Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels gemeentelijke uitvaarten gemeente Oude IJsselstreek

Gemeente Oude IJsselstreek · geldt sinds 17 november 2023

Tekst

1De opdracht tot uitvaart wordt uiterlijk op de vierde werkdag na het overlijden gegeven.

2De gemeente volgt in principe het uitgangspunt van de Wet op de lijkbezorging dat de gemeente waar de overledene zich op het moment van overlijden feitelijk bevindt verantwoordelijk is voor de uitvaart en ook de kosten draagt, maar hier kan in overleg met gemeenten onderling van worden afgeweken.

3Als na melding van overlijden niet duidelijk is of en zo ja, wie opdracht geeft tot lijkbezorging, maakt de gemeente met de uitvaartverzorger de afspraak zorg te dragen voor het verplaatsen van de overledene en alleen de eerste verzorging te realiseren en nog niet de volledige uitvaart.

4Het onderzoek naar de eventuele nabestaanden strekt zich bij de gemeente niet verder uit dan tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap.

5De gemeente verricht geen bovenmatige inspanningen om nabestaanden op te sporen.

6De gemeente onderzoekt of er sprake is van een testament en raadpleegt het boedelregister.

7Indien er nabestaanden tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap bekend zijn dan verzoekt de gemeente de nabestaanden de uitvaart te verzorgen.

8In afwijking van beleidsregel 7 benadert de gemeente geen nabestaanden, die gedetineerd zijn of in het buitenland wonen

9De gemeente kan onderhands aanbesteden bij de keuze van een uitvaartondernemer.

10De gemeente geeft de uitvaartverzorger opdracht de uitvaart op zich te nemen en te onderzoeken of er sprake is van een (uitvaart)verzekering en deze gelden, indien van toepassing, te innen en te verrekenen met de uitvaartfactuur.

11De gemeente kiest in beginsel voor cremeren, tenzij de identiteit van de overledene niet bekend is, er sprake is van een misdrijf of er zwaarwegende redenen zien die zich tegen crematie verzetten (zoals geloofsovertuiging of de uitdrukkelijk, schriftelijk vastgelegde wens van de overledene voor begraven bekend is).

12De gemeente hanteert het uitgangspunt van de Wet op de lijkbezorging inzake een sobere maar respectvolle lijkbezorging.

13De gemeente overweegt per situatie of er een huisbezoek zal plaatsvinden als er geen opdracht voor de uitvaart is gegeven door nabestaanden.

14De woonruimte van de overledene wordt betreden door twee daartoe gemachtigde ambtenaren van de gemeente, een en ander in overleg met de eventuele verhuurder.

15De gemeente overweegt per situatie of beheersmaatregelen met betrekking tot het veiligstellen van bezittingen worden genomen.

16De gemeente kan de kosten, die gemaakt moeten worden om de bezittingen veilig te stellen, verhalen op de nalatenschap.

17De gemeente kan een notaris inschakelen, indien het vermogen van de overledene voldoende blijkt te zijn en de afwikkeling van de nalatenschap nader onderzoekt vergt.

18De gemeente kan gebruik maken van de bevoegdheid om de kosten van de uitvaart te verhalen.

19De gemeente verhaalt de kosten van de uitvaart op de nalatenschap indien de gelden en de bezittingen, die bij de overledene zijn aangetroffen, een onvoldoende waarde vertegenwoordigen.

20Als er sprake is van een onbeheerde nalatenschap, dan gaat de gemeente Oude IJsselstreek zelf over tot invordering en verhaal van kosten van lijkbezorging.

21De gemeente kan de kosten van de uitvaart op bloed- en aanverwanten verhalen.

22De gemeente ziet af van verhaal op bloed- en aanverwanten indien verhaal een ernstige inbreuk op de levenssfeer teweegbrengt.

23De gemeente Oude IJsselstreek maakt geen gebruik van de bevoegdheid om te verhalen op schoonouders, stiefouders of behuwdkinderen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.