Aanhef
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer,
gelet op het besluit van de raad van 13 december 2018 tot vaststelling van de Algemene subsidieverordening Opmeer 2019;
overwegende dat de bepalingen van de Algemene subsidieverordening 2019 nadere invulling behoeven door middel van specifieke beleidsregels;
besluit vast te stellen de Specifieke beleidsregels 2023 behorende bij Algemene Subsidieverordening Opmeer 2019.
besluit de Algemene en Specifieke beleidsregels 2022 behorend bij de Algemene subsidieverordeningOpmeer 2019 met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 in te trekken;
Inleiding
De specifieke beleidsregels zijn beschreven in de volgende zeven hoofdstukken:
1Algemene aspecten;
2Subsidieprogramma 2020-2023 op basis van uitvoeringsovereenkomsten;
3Subsidieprogramma 2020-2023 zonder uitvoeringsovereenkomsten;
4Subsidiemogelijkheden t.b.v. accommodaties, voorzieningen en materialen 2020-2023;
5Incidentele subsidies 2019-2023;
6Buurtbudget Muziek en Kortingsregeling Muziekeducatie;
7Kortdurende peuteropvang en VVE.
Hoofdstuk 2 Subsidieprogramma 2020-2023 op basis van uitvoeringsovereenkomsten
2.3 Meerjarige uitvoeringsovereenkomsten
2.3.1 Sport- en beweegbeleid
Sportservice West-Friesland komt in aanmerking voor subsidie voor de organisatie van activiteiten, die bijdragen aan realisatie van de volgende beleidsdoelen:
-Alle inwoners met een beperking kunnen in hun regio deelnemen aan een voor hen geschikte sport- en/of beweegactiviteiten. Het aanbod is goed vindbaar voor de doelgroep;
-Bevorderen gezondheid inwoners;
-Sportstimulering;
-Kwalitatief goed bewegingsonderwijs;
-Kwalitatief goede voorzieningen in de gymzalen t.b.v. het bewegingsonderwijs;
-Vitaal sterke sport- en beweegaanbieders.
2.3.2 Onderwijs
Met het basisonderwijs wordt geen uitvoeringovereenkomst en geen officieel uitvoeringsplan opgesteld. Beide stichtingen ontvangen een beschikking t.a.v.:
•Verleende subsidie voor onderwijsbegeleiding, om achterstanden van leerlingen in het primair onderwijs op te lossen en/of te voorkomen;
•Verleende subsidie voor verkeersexamen;
•Afspraken tussen gemeente en onderwijs over drie activiteiten waarbij de gemeente subsidie verleent aan een derde partij en ook het onderwijs een bijdrage levert:
○ Bewegingsonderwijs;
○ Muziekeducatie;
○ Cultuureducatie met kwaliteit.
Jaarlijks worden de beleidsdoelen vastgesteld op bestuurlijk niveau, tijdens het LEA (Lokaal Educatieve Agenda). De schoolbesturen SKO West-Friesland en Stichting Allure zijn hierbij aanwezig. De wethouder en beleidsmedewerker onderwijs vertegenwoordigen de gemeente Opmeer.
Het voor- en najaarsoverleg van de directies van de afzonderlijke scholen in de gemeente Opmeer fungeert als platform op uitvoerend niveau. Jaarlijks wordt een ontwikkelagenda vastgesteld tijdens het najaarsoverleg van de directies. Tijdens het voorjaarsoverleg wordt het uitgevoerde beleid geëvalueerd.
De activiteiten die onderdeel zijn van het uitvoeringsplan 2019, maar niet worden opgenomen in de ontwikkelagenda worden periodiek besproken in het directieoverleg. Op die manier houden gemeente en onderwijs samen sturing op de subsidies, die de gemeente verleent aan derden ten behoeve van activiteiten voor het onderwijs.
2.3.3 Muziekeducatie
Stichting Muziek Opmeer komt in aanmerking voor subsidie voor de organisatie van activiteiten, die bijdragen aan realisatie van de volgende beleidsdoelen:
-Alle scholen participeren in de werkwijze Muziek Opmeer en voeren in dat kader een langjarig, samenhangend activiteitenprogramma uit, waardoor alle kinderen in Opmeer kennis maken met muziek, over muzikale basisvaardigheden beschikken en hebben ervaren hoe het is om een muziekinstrument te bespelen;
-De kinderopvang en peuteropvang in Opmeer participeren in de werkwijze Muziek Opmeer, zodat kinderen tijdens de opvang de gelegenheid krijgen om muzikale activiteiten uit te voeren;
-Alle relevante partijen participeren in de werkwijze Muziek Opmeer zodat kinderen de gelegenheid krijgen om direct na schooltijd muzikale activiteiten uit te voeren en cursussen te volgen, in de nabijheid van de school;
-De aansluiting faciliteren tussen het laagdrempelige kennismakingprogramma (binnenschools / naschools) en de verdieping die in de “markt” door zelfstandige docenten wordt aangeboden, door de eerste twee jaar muziekles voor een laag bedrag mogelijk te maken;
-Kwetsbare groepen worden door middel van muziek-participatie en –educatie betrokken bij de samenleving;
-Onderlinge betrokkenheid, maatschappelijke participatie en muzikale vorming van de lokale dorpsgemeenschappen wordt gestimuleerd door een vrij besteedbaar buurtbudget beschikbaar te stellen, volgens de regels die in hoofdstuk 6 van deze specifieke beleidsregels zijn vastgelegd;
-Bevorderen van de kennisontwikkeling en samenwerking van de gezamenlijke stakeholders.
2.3.4 Jeugdbeleid
Ten behoeve van het gemeentelijk jeugdbeleid worden geen organisaties gesubsidieerd voor het jongerenopbouwwerk, ambulant jongerenwerk en jongerencoaching. De gemeente voert dit zelf uit of koopt dat in op het moment dat daar specifiek behoefte toe is.
2.3.5 Wmo-beleid
Er worden geen organisaties gesubsidieerd voor maatschappelijk werk en opbouwwerk; de gemeente voert dit zelf uit. De ondersteuning van vrijwilligers(organisaties) voert de gemeente zelf uit en waar nodig wordt op basis van een specifieke vraag externe ondersteuning ingezet. Dat is t/m 2023 Mee & de Wering die subsidie ontvangt voor activiteiten steunpunt gespecialiseerde vrijwilligers en voor de mantelzorgondersteuning.
Andere organisaties die t.b.v. het WMO-beleid worden gesubsidieerd, ontvangen subsidie op basis van ‘Hoofdstuk 3 Subsidieprogramma 2020-2023 zonder uitvoeringsovereenkomsten’.
2.3.6 Bibliotheekwerk
Stichting Westfriese Bibliotheken komt in aanmerking voor subsidie voor de organisatie van activiteiten, die bijdragen aan realisatie van de volgende beleidsdoelen:
-Bevordering culturele infrastructuur;
-Ontwikkeling Jeugd en Onderwijs;
-Bevordering participatie en zelfredzaamheid;
-Stimulering persoonlijke ontwikkeling;
-Verandering en verbreding klassieke bibliotheek.
Jeugdbibliotheek Hoogwoud wordt gesubsidieerd voor de bibliotheekactiviteiten die zij uitvoert op basis van ‘Hoofdstuk 3 Subsidieprogramma 2020-2023 zonder uitvoeringsovereenkomsten’.
2.3.7 Armoedebeleid
Stichting Samen komt in aanmerking voor subsidie t.b.v. activiteiten in het kader van het gemeentelijk armoedebeleid. Kinderen die opgroeien in gezinnen met beperkte financiën moeten ook kunnen deelnemen aan activiteiten op school en daarbuiten zoals bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten en feestdagen. De middelen zijn bedoeld om kinderen (0-18 jaar) uit gezinnen met een laag besteedbaar inkomen, die door geldgebrek niet mee kunnen doen, te ondersteunen met voorzieningen in natura. Door deelname in de brede zin mogelijk te maken wordt voorkomen dat gezinnen met beperkte financiën op afstand van de maatschappij komen te staan.
Hoofdstuk 3. Subsidieprogramma 2020-2023 zonder uitvoeringsovereenkomsten
Paragraaf 3.1 Algemene aspecten
3.1.1 Activiteitenplan
Onderdeel van de aanvraag is het activiteitenplan, dat ook wordt gebruikt ten behoeve van de jaarlijkse verantwoording. Het activiteitenplan toont in één overzicht:
-de activiteit(en);
-de beoogde gemeentelijke beleidsdoel(en);
-de beoogde doelgroep(en);
-de beoogde resultaten voor desbetreffende kalenderjaren van de subsidieperiode.
-Het formulier van het activiteitenplan is onderdeel van het subsidie aanvraagformulier, die organisaties via de gemeentelijke website kunnen downloaden.
3.1.2 Voorschot
Indien het in de beschikking staat vermeld, wordt de subsidie jaarlijks voor 1 april bij voorschot uitbetaald. Indien de aanvrager tijdens de meerjarige subsidieperiode niet voldoet aan de verantwoordingsverplichtingen, wordt uitbetaling van het voorschot aangehouden tot het moment dat aan deze verplichtingen is voldaan.
3.1.3 De vaststelling van de subsidie
Na afloop van de subsidieperiode zal op basis van de door de aanvrager verstrekte resultatenoverzichten een vaststelling plaatsvinden. De aanvrager zal daarom jaarlijks voor 1 juni een overzicht van de resultaten van de activiteiten van het voorgaande kalenderjaar moeten overleggen. Daaruit moet blijken in hoeverre de geplande activiteiten zijn uitgevoerd, welke resultaten zijn behaald en hoe daarmee is gescoord ten opzichte van de verwachtingen.
Indien beoogde resultaten niet zijn behaald en/of resultatenoverzichten niet (tijdig) zijn ingeleverd, kan de subsidie lager vastgesteld worden dan oorspronkelijk is verleend. Dit kan tot terugvordering van reeds uitgekeerde voorschotten leiden.
3.1.4 Tussentijdse wijziging activiteitenplan
Indien de resultaten van de activiteiten achterblijven bij de te verwachten resultaten uit het plan dat bij de aanvraag is ingediend, kan de aanvrager het activiteitenplan daarop aanpassen, zolang daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke plan.
De aanvrager vraagt hiervoor toestemming uiterlijk 1 juni van het jaar waarin de wijziging(en) moeten worden ingevoerd. In dit verzoek geeft zij aan:
-Welke activiteiten zij wenst te wijzigen en wat daarvan de redenen zijn.
-De beschrijving van de nieuwe activiteiten en de daarbij te verwachten prestaties, cijfermatig geformuleerd.
3.1.5 Minimale hoogte van de subsidie
De minimale hoogte van de subsidie, die wordt verleend, bedraagt € 500 per activiteit.
Paragraaf 3.2 Gemeentelijke beleidsdoelen en doelgroepen
3.2.1 Beleidsdoelen
Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten, die bijdragen aan de realisatie van de volgende gemeentelijke beleidsdoelen, in willekeurige volgorde:
-Stimulering tot deelname aan activiteiten op gebied van sport, bewegen, recreatie, kunst en/of cultuur;
-Ontwikkeling van nieuwe activiteiten, die een duidelijke aanvulling zijn op het bestaande aanbod;
-Bewustwording van (onderdelen van) een gezonde leefstijl;
-Promotie van gemeente Opmeer als toeristisch en recreatief interessante bestemming. De kaders zoals die zijn gesteld in de positionering van gemeente Opmeer (Opmeer, gewoon anders) zijn hierbij leidend;
-Bevorderen van de deelname aan de eigen leefomgeving;
-Bevorderen van zelf- en samenredzaamheid;
-Verbeteren van de cognitieve en sociale competenties;
-Bewustwording dat goede zorg voor milieu en natuur van belang is;
-Bevordering van een veilig en gezond verenigingsklimaat;
-Voorkoming eenzaamheid;
-Versterken leefbaarheid en sociale samenhang;
-Bewustwording ‘langer zelfstandig blijven wonen’;
-Bewustwording van effecten van gebruik van alcohol en/of drugs;
-Bevordering van de ontwikkeling van jeugd en jongeren, zoals sociaal leiderschap, karaktervorming, weerbaarheid, creativiteit etc.;
-Advisering, activering en ondersteuning van specifieke doelgroepen (zie 3.3.2);
-Verlevendiging met evenementen van de dorpscentra Opmeer/Spanbroek en Hoogwoud zodanig dat de centrumfunctie wordt verstevigd.
3.2.2 Doelgroepen
De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet in ieder geval gericht zijn op de inwoners/ organisaties in gemeente Opmeer. De aanvraag wordt versterkt indien de aanvrager de doelgroep(en) specificeert en aansluit bij één of meerdere doelgroepen uit het gemeentelijk beleid, zoals hieronder vermeld:
-kwetsbare doelgroepen;
○ inwoners met een psychogeriatrische problematiek of cognitieve achteruitgang (beginnend dement);
○ inwoners met een psychosociale of psychische problematiek;
○ inwoners met een (licht) verstandelijke, lichamelijke, auditieve en/of visuele beperking;
○ inwoners met een chronische aandoening;
○ inwoners met problemen op het gebied van financiën en/of schulden;
○ inwoners met problemen op het gebied van verslaving;
○ inwoners met problemen op het gebied van sociaal isolement;
○ inwoners met problemen op het gebied van vervuiling;
○ inwoners met problemen op het gebied van werkloosheid.
-leeftijdsgroep:
○ baby, 0-1 jaar;
○ dreumes, 1-2 jaar;
○ peuter, 2-4 jaar;
○ kleuter, 4-6 jaar;
○ kind, 6-12 jaar;
○ tiener, 12-18;
○ jong volwassenen, 18-23 jaar;
○ 24-30 jaar;
○ 30-55 jaar;
○ 55-65 jaar;
○ 65-75 jaar;
○ 75+.
-inwoners die onvoldoende participeren in de samenleving;
-vergunninghouders;
-arbeidsmigranten;
-laaggeletterden;
-mantelzorgers;
-jonge mantelzorgers, in de leeftijd tot 24 jaar;
-1-ouder gezin.
Organisaties die subsidie aanvragen ter ondersteuning van een groep mensen met een specifiek ziektebeeld/ beperking of voor activiteiten die in het verlengde liggen van de reguliere gezondheidszorg, komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij de organisatie een activiteit aanbiedt die:
-voorziet in een informele zorg- en/of welzijnsondersteuning;
-voorziet in een geconstateerde vraag;
-wordt georganiseerd in samenwerking met een lokale welzijnsorganisatie;
-plaatsvindt in gemeente Opmeer;
-primair bedoeld is voor inwoners van gemeente Opmeer.
Paragraaf 3.3 Subsidie evenementen
3.3.1 Lokaal
De organisaties van lokale evenementen kunnen een meerjarige subsidie aanvraag indienen. Het beleid, zoals beschreven in de voorgaande paragrafen van hoofdstuk 3, is van toepassing bij alle lokale evenementen, die voor een meerjarige subsidie in aanmerking willen komen.
3.3.2 Landbouwshow Opmeer
Landbouwshow Opmeer komt niet voor subsidie in aanmerking. Bij uitzondering heeft de gemeente met de organisatie van dit evenement een sponsor-/samenwerkingsovereenkomst. De duur van deze overeenkomst is verbonden aan de duur van de meerjarige subsidieperiode en wordt telkens gelijk aan deze periode met de duur voor 4 jaar verlengd.
3.3.3 Kennismaking
Lokale evenementen, waarbij inwoners kennis kunnen maken met activiteiten van lokale/ regionale organisaties, komen voor een (meerjarige) subsidie in aanmerking. In het geval van subsidieverlening bedraagt deze jaarlijks maximaal € 1.000 per evenement.
3.3.4 Lokale dorpsfestiviteiten
Lokale dorpsfestiviteiten, in het kader van de activiteiten Sinterklaasfeest, Koningsdag en kermis, komen voor een meerjarige subsidie in aanmerking. In het geval van subsidieverlening bedraagt deze jaarlijks € 500 per woonkern per activiteit.
Paragraaf 3.4 Regionale subsidies
3.4.1 Toevoeging regionale subsidies
Het college kan besluiten een subsidie toe te voegen aan bovenstaande lijsten, onder voorwaarde dat alle Westfriese gemeenten de activiteit(en) van de desbetreffende organisatie ook subsidiëren en er financieel dekking is. De hoogte van de subsidie is daarbij afhankelijk van regionale afspraken, waarbij de kosten in principe op basis van inwoneraantal worden verdeeld over de zeven Westfriese gemeenten.
Paragraaf 3.6 Inwonersparticipatie
3.6.1 Vier dorpsraden
Elke dorpsraad komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie van maximaal € 1.000 per jaar. Dit budget is beschikbaar voor de uitvoering van de werkzaamheden, zoals is beschreven in het convenant tussen de gemeente en de dorpsraden.
3.6.2 Cliëntparticipatie Sociaal Domein
Beschikbaar budget is € 1.000, in subsidie of kostendeclaratie.
3.6.3 Jeugdparlement
Het jeugdparlement komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie ter hoogte van jaarlijks maximaal € 1.000.
Paragraaf 3.7 Beheersfunctie
3.7.1 Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Opmeer
Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Opmeer (SJJO) komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie van jaarlijks maximaal € 4.000 voor de opslag en het beheer van materialen, die door de organisaties van SJJO worden gebruikt en ook door andere organisaties in de gemeente gehuurd kunnen worden.
3.7.2 Stichting beheer Theresiahuis
Stichting beheer Theresiahuis komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie van jaarlijks maximaal € 1.850 voor het beheer en klein onderhoud van het Theresiahuis en De Kikkerhoek.
3.7.3 Stichting Wijksteunpunt De Lindehof
Stichting Wijksteunpunt De Lindehof komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie voor het beheer van het wijksteunpunt en de huisvestingskosten.
3.7.4 Stichting Wijksteunpunt De Schakel
Stichting Wijksteunpunt De Schakel komt in aanmerking voor een meerjarige subsidie voor het beheer van het wijksteunpunt.
Paragraaf 3.10 Sport
3.10.1 Meer Bewegen Voor Ouderen
Lokale organisaties t.b.v. Meer Bewegen Voor Ouderen activiteiten komen in aanmerking voor een meerjarige subsidie. In het geval van subsidieverlening bedraagt deze jaarlijks € 500.
3.10.2 Breedtesport versus topsport
De gemeente zet in op breedtesport en beschouwt de verdere ontwikkeling richting talent en topsport als een keuze en verantwoordelijkheid van desbetreffende sporter, sportorganisatie, sportbond en NOC/NSF. Gemeente Opmeer verleent daarom geen subsidie ten behoeve van activiteiten en realisatie/exploitatie van accommodaties, die bijdragen aan de ontwikkeling van talent-/topsport.
De term ‘talent’ wordt hier puur bezien als onderdeel van de ontwikkeling richting topsport.
3.10.3 Zwemonderwijs
De gemeente vindt het schoolzwemmen belangrijk, ondanks het feit dat veel kinderen al een diploma hebben. Het biedt kinderen de gelegenheid:
-alsnog een diploma te halen of daarbij extra ondersteuning te krijgen;
-de zwemvaardigheid verder te ontwikkelen of te behouden;
-kennis te maken met zwemsportactiviteiten in het kader van sportstimulering.
Er is een opsplitsing gemaakt qua inhoud van het schoolzwemmen:
-Groep 3 t/m 5: voornaamste aandacht voor bovenvermelde punten 1 en 2;
-Groep 6 t/m 8: voornaamste aandacht voor bovenvermeld punt 3, waarbij het behouden van de zwemvaardigheid een indirect gevolg is.
Schoolzwemmen behoort op grond van de wet niet tot de verplichte vakken. Zwemmen is echter gezond en goed voor de (motorische) ontwikkeling van het kind. Door deze voorziening op te nemen in het lokaal onderwijsbeleid geeft de gemeente aan dat zij het zwemmen ook belangrijk vindt voor de ontwikkeling van het kind. Voor deze activiteit wordt een bedrag per leerling ter beschikking gesteld.
Het zwemonderwijs wordt mogelijk gemaakt door een vast bedrag per leerling over te maken aan zwembad ’t Woudmeer op basis van een opgave van het aantal leerlingen door de scholen.
De leerlingen van de Petrus Canisiusschool (groep 3 t/m 8) maken gebruik van het zwembad in Abbekerk. Stichting Zwembad Abbekerk kan daarom in aanmerking komen voor een meerjarige subsidie van jaarlijks maximaal € 955.
OBS De Dubbele Punt maakt sinds de oplevering van minigymzaal “De Komma” geen gebruik meer van de mogelijkheid om in schoolverband te zwemmen.
Schoolzwemmen draagt bij aan stimulering van het gebruik van zwembad ‘t Woudmeer. In dat kader is het scholen ook toegestaan zich om in de periode mei-juli maximaal drie keer aan te melden voor “mooi weer zwemmen”. Op dat moment kunnen de kinderen de laatste 1,5 uur van de schooldag recreatie zwemmen in zwembad ’t Woudmeer, indien dat past in het rooster.
Hoofdstuk 4. Subsidiemogelijkheden t.b.v. accommodaties, voorzieningen en materialen 2020-2023
Paragraaf 4.1 Sport/beweegvoorzieningen
4.1.1 Gemeentelijke sport/beweegvoorzieningen
De gemeente is verantwoordelijk voor onderstaande sport/beweegvoorzieningen en streeft ernaar:
-dit aanbod en de kwaliteit ervan te handhaven;
-de bezetting te optimaliseren, o.a. door voorzieningen multifunctioneel te benutten.
Voorziening (aantal)
Plaats
Functie(s)
Beachveld (1)
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. beachsport activiteiten.
Dojo (1)
Hoogwoud
Voorziening primair t.b.v. de judosport. Secundair voor activiteiten welke passend zijn in een dojo.
Gymzalen (5)
Aartswoud, De Weere, Hoogwoud, Opmeer, Spanbroek
Voorziening primair voor het bewegingsonderwijs van de basisscholen. Secundair voor sportieve en recreatieve activiteiten.
Handbalvelden (2)
Hoogwoud
Voorziening primair t.b.v. de handbalsport. Secundair voor activiteiten welke passend zijn op een handbalveld.
Hockeyveld (1)
Hoogwoud
Voorziening primair t.b.v. de hockeysport. Secundair voor activiteiten welke passend zijn op een hockeyveld.
Natuurspeeltuin (1)
Hoogwoud
Openbare natuurlijke speelplek, waar sportieve en/of recreatieve activiteiten georganiseerd kunnen worden.
No-problem locatie (1)
Hoogwoud
Sportieve en recreatieve plek voor jeugd en jongeren.
Paardrijbak (1)
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. de paardensport.
Recreatie- en evenemententerrein (1)
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. sportieve en recreatieve activiteiten, tevens evenemententerrein.
Speel- en JOP-plekken (divers)
Gemeente Opmeer
Voorziening t.b.v. spelen en ontmoeten.
Sporthal (1)
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. sportieve en recreatieve activiteiten/evenementen.
Voetbalvelden, kunstgras (2)
Hoogwoud, Spanbroek
Voorziening primair t.b.v. de voetbalsport. Secundair voor activiteiten welke passend zijn op een kunstgras voetbalveld.
Voetbalvelden, natuurgras (8)
Aartswoud, De Weere, Hoogwoud, Spanbroek
Voorziening primair t.b.v. de voetbalsport. Secundair voor activiteiten welke passend zijn op een natuurgras voetbalveld.
Zwembad – buiten (1)
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. zwem en/of recreatieve activiteiten/ evenementen.
4.1.2 Sportcomplex HOSV
Wat betreft het sportcomplex van voetbalvereniging HOSV is de gemeente, conform de Structuurvisie Opmeer 2025, bereid mee te werken aan een andere functie van het terrein. Het handhaven van de huidige functie van deze voorziening is namelijk geen noodzaak; de voetbalvoorzieningen van Grasshoppers en VVS ’46 voorzien in de behoefte van de drie dorpskernen Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek. Gezien de huidige kwetsbare situatie van de vereniging is de gemeente terughoudend met investeringen t.b.v. HOSV op dit sportcomplex.
4.1.3 Afwijkingen
Indien de bestaande situatie afwijkt van hetgeen staat beschreven in paragraaf 4.1 en 4.2, is het bespreekbaar de verantwoordelijkheid bij de juiste organisatie te gaan beleggen. Er zal echter geen correctie plaatsvinden ten aanzien van gedane investeringen/ eigendom.
Ter illustratie hierbij een voorbeeld. Een vereniging heeft geïnvesteerd in een extra trainingscapaciteit. Dit heeft zij gedaan op het moment dat een analyse van de bond aangaf dat deze extra capaciteit niet nodig was. Op enig moment is de vereniging zodanig gegroeid dat deze capaciteit volgens de bond wel nodig is. Daarmee zou de verantwoordelijkheid voor deze voorziening over kunnen gaan naar de gemeente. Dit beperkt zich dan tot onderhoud en eventuele vervanging. Er zal dus geen correctie ten aanzien van de gedane investeringen plaatsvinden.
4.1.4 Niet-gemeentelijke sport/beweegvoorzieningen
De volgende voorzieningen zijn geen voorzieningen van de gemeente, maar zijn wel van belang voor het gemeentelijk aanbod van sport/beweegvoorzieningen.
Voorziening
Plaats
Functie(s)
Sportcentra (2)
Hoogwoud, Spanbroek
Voorziening ten behoeve van sportactiviteiten en andere passende voorzieningen, zoals fysiotherapie.
Tennishal (1)
Hoogwoud
Tennishal en evenementlocatie.
Tennisvelden (8)
Hoogwoud
Voorziening ten behoeve van de tennissport.
Padelbanen (3)
Hoogwoud
Voorziening ten behoeve van de Padelsport
Sporthal (1)
Spanbroek
Voorziening ten behoeve zaalsport en incidenteel voor een evenement.
Turnhal (1)
Hoogwoud
Voorziening ten behoeve van de turnsport.
Zwembad – binnen (1)
Hoogwoud
Voorziening ten behoeve van zwemles.
De subsidieregels die in paragraaf 4.2 staan beschreven zijn niet van toepassing op deze voorzieningen.
Paragraaf 4.2 Subsidies sport/beweegvoorzieningen
4.2.1 Algemeen
Voor sport/beweegvoorzieningen kunnen subsidies verleend worden. Dit zijn subsidies ten behoeve van investeringen ter zake van nieuwbouw, verbouw, uitbreiding en eerste inrichting van voorzieningen en aanschaf toestellen en apparatuur.
De genoemde investeringen zijn te verdelen in de volgende vier categorieën:
1Investeringen die volledig voor rekening komen van de gemeente;
2Investeringen die vallen onder de accommodatieregeling;
3Investeringen volledig voor rekening van de aanvrager;
4Tijdelijke voorzieningen.
4.2.2 Investeringen die volledig voor rekening komen van de gemeente
Hierbij dient gedacht te worden aan die onderdelen van de voorziening, die een absolute voorwaarde zijn om de speelvelden speelklaar te maken. Dit zijn de volgende voorzieningen:
-Voor de buitensportverenigingen:
a) de aanleg van de sportvelden;
b) de eerste inrichting van de sportvelden;
c) de vervanging van de inrichtingsvoorzieningen komen m.u.v. de netten voor volledige vergoeding van de gemeente, mits dit niet eerder is dan een normale afschrijvingsperiode (ongeveer 10 jaar).
-Voor de binnensportverenigingen:
a) nieuwbouw, uitbreiding, vervanging, sporthal en gymzalen (voor zover deze ruimtes tevens gebruikt worden t.b.v. het onderwijs);
b) eerste inrichting van sporthal en gymzalen inclusief vervanging.
c) de aanschaf en vervanging van gymnastiektoestellen, die volgens de onderwijsnormen noodzakelijk zijn, komen voor volledige vergoeding van de gemeente. In het accommodatiebijdrage-systeem is mede een deel opgenomen voor de huur van deze gymnastiektoestellen.
4.2.3 Investeringen die vallen onder de accommodatieregeling
Het betreft hier voorzieningen die sporttechnisch gezien absoluut onmisbaar worden ervaren voor het bedrijven van de sport. Hierbij kan gedacht worden aan kosten van nieuwbouw, uitbreiding, verbouw en eerste inrichting van accommodaties en in sommige gevallen voor aanschaf en vervanging van bepaalde materialen. De normen zullen veelal door de respectievelijke sportbonden worden voorgeschreven. Dit zijn de volgende voorzieningen:
-Bij buitensportverenigingen:
a) kleedaccommodaties met genormeerde afmetingen, incl. toiletten en wasruimten, scheidsrechtersruimten en (CV)berging. Alleen de hulpmiddelen, die in de goedkoopste uitvoering meer dan € 1.000,- bedragen, komen voor deze regeling in aanmerking;
b) jeugddoelen die nodig zijn voor jeugdwedstrijden, mits dit niet eerder is dan een normale afschrijvingsperiode (minimaal 10 jaar).
-Bij binnensportverenigingen:
a) duurzame hulpmiddelen: de toestellen en apparatuur (niet behorende tot de onderwijsnorm) die meer dan € 1.000,- kosten.
n.b.: een aanvrager die een voorziening aanbrengt m.b.v. de accommodatieregeling in een particuliere huisvesting dient aan het navolgende te voldoen. Met de eigenaar dient een overeenkomst te worden aangegaan, dat de aanvrager gedurende tenminste 5 jaar gebruik maakt van de voorziening, tenzij dit onmogelijk is buiten de schuld van de eigenaar en aanvrager.
Het college kan de accommodatieregeling toepassen op door de gemeenteraad goedgekeurde investeringskosten. Daarbij wordt maximaal 1/3 van de investeringskosten uitgekeerd in een bijdrage à fonds perdu en maximaal 1/3 van de investeringskosten in de vorm van een renteloze lening.
4.2.4 Investeringen volledig voor rekening van de aanvrager
Dit zijn de investeringen die sporttechnisch niet absoluut noodzakelijk zijn, maar door de aanvrager als zeer wenselijk worden beschouwd, alsmede investeringen t.b.v. gebruiksartikelen.
Buitensport: tribune, kantine, dug-outs, hoekvlaggen, jeugddoelen voor trainingen, etc. Binnensport: in de huurtarieven van de accommodaties is een gedeelte verdisconteerd voor huur van gebruiksmateriaal, voor zover dit de onderwijsnorm niet overschrijdt.
4.2.5 Tijdelijke voorzieningen
Voor tijdelijke voorzieningen is het gemeentebestuur verantwoordelijk en gelden dezelfde regels als genoemd in de voorgaande paragrafen.
4.2.6 Nieuwe sport/beweegvoorzieningen
Er kan medewerking worden verleend aan de realisatie van nieuwe sport/beweegvoorzieningen indien:
-Dit niet inpasbaar is in het huidige aanbod van voorzieningen;
-Er een duidelijk aantoonbare vraag is;
-De hoofdgebruiker volledig verantwoordelijk is voor de exploitatie.
Een financiële bijdrage in de investeringskosten, in de vorm van subsidie, bedraagt maximaal 1/3 van de investeringskosten, die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen. Er wordt geen renteloze lening verstrekt.
4.2.7 Regels bij (behandeling van) een aanvraag voor een subsidie o.b.v. de accommodatieregeling:
-Definiëring investeringskosten: dit zijn de door het gemeentebestuur goedgekeurde kosten, waarvan door de aanvrager een specificatie is overlegd.
-Aanvraag bestaat uit:
a) Een heldere beschrijving en onderbouwing van de noodzaak van de investering: de projectopzet;
b) Een heldere beschrijving van het toekomstperspectief van het gebruik van de voorziening, voor zover mogelijk aan de hand van beschikbaar cijfermateriaal;
c) De begroting met een duidelijke specificatie van de investeringskosten (inclusief de daarbij behorende offertes);
d) Een onderbouwing van de financiering van de investeringskosten: het dekkingsplan;
e.) Onder het dekkingsplan valt onder andere de bijdrage van sponsors (financieel of in natura), inzet van vrijwilligers, bijdrage van fondsen, inzet eigen middelen en opbrengsten van geldinzamelingsacties;
f) Indien de investeringskosten hoger zijn dan € 15.000,- wordt toegevoegd:
•Een goed onderbouwde en sluitende exploitatiebegroting voor minimaal de eerste drie jaar, nadat de investering is gedaan. Daarin dient bovendien een uitgavenpost of reservering te zijn opgenomen ten behoeve van het plegen van zogenaamd groot onderhoud aan de voorziening waarin is geïnvesteerd;
•Door een accountant ondertekende jaarrekeningen van de 3 jaren voorafgaand aan het indienen van de aanvraag.
-Aanvraag indienen:
a) Bij investeringskosten hoger dan € 15.000,- geldt de aanvraagtermijn, zoals vermeld in artikel 5.3 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2019;
b) Indien niet aan de aanvraagtermijn is voldaan, wordt het verzoek van de aanvrager automatisch doorgeschoven naar de volgende termijn;
c) Bij investeringskosten lager dan € 15.000,- geldt de aanvraagtermijn volgens artikel 5.2 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2019.
-In het geval van toepassing van de accommodatieregeling maakt de aanvrager bij het indienen van de aanvraag aantoonbaar dat zij voldoende inspanningen heeft verricht om inkomsten te genereren waarmee minimaal de eigen bijdrage van de investeringskosten kunnen worden gefinancierd.
-Voorwaarden inzake de renteloze lening:
a) Voor de renteloze lening geldt een minimale hoogte van € 1.000,- en een minimale aflossingstermijn van twee jaar. Indien het vastgestelde bedrag lager is, ontvangt de aanvrager enkel een bijdrage à fonds perdu en kan zij geen gebruik maken van de renteloze lening;
b) In geval van achterwege blijven van betalingen, opheffing van de aanvrager is onmiddellijke opeisbaarheid door de gemeente mogelijk;
c) De renteloze geldlening boven een bedrag van € 50.000,- wordt verstrekt onder hypothecair verband. De kosten van de hypotheekakte komen voor rekening van de aanvrager. De aanvrager is hoofdelijk aansprakelijk voor het nakomen van de financiële verplichtingen;
d) De aanvrager verklaart voorafgaand aan de betaalbaarstelling van de subsidie, middels indiening van een schriftelijke verklaring bij de gemeente, dat voldaan wordt aan de volgende criteria:
•De investering draagt bij aan de publieke taak;
•Er is sprake van een investering door een derde;
•De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen;
•De bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft (of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investeringen).
-Het college kan besluiten voorafgaand of gedurende de werkzaamheden een of meerdere voorschotten aan de aanvrager uit te keren.
Afrekening:
a) De afrekening zal op basis van facturen achteraf geschieden;
b) Indien de afrekening voordeliger uitvalt dan aanvankelijk was begroot, blijft de verleende subsidie gelijk en zal het voordeel worden benut voor verlaging van de afgesloten leningen:
■ 50% van het voordeel komt ten goede van verlaging van de renteloze lening van de gemeente;
■ 50% van het voordeel komt ten goede van verlaging van andere lening(en), die de organisatie t.b.v. de investering heeft afgesloten.
c) De hoogte van de bijdrage à fonds perdu en/of lening, zoals door het college is vastgesteld, kan niet overschreden worden zonder toestemming van het college;
-De aanvrager dient de gemeente terstond schriftelijk te berichten als er wijzigingen plaatsvinden in de projectopzet en/of de oorspronkelijk ingediende begroting (inclusief het dekkingsplan). Dergelijke wijzigingen kunnen leiden tot een aanpassing door de gemeente van het bedrag van de verleende financiële steun.
-Het aanbestedingsbeleid van gemeente Opmeer is van toepassing indien de bijdrage á fonds perdu meer dan 50% van de investeringskosten bedraagt.
-Indien conform de accommodatieregeling een subsidiebijdrage wordt verleend, dienen de gesubsidieerde inrichting en voorzieningen benut te worden ten behoeve van de beoogde activiteiten zoals beschreven in de subsidiebeschikking en conform de daarin vermelde levensduur.
-Indien de activiteiten voortijdig worden beëindigd, kan de gemeente de subsidiebijdrage van de resterende levensduur terugvorderen.
-Het college kan, in kennelijk onbillijke gevallen, van één of meerdere verplichtingen uit deze regels ten gunste van de aanvrager van subsidie ontheffing verlenen of de regels die op de aanvraag en de verlening van het subsidie betrekking hebben buiten toepassing laten of daarvan afwijken.
Paragraaf 4.3 Subsidies overige welzijnsvoorzieningen
4.3.1 Gemeentelijke welzijnsvoorzieningen
De gemeente is verantwoordelijk voor onderstaande welzijnsvoorzieningen en streeft ernaar:
-dit aanbod en de kwaliteit ervan te handhaven;
-de bezetting te optimaliseren, o.a. door voorzieningen multifunctioneel te benutten.
Voorziening (aantal)
Plaats
Functie(s)
Bibliotheekgebouw
Opmeer
Voorziening t.b.v. bibliotheekwerk.
Cultureel centrum Pardoes
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten, voor met name jeugd en jongeren.
Dorpshuis
De Weere
Voorziening voor ontmoeting en ondersteuning i.h.k.v. de Wmo.
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten voor met name jeugd en jongeren.
Peuterspeelzalen (4)
Aartswoud
De Weere
Hoogwoud
Opmeer
Voorziening voor leren, spelen en ontmoeten.
Vergadelaar
Hoogwoud
Kantoor- en vergaderlocatie voor primair Opbouwwerk Opmeer, welke ook door andere organisaties gebruikt kan worden.
Wijksteunpunt
Hoogwoud
Voorziening voor ontmoeting en ondersteuning i.h.k.v. de Wmo.
4.3.2 Niet-gemeentelijke welzijnsvoorzieningen
De volgende voorzieningen zijn geen voorzieningen van de gemeente, maar zijn wel van belang voor het gemeentelijk aanbod van welzijnsvoorzieningen.
Voorziening
Plaats
Functie(s)
Horeca
Gemeente Opmeer
Diverse horeca locaties bieden ruimte voor culturele activiteiten.
Kerk Aartswoud
Aartswoud
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten.
Kerk Wadway
Wadway
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten.
De Lastdrager
Hoogwoud
Voorziening cultureel- historische activiteiten
Museumboerderij West-Frisia
Hoogwoud
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten.
Onderwijsgebouwen (7)
Gemeente Opmeer
Voorziening t.b.v. onderwijs.
Rundveemuseum Aartswoud
Aartswoud
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten.
‘t Kerkhuys
Spanbroek
Voorziening t.b.v. culturele activiteiten.
Wijksteunpunt
Spanbroek
Voorziening voor ontmoeting en ondersteuning i.h.k.v. de Wmo.
4.3.3 Subsidie nieuwbouw, verbouw en uitbreiding van gebouwen
Voor de welzijnsvoorzieningen, vermeld in paragraaf 4.3, kunnen subsidies verleend worden. De investeringen zijn te verdelen in de volgende zes categorieën:
Soort investering
Gemeente/accommodatieregeling/aanvrager
1Gebouw en basisvoorzieningen, waarbij de gemeente de eigenaar is/wordt van het gebouw.
Volledig voor rekening van de gemeente
2Gebouw en basisvoorzieningen, waarbij het gebouw eigendom is/ wordt van de aanvrager.
Valt onder de accommodatieregeling
3Voorzieningen in/aan het gebouw, die als absoluut onmisbaar worden ervaren, om de beoogde activiteiten te kunnen aanbieden.
Valt onder de accommodatieregeling
4Inrichting.
Volledig voor rekening van de aanvrager
5Voorzieningen in/aan het gebouw die door de aanvrager als (zeer) wenselijk worden beschouwd, om de beoogde activiteiten te kunnen aanbieden.
Volledig voor rekening van de aanvrager
6Gebruiksartikelen.
Volledig voor rekening van de aanvrager
Bij de behandeling van een aanvraag moet elk onderdeel van de investering beoordeeld worden aan de hand van het bovenstaande overzicht om de eventuele bijdrage van de gemeente (subsidie en/of lening) te bepalen. Het is dus mogelijk dat een aanvraag valt onder verschillende categorieën.
4.3.4 Behandeling aanvraag:
Voor uitvoering van de accommodatieregeling is artikel 4.2.7 van toepassing.
Hoofdstuk 6. Buurtbudget Muziek en Kortingsregeling Muziekeducatie
Paragraaf 6.1 Buurtbudget Muziek
6.1.1 Doel
Buurtbudget Muziek geeft – binnen de werkwijze Muziek Opmeer, zoals vastgesteld in de gemeenteraad van Opmeer op 16 maart 2017 – de mogelijkheid bijdragen te verstrekken voor buurtgebonden bewonersactiviteiten ter stimulering van maatschappelijke en sociale participatie in de woonomgeving dan wel het verbeteren van de leefbaarheid, de veiligheid en/ of het woongenot, waarbij actieve muziekbeoefening een betekenisvolle rol speelt.
6.1.2 Werkwijze
Het gehele Buurtbudget Muziek wordt ondergebracht bij stichting Muziek Opmeer als onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst, die met de organisatie is afgesloten. De stichting verdeelt het budget ten behoeve van activiteiten in de vier dorpskernen van Opmeer (Aartswoud, Hoogwoud, Opmeer/Spanbroek en De Weere) op basis van een vast basisbedrag van € 1.000,-- per dorpskern aangevuld met een bedrag naar rato van het aantal inwoners.
De inwoners kunnen, met ondersteuning van de Aanjagers Muziekeducatie plannen maken en indienen voor de besteding van de beschikbare gelden. De activiteiten die worden ondersteund voldoen in elk geval aan de volgende kenmerken:
-Actieve muziekbeoefening door de bezoekers/deelnemers speelt een betekenisvolle rol;
-Het plan getuigt van betrokkenheid en zelfwerkzaamheid van de bewoners.
-Het plan dient het gezamenlijk belang en wordt door een brede groep buurtbewoners gesteund;
-De activiteit draagt bij aan de participatie van kwetsbare groepen en de verbinding in de lokale gemeenschap, en stimuleert en/of verbetert de leefbaarheid in de buurt;
-Het plan is binnen korte tijd (maximaal een jaar) uitvoerbaar;
-Het initiatief is nog niet gerealiseerd (een bijdrage is dus alleen mogelijk voorafgaand aan de realisatie van het plan);
-Waar mogelijk wordt een zinvolle verbinding met de lokale muziekeducatie-activiteiten gelegd;
-Het initiatief mag het (overig) gemeentelijk beleid niet doorkruisen.
De uitvoering van de plannen vindt alleen dan plaats als deze door bewoners zelf wordt gedragen. Indien in een dorpskern budget over blijft, dan kan dit door stichting Muziek Opmeer worden ingezet in andere dorpskernen.
6.1.3 Niet subsidiabele kosten / activiteiten
Kosten die niet voor een bijdrage uit het Buurtbudget in aanmerking komen, zijn:
-kosten van rechtsbijstand, second opinions en haalbaarheidsonderzoeken;
-kosten voor straatfeesten hoger dan € 500.
6.1.4 Indienen plan of initiatief Buurtbudget Muziek
In elk van de dorpskernen wordt een werkgroep opgericht. De werkgroepen stellen, in overleg met de aanjagers, zelf een werkwijze vast voor het indienen en beoordelen van plannen. De werkwijze voorziet in een goede communicatie met bewoners, een open inschrijving van initiatieven en ideeën en een transparante manier van afwegen en kiezen.
6.1.5 Hoogte budget
De gemeenteraad heeft het subsidieplafond per boekjaar vastgesteld op totaal € 10.000, waarbij vervolgens de verdeling van de budgetten wordt uitgevoerd zoals beschreven bij de paragraaf ‘6.1.2 werkwijze’.
Paragraaf 6.2 Kortingsregeling Muziekeducatie
6.2.1 Doel
Binnen de gemeente kunnen kinderen t/m 14 jaar gedurende twee schooljaren individueel les krijgen op een instrument. Per schooljaar kunnen 60 kinderen (1e en 2e jaars) gebruik maken van de kortingsregeling Muziekeducatie.
6.2.2 Werkwijze
De uitvoering van de kortingsregeling is ondergebracht bij stichting Muziek Opmeer als onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst, die met de organisatie is afgesloten.
Ouders/verzorgers moeten bij de stichting een aanvraag indienen. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd door de stichting brengt de muziekdocent €125 per jaar in rekening bij de ouder/verzorger van het kind. Het resterende bedrag ter hoogte van maximaal € 425,- wordt door de muziekdocent in rekening gebracht bij Stichting Muziek Opmeer.
Ouders/verzorgers met een inkomen tot 120% van het minimumloon kunnen voor de bijdrage van € 125 een beroep doen op het gemeentelijk Doe Mee fonds.
Het kind heeft recht op minimaal 36 lessen per jaar, van minimaal 20 minuten per les of minimaal 40 minuten in een duo les.
6.2.3 Voorwaarden
Voor deelname aan de kortingsregeling gelden de volgende voorwaarden:
-Bij aanvang van de periode van twee schooljaren muziekles mag het kind niet ouder zijn dan 14 jaar. Hierbij geldt 1 september als peildatum. Op deze datum mag het kind niet ouder zijn dan 14 jaar;
-Het kind is woonachtig in de gemeente Opmeer;
-Het kind heeft nog niet eerder muziekles buiten schooltijd genoten, op welke manier dan ook;
-Het kind neemt deel aan muziekles van een muziekdocent, die bij Stichting Muziek Opmeer is aangesloten;
-De korting voor het tweede jaar geldt alleen als het direct gevolgd wordt op het eerste jaar.