handhavingsverzoek indienen, waarop het bestuursorgaan moet beslissen.
5.7 Strategie ‘Dwangsom en invordering’
Hoe gaan we om met dwangsommen?
Het doel van een dwangsom is het voorkomen om ongedaan maken van een overtreding. De hoogte van een dwangsom is afhankelijk van een aantal factoren. De overtreder krijgt vaak ook een vastgestelde tijd om de overtreding te beëindigen, de begunstigingstermijn. In de dwangsomtabel (bijlage 4) staan voor de meest voorkomende overtredingen een indicatieve dwangsomhoogte en een begunstigingstermijn.
Wanneer de overtreding, na de begunstigingstermijn, nog steeds voortduurt, dan wordt een dwangsom verbeurd. Uitgangspunt is dat de overtreder altijd de volledige dwangsom betaalt.
5.8 Conflictbemiddeling
Hoe kunnen wij bijdragen aan een oplossing bij een conflict?
Naast de inzet van de verschillende handhavingsinstrumenten, is het soms nodig om ook andere instrumenten in te zetten. Deze instrumenten komen aan de orde op het moment dat er sprake is van ergernissen of meningsverschillen tussen buren. Een belangrijk instrument is buurtbemiddeling (via Sociaal werk Oude IJsselstreek). Wanneer de emoties oplopen, is het lastig om tot een gesprek te komen. Buurtbemiddeling kan dan helpen om de cirkel te doorbreken. Zij geven informatie en advies over wat de mensen zelf kunnen doen en als dat nog steeds onvoldoende is, dan kan er een onpartijdige bemiddelaar ingezet worden. Onder deze begeleiding kunnen buren samen nadenken over een goede oplossing.
Mediation (gespreksbegeleiding) kan uitkomst bieden wanneer er sprake is van een geschil of (dreigend) conflict, door bijvoorbeeld overlast in de buurt, tussen een inwoner de gemeente. Onder begeleiding van een neutrale persoon, de mediator, wordt er samen geprobeerd om tot een oplossing te komen.
5.9 Werkwijze klachten, meldingen en (verzoeken om) handhaving
Hoe gaan wij om met (anonieme) klachten, meldingen en verzoeken om handhaving?
6 Risicoanalyse en prioriteiten
6.1 De risicoanalyse
Bij de risicoanalyse wordt gebruik gemaakt van een risicomatrix (bijlage 5a). In de risicomatrix worden de verschillende reguliere toezicht- en handhavingstaken tegen elkaar gezet. Vervolgens worden de taken tegen elkaar afgewogen door deze te koppelen aan een aantal wegingsfactoren. Uit de risicoanalyse vloeit voort welke taken prioriteit moeten krijgen (of juist niet).
De risicoanalyse wordt uitgevoerd op onderwerpniveau en niet op branches of individuele bedrijven/inrichtingen. Hiermee blijft de analyse overzichtelijk en hanteerbaar. Op deze wijze kunnen nieuwe handhavingstaken eenvoudig worden opgenomen in de analyse.
Vanuit de gebieds-en probleemanalyse en onze uitvoeringspraktijk volgen aandachtspunten: de risicovolle activiteiten. Deze activiteiten staan in de risicomatrix. Deze zijn niet limitatief: het zijn de ‘probleem gerelateerde’ activiteiten die wij nu in onze regio zien. Niet alle activiteiten hebben een even groot risico en vragen dezelfde aandacht. Om te bepalen waar we prioriteit aan moeten geven, beoordelen we welke activiteiten het meest risicovol zijn. Dit doen we via een landelijke gebruikte methode, waarbij het negatieve effect van niet-naleven van de voor de activiteit geldende regels en de kans op niet-naleving leiden tot een afweging van het risico.
De risicoanalyse gebaseerd op een inschatting van de risico’s die aan de verschillende handhavingstaken zijn verbonden. Om die risico’s te kunnen inschatten is een analyse gemaakt op basis van een systematiek die veelvuldig is toegepast bij verschillende gemeenten. Bij deze systematiek wordt risico gedefinieerd als: ‘Risico= Kans x Effect’.
Uit de gehanteerde formule komt een getal: het zogenaamde ‘risicogetal’. Dit getal kan het beste als volgt worden beschreven: hoe groter de mogelijke consequenties van een overtreding en hoe groter de kans op overtreding is, des te groter zal het risico dan zijn.
6.1.2 Kans
6.2 Toetsingsprotocol bouwtechnische eisen.
Voor bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn (gevolgklasse 0) of niet vallen onder het stelsel voor de kwaliteitsborging (gevolgklasse 1), moet voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Deze aanvraag moet getoetst worden aan de minimale prestatie eisen zoals gesteld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Om niet alles absoluut te hoeven toetsen, wordt er gewerkt op basis van een prioritering. De vereniging BWT Nederland heeft het toetsprotocol (LTB2012) ontwikkeld waarbij een door de inspectie geaccepteerd toetsniveau is vastgesteld. Dit toetsprotocol is per 1 janauri 2024 aangepast aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Grote omvangrijke technische bouwaanvragen worden getoetst met BRIStoets. BRIStoets is het online hulpmiddel voor bouwplantoetsers om de gewenste kwaliteit van een bouwplan uniform te toetsen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Door een transparant toetsingsproces kan achteraf eenvoudig worden aangetoond op welke onderdelen is getoetst en met welke intensiteit. Het programma werkt op basis van de Landelijke Toetsmatrix Bbl (LTB2024). Ten aanzien van de brandveiligheidseisen wordt advies aangevraagd bij de VNOG.
In het BBL staan zoals gemeld de minimale technische eisen. Het is niet toegestaan om hiervan af te wijken en hogere eisen te stellen. Ten aanzien van toegankelijkheid van een gebouw zijn de eisen vrij beperkt. In dat kader wordt er naast de minimale eisen gewerkt aan bewustwording. Een aanvrager wordt dan gewezen op mogelijke kleine aanpassingen waarmee een gebouw wellicht toegankelijker wordt. Zonder de rol als adviseur op te pakken, wordt er geprobeerd mee te denken te wijzen op aanpassingen die naast hetgeen dat minimaal vereist is, bijdragen aan een beter bouwwerk op het gebied van de brandveiligheid of een ander aspect.
6.3 Prioritering Toezicht en handhaving
We kunnen niet overal tegelijk zijn. Dat betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen: waar besteden we onze aandacht aan? De risicoanalyse heeft ons bij die keuze geholpen: de activiteiten met het hoogste risico, geven we de hoogste prioriteit.
Bij activiteiten of (deel)aspecten met prioriteit toetsen we vergunningen diepgaander, houden we nauwgezetter of frequenter toezicht en pakken we door in onze handhaving. Aan activiteiten of deelaspecten waarvan we het risico lager schatten, geven we minder prioriteit. We doen uiteraard wel wat wettelijk moet (zoals het toetsen van een aanvraag of uitvoering geven aan onze beginselplicht tot handhaven), maar doen dit globaler en veelal reactief.
Calamiteiten met acuut gevaar (= onverwachte gebeurtenissen die zich voordoen en die ernstige schade kunnen veroorzaken) kennen altijd prioriteit. Deze zijn niet apart benoemd in de risicoanalyse omdat dit zich bij alle activiteiten kan voordoen.
De teamleden werken zelfstandig en professioneel aan hun taak. Zij hebben een breed takenpakket waarin duidelijke prioriteiten zijn gesteld. Voor het vaststellen van de prioriteiten zijn o.a. de risicoanalyse, interviews en andere beleidsdocumenten gebruikt. De risico’s zijn ook gebaseerd op ervaring van eerdere jaren. Zie hiervoor de Risicoanalyse en prioritering en de risicomatrix.
In de paragrafen hieronder zijn de thema’s toegelicht met een hoge en gemiddelde prioriteit. Het toezicht op minder geprioriteerde thema’s/meldingen/constateringen wordt vormgegeven door de Motivatiematrix (bijlage 5b); omdat niet alle toezichtstaken in de prioriteitenmatrix verwerkt kunnen worden, maken wij ook gebruik van de 'Motivatiematrix'. De motivatiematrix is gebaseerd op de prioriteitenmatrix. Maar waar de prioriteitenmatrix een gemiddelde score geeft, wordt in de motiveringsmatrix juist uitgaan van de score van elke indicator afzonderlijk. Vraag zal steeds zijn: komt de … in het geding of heeft het grote gevolgen voor … Hierbij zijn er drie uitkomsten mogelijk: 1. de casus wordt direct opgepakt, 2. de casus wordt op termijn opgepakt en 3. de casus wordt niet meer opgepakt. Hiermee wordt het veelal ook makkelijker om uit te leggen waarom er in het ene geval wel wordt opgetreden en in het andere geval niet.
7 Organisatie en middelen
7.1 Organisatie
Gemeenteraad
Wettelijk gezien is het college/burgemeester verantwoordelijk voor de VTH-taken en vormt het bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk optreedt. De raad heeft formeel geen wettelijke bevoegdheden waar het gaat om de toepassing en uitvoering van de VTH-taken.
College / burgemeester
Zowel het college als de burgemeester stellen prioriteiten, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Zij beslissen zowel over de vaststelling van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie als over het uitvoeringsprogramma. Voor het college zijn dit voor de taken uit de Omgevingswet en voor de burgemeester de taken uit de bijzondere wetten als de APV en Alcoholwet (dit sluit aan bij de verantwoordelijkheden op het gebied van openbare orde en veiligheid).
Het college en de burgemeester rapporteren over de uitvoering van het plan en wordt jaarlijks geëvalueerd of de gestelde doelen zijn behaald. Zij maken het beleid, het uitvoeringsprogramma en de rapportage, in het kader van interbestuurlijk toezicht, kenbaar aan de provincie. Daarnaast wordt de raad hiervan ook in kennis gesteld.
Verder is de burgemeester vanuit het zogenaamde driehoeksoverleg direct betrokken bij het aansturen van de politie. De (integrale) handhaving maakt onderdeel uit van de portefeuille van de burgemeester.
Team Handhaving
De uitvoering van toezicht en handhaving is belegd bij team Handhaving (eenheid BUOR). Hierbij kunnen zij handelen op grond van het mandaatbesluit; wat mogen zij doen namens het college of de burgemeester). Het team heeft een capaciteit voor 2 bouwkundig toezichthouders, 4 handhavers en 1 coördinator. Gezien de ontwikkelingen en een politieke/maatschappelijke claim (meer zaken worden belangrijk, verschuiving van taken van politie naar Handhaving) bestaat de kans dat de formatie gaat knellen. Dit blijven wij monitoren.
Handhavers zijn medewerkers van het team Handhaving en beschikken over 2 soorten bevoegdheden: de bestuursrechtelijke bevoegdheid in de hoedanigheid van toezichthouder en de strafrechtelijke bevoegdheid in de hoedanigheid van (buitengewoon) opsporingsambtenaar.
Vergunningen
Het afhandelen van omgevingsvergunningen is belegd onder een deel van het team Ruimtelijke Ontwikkeling. Naast de beleidsmedewerkers op het gebied van RO bestaat dit team uit een capaciteit voor 2 medewerkers voor de administratie, 2 medewerkers voor de publieksbalie, 4 vergunningverleners en 1 adviseur vergunningen.
7.2 Middelen
Wij beschikken over de volgende middelen:
Zaaksysteem
Vastleggen documenten, beheren werkvoorraad en archivering zaken.
RxMission
Beheren werkvoorraad.
Bris-toets
Dit is het programma voor bouwplantoetsing.
CityControl
Dit is een vorm van digitale handhaving. Hierdoor kan efficiënter worden gewerkt, omdat bepaalde informatie snel beschikbaar is en snel signalen gedeeld kunnen worden met partners.
Vervoer
Handhaving heeft de beschikking over 2 dienstauto’s en dienstfietsen. Daarnaast wordt een toezichtsauto gedeeld met team Vergunningen.
Communicatie
De handhavers beschikken over portofoons, waarmee ze in directe verbinding staan met de meldkamer. Daarnaast heeft iedereen de beschikking over een mobiele telefoon.
Steekwerende vesten
De handhavers beschikken over steekwerende vesten.
Geweldsbevoegdheid
De handhavers zijn bevoegd, mits ze daarvoor getraind zijn, voor de inzet van de geweldsbevoegdheid en het gebruik van handboeien.
7.3 Bereikbaarheid
Buiten kantooruren moeten burgers een melding kunnen doen van incidenten of hun klachten kunnen uiten. De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende bereikbaarheidsregelingen:
Provincie en Oda
het meldingenloket ‘s@men’.
de gemeente
de ‘meldingenkaart’.