Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

Gemeente Oss · geldt sinds 1 juli 2026

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss,

Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2025 en de daarbij behorende nadere regelgeving, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss 2026,

besluiten:

Vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026, luidende als volgt:

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Algemeen

1De begrippen in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 (hierna: de nadere regels) worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de wet), de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 (hierna: de verordening) en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026 (hierna: de beleidsregels).

2De regels voor een persoonsgebonden budget (pgb) en de bijdrage in de kosten zijn mede gebaseerd op het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss.

3In geval van wijzigingen of nadrukkelijke vervanging van wetten, verordeningen en richtlijnen (hierna: regelgeving) die zijn vermeld in deze nadere regels door andere regelgeving door andere regelgeving, worden alle verwijzingen in deze nadere regels geacht te zijn naar de gewijzigde dan wel vervangen regelgeving.

Artikel 2 Vertegenwoordiging en kwaliteit

1Er gelden zowel voor professionele (formele) als informele hulpverleners kwaliteitseisen bij het leveren van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren. Wat onder een professionele en een informele hulpverlener wordt verstaan is beschreven in de verordening.

2Voor individuele ondersteuning, gespecialiseerde dagbesteding, kortdurend verblijf, beschermd wonen, beschermd thuis en geclusterd beschermd thuis geldt het Kwaliteitskader Wmo Brabant Noordoost-Oost.

3De inwoner dient zich ervan te vergewissen dat de betrokken hulpverlener(s) die de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen leveren die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, aan de kwaliteitseisen voldoen.

Artikel 3 Hoogte tarieven

1De in deze nadere regels genoemde maximale bedragen zijn gebaseerd op de kostprijs van de door de gemeente ingekochte voorziening in natura. Een pgb kan goedkoper zijn dan zorg in natura wanneer er minder overheadkosten zijn.

2Als de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze nadere regels genoemde bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend.

3De tarieven die zijn opgenomen in deze nadere regels zijn de maximale tarieven die een inwoner via het pgb mag declareren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

4In afwijking van lid 3 mag duurdere ondersteuning worden ingekocht als de budgethouder het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief dat toegekend is via de gemeente, bijbetaalt aan de SVB in overeenstemming met de regels die de SVB hierover stelt.

5In hoofdstuk 2 en 3 zijn de geldende maximumbedragen per voorziening opgenomen.

Artikel 4 Jaarlijkse indexering

1Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de door de leveranciers vastgestelde en door het college akkoord bevonden indexering.

2Het persoonsgebonden budget voor individuele ondersteuning, gespecialiseerde dagbesteding en kortdurend verblijf wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en de Centraal Planbureau Index (CPI) van het voorgaande kalenderjaar.

3Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en de Centraal Planbureau Index (CPI) voor het volgende kalenderjaar.

Artikel 5 Gedifferentieerd tarief

1Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor de inkoop van diensten met een pgb.

2Om de hoogte van het tarief vast te kunnen stellen gelden de criteria zoals opgenomen in artikel 5.4 en artikel 5.5 van de verordening.

Artikel 6 Bruto bedragen

1De in deze nadere regels genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.

2De in deze nadere regels opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat de inwoner een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s).

Artikel 7 Betaling

1Betaling van het pgb vindt plaats aan de SVB.

2De inwoner of zijn vertegenwoordiger rekent de ondersteuning af op declaratiebasis.

3In afwijking van lid 1 vindt betaling van het eenmalige pgb plaats aan de inwoner zelf, tenzij de wetgever hierover nadere regels stelt.

HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen

Artikel 8 Intrekking

De Nadere regels en Beleidsregels Oss 2021 worden ingetrokken op het moment dat de nadere regels genoemd in artikel 9 in werking treden.

Artikel 9 Overgangsrecht

Eerder toegekende bedragen voor een pgb, alsmede de uitbetaling hiervan, blijven in stand tot de individuele toekenning van de Wmo-maatwerkvoorziening afloopt, herzien wordt of ingetrokken wordt.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze nadere regels van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 treden in werking op 1 juli 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026.

BIJLAGE 1 AFSCHRIJVINGSPERCENTAGES HULPMIDDELEN

Afschrijvingspercentage per product

0-6 mnd.

7-12 mnd.

13-18 mnd.

19-24 mnd.

3jaar

4jaar

5jaar

6jaar

7jaar

Rolstoel incidenteel

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Rolstoel (semi) permanent

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Rolstoel permanent

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Rolstoel actief

20%

25%

35%

50%

70%

85%

95%

Rolstoel elektrisch

20%

25%

35%

50%

70%

85%

95%

Scootmobiel

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Driewielfiets volwassene (elektr.)

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Driewielfiets volwassene

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Elektrische fiets

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Tillift

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Badlift

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Toilet/douche- voorziening

10%

20%

25%

35%

50%

70%

85%

90%

95%

Kinderrolstoel handbewogen

20%

30%

40%

60%

80%

95%

Kinderrolstoel elektrisch

20%

30%

40%

60%

80%

95%

Kinderdriewielfiets

20%

25%

35%

50%

70%

85%

95%

Kinderbuggy

20%

25%

35%

50%

70%

85%

95%

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.