2. Gewenste werkwijze begrotingscyclus (BBC cyclus)
2.1 Inpassing in de BBC cyclus
2.1.1 Kadernota
Een belangrijk moment in de cyclus is de kadernota. De toekomstige ambities worden hierin op hoofdlijnen financieel vertaald. Een vertaling die kan leiden tot structurele kosten en/of tot investeringen. Daarnaast worden in de kadernota de budgettaire kaders vastgesteld en de uitgangspunten van de begroting van het volgende jaar. Hiermee wordt het kader gevormd waarbinnen investeringen gerealiseerd kunnen worden.
2.1.2 Programmabegroting
In de programmabegroting worden de investeringen opgenomen in de paragraaf Investeringsplan. Investeringskredieten worden daarin ook toegelicht. Via de vaststelling van de programmabegroting autoriseert de raad de budgetten voor de programma’s en de geplande investeringen. Het college kan vervolgens uitvoering geven aan het realiseren van de investeringen. Door vaststelling van de begroting ontstaat ook de opdracht om de geplande investeringen binnen de afgesproken periode en met de beschikbaar gestelde middelen te realiseren.
In de paragraaf investeringen worden de volgende onderdelen in de begroting opgenomen:
1Lopende investeringen;
2Geplande investeringen.
Ad 1 Lopende investeringen
Van de lopende investeringen wordt in de begroting per programma in beeld gebracht welke investeringen beschikbaar zijn gesteld, hoeveel geld reeds is uitgegeven en de planning van de restantbedrag. De belangrijkste projecten worden daarbij toegelicht.
Ad 2 Geplande investeringen
Nieuwe investeringen en investeringen die nog niet in uitvoering zijn, worden in de programmabegroting in beeld gebracht voor eerstvolgende nieuwe begrotingsjaar. Dit in de vorm van concrete projecten. Daarnaast wordt een beeld geschetst van de investeringen in meerjarig perspectief. Deze moeten meer gezien worden als een doorkijk. Nieuwe investeringen kunnen voortkomen uit een vastgesteld beheerplan, een vervangingsschema, nieuwe ambities e.d. Onderstaand zijn de beleidsvelden in beeld gebracht waarbinnen investeringen normaal gesproken plaatsvinden, waarbij aangegeven is hoe hiermee wordt omgegaan.
Beleidsveld
Werkwijze
Openbare ruimte (Openbaar groen, wegen, openbare verlichting, VRI’s, haven)
Kader voor de investeringen zijn de beheerplannen. Beheerplannen op het gebied van wegen, groen, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties en haven.
In het integraal uitvoeringsplan (IUP) worden deze beheerplannen vertaald in een uitvoeringsplan. Dit plan bestaat uit zowel investeringen als bijdragen voor groot onderhoud.
Haven
Investeringen op het gebied van haven (brug, sluis, oever) vinden plaats op basis van vastgesteld havenbeheerplan.
Mobiliteit
Investeringen vinden plaats op basis van meerjarig investeringsprogramma mobiliteit.
Riolering
Kader voor de investeringen rioleringen is het water en rioleringsprogramma, zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Deze investeringen worden ten laste gebracht van een voorziening. De investeringen riolering worden opgevangen binnen de rioolheffing.
Afval
Investeringen op het gebied van afval worden opgevangen binnen de afvalstoffenheffing.
Parkeren
Investeringen op het gebied van parkeren moeten passen binnen het totaal van de exploitatie (kosten en opbrengsten) van het parkeerbedrijf.
Rollend materieel
Investeringen in rollend materieel (wagenpark) zijn gebaseerd op een vastgesteld beheerplan.
ICT
De investeringen in hard- en software zijn afgedekt in een vervangingsplan ICT. De raad stelt in de paragraaf de financiële kaders vast, in de uitvoering van de projecten hierbinnen kan geschoven worden.
Onderwijshuisvesting
Investeringen worden gebaseerd op een vastgesteld meerjaren investeringsplan, het zogenaamde MIP. Dit op basis van het IHP integraal huisvestingsplan onderwijs.
Voorzieningen sport, cultuur en ontmoeten
Investeringen worden gebaseerd op een vastgesteld meerjaren investeringsplan (MIP)
Incidentele investeringen
Aanvullend op diverse “reguliere” investeringen vinden er incidentele investeringen plaats. Deze worden met naam en bedrag apart genoemd in de investeringsparagraaf.
In bijlage 1 is de opzet bepaald van het meerjarig investeringsplan, zoals we deze opnemen in de programmabegrotingen.
2.1.3 1e Financiële rapportage
In de eerste financiële rapportage worden alleen grotere afwijkingen rondom de in uitvoering zijnde investeringsprojecten toegelicht aan de raad. Verder wordt in de rapportage beperkte aandacht gegeven aan de investeringen.
2.1.4 Jaarrekening
In de jaarrekening legt het college verantwoording af over de realisatie van de in de begroting opgenomen investeringen. In de paragraaf Investeringen wordt een beeld geschetst van de lopende kredieten (beschikbaar gestelde bedragen, reeds uitgegeven bedragen, restanten). Daarbij wordt ook aangegeven welke kosten nog verwacht worden inclusief een toelichting daarbij. Ook wordt aangegeven of het krediet al afgesloten kan worden. In de jaarrekening worden de kredieten hierop kritisch getoetst. In het bijlagenboek bij de jaarrekening wordt een totaal financieel overzicht verstrekt van de lopende kredieten en de af te sluiten kredieten. Verder bevat de paragraaf een overzicht van de geplande maar nog niet uitgevoerde investeringen.
2.2 Procedures
2.2.1 Autorisatie van investeringen
De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust bij de gemeenteraad. Wanneer gelden uit een reserve worden gehaald voor de financiering van een project/ investering geldt hiervoor uiteraard hetzelfde. Dit is het budgetrecht van de gemeenteraad.
Het beschikbaar stellen van investeringskredieten door de gemeenteraad vind op 2 manieren plaats:
-via de programmabegroting: met de vaststelling van de begroting geeft de gemeenteraad direct goedkeuring en opdracht aan het college om de gewenste investeringen uit te voeren;
-via aparte, losse raadsvoorstellen.
De voorkeur heeft het om zoveel mogelijk budgetten integraal af te wegen binnen de begrotingscyclus en investeringskredieten (net als gewone budgetten) meteen beschikbaar te stellen als gemeenteraad. Randvoorwaarde daarbij is wel dat de plannen en/of kaders voldoende duidelijk zijn beschreven en vastgesteld. Het gaat hierbij om investeringen op basis van eerder vastgesteld plan, vervangingsinvesteringen, voorbereidingskredieten e.d.
Onder vastgesteld plan verstaan we o.a.:
-Vastgestelde beheerplannen en kwaliteitsniveaus openbare ruimte;
-Vastgesteld Integraal Huisvestingsplan Onderwijs;
-Vastgoedplan (deze is in ontwikkeling).
Zijn deze plannen vastgesteld door de gemeenteraad en is daarmee een financieel kader bepaald, dan kan krediet uitgevoerd worden door het college. Door investeringen, waarvan het kader duidelijk is, meer direct aan het college ter uitvoering te geven wordt het totale proces efficiënter en verkorten we de doorlooptijd. Dit past ook bij de kaderstellende rol van de Raad. Daarbij is het wel vereist dat we in het investeringsplan goede toelichtingen schrijven over de geplande investeringskredieten.
Investeringen worden separaat voorgelegd aan de gemeenteraad als er sprake is van:
1nog onduidelijke (beleidsmatige) kaders;
2politiek gevoelige onderwerpen met grote maatschappelijke impact;
3grote investeringen (bedrag circa € 5 miljoen en groter).
Dit zijn bij elkaar horende criteria. Dit betekent dat bijvoorbeeld een relatief kleine investering toch voorgelegd wordt aan de gemeenteraad als hieraan grote maatschappelijke impact zit.
Om helderheid te geven over de te volgen procedure maken we jaarlijks een los raadsvoorstel. Dit doen we voor de raadsvergadering in december na vaststelling van de programmabegroting, inclusief investeringsplan. Hierin doet het college een voorstel per investering in welke categorie deze valt:
a.categorie A (ambtelijk): hieronder vallen reguliere (vervangings)investeringen, waarvan de kaders vooraf voldoende duidelijk zijn. Na vaststelling van de programmabegroting door de gemeenteraad zijn de investeringen meteen beschikbaar gesteld. Dit geldt ook voor voorbereidingskredieten bij grote projecten (dit betekent wel dat deze apart inzichtelijk in het investeringsplan zichtbaar moeten zijn).
b.Categorie C (college): hieronder vallen investeringen, die eerst nog verder uitgewerkt moeten worden en ter besluitvorming voorgelegd worden aan het college. Dit besluit van het college wordt ter kennisname gebracht van de raadscommissie, waarna tot uitvoering kan worden overgegaan. Bedrag tussen circa € 1 en € 5 miljoen.
c.Categorie R (raad): hieronder vallen investeringen waarvan kaders nog onvoldoende duidelijk zijn. Deze worden nog separaat voorgelegd aan de gemeenteraad. Ook investeringen die niet op het investeringsplan in de begroting waren opgenomen vallen hier onder.
Deze categorie-indeling geldt in principe alleen voor nieuwe investeringen in het eerstvolgende begrotingsjaar. Investeringen die starten in de jaren erna worden nog niet beschikbaar gesteld.
2.2.2 Bevoegdheden strategische aankopen
Strategische aankopen zijn een afzonderlijk type investeringen. Dit zijn aankopen die veelal worden gedaan met als doel toekomstige ontwikkelingen veilig te stellen.
Hier ligt niet altijd vooraf een investeringsplan aan ten grondslag zoals bij reguliere investeringen.
Wie bevoegd is om te beslissen over het doen van strategische aankopen is afhankelijk van een aantal factoren: of er al een eerder besluit van de gemeenteraad aanwezig is, of er geld beschikbaar is om de aankoop te doen, of er een sluitende businesscase is en of de reserve strategische aankopen moet worden ingezet.
Voor het doen van strategische aankopen geldt het volgende kader (in bijlage 2 is een gedetailleerde toelichting opgenomen):
2.2.3 Schuiven tussen investeringsgelden
Het schuiven tussen investeringen in omvang en tijd is in zijn algemeenheid niet mogelijk. Bij een aantal beleidsvelden stelt de raad gelden beschikbaar op het totaal van het beleidsveld. Binnen dat beleidsveld kan in de uitvoering wel geschoven worden tussen investeringen hierbinnen.
Het betreft de volgende beleidsvelden waarbij de Raad gelden dus op basis van een investeringsplafond beschikbaar stelt:
•Openbare ruimte (met name integraal uitvoeringsplan IUP)
•Riolering
•Rollend materieel
•ICT
2.2.4 Integrale projecten openbare ruimte
Binnen de openbare ruimte werken we aan integrale projecten, waarbij we zoveel mogelijk “werk met werk” maken. In onze begroting zijn de kredieten voor de vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte gebaseerd op beheerplannen. De investeringen kunnen de volgende onderdelen bevatten:
-Groen;
-Wegen;
-Openbare verlichting;
-Verkeersregelinstallaties;
-Riolering (aparte geldstroom).
In één project worden er in de praktijk dus zowel investeringen gedaan in bijvoorbeeld wegen, riolering en groen. Ook kunnen we vervanging en groot onderhoud combineren (dit zijn verschillende budgetten).
In het zogenaamde Integraal Uitvoerings Programma (IUP) vertalen we de beschikbare ruimte naar integrale projecten. Daarbij hanteren we de volgende financieel administratieve uitgangspunten:
-Sturing vindt plaats op het totaal van het project;
-We hanteren één investeringskrediet per project waarin we alle componenten opnemen die van toepassing zijn. Daarbij hanteren we de afschrijvingstermijn zoals opgenomen in de tabel. Onderhoudscomponenten projecten splitsen we wel uit per discipline (budget groot onderhoud in de reguliere begroting). Dit doen we op hoofdlijnen.
-De werkelijke kosten voor een project verdelen we naar het investeringskrediet en naar de verschillende onderhoudsbudgetten. De verdeelsleutel voor deze verdeling van het project staat op voorhand vast. Dat wil zeggen dat bij het aanmaken van het project de verdeling tussen investering en groot onderhoudsbudgetten wordt bepaald op basis van voorcalculatie en dat dezelfde verhouding wordt gebruikt bij de werkelijke boekingen. Er vindt dus géén nacalculatie plaats op de verdeelsleutel.
Met de investeringsvolumes openbare ruimte kan worden geschoven als deze passen binnen de beschikbare investeringsvolumes van de planperiode van 4 jaar.
2.2.5 Openen krediet in administratie
Voordat een concrete investering opgenomen wordt in de administratie moeten investeringen in voldoende mate onderbouwd en gespecificeerd zijn. De volgende informatie moet beschikbaar zijn voordat investeringskrediet concreet wordt opgenomen in de administratie:
•Onderbouwing investeringsaanvraag (doel en beschrijving investering);
•Onderbouwing investeringsbedrag (inclusief evt. subsidies/ bijdragen van derden);
•Geplande looptijd investering;
•Afschrijvingstermijn;
•Maatschappelijk/ Economisch nut;
•BTW (compensabel/ niet compensabel/ ondernemers/ meng etc.).
2.2.6 Uitvoeren van kredieten
Over de resultaten van de uitvoering legt het college verantwoording af aan de raad. Dit in principe via de jaarrekening.
2.2.7 Afsluiten van kredieten
Het is van belang dat kredieten tijdig worden afgesloten om te voorkomen dat niet onnodig begrotingsruimte geblokkeerd wordt. Bij de jaarrekening worden alle openstaande kredieten kritisch getoetst, waarbij een lijst gemaakt wordt met af te sluiten kredieten. Een overzicht van lopende restantkredieten nemen we op in het bijlageboek bij de jaarrekening.
Over- en onderschrijdingen kunnen bij het afsluiten van kredieten niet met elkaar verrekend worden. Ook het gebruiken van kredieten voor een andere bestemming kan niet zonder afzonderlijk besluit.
3 Activeren
3.1 Soorten activa
3.1.2 Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa bestaan uit:
a.Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis) agio;
b.Kosten van onderzoek en ontwikkeling;
c.Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Deze kosten mogen worden geactiveerd.
A. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis) agio
Voor kosten van het afsluiten van geldleningen geldt een maximale afschrijvingsduur van de looptijd van de Reguliere kosten van het sluiten van geldleningen (o.a. provisie bij bemiddeling van financiering) worden in Oss niet geactiveerd, maar direct ten laste van het resultaat gebracht.
B. Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Het activeren van kosten van onderzoek en ontwikkeling als immaterieel actief is alleen toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
-de gemeente heeft de intentie het actief te gebruiken of te verkopen;
-de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast;
-het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren;
-de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld.
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling moeten in maximaal 5 jaar worden afgeschreven.
Voorbereidingskosten voor grondexploitaties moeten ook onder deze categorie verantwoord worden. Voor deze voorbereidingskosten hanteren we het voorzichtigheidsprincipe. Dat wil zeggen dat we voor deze kosten meteen een voorziening vormen totdat de grondexploitatie wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
C. Bijdragen aan activa in eigendom van derden
De bijdragen aan activa in eigendom van derden (bijvoorbeeld subsidiëring van een clubgebouw van een vereniging) mogen alleen geactiveerd worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
-er is sprake van een investering door een derden;
-deze investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente;
-de derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals overeengekomen;
-de bijdrage kan worden teruggevorderd indien de derde in gebreken blijft.
De bijdragen in activa in eigendom van derden worden gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage verminderd met de afschrijvingen.
3.1.2 Materiële vaste activa
De materiële activa kunnen onderverdeeld te worden in:
a.investeringen met een economisch nut;
b.investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
A. Investeringen met een economisch nut
Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die verhandelbaar zijn en/of bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven (bijvoorbeeld door de kosten ervan in tarieven te verwerken). Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen tarief of geen kostendekkend tarief voor te heffen is niet relevant voor de vraag of een actief een economisch nut heeft. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties, automatisering en ook investeringen in afvalstoffeninzameling en riolering.
Voor vastgoed moet onderscheid gemaakt worden in vastgoed met:
-een maatschappelijke functie: gebouwen of terreinen met een maatschappelijk functie op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang en/of zorg. Zolang de intentie er is om dit vastgoed hiervoor te blijven gebruiken, kan er nooit sprake zijn van een duurzame waardevermindering. Als er een bestuurlijke intentie is om dit vastgoed te verkopen of als de bestemming wijzigt dan bestaat de mogelijkheid dat de waarde van het vastgoed verminderd moet worden (en dus afgeboekt moet worden).
-een bedrijfseconomische functie. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie gaat het om vastgoed dat door de gemeente wordt aangehouden om bewust winst te realiseren en/of waardestijgingen te realiseren. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie is het verwerken van een duurzame waardevermindering verplicht in het geval de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde.
B. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Alle investeringen die niet aangemerkt worden als investeringen met economisch nut zijn investeringen met maatschappelijk nut (genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak). Voorbeelden hiervan zijn investeringen in wegen, bruggen en openbaar groen.
Voor investeringen in riolering gelden nog specifieke eisen vanuit de voorschriften. Als gevolg van deze voorschriften worden investeringen in riolering geactiveerd, maar tegelijkertijd wordt het investeringsbedrag verrekend met spaarbedragen uit de inkomsten rioolheffing. Die spaarbedragen worden gestort in een aparte voorziening. Wanneer de spaarbedragen in de voorziening lager zijn dan de investering, blijft er een actief op de balans.
3.1.3 Financiële vaste activa
De financiële vaste activa bestaan uit:
a.kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
b.leningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
c.overige langlopende leningen;
d.overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Kapitaalverstrekkingen en leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde onder aftrek van eventuele aflossingen. Deelnemingen worden in afwijking hiervan gewaardeerd tegen marktwaarde indien deze lager is dan de verkrijgingsprijs.
3.2 Criteria voor activeren (wel of niet activeren)
3.2.1 Grensbedrag te activeren investering
Om vele administratieve handelingen te voorkomen en de inzichtelijkheid van de investeringen te vergroten wordt een ondergrens voor te activeren investeringen vastgelegd. In principe worden investeringen tot een bedrag van € 50.000 (op zichzelf staande activa) en/of een gebruiksduur korter dan 3 jaar niet geactiveerd, maar rechtstreeks op het programma geraamd. Investeringen in rollend materieel of ICT-middelen zijn individueel vaak lager dan deze drempel. Deze investeringen kopen we gebundeld aan en toetsten we op basis daarvan aan deze drempel (bijvoorbeeld aankoop laptops).
3.2.2 Kosten van onderhoud
Onder onderhoud kennen we:
-Klein onderhoud: niet activeren.
-Groot onderhoud: niet activeren.
-Renovaties en verbeteringen: wel activeren.
De kosten van klein onderhoud mogen niet worden geactiveerd, maar dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Het gaat hierbij om periodieke kosten die noodzakelijk zijn om het object in goede staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden van regelmatig voorkomende onderhoudskosten betreffen onder meer het reinigen van rioolstelsels of het plegen van periodiek onderhoud aan elektrische installaties.
Kosten van groot onderhoud (indien niet levensduurverlengend of niet waardeverhogend) mogen niet worden geactiveerd en kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de begroting/jaarrekening:
-kosten in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie brengen;
-kosten in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde voorziening brengen.
-Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan.
-Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken.
Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object en zijn vaak ingrijpend van aard en betreffen een groot of belangrijk deel van het object. Voor onderhoud aan gebouwen werken we bijvoorbeeld vaak met een onderhoudsvoorziening.
Renovaties of verbeteringen aan een bestaand actief, die leiden tot een levensduurverlenging of waarde verhoging van een actief worden wel geactiveerd. Voorbeeld hierbij is het renoveren van een gebouw en de reconstructie van een weg.
4 Waardering van materiële vaste activa
4.2 Vervaardigingsprijs en bijkomende kosten
4.2.1 Toerekening van interne uren
Ons beleid is om terughoudend om te gaan met het activeren van eigen uren (ambtelijke salarissen), omdat hiermee salariskosten naar de toekomst geschoven worden. Je gaat dan als het ware salariskosten van een projectleider verdelen over de komende 40 jaar. Er zijn echter specifieke verslagleggingsvoorschriften als het gaat om welke kosten wel en welke kosten niet bij een investeringsproject horen en dus wel of niet geactiveerd moeten worden. Specifiek over personele kosten (salarissen) is het volgende vastgelegd in deze voorschriften:
•De salariskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen moeten worden geactiveerd.
•De indirecte salariskosten die behoren tot de toe te rekenen overhead kunnen worden geactiveerd.
Gezien ons terughoudende beleid rekenen we aan investeringsprojecten alleen directe salariskosten toe en geen opslag voor overhead.
We kiezen voor de volgende uitgangspunten bij het activeren van deze directe salariskosten:
-Het investeringsplan kent jaarlijks fluctuaties. Voor de toerekening van salariskosten gaan we daarom uit een 4-jaarlijks gemiddelde investeringsniveau.
-Het bedrag wat we jaarlijks activeren is een gemiddelde op basis van inschattingen van bestede uren. Dit bedrag houden we in die 4 jaar gelijk, zodat we geen schommelingen krijgen in het bedrag wat we jaarlijks activeren.
-We verdelen dit vaste jaarlijkse bedrag over de projecten via een standaardopslag, waarbij we uitgaan van voorcalculatie = nacalculatie.
-Bij incidentele investeringen, die niet op het investeringsplan waren opgenomen, passen we maatwerk toe. Afhankelijk van de reden van investering (komt een investering in plaats van andere investering) en/of hiervoor bijv. al extra inhuur plaatsvindt doen we wel of geen standaard opslag op het krediet.
4.2.2 Bijdragen van derden
Bijdragen van derden die in directe relatie staan tot een actief worden op de waardering daarvan in mindering gebracht. Bijdragen van derden zijn bijvoorbeeld bijdragen van het Rijk, Provincie of Fondsen. De Raad autoriseert investeringskredieten inclusief bijdragen van derden. Daarbij zijn toegezegde bijdragen van derden een dekkingsmiddel. Ze verlagen per saldo het gemeentelijke deel in de kostprijs van de investering. Dit heet de ‘netto-methode’.
4.2.3 Inzet van reserves
Het is niet toegestaan om reserves in mindering te brengen op investeringen. Het is wel toegestaan om een reserve te vormen en dan gedurende de gehele looptijd van het actief (bijvoorbeeld 40 jaar) en jaarlijkse afschrijvingskosten uit de reserve te halen.
4.2.4 Inruilwaarden/boekwinsten
Verkregen inruilwaarden bij de aanschaf van nieuwe kapitaalgoederen, meestal bij voertuigen, moeten in eerste instantie aangewend worden voor het afboeken van de eventuele restantboekwaarde. Bij geen restantboekwaarde is het niet toegestaan om de inruilwaarde in mindering te brengen op de nieuwe investering. De nieuwe aanschaf moet immers tegen verkrijgingsprijs gewaardeerd worden. De inruilwaarde dient als opbrengst in de jaarrekening te worden verantwoord. Gedragslijn: Boekwinsten worden als opbrengst in de exploitatie verantwoord.
4.2.5 Kosten voor sloop gebouw
Een gebouw, kan in aanmerking komen voor sloop, renovatie of verbouwing. De kosten van de sloop van dit gebouw kunnen als eenmalige kosten in de exploitatie worden genomen of mogen worden geactiveerd als onderdeel van het nieuwe materiele actief, indien op dezelfde locatie een nieuw gebouw wordt gerealiseerd. Onze voorkeur gaat uit naar activeren van de betreffende sloopkosten indien dit onderdeel is van het bouwproject. De (afschrijvings-) kosten worden dan gelijkmatig over de komende jaren gespreid waardoor er geen fluctuaties in het resultaat ontstaan.
Bijlage 1 Opzet Meerjarig investeringsplan
Besluit:
Type:
A: Besluitvorming ambtelijk
V: Vervangingsinvestering
C: Besluitvorming College
N: Nieuw
R: besluitvorming Raad
bedragen x €1.000
Investering
Besluit (A/C/R)
Type
(V/N)
2025
2026
2027
2028
2029
Bijdrage reserves
1Welzijn en zorg
Accommodaties
Totaal programma
2Werk, inkomen en onderwijs
MIP onderwijs algemeen
Totaal programma
3Ontmoeten, sport en cultuur
MIP ontmoeten
MIP binnensport
MIP buitensport
Totaal programma
4Klimaat, energie en openbare ruimte
Wegen/ Groen/ Openbare verlichting/ verkeersregelinstallaties
Begraafplaatsen
Duurzaamheidsplein
Totaal programma
5Economie
Haven
Totaal programma
7Verstedelijking, wonen en mobiliteit
Parkeren
Totaal programma
9Besturen in verandering van tijden
Rollend materieel
Gemeentewerf Ir. Diddewerf
ICT Hardware
ICT Software
Totaal programma
10Financieel Beleid
Activeren uren openbare ruimte
Activeren uren Vastgoed
Totaal programma
TOTAAL ALLE PROGRAMMA’S
Bijlage 2 Toelichting strategische aankopen
Deze bijlage bevat een toelichting op de beslisboom voor strategische aankopen.
Algemeen
De aankoop van vastgoed (grond en/of gebouwen) wordt verricht om een gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Het doel van de aankoop wordt echter wel steeds meer divers. Ten eerste kopen we vastgoed aan voor de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en bedrijventerreinen (Voorkeursrecht en Grex). Daarnaast kopen we vastgoed aan voor waterberging, sport, natuur, infrastructuur en energievoorziening (investeringen). Ook zullen er meer aankopen plaats gaan vinden om de herstructurering van binnenstedelijke locaties mogelijk te maken. Tot slot is het wenselijk om op goede plaatsen ruilgronden te bezitten om andere ontwikkelingen mogelijk te maken.
Bevoegdheden
Het budgetrecht voor het doen van strategische aankopen ligt bij de gemeenteraad. Door het beschikbaar stellen van geld door de gemeenteraad is het college bevoegd strategische aankopen te doen. Bij het doen van een strategische aankoop moet soms snel gehandeld worden op het moment dat een locatie (grond of gebouw) op de markt komt. In de beslisboom in paragraaf 2.2 is vastgelegd wie onder welke voorwaarden bevoegd is om aankopen te fiatteren. Een besluit tot het in voorbereiding of in uitvoering nemen van een project wordt door de raad genomen, daar ligt het budgetrecht. Daarna mag het college een aankoop, binnen de gestelde kaders, zelfstandig uitvoeren. Relatief kleine aankopen, zonder politieke gevoeligheid, worden gemandateerd naar de Concerndirecteur met aandachtsgebied Ruimte & Economie of naar het Afdelingshoofd Vastgoedbedrijf.
Aankopen van gronden (met of zonder opstallen) kan ook aan de orde zijn zonder dat er reeds een raadsbesluit is genomen. We spreken dan van een strategische aankoop, gericht op toekomstige ontwikkelingen passend binnen door de gemeenteraad vastgesteld beleid (bijvoorbeeld een gebiedsvisie). Is er sprake van een strategische aankoop die niet aansluit bij vastgesteld beleid, dan wordt deze altijd apart voorgelegd aan de gemeenteraad. In dat vastgestelde beleid moet uitgewerkt zijn dat er sprake zal zijn van mogelijke strategische aankopen, inclusief een financiële doorkijk daarvan op hoofdlijnen.
Businesscase
Een tenminste neutrale businesscase betekent dat de strategische aankoop in de toekomst naar verwachting voldoende zal opbrengen om de kosten van de aankoop te kunnen afdekken. Dit geldt voor de kosten van het object zelf, maar ook de bijkomende aankoopkosten en de structurele lasten zoals OZB, rente, verzekering en onderhoud.
Dit kan bijvoorbeeld via huur- of (erf)pachtinkomsten, of door (her)ontwikkeling waarbij het vastgoed (pand en/of perceel) budgettair neutraal of met winst kan worden ontwikkeld of door de inzet van andere middelen.
Reserve strategische aankopen
Op basis van verslaggevingsregels mogen we grond of panden die we strategisch hebben aangekocht waarderen tegen de verkrijgingswaarde of de toekomstige waarde. Vanuit de sluitende businesscase hebben we berekend dat we dit geld gaan terugverdienen, maar dat volgt pas na (her)ontwikkeling.
De reserve strategische aankopen zetten we in als we een locatie aan willen kopen waarvoor nog geen plan in ontwikkeling is, maar waarvan plausibel geacht kan worden dat deze in de toekomst op een strategische locatie is gelegen. Ook gronden die als ruilgrond kunnen dienen om elders een betere positie te verwerven vallen hier onder. Hiermee wordt voorgesorteerd op gemeentelijke plannen in de toekomst. Binnen een afgebakend deel van het verstedelijkingsgebied rondom het spoor kunnen hiervoor ook middelen vanuit de reserve binnenstedelijke transformatie worden ingezet.
Deze aankopen worden van dekking voorzien vanuit de Reserve Strategische Aankopen of de Reserve Binnenstedelijke Transformatie. Ook voor onttrekkingen uit deze reserves wordt in de beslisboom van paragraaf 2.2 aangegeven wie onder welke voorwaarden bevoegd is de aankoop te doen.
Toelichting bij processchema strategische aankopen
1Heeft de gemeenteraad een besluit genomen over de aankoop en is er al dekking aanwezig op basis van:
-Een vastgestelde grondexploitatie
-Een vastgesteld Voorkeursrecht (financieel sluitend)
-Investeringskrediet opgenomen in de programmabegroting
-Specifiek vastgesteld beleid met daarin opgenomen de ambitie tot strategische aankopen, met daarin een globale financiële doorkijk daarvan.
Als de aankoop plaatsvindt binnen de kaders van een door de raad vastgestelde grondexploitatie, gevestigd Voorkeursrecht of een door de raad genomen investeringsbesluit in de begroting, is er geld beschikbaar om de aankoop te kunnen doen. Besluitvorming door de gemeenteraad om de betreffende ontwikkeling mogelijk te maken heeft dan al plaatsgevonden. De aankoop wordt dan gemandateerd. Hierbij gelden de bevoegdheden binnen de volgende bandbreedtes:
a.De aankoop vindt plaats voor een bedrag kleiner dan € 500.000: het afdelingshoofd Vastgoedbedrijf mag zelfstandig besluiten, nadat instemming van de portefeuillehouder Vastgoedbedrijf is verkregen. Het college en de raad worden achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG).
b.De aankoop vindt plaats voor een bedrag tussen € 500.000 en € 1.500.000: De Concerndirecteur met aandachtsgebied R&E mag zelfstandig besluiten, nadat instemming van de portefeuillehouder is verkregen. Het college en de raad worden achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG).
c.De aankoop vindt plaats voor een bedrag hoger dan € 1.500.000: het college besluit over de aankoop. De raad wordt achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG) of tussentijds via een RIB.
2Ontbreken van een ten minste neutrale businesscase
Als de raad nog niet eerder heeft besloten of er nog geen geld beschikbaar is gesteld, betekent dit dat er middelen gevonden moeten worden om de aankoop te kunnen doen. In dat geval is een raadsbesluit nodig voor het doen van de aankoop. Het raadsvoorstel moet zijn onderbouwd met een dekkingsvoorstel zodat de gemeenteraad een integrale afweging kan maken.
3Businesscase/quickscan aanwezig, omvang reserve strategische aankopen onvoldoende
Bij een businesscase kan de Reserve Strategische Aankopen worden aangesproken. Als deze niet voldoende omvang heeft, dan betekent dit dat er middelen gevonden moeten worden om de aankoop te kunnen doen. In dat geval is een raadsbesluit nodig voor het doen van de aankoop. Het raadsvoorstel moet zijn onderbouwd met een dekkingsvoorstel voor de aanvulling van de reserve strategische aankopen zodat de gemeenteraad een integrale afweging kan maken.
4Businesscase aanwezig, omvang reserve strategische aankopen voldoende
Bij een businesscase kan het nodig zijn de reserve strategische aankopen of de reserve binnenstedelijke transformaties in te zetten. De reserve Strategische aankopen is bestemd om zogenaamde koude of warme strategische verwervingen voor uitbreidingslocaties van woningbouw of bedrijventerreinen en inbreidingslocaties. De reserve binnenstedelijke transformaties is bestemd voor ontwikkelingen binnen een afgebakend gebied in de spoorzone van Oss. Is er een businesscase en is de reserve van voldoende omvang, dan gelden de bevoegdheden binnen de volgende bandbreedtes:
a.De aankoop vindt plaats voor een bedrag kleiner dan € 500.000: het afdelingshoofd Vastgoedbedrijf mag zelfstandig besluiten, nadat instemming van de portefeuillehouder Vastgoedbedrijf is verkregen. Het college en de raad worden achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG).
b.De aankoop vindt plaats voor een bedrag tussen € 500.000 en € 1.500.000: De Concerndirecteur met aandachtsgebied Ruimte & Economie mag zelfstandig besluiten nadat instemming van de portefeuillehouder vastgoed is verkregen. Het college en de raad worden achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG).
c.De aankoop vindt plaats voor een bedrag tussen de € 1.500.000 en € 10.000.000: het college besluit over de aankoop. De raad wordt achteraf geïnformeerd (via de jaarrekening en het MPG) of tussentijds via een RIB.
d.De aankoop vindt plaats voor een bedrag hoger dan € 10.000.000: er is een raadsbesluit nodig voor de aankoop. Dit kan via een (besloten) raad(scommissie).
Bijlage 3 Afschrijvingstermijnen
De onderstaande termijnen (in jaren) worden in principe gehanteerd bij het bepalen van de jaarlijkse afschrijving.
Soort actief
Maximale
Afschrijvingstermijn
Investeringen < € 50.000
Direct t.l.v. exploitatie
1Immateriële vaste activa
Onderzoek en ontwikkeling
5
Investeringsbijdragen aan activa in eigendom van derden
levensduur voorziening
2Financiële vaste activa
Gekoppeld aan de kapitaalverstrekking/lening
-
3Materiele vaste activa
Gronden
Geen afschrijving
Rioleringen
-Vrij verval riolering
60
-Mechanische riolering
40
-Rioolgemalen
20
Wegen (inclusief kunstwerken):
55
Verkeersregelinstallaties:
-15
Openbare verlichting:
-35
Groen (inclusief spelen):
30
IUP-projecten Wegen en Groen
IUP-projecten Wegen, Groen, OV, VRI
45
40
Haven, brug en sluis
-Duikers
100
-Onderbouw brug
100
-Sluisconstructie
100
-Ebkering
80
-Stalen beschermingspalen
80
-Wacht- en aanmeerplaatsen
80
-Autoafzetplaatsen
80
-Oevers
80
-Sluisdeuren
50
-Mechanische onderdelen sluis
50
-Binnen- buitenhoofd sluis
50
-Bedieningshuisjes
50
-Bovenbouw brug
50
-Oplegblok
50
-Stalen constructies
40
-Slagbomen
30
-Hekwerk sluiskolk
30
-Aanlegsteiger
30
-Installaties
20
-Drinkwaterinstallatie
25
-Elektrotechnische installaties
15-25
-Matrixborden (DRIPS)
15
-Seinen
15
-Scheepvaartlichten
15
-Geluidsinstallaties
15
-Meetpunten
15
In havenbeheerplan zijn de afschrijvingstermijnen gespecificeerd voor de diverse onderdelen.
Parkeren:
-Parkeergarage
40
-Installaties parkeergarage
5-10-20-30
-Vloer parkeergarages
15
-Parkeerautomaten
10
-Parkeerverwijssysteem
15
-Parkeersoftware
5
-Scanpalen parkeren
10
-Fietsenstalling
15-20
Specifieke installaties kennen eigen technische afschrijvingstermijn
Monumenten
30
Begraafplaatsen
30
Woonwagenlocaties
25
Sportterrein, natuurlijk gras
25
Sportterrein, kunstgras
-Onderlaag
-Toplaag
25
12
Gebouwen:
-Ondergrond
Geen afschrijving
-Gebouwen/ opstallen (o.a. onderwijs, cultuur, sport)
45
-Opstal begraafplaatsen
40
-Semipermanent
20
-Noodlokalen
15
-Verbouwingen
25
-1e inrichting (onderwijsleerpakket en meubilair)
15
Technische installaties
25
Machines
10
Meubilair en inventaris
(inclusief bureaustoelen)
7-10-15
Automatisering (Hardware):
-Centrale server
3-5
-Bekabeling
20
-Netwerk (componenten, verbindingen etc)
5
-Kopieer/ printer/ scanner/ plotter
5
-Thin Client
3-5
-Overige clients (CAD station, laptops etc)
3-5
-Overige centrale hardware (ups, backup, etc)
5
-AV-apparatuur (beamers, displays, etc)
3-5
Automatisering (Software):
-Kantoorautomatisering
3-5
-Centrale databases
3-5
-Grote systemen (zonder onderhoudscontract)
4
-Grote systemen (met onderhoudscontract)
8
Tractiemiddelen*:
-Grasmaaier
7
-Overslagkraan
7
-Shovel
8
-Bedrijfsauto veegvuil
8
-Loader
8
-Vuilniswagen
8
-Afzetcontainerauto
10
-Bedrijfsauto
10
-Heftruck
10
-Personenauto
10
-Servicevoertuig met kraan
10
-Trailerjet
10
-Laadinfra vrachtwagens
10
-Grafdelfmachine
14
-Opzet-/combistrooier
14
-Pekelmengmachine
14
-Rol/sneeuwbezem
14
-Sproei-veegmachine
14
-Dieseltanks bovengronds
15
-Honor graflift
15
-(Afzet)containers
20
-Doorspuit aanhanger
20
-Sneeuwploeg
20
*) Kan variëren omdat deze meestal gebruikt/tweedehands gekocht worden. Exacte afschrijvingstermijn wordt aangegeven zodra voertuig is gekocht.
Bovenstaande afschrijvingstermijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. Voor oude investeringen waarop al wordt afgeschreven blijven we de afschrijvingstermijnen hanteren die in het verleden zijn gehanteerd.
In die gevallen waarin deze tabel geen uitsluitsel geeft, geldt de economische levensduur als norm voor de afschrijving.
Bijlage 4 Renteschema
Renteschema
Omschrijving
Bedrag
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
+
Externe rentebaten
+
Saldo door te rekenen externe rente
Rente die aan de grondexploitatie doorberekend moet worden
-/-
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moet worden
-/-
Totaal door te rekenen externe rente
Rente over eigen vermogen
+
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
+
Totaal aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht overhead) toe te rekenen rente
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
Renteresultaat op het taakveld treasury