3 Uitvoering
3.1 Toepassing instrumentarium
3.1.1 STOP/TPOD omgevingsplan
De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch een omgevingsplan met de regels voor activiteiten voor de leefomgeving (tijdelijke deel omgevingsplan). Dit omgevingsplan van rechtswege bestaat uit alle bestaande ruimtelijke plannen en bepaalde gemeentelijke verordeningen (voor een specificatie zie artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Ow), de bodemkwaliteitskaarten en de bruidsschatregels.
Om dit omgevingsplan van rechtswege te wijzigen, volgt de gemeente altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De openbare voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet (Ow), het Omgevingsbesluit (Ob) en de Awb. Het wijzigen van het omgevingsplan gaat via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (oftewel de uitgebreide voorbereidingsprocedure). In onderstaande figuur is schematisch een indicatie gegeven van de processtappen en doorlooptijden van deze procedure (kopje omgevingsplan).
Sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten gemeenten wijzigingen van het omgevingsplan bekendmaken (publiceren) via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Gemeenten stellen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op volgens de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met bijhorende toepassingsprofielen (TPOD).
Het opstellen van een volwaardige STOP/TPOD omgevingsplan is gelet op de huidige planvorming (nog) niet mogelijk.
Door vaststelling van de gebiedsvisie Hoogwoud-Oost is een afwegingskader opgesteld waarin de markt de ruimte krijgt om te komen tot concrete initiatieven. De gemeente staat open voor gedetailleerde ontwerpen op stedenbouwkundig niveau waarbij de wensen van het ontwerp juridisch-planologisch verankerd kunnen worden in het omgevingsplan. Het omgevingsplan vormt op dat moment het juridisch kader en de juridische doorvertaling van de gebiedsvisie.
Dit kader vormt de basis voor eventuele omgevingsvergunningen ten behoeve van de realisatie van de gewenste ontwikkelingen.
3.1.2 BOPA
Naast het omgevingsplan biedt de Omgevingswet ook de mogelijkheid om concrete initiatieven te vergunnen middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Het is wenselijk dat voor de ontwikkeling van de gebiedsvisie Hoogwoud-Oost een volwaardig omgevingsplan wordt opgesteld (zie paragraaf 3.1.1). Het opstellen van een omgevingsplan is het sluitstuk. In de praktijk is het voorstelbaar dat bepaalde gebieden of bepaalde concrete ontwikkelingen vooruitlopen op de totale gebiedsontwikkeling. Het mogelijk maken van deze ontwikkelingen, vooruitlopend op het totale omgevingsplan, kan een vliegwiel zijn voor de andere ontwikkelingen binnen het gebied. Vooruitlopend op het omgevingsplan is het voorstelbaar dat voor bepaalde ontwikkelingen een BOPA-procedure wordt doorlopen.
Niet alle ontwikkelingen zijn geschikt om met een BOPA planologisch te verankeren. Voor een niet-concreet en/ of onvoldoende afgebakend (bouw)plan kan géén BOPA worden verleend. In dat geval is een wijziging van het omgevingsplan vereist. Een gewijzigd omgevingsplan leent zich voor herhaalde toepassing voor het mogelijk maken van activiteiten. Dit geldt niet voor een BOPA. Het is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval of gesproken kan worden van een voldoende concreet en afgebakend plan. Op dit moment is van een dergelijk concreet en afgebakend plan nog geen sprake. Normaliter kan echter wel
worden verwacht dat het initiatief daarvoor, bij verdere uitwerking, voldoende concreet kan worden gemaakt. Het is niet vereist dat voor elke ruimte/eenheid exact het gebruik wordt aangegeven. Wel zullen de beoogde gebruiksvormen duidelijk moeten worden beschreven en aangevraagd en zal zeker in het geval van min of meer zelfstandige wooneenheden een (maximum) aantal bekend moeten zijn.
Verder kan een BOPA het onderliggend (tijdelijk deel) omgevingsplan niet wijzigen. Voor ontwikkelingen waarbij het omgevingsplan moet worden gewijzigd is de BOPA geen geschikt instrument.
3.3 Participatie
3.3.1 Participatie programma
Voor de gebiedsvisie heeft er participatie plaatsgevonden. Met onderhavig programma zal de inhoud van de gebiedsvisie niet worden gewijzigd.
Ten aanzien van de gronden waarvan het voorkeursrecht wordt verlengd zullen de betrokken grondeigenaren worden geïnformeerd over het programma en de gevolgen van het verlengen van het voorkeursrecht op de percelen.