Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels uitvoering toezicht en handhaving Wet kinderopvang Oude IJsselstreek 2022

Gemeente Oude IJsselstreek · geldt sinds 17 juni 2022

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de artikelen 1:61 lid 1, 1:64, 1:65 lid 1 en 4, 1:66 en 1:72 lid 1 Wet kinderopvang;

Besluiten vast te stellen de volgende:

de ‘Beleidsregels uitvoering toezicht en handhaving Wet kinderopvang Oude IJsselstreek 2022’ vast te stellen.

1. Besluit, toepassing, citeertitel beleidsregels en definities

1.1. Besluit

1.2. Toepassing

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de gemeentelijke inzet om:

-toezicht te houden op de kwaliteit van de kinderopvang;

-aanvragen tot exploitatie en wijzigingsverzoeken voor kinderopvang af te handelen;

-te handhaven naar aanleiding van het niet naleven van voorschriften van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving;

-te bevorderen dat houders voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen en bijdragen aan kwalitatief hoogstaand aanbod van kinderopvang in de gemeente.

Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle kinderopvangvoorzieningen binnen de gemeente.

1.3. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels uitvoering toezicht en handhaving Wet kinderopvang Oude IJsselstreek 2022’.

1.4. Definities

Hieronder vindt u definities van de belangrijkste in dit beleid voorkomende termen. Voor alle (overige) definities wordt aangesloten bij de definities zoals deze zijn gegeven in de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving.

Definities

Afwegingsmodel

In het afwegingsmodel worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een hersteltermijn, de hoogte van de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom.

Het afwegingsmodel is als bijlage aan deze beleidsregels toegevoegd.

Awb

Algemene wet bestuursrecht

College

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek

Gemeente

Gemeente FORMTEXT Oude IJsselstreek

GGD

FORMTEXT GGD Noord- en Oost Gelderland

Houder

De houder van een kinderopvangvoorziening.

Kinderopvangvoorziening

Dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouder of gastouderbureau

Kwaliteitseisen

De kwaliteitseisen vastgelegd in voorschriften die staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving

LRK

Landelijk Register Kinderopvang

Toezichthouder

De aangewezen toezichthouder van de GGD. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.

Wko

Wet kinderopvang

VE

Voorschoolse Educatie

VOG

Verklaring Omtrent Gedrag

2. Inleiding

2.1. Waarom beleid

In dit beleidsstuk is vastgelegd hoe het beleid is dat Oude IJsselstreek voert met betrekking tot de gemeentelijke taken die voorvloeien uit de Wet kinderopvang: de uitvoering toezicht en handhaving Wet kinderopvang.

Het vastleggen van dit beleid draagt bij aan:

-Het stimuleren van veilige en kwalitatief goede kinderopvang;

-rechtsgelijkheid, door het vastleggen van beleidsregels die voor iedereen van toepassing zijn;

-een transparante werkwijze, omdat betrokkenen vooraf geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en bevoegdheden van het college.

2.2. Wat komt aan de orde

In deze beleidsregels wordt ingegaan op de volgende onderdelen:

-de gemeentelijke visie op handhaving en de relatie met het dossier kinderopvang.

-de verschillende mogelijkheden binnen toezicht, waaronder herstelaanbod en risico gestuurd toezicht.

-afhandeling van een aanvraag tot exploitatie.

-de verschillende mogelijkheden voor handhaving bij het niet naleven van de kwaliteitseisen, inclusief welke strategie gevolgd wordt. Daarbij wordt per niet nageleefde kwaliteitseis bepaald welke handhaving daarop volgt, waarbij het afwegingsmodel richting geeft.

In het afwegingsmodel (in de bijlage) is vastgelegd:

-of een boete kan worden opgelegd en de hoogte daarvan;

-de hoogte van een last onder dwangsom;

-de maximale hersteltermijn.

2.3. Landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen

Landelijke ontwikkelingen

De Wet kinderopvang is sinds 2005 van toepassing. Sindsdien is het speelveld volop in beweging. Door de invoering van de (wijzigings-) Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang is de wetgeving behoorlijk aangepast. Zo bestaan sinds 2018 er geen peuterspeelzalen meer en is er een personenregister kinderopvang ingevoerd om continue screening in de kinderopvang te versterken.

Vanaf 2022 ontvangen gemeenten extra middelen om het toezicht bij de gastouderopvang te intensiveren.

Vanaf 1 januari 2023 wordt het wettelijk verplicht om flexibel toezicht te hebben ingevoerd.

De voorgestelde aanpassingen moeten leiden tot een kwaliteitsverbetering binnen de kinderopvang en efficiëntere toezicht en handhaving.

Gemeentelijke ontwikkelingen

In Oude IJsselstreek investeren we blijvend in de relatie tussen gemeente en kinderopvangorganisaties. Hierdoor is er de mogelijkheid om snel te kunnen schakelen bij ontwikkelingen die van invloed zijn op beleid en uitvoering.

Tijdens de coronapandemie is de samenwerking tussen gemeente, kinderopvang en GGD goed afgestemd en is er op tijd de juiste afstemming gezocht om ook tijdens deze crisis verantwoorde en veilige noodopvang aan te bieden.

We blijven investeren op deze samenwerking om veilige- en verantwoorde kinderopvang in gemeente Oude IJsselstreek aan te bieden.

Nieuw is het flexibel toezicht. Bij flexibel toezicht wordt de vaste set minimaal 4 te toetsen onderwerpen losgelaten en kunnen gemeenten zelf bepalen welke domeinen per locatie worden geïnspecteerd. Hiermee wordt een verhoging van de kwaliteit van de kinderopvang beoogt.

Vanaf 2023 wordt dit een verplichting vanuit de wet. Vanaf 2022 is het mogelijk om flexibel toezicht in te voeren. Oude IJsselstreek gebruikt het jaar 2022 als overgangsjaar om samen met de toezichthouder de kaders omtrent flexibel toezicht vast te stellen.

3. Kader, visie, ambitie en speerpunten

3.1 Kader

Aan het aanbieden van formele kinderopvang worden kwaliteitseisen gesteld. Deze kwaliteitseisen staan in de Wet kinderopvang (Wko) en in de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur (Amvb) en ministeriële regelingen en aanverwante regelingen.

De regelgeving stelt kwaliteitseisen aan de volgende onderwerpen (in de GGD-rapportages ook wel domeinen genoemd) die beoordeeld en gewogen in het inspectierapport worden opgenomen:

-registratie, wijzigingen en administratie;

-het pedagogisch klimaat;

-personeel en groepen;

-veiligheid en gezondheid;

-accommodatie;

-ouderrecht.

De Wet kinderopvang bepaalt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor toezicht op en handhaving van deze eisen. De GGD is bij wet de aangewezen toezichthouder voor kinderopvang. Het college heeft de directeur publieke gezondheid van de GGD Noord- en Oost-Gelderland aangewezen als toezichthouder.

De Inspectie van het Onderwijs is de tweedelijns toezichthouder en controleert jaarlijks of de gemeente haar wettelijke taken met betrekking tot de registervoering en de uitvoering van het toezicht -waaronder het toezicht op voor- en vroegschoolse educatie, goed uitvoert.

3.2 Visie op handhaving

De gemeente heeft de volgende visie op handhaving:

Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt grijpt de gemeente actief in met een handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden daarbij meegewogen.

Het doel van het handhaven is in de eerste plaats de overtreding te laten herstellen. Houders krijgen, zoveel als mogelijk, ruimte om de overtreding te herstellen. Er kan gebruik worden gemaakt van een herstel-aanbod bij overtredingen die geen direct gevaar voor de kinderen opleveren en die in korte tijd opgeheven kunnen worden.

Indien een overtreding is begaan bestraffen we alleen met een bestuurlijke boete als dit echt nodig is: bijv. als de veiligheid van kinderen in gevaar is (geweest). De gemeente kan dus een boete opleggen.

3.3 Ambitie

De gemeente Oude IJsselstreek vindt veilige en kwalitatief goede kinderopvang zeer belangrijk. Toezicht en handhaving worden passend ingezet. De gemeente streeft een goede relatie met de houder na en werkt vanuit vertrouwen.

Gemeente Oude IJsselstreek heeft de volgende ambities:

1Veilige en kwalitatief goede kinderopvang;

2Het weren van malafide houders;

3Zicht op de kwaliteit van de gastouderopvang;

4Transparante en open samenwerking met organisaties;

3.4 Speerpunten

De gemeente heeft een aantal speerpunten bepaald die moeten leiden tot veilige en kwalitatief goede kinderopvang binnen de gemeente Oude IJsselstreek.

1Invoeren van het flexibel toezicht;

2Intensivering toezicht gastouderopvang;

3Intensivering toezicht VVE locaties.

4. Toezicht en handhaving

4.1 Toezicht

De toezichthouder kinderopvang van de GGD komt jaarlijks op alle kindercentra en gastouderbureaus en ziet wat daar in de dagelijkse praktijk gebeurt. Daarnaast onderzoekt de toezichthouder middels een steekproef van de in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang, een deel van deze voorzieningen. De toezichthouder fungeert daarmee als de ogen en oren van de gemeente. Zij onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en adviseren de gemeente over deze naleving. Zo zorgen wij ervoor dat de kwaliteit van kinderopvang voldoet aan gestelde wettelijke eisen en lokale afspraken.

De toezichthouder geeft geen advies aan de kinderopvanghouder maar kan wel toelichten wat er wordt getoetst en waarom.

4.2 Onderzoeken

De toezichthouder voert de volgende onderzoeken voor Oude IJsselstreek uit:

•Onderzoek voor registratie: naar aanleiding van een ingediende aanvraag tot exploitatie onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden volgens de voorschriften van de Wko en onderliggende regelgeving.

•Onderzoek na registratie: binnen 3 maanden na registratie in het LRK vindt een onderzoek plaats (dit onderzoek vindt niet plaats bij voorzieningen voor gastouderopvang).

•Jaarlijks onderzoek: alle kindercentra en gastouderbureaus worden jaarlijks onderzocht.

•Onderzoek voorzieningen voor gastouderopvang; minimaal 50% van de gastouderlocaties.

•Nader onderzoek: nadat een handhavingsmaatregel is ingezet op een geconstateerde overtreding, onderzoekt de toezichthouder nadat de hersteltermijn is verstreken of de overtreding is hersteld.

•Incidenteel onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van bijv. een incident of een signaal of een wijzigingsverzoek van een houder of bijv. een thema-onderzoek passend bij de gemeentelijke speerpunten.

De bevindingen tijdens een onderzoek en het oordeel van de toezichthouder worden in een inspectierapport vastgelegd. Deze inspectierapporten geven een beeld van de kwaliteit van de voorziening en het advies om wel/niet te handhaven. Gemeenten hebben het recht om beargumenteerd af te wijken van het advies van de toezichthouder. De rapporten worden openbaar gemaakt in het LRK.

4.3 Risicogestuurd- en onaangekondigd toezicht

Om een goed beeld te krijgen van een kinderopvangvoorziening, vinden de onderzoeken (met uitzondering van het onderzoek voor registratie) in principe onaangekondigd plaats.

Daarnaast wordt het toezicht op kinderopvangvoorzieningen die daarvoor in aanmerking komen, risicogestuurd uitgevoerd. Dit betekent meer toezicht waar het nodig is, minder waar het kan. Om hier invulling aan te geven wordt door de toezichthouder een risicoprofiel opgesteld of aangepast na ieder (daarvoor relevant) onderzoek. Aan de hand hiervan wordt de intensiviteit van het daarna volgende toezicht bepaald.

4.4 Flexibel toezicht

Wat is flexibel toezicht?

De toezichthouder houdt toezicht binnen de volgende domeinen:

1Registratie, wijzigingen, administratie en naleving handhaving

2Pedagogisch klimaat

3Personeel en groepen

4Veiligheid en gezondheid

5Accommodatie

6Ouderrecht

Bij flexibel toezicht worden de volgende thema’s verplicht beoordeeld: de verklaringen omtrent het gedrag, de registratie in het personenregister kinderopvang, pedagogische kwaliteit en de voorschoolse educatie (voor zover daar sprake van is). De gemeente en toezichthouder bepalen in overleg aan welke thema’s aanvullend aandacht wordt besteed: ontwikkeling en kwaliteit, veiligheid, gezondheid, stabiliteit, professionaliteit.

Welk doel heeft flexibel toezicht?

Het flexibel toezicht heeft als doel een verhoging van de kwaliteit van de kinderopvang. Dit doel wordt bereikt door drie verschillende aspecten van het flexibel toezicht:

•het verbreden van de set geïnspecteerde items;

•het vergroten van de ruimte voor lokaal of regionaal maatwerk;

•het verminderen van voorspelbaarheid van toezicht

4.5 Herstelaanbod

Oude IJsselstreek en de GGD werken met de werkwijze herstelaanbod.

Een herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder kinderopvang aan de houder om binnen de door de toezichthouder gestelde tijd een geconstateerde overtreding te herstellen. Dit gebeurt vóórdat het conceptrapport wordt opgesteld.

Door te werken met een herstelaanbod verwacht de gemeente dat een overtreding snel beëindigd wordt. Dit komt de kwaliteit van de kinderopvang ten goede en de gemeente hoeft minder handhaving in te zetten.

Het herstelaanbod wordt aangeboden bij alle type voorzieningen, bij een onderzoek na registratie, een jaarlijks onderzoek en een incidenteel onderzoek. Het wordt niet aangeboden bij een onderzoek voor registratie of bij een nader onderzoek.

Elke overtreding kan aangeboden worden bij alle typen voorzieningen. De toezichthouder beoordeelt of de aard en omstandigheid zich leent voor herstelaanbod. De periode tot herstel is maximaal 4 weken. De toezichthouder stelt de gemeente schriftelijk in kennis van het aanbod van een herstelaanbod. De toezichthouder schrijft in het inspectierapport het verloop van het aanbod. De houder is niet verplicht om van het aanbod gebruik te maken.

In opdracht van Oude IJsselstreek geeft de GGD geen herstelaanbod bij:

•Overtredingen waarbij de directe veiligheid van het kind in gevaar is;

•Recidive, het herhaaldelijk niet voldoen aan dezelfde eis;

•Te veel overtredingen (zonder het aantal te benoemen, er wordt uitgegaan van de deskundigheid van de toezichthouder);

•Benodigde hersteltermijn langer dan 4 weken;

•Een bevel wordt afgegeven voor een andere overtreding;

•Overtredingen waar een bestuurlijke boete op staat.

De gemeente weegt de oorspronkelijke overtreding en de resultaten van herstelaanbod mee bij haar beslissing om wel of niet te handhaven (beredeneerd wel of niet handhaven). Meer informatie hierover staat in paragraaf 6.4 Handhaving na herstelaanbod.

4.6 Schriftelijk bevel

Indien de toezichthouder tijdens een onderzoek een situatie tegenkomt waarin het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder zelf ingrijpen. Dit gebeurt met een schriftelijk bevel. Dit bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn en welke actie de houder moet ondernemen en binnen welke termijn dit dient te gebeuren.

De toezichthouder informeert de gemeente over het opgelegde schriftelijk bevel. Hierdoor is de gemeente tijdig op de hoogte om eventueel vervolgstappen (zoals verlenging van het schriftelijk bevel) te nemen.

5. Aanvraag tot exploitatie

5.1 Nieuwe voorziening

Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas in exploitatie genomen worden na schriftelijke toestemming daartoe verleend door het college, op een in dat besluit vastgestelde specifieke datum. Als er toestemming is gegeven wordt de voorziening vervolgens in het LRK geregistreerd. Om deze toestemming te verkrijgen dient de houder een aanvraag tot exploitatie in bij de gemeente waar de te exploiteren kinderopvangvoorziening zich bevindt. De beslistermijn is 10 weken. Deze termijn kan in bepaalde situaties verlengd worden, bijvoorbeeld als de stukken niet volledig zijn aangeleverd. Het is dus van belang dat de houder een aanvraag tijdig indient.

Een aanvraag wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier, te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

In gemeente Oude IJsselstreek worden geen leges in rekening gebracht voor het indienen van een aanvraag voor een nieuwe kinderopvangvoorziening.

5.1.5 Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie

5.2. Houderwijziging

Een kinderopvangvoorziening dat wordt overgenomen, is veelal al in exploitatie, en er worden kinderen opgevangen/bemiddeld.

Het is voor de continuïteit daarom van belang dat de oude en nieuwe eigenaar samen een overname goed regelgen. Een houderwijziging wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld wijzigingsformulier. Deze formulieren zijn te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

Oude IJsselstreek hanteert de volgende uitgangspunten bij een overname:

•Een overname moet worden behandeld als een nieuwe aanvraag. Dat betekent dat ook bij een overname streng wordt getoetst. Naleving van de kwaliteitseisen bij andere kinderopvangvoorzieningen en de handhavingshistorie van de nieuwe houder wordt meegewogen.

•De nieuwe houder heeft redelijkerwijs tijd nodig om eventuele bestaande tekortkomingen op te heffen. Dit wordt besproken en hier wordt passend rekening mee gehouden.

5.3. Verhuizing

6. Handhaving

6.1 Preventie

Oude IJsselstreek vindt het belangrijk om het niet naleven van de kwaliteitseisen (zoveel mogelijk) te voorkomen. In dit kader informeren wij houders over ons toezicht en handhavingsbeleid.

De Oude IJsselstreek zet de volgende preventieve middelen in:

1Website

Oude IJsselstreek publiceert de Beleidsregels Handhaving en Toezicht op de gemeentelijke website ter informatie voor ouders, houders en andere belanghebbenden. Tevens plaatst Oude IJsselstreek actualiteiten en relevante ontwikkelingen op de website https://www.oude-ijsselstreek.nl/kinderopvang

2LEA-overleg

Tijdens het LEA overleg informeert de gemeente (eventueel samen met de toezichthouder) de besturen van kinderopvangvoorzieningen over actualiteiten, ontwikkelingen en aandachtspunten binnen toezicht en handhaving.

3Voorgesprek bij aanvraag, na ontvangst aanvraagformulieren

Tijdens het voorgesprek wordt besproken wat de verwachtingen eisen zijn bij het starten van een kinderopvang. Dit gesprek wordt in principe niet met nieuwe gastouders gehouden.

4. Nieuwsbrief GGD

4.1. Handhaving na herstelaanbod

Wanneer er herstelaanbod heeft plaatsgevonden, kan dit van invloed zijn op de handhaving die de gemeente inzet op de overtredingen die primair door de toezichthouder geconstateerd zijn.

Wanneer het herstelaanbod niet gedaan is, of wanneer de houder het niet aangenomen heeft, wordt dit niet gezien als verzwarende omstandigheid voor de handhaving.

6.2.2. Herstelaanbod aangeboden maar geen (volledig) herstel

6.2 Maatwerk in handhaving

De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet- en regelgeving is hiervoor de basis en in dit gemeentelijk beleid wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het college oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend – kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet handhaven nadat geconstateerd is dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn.

6.2.3 Hersteltermijn/begunstigingstermijn

6.3 Handhavingsmiddelen

De gemeente kan de volgende herstellende en bestraffende handhavingsmiddelen inzetten:

Traject

Handhavingsmiddel

Informeel herstellend

Herstelaanbod

Overleg en Overreding

(Schriftelijke) Waarschuwing

Formeel herstellend

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Last onder bestuursdwang

Exploitatieverbod

Intrekken toestemming tot exploitatie

Formeel bestraffend

Bestuurlijke boete

Niet ieder middel is in iedere situatie geschikt om in te zetten. De gemeente kiest altijd het meest passende middel.

Hieronder volgt een toelichting op de diverse handhavingsmiddelen die gemeente Oude IJsselstreek kan inzetten. Deze handhavingsmiddelen worden altijd geregistreerd in het LRK als handhaving.

6.3.7 De bestuurlijke boete (hierna: boete)

6.4 Handhaving na herstelaanbod

Wanneer er herstelaanbod heeft plaatsgevonden, kan dit van invloed zijn op de handhaving die de gemeente inzet op de overtredingen die primair door de toezichthouder geconstateerd zijn.

Wanneer het herstelaanbod niet gedaan is, of wanneer de houder het niet aangenomen heeft, wordt dit niet gezien als verzwarende omstandigheid voor de handhaving.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.