Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026

Gemeente Opmeer · geldt sinds 19 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Opmeer;

gezien het college voorstel van 4 november 2025;

gezien het voorstel van de oordeelsvormende raadsvergadering van 4 december 2025,

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen :

de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026.

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1De belasting wordt geheven van degenen die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan igevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangemerkt:

a Bij gebruik door meer leden van een huishouden: een lid van een huishouden;

b Bij gebruik van delen van een perceel: degene die de delen van het perceel in gebruik heeft gegeven;

c Bij ter beschikking stellen voor volgtijdig gebruik: degene die het perceelvoor volgtijdiggebruik ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:

a.Eenpersoonshuishoudens € 363,60

b.Meerpersoonshuishoudens € 483,85

c.extra container fijn huishoudelijk afval € 140,65

Voor de aanslagen afvalstoffenheffing bij objecten waar forensenbelasting van toepassing is geldt voor de heffingsmaatstaf artikel 4 sub b.

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffen

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan er kwijtschelding overeenkomstig de “Kwijtscheldings-verordening 2007” worden verleend.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist, aldaar een nieuw perceel in gebruik neemt en de maatstaf en het tariefvoor het nieuwe adres niet wijzigen.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald in 1 termijn. Deze termijn dient voldaan te zijn op de laatste dag van de maand, zijnde de tweede maand na de dagtekening die in het aanslagbiljet is vermeld.

2In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de invorderingswet 1990 moet een aanslag uiterlijk twee maanden na dagtekeing van het aanslagbiljet betaald zijn.

3De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Overgangsrecht

De verordening afvalstoffenheffing 2025, vastgesteld op de raadvergadering 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026

3Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2026'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.